Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2012:BX9109

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
12-09-2012
Datum publicatie
04-10-2012
Zaaknummer
81662 / FA RK 09-8166
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij eerdere rechterlijke uitspraak (in mei 2011) is bepaald voorlopig geen contact te laten plaatsvinden tussen de man en zijn twee kinderen.

Het BJZ is verzocht te rapporteren en te adviseren over de mogelijkheden van contactherstel.

De vrouw betwist dat zij een weigerachtige houding aanneemt betreffende het contactherstel.

Door (gebleken) aanwezigheid van het ontstaan van een wezenlijk conflict over de contacten tussen de man en zijn kinderen is noodzakelijk geacht een bijzondere curator te benoemen.

De bijzondere curator kan beoordelen in hoeverre het in het belang van de kinderen is om het contact te herstellen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

Sector civiel recht

zaaknummer / rekestnummer: 81662 / FA RK 09-8166

(tussen-)beschikking van de enkelvoudige kamer van 12 september 2012

in de zaak van

[man],

wonende te [adres]

verzoeker,

advocaat mr. A. Apistola te Zwijndrecht,

tegen

[vrouw],

wonende te [adres]

verweerster,

advocaat mr. B.A. Fijma te Zwijndrecht.

De partijen worden hieronder aangeduid als de man respectievelijk de vrouw.

1. Het verdere procesverloop

1.1. Op 18 mei 2011 heeft deze rechtbank een tussenbeschikking gegeven. De inhoud van de beschikking dient als ingelast te worden beschouwd.

1.2. Na de gegeven tussenbeschikking d.d. 18 mei 2011 heeft de rechtbank nog kennisgenomen van de volgende processtukken:

- de brief d.d. 28 juli 2011 van het Bureau Jeugdzorg (hierna: het BJZ);

- de brief d.d. 17 augustus 2011 van de advocaat van de man;

- het faxbericht d.d. 29 augustus 2011 van de advocaat van de vrouw waarin is bericht dat de vrouw gesprekken wil beginnen met de man via bemiddeling van Yulius;

- het F8-formulier d.d. 21 maart 2012 waarin is bericht dat de bemiddeling zonder resultaat is beëindigd.

1.3. De voortgezette mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op de terechtzitting met gesloten deuren van 12 juli 2012.

1.4. Ter terechtzitting zijn verschenen:

- de man, bijgestaan door zijn advocaat;

- de advocaat van de vrouw;

- mevrouw Van den Heuvel, vervangende gezinsvoogd en procesvertegenwoordiger van het BJZ.

1.5. De vrouw is niet verschenen, ondanks dat zij daartoe behoorlijk is opgeroepen. De advocaat van de vrouw bericht dat de vrouw door ziekte is verhinderd om te verschijnen op de terechtzitting.

2. De verdere beoordeling

2.1. Bij beschikking van de rechtbank d.d. 18 mei 2011 is bepaald dat er voorlopig geen contact zal zijn tussen de man en [zoon] (thans 10 jaar oud) en [dochter] (thans 6 jaar oud). De genomen beslissing van 11 november 2009 is voor zover het de ten laste van de vrouw opgelegde informatie- en consultatieregeling gehandhaafd, waarbij de vrouw is veroordeeld indien zij in gebreke blijft te voldoen aan de opgelegde informatie- en consultatieregeling tot een dwangsom van € 500,-- per dag, met een maximum van € 10.000,--.

Voor het overige is de zaak verwezen naar de schriftelijke rolzitting familiezaken met het verzoek aan het BJZ om conform het gestelde in 5.3. van de beschikking d.d. 18 mei 2011 aan de rechtbank te rapporteren en adviseren over de mogelijkheden van contactherstel tussen de man en [zoon] en [dochter], alsmede over de wijze van verdeling van de zorgregeling.

2.2. Het BJZ (bij brief d.d. 28 juli 2011) bericht dat [zoon] en [dochter] sinds maart 2011 samen met de vrouw voor gezinsopname bij het RMPI van Yulius verblijven.

De behandeling is gestart, waarbij ook wordt onderzocht wat mogelijk is en wenselijk is in het belang van [zoon] en [dochter]. Het proces van behandeling wordt bemoeilijkt doordat de vrouw angst overbrengt op [zoon] en [dochter]. Er is een heel negatief beeld van de man geschetst wat angst veroorzaakt bij [zoon] en [dochter]. Dit is erg zorgelijk voor de identiteitsontwikkeling van [zoon] en [dochter]. De ontwikkeling van [zoon] en [dochter] stagneert hierdoor. Het BJZ adviseert tot contactopbouw. Dit dient stapsgewijs en zorgvuldig begeleid te worden. Het contactherstel dient eerst door Yulius begeleid te worden. Als blijkt dat contactherstel mogelijk is dan adviseert het BJZ begeleide omgang via het omgangshuis. De man stemt in met het advies en de inhoud van de brief van het BJZ.

2.3. Tijdens het verhandelde ter zitting heeft de (vervangende) gezinsvoogd verklaard dat [zoon] en [dochter] in september, oktober en november 2011 onder behandeling van Yulius hebben gestaan. De behandeling is inmiddels afgerond. Tijdens de behandeling hebben [zoon] en [dochter] heel goed gereageerd op de schriftelijke contacten van de man. [zoon] en [dochter] willen contact met de man maar krijgen daartoe niet de ruimte van de vrouw. De vrouw is door emoties belemmerd om het contact tussen [zoon] en [dochter] en de man te stimuleren. Indien het contact tussen [zoon] en [dochter] thans zou worden hersteld dreigt een loyaliteitsconflict voor [zoon] en [dochter] te ontstaan.

[zoon] en [dochter] zijn nu thuisgeplaatst bij de vrouw met de bedoeling voor gezinsopname op advies van Yulius.

2.4. De man wil graag meewerken aan het bewerkstelligen van contactherstel. De man staat ook positief tegenover het contact gefaseerd te laten plaatsvinden via begeleiding van het omgangshuis.

2.5. Na thuisplaatsing van [zoon] en [dochter] bij de vrouw heeft zij een plan van aanpak opgesteld. De vrouw is voornemens dit te bespreken met het BJZ. De inhoud van haar plan van aanpak is niet bekend. De vrouw betwist niet te willen meewerken. Zij wijst er op dat bij de voorgaande beschikking d.d. 18 mei 2011 het BJZ van de kinderrechter een duidelijk verzoek en een opdracht heeft gekregen. Echter het BJZ heeft daaraan niet voldaan.

Het geschilpunt tussen partijen over de vraag in hoeverre het laten plaatsvinden van contactherstel tussen [zoon] en [dochter] en de man in het belang van de minderjarigen is, blijft bestaan.

2.6. Na het advies van het BJZ, zoals is vermeld in de brief d.d. 28 juli 2011, hebben zich nieuwe ontwikkelingen voorgedaan. Zo hebben partijen geprobeerd om via mediation tot een oplossing van hun geschilpunt te komen. Voorts is er de nodige tijd verstreken, waardoor het advies van het BJZ gedateerde informatie bevat. Op dit moment is het voor de kinderrechter niet mogelijk de belangen van [zoon] en [dochter] te kunnen beoordelen omdat goede informatie daartoe ontbreekt.

De zaak zal worden aangehouden voor de duur van drie maanden. Daarbij zal het BJZ in de gelegenheid worden gesteld om recente informatie te verstrekken, onder 2.7. zal worden toegelicht welke informatie van belang is. Voorts zal de kinderrechter gelet op de zorgelijke (en tevens langdurige) situatie voor [zoon] en [dochter] overgaan tot het (ambtshalve) benoemen van een bijzondere curator voor [zoon] en [dochter] (zie hiervoor de overweging onder 2.8.). De visie van de bijzondere curator zal eveneens dienen te worden afgewacht.

De gewenste, recente, over te leggen informatie van het BJZ

2.7. Het BJZ wordt verzocht op schrift te berichten over haar advies van de effecten van het contactherstel tussen de man en [zoon] en [dochter]. Het BJZ wordt verzocht te betrekken in haar visie c.q. advies:

- het wettelijk uitgangspunt (beide ouders oefenen de zorg- en opvoedingstaken uit, “tenzij …”);

- dat de man al bijna drie jaar geen contact meer heeft met [zoon] en [dochter];

- de huidige stand van zaken.

Ook wordt verzocht individueel per minderjarige te adviseren.

Voorts is uit het verhandelde ter zitting en de stukken gebleken dat de vrouw geen dan wel onvoldoende initiatief toont in het bevorderen van het contact tussen [zoon] en [dochter] en de man. Deze houding van de vrouw wordt niet in het belang van [zoon] en [dochter] geacht. Het BJZ wordt verzocht in haar visie weer te geven hoe bereikt kan worden dat deze houding van de vrouw wordt verbeterd, in die zin dat de vrouw een meer positieve houding inneemt en het contact tussen [zoon] en [dochter] en de man gaat stimuleren.

Indien het BJZ op korte termijn geen contactherstel mogelijk acht, wordt verzocht na te gaan welke mogelijkheden er in de toekomst zijn. In verband hiermee wordt gevraagd een stappenplan en plan van aanpak over te leggen.

Voorts acht de kinderrechter het van belang om geïnformeerd te worden over de (identiteits)ontwikkeling van [zoon] en [dochter]. Bij het verstrekken van het advies van het BJZ wordt verzocht de onderbouwende en schriftelijke stukken van Yulius te verstrekken.

De bijzondere curator

2.8. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat met betrekking tot de opvoedings- en verzorgingssituatie van [zoon] en [dochter] een wezenlijk conflict kan ontstaan over hun contacten met de man. Gelet hierop wordt het noodzakelijk geacht ambtshalve een bijzondere curator te benoemen. Er kan namelijk een dusdanig conflict ontstaan dat voor [zoon] en [dochter] het gevaar bestaat klem of verloren te raken tussen beide ouders of dat [zoon] en [dochter] anderszins in hun belangen worden geschaad.

Aan de bijzondere curator wordt gevraagd te beoordelen in hoeverre het in het belang van [zoon] en [dochter] is dat het contact wordt hersteld tussen hen en de man. Daarnaast heeft de bijzondere curator de taak de belangen van [zoon] en [dochter] in ruime zin te behartigen dat wil zeggen in de onderhavige conflictsituatie tussen ouders.

2.9. Als bijzondere curator over [zoon] en [dochter] zal mr. M.G. Hoogerwerf worden benoemd, met als opdracht de belangen van [zoon] en [dochter], zowel in als buiten rechte, te behartigen en [zoon] en [dochter] te vertegenwoordigen met betrekking tot het verzoek van de man een zorg- en contactregeling tussen [zoon] en [dochter] en de man te bepalen.

3. De beslissing

De rechtbank:

3.1. benoemt met ingang van heden tot bijzondere curator: mr. M.G. Hoogerwerf, kantoorhoudende te (3311 HG) Dordrecht, aan de Singel (van Strij) 419, over [zoon] [geboortedatum] en [dochter] [geboortedatum], teneinde na te gaan of het al dan niet toewijzen van het verzoek tot het vaststellen van een contact- c.q. zorgregeling in het belang van [zoon] en [dochter] moet worden geacht. Verzocht wordt de rechtbank daarover te adviseren op de schriftelijke rolzitting familiezaken van 13 december 2012;

3.2. verklaart deze beschikking in zoverre uitvoerbaar bij voorraad;

3.3. verwijst de zaak naar de schriftelijke rolzitting familiezaken van 13 december 2012 met het verzoek aan het BJZ om conform het gestelde in 2.7. van deze beschikking aan de rechtbank te rapporteren en adviseren;

3.4. houdt iedere overige beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door mr. K. Bakker, rechter tevens kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 12 september 2012.?