Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2012:BY6784

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
19-12-2012
Datum publicatie
19-12-2012
Zaaknummer
101225 / KG ZA 12-216
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Opzegging internationale distributieovereenkomst. Gedaagde gevestigd op Cyprus. Partijen zijn in de overeenkomst arbitrage overeengekomen. Voorzieningenrechter bevoegd op grond van artikel 31 EEX-Vo?

Toetsing aan de in het Van Uden-Déco Line-arrest geformuleerde voorwaarden. Geen "voorlopige of bewarende" maatregelen. Ontbreken "reële band".

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
TVA 2013/27
S&S 2013/81

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DORDRECHT

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 101225 / KG ZA 12-216

Vonnis in kort geding van 19 december 2012

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

FIRE SOLUTIONS BENELUX B.V.,

gevestigd te Goudswaard,

eiseres,

advocaat mr. J.H. Stek,

tegen

de rechtspersoon naar het recht van de staat Cyprus,

FIREPRO SYSTEMS LIMITED,

gevestigd te Limassol, Cyprus,

gedaagde,

advocaat mr. A.H. Vermeulen.

Partijen zullen hierna Fire Solutions en FirePro genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 10 december 2012;

- de mondelinge behandeling van 14 december 2012;

- de pleitnota van Fire Solutions;

- de pleitnota van FirePro;

- de over en weer overgelegde producties.

1.2. Ter zitting heeft mr. Stek namens Fire Solutions bezwaar gemaakt tegen de namens FirePro op 14 december 2012 overgelegde producties 24 tot en met 26. Mr. Stek heeft aangevoerd dat Fire Solutions in haar belang om zich deugdelijk te kunnen verdedigen is geschaad door het late tijdstip waarop vorenbedoelde producties aan haar ter beschikking zijn gesteld, te weten kort voor aanvang van de zitting.

Gezien de omstandigheid dat Fire Solutions zelf heeft verzocht het kort geding op verkorte termijn te mogen laten plaatsvinden, waardoor FirePro en haar advocaat pas enkele dagen voorafgaand aan de zitting bekend waren met de inhoud van de dagvaarding en de onderliggende stukken, en het feit dat de namens FirePro op 14 december 2012 overgelegde stukken van beperkte omvang zijn, wordt het bezwaar van Fire Solutions gepasseerd en maken genoemde producties deel uit van het procesdossier waarop vonnis wordt gewezen.

1.3. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Fire Solutions is een Nederlandse leverancier van brandblussystemen. Firepro is een op Cyprus gevestigde producent van brandblussystemen.

2.2. Bij overeenkomst van 1 september 2007, gewijzigd bij addendum van 1 september 2009 (hierna te noemen: de distributieovereenkomst) zijn partijen overeengekomen dat Fire Solutions de exclusieve distributeur is in de Benelux en op de Nederlandse Antillen van door FirePro geproduceerde brandblussystemen. De distributieovereenkomst is, na verlenging, voor bepaalde tijd aangegaan tot 1 september 2017.

2.3. Op de distributieovereenkomst is ingevolge een door partijen gemaakte rechtskeuze het recht van Cyprus van toepassing. Voorts zijn partijen overeengekomen dat geschillen voortvloeiend uit of met betrekking tot de distributieovereenkomst zullen worden voorgelegd aan arbiter in Londen, Engeland, welke arbitrage onderworpen is aan de ICC Arbitration rules.

2.4. Bij brief van 29 oktober 2012 heeft FiroPro de distributieovereenkomst met onmiddellijke ingang opgezegd.

3. Het geschil

3.1. Fire Solutions vordert samengevat - uitvoerbaar bij voorraad:

a. FirePro te gebieden al de op haar rustende verplichtingen uit hoofde van de distributieovereenkomst jegens haar volledig na te (blijven) komen totdat de distributieovereenkomst rechtsgeldig tot een einde zal zijn gekomen;

b. FirePro te gebieden binnen 48 uur na betekening van het vonnis de door Fire Solutions geplaatste orders voor producten waarop de distributieovereenkomst betrekking heeft (waaronder in ieder geval de in productie 5 bij de dagvaarding genoemde orders) aan haar uit te leveren;

c. FirePro te verbieden om (i) voor de Benelux en de Nederlandse Antillen een andere distributeur aan te stellen en (ii) aan een eventueel reeds aangestelde distributeur voor de Benelux en de Nederlandse Antillen producten te leveren waarop de distributieovereenkomst betrekking heeft, totdat de distributieovereenkomst rechtsgeldig tot een einde zal zijn gekomen;

d. FirePro te verbieden om zelf in de Benelux en de Nederlandse Antillen producten waarop de distributieovereenkomst betrekking heeft te verkopen en/of te leveren totdat de distributieovereenkomst rechtsgeldig tot een einde zal zijn gekomen;

e. het onder (a) tot en met (d) gevorderde toe te wijzen op straffe van een door FirePro te verbeuren dwangsom van EUR 20.000,-- voor iedere overtreding van het gebod c.q. verbod en voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zodanige overtreding voortduurt;

met veroordeling van FirePro in de buitengerechtelijke kosten en de kosten van de procedure, waaronder de kosten van vertaling van de dagvaarding en de bij de dagvaarding overgelegde “legal opinion”.

3.2. FirePro voert verweer.

3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Rechtsmacht

4.1. Partijen zijn gevestigd in verschillende landen, zodat het geschil een internationaal karakter heeft. Allereerst dient dan ook de vraag te worden beantwoord of de Nederlandse rechter bevoegd is van de onderhavige vordering kennis te nemen.

4.2. Tussen partijen staat vast dat zij ten aanzien van geschillen betrekkelijk tot de distributieovereenkomst arbitrage in Londen, Engeland, zijn overeengekomen. Hieruit volgt dat de bodemrechter in Nederland niet bevoegd is om van enig geschil tussen partijen met betrekking tot de distributieovereenkomst kennis te nemen. De voorzieningenrechter komt daarom slechts bevoegdheid toe om van de onderhavige vorderingen kennis te nemen ingevolge het bepaalde in artikel 31 van EG-Verordening nr. 44/2001 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (hierna: EEX-Vo) (voorheen artikel 24 van het EEX-Verdrag).

4.3. Ingevolge het bepaalde in artikel 31 EEX-Vo kunnen in de wetgeving van een lidstaat vastgestelde voorlopige of bewarende maatregelen bij de gerechten van die staat worden aangevraagd, zelfs indien een gerecht van een andere lidstaat krachtens deze verordening bevoegd is van het bodemgeschil kennis te nemen. Onder “voorlopige of bewarende maatregelen” in de zin van deze bepaling moet worden verstaan, de maatregelen die, met betrekking tot de onder het toepassingsgebied van de EEX-Verordening vallende materies, bedoeld zijn om een feitelijke situatie of rechtssituatie in stand te houden ter bewaring van rechten waarvan de erkenning voor het overige wordt gevorderd voor de rechter die van het bodemgeschil kennis neemt (HvJ EG 26 maart 1992, C-261/90, NJ 1996, 315, Reichert en Kockler). Dat artikel 31 EEX-Vo ook bevoegdheidscheppende werking heeft indien partijen arbitrage zijn overeengekomen, volgt uit HvJ EG 17 november 1998, C-391/95, NJ 1999, 339 (Van Uden/Deco-Line).

4.4. In voornoemd arrest Van Uden/Deco Line overweegt het Hof van Justitie EG met een verwijzing naar zijn arrest van 21 mei 1980 (Denilauler, 125/7) dat het toestaan van voorlopige of bewarende maatregelen van de rechter bijzondere behoedzaamheid vergt en een gedegen kennis van de concrete omstandigheden waarin de maatregelen effect moeten sorteren. Al naar gelang het geval, en met name gelet op de handelsgebruiken, moet hij zijn toestemming kunnen beperken in de tijd of, met het oog op de aard van de tegoeden of goederen die door de voorgenomen maatregelen worden getroffen, bankgaranties kunnen eisen of een sekwester kunnen aanwijzen en, in het algemeen, aan zijn toestemming alle voorwaarden kunnen verbinden die het voorlopige of bewarende karakter van de door hem bevolen maatregelen garanderen. Hieruit volgt dat het toestaan van voorlopige of bewarende maatregelen krachtens artikel 24 EEX-Verdrag/31 EEX-Vo afhankelijk is van de voorwaarde, dat er een reële band bestaat tussen het voorwerp van de gevraagde maatregelen en de op territoriale criteria gebaseerde bevoegdheid van de verdragsluitende staat van de aangezochte rechter. Tevens zal de rechter die maatregelen gelast op grond van artikel 24 EEX-Verdrag/31 EEX-Vo, de noodzaak onder ogen dienen te zien om voorwaarden of modaliteiten vast te stellen die het voorlopige of bewarende karakter van de maatregelen moeten garanderen.

4.5. Met de door Fire Solutions gevorderde voorzieningen die hiervoor in 3.1. onder a., c. en d. zijn omschreven beoogt zij de facto een voortzetting van de door FirePro opgezegde distributieovereenkomst te bewerkstellingen slechts beperkt indien de overeenkomst alsnog rechtsgeldig wordt opgezegd. Het oordeel over de vraag of de overeenkomst door FirePro rechtsgeldig is opgezegd en, indien dat niet het geval is, wat de gevolgen daarvan zijn, hebben partijen met het overeengekomen arbitrale beding voorbehouden aan een arbiter te Londen, met toepassing van de ICC-regels. Daarmee is het oordeel in eerste instantie onttrokken aan het oordeel van de overheidsrechter. Dat sluit op zich niet uit dat op voet van artikel 31 EEX-Vo één of meer voorlopige of bewarende maatregelen worden gevorderd, doch dan dient het wel te gaan om voorlopige of bewarende maatregelen waarop artikel 31 EEX-Vo ziet, wil de overheidsrechter ook bevoegd zijn.

Met de gevorderde maatregelen beoogt Fire Solutions, ondanks de opzegging van de overeenkomst door FirePro, te bewerkstelligen dat de overeenkomst wordt voortgezet. De gevorderde maatregelen zijn naar hun aard onomkeerbaar en de gevolgen daarvan zijn niet door het stellen van voorwaarden te beperken of wel omkeerbaar te maken, zodat de gevorderde maatregelen een voorlopig of bewarend karakter ontberen.

Gelet hierop verklaart de voorzieningenrechter zich onbevoegd om van deze vorderingen kennis te nemen.

4.6. De door FirePro gevorderde maatregel als geformuleerd in 3.1. onder b, zijnde een gebod tot uitlevering van reeds geplaatste orders, zou, indien daaraan (een) nadere bewarende voorwaarde(n) wordt/worden verbonden, wel binnen de werkingssfeer van artikel 31 EEX-Vo kunnen vallen, ware het niet dat ten aanzien van deze maatregel niet is voldaan aan het vereiste van de reële band tussen het voorwerp van de gevraagde maatregel en de op territoriale criteria gebaseerde bevoegdheid van de verdragssluitende staat van de aangezochte rechter. Door FirePro is onweersproken aangevoerd dat partijen ten aanzien van de levering van goederen “free on board” zijn overeengekomen en dat de inscheping van de goederen plaatsvindt in Cyprus. Derhalve vindt de levering van de goederen - zijnde de verbintenis die aan de eis en grondslag ligt - plaats in Cyprus. De voorzieningenrechter kan derhalve zijn bevoegdheid niet ontlenen aan het bepaalde in artikel 6, aanhef en onder a, en artikel 6a, aanhef en onder a, Rv. De voorzieningenrechter is niet gebleken van andere omstandigheden die kunnen leiden tot zijn op territoriale criteria gebaseerde bevoegdheid. Derhalve moet de voorzieningenrechter zich ook ten aanzien van de gevorderde uitlevering van openstaande orders (vordering b.) onbevoegd verklaren.

4.7. De gevorderde dwangsommen (als geformuleerd in 3.1. onder e.) houden onlosmakelijk verband met de in 3.1. onder a. tot en met d. genoemde vorderingen, zodat ook ten aanzien daarvan de voorzieningenrechter onbevoegd is. Gelet op de onbevoegdverklaring wordt evenmin toegekomen aan de door Fire Solutions gevorderde vergoeding van buitengerechtelijke kosten en kosten van vertaling van de dagvaarding.

4.8. Fire Solutions zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het geding. De kosten aan de zijde van FirePro worden begroot op:

- vast recht EUR 575,00

- salaris advocaat EUR 816,00

Totaal EUR 1.391,00.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. verklaart zich onbevoegd van het geschil kennis te nemen;

5.2. veroordeelt Fire Solutions in de proceskosten, aan de zijde van FirePro begroot op EUR 1.391,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.P. Broeders en in het openbaar bij vervroeging uitgesproken op 19 december 2012.?