Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2012:BX7977

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
19-09-2012
Datum publicatie
21-09-2012
Zaaknummer
94402 / HA ZA 11-2469
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Inkoop schroot. Is er onverschuldigd betaald (door weegfout teveel overschoot afgerekend)?

Deskundigenonderzoek wordt voorgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DORDRECHT

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 94402 / HA ZA 11-2469

Vonnis van 19 september 2012

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[X] METAAL RECYCLING B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie en in het incident,

advocaat mr. M.A.D. Bol,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HKS SCRAP METALS B.V.,

gevestigd te 's-Gravendeel (gem. Binnenmaas),

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie en in het incident,

advocaat mr. M.W. Rijkhold Meesters,

Partijen zullen hierna [eiseres in conventie, verweerster in reconventie en in het incident] en HKS worden genoemd.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 30 mei 2012 en de daarin genoemde processtukken,

- het proces-verbaal van comparitie van 2 juli 2012.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Tussen [eiseres in conventie, verweerster in reconventie en in het incident] en HKS is sprake van een langdurige relatie waarbinnen door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie en in het incident] metalen worden geleverd aan HKS.

2.2. HKS bepaalt de hoeveelheid door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie en in het incident] aan haar geleverde metalen op basis van twee weegmomenten. De volle vrachtauto van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie en in het incident] wordt gewogen op de weegbrug van HKS. Vervolgens wordt de vrachtauto gelost en daarna nogmaals gewogen op de weegbrug van HKS. Van beide wegingen wordt een weegbon opgemaakt. Op basis van het verschil tussen beide weegbonnen stuurt HKS een inkoopfactuur aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie en in het incident] en betaalt HKS het verschuldigde bedrag aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie en in het incident].

2.3. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie en in het incident] heeft in de periode van 11 maart 2011 tot en met 18 maart 2011 metalen geleverd aan HKS. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie en in het incident] heeft hiervoor inkoopfacturen ontvangen van HKS. Deze facturen bedragen in totaal € 66.234,65.

2.4. HKS heeft deze facturen niet voldaan.

3. Het geschil

in conventie

3.1. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie en in het incident] vordert dat HKS wordt veroordeeld, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, tot betaling de somma van € 69.849,18, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente, althans subsidiair de wettelijke rente, gerekend vanaf 17 augustus 2011 en berekend over de hoofdsom van € 66.234,65 tot aan de dag der algehele voldoening, met veroordeling van gedaagde in de kosten van het geding, de kosten van de conservatoire beslagen daaronder begrepen.

3.2. Aan haar hoofdvordering legt van Leeuwen ten grondslag zij in de periode van 11 maart 2011 tot en met 18 maart 2011 metalen heeft geleverd aan HKS en dat HKS is gehouden de factuurbedragen (in totaal € 66.234,65) van deze leveringen te voldoen.

3.3. HKS betwist dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie en in het incident] haar voor € 66.234,65 aan metalen heeft geleverd. Daarnaast voert zij de volgende verweren. De betalingsverplichting is komen te vervallen, omdat de facturen zijn ingetrokken. HKS is gerechtigd haar verplichtingen jegens [eiseres in conventie, verweerster in reconventie en in het incident] op te schorten, omdat stelselmatig minder materiaal is geleverd dan gefactureerd. Voorts beroept HKS zich op haar bevoegdheid tot verrekening met de in reconventie omschreven vordering van € 487.705,32.

in reconventie

3.4. HKS vordert dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie en in het incident] wordt veroordeeld, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, aan HKS te betalen:

primair

een bedrag van € 487.705,32, vermeerderd met 10% aan gerechtelijke en buitengerechtelijke kosten op grond van artikel 12.1 Algemene Inkoopvoorwaarden van HKS, voorts vermeerderd met de wettelijke handelsrente gerekend vanaf 14 maart 2011,

subsidiair

een bedrag van € 487.705,32, vermeerderd met de gerechtelijke en buitengerechtelijke kosten, voorts vermeerderd met de wettelijke handelsrente gerekend vanaf 14 maart 2011.

3.5. HKS legt aan haar vordering in reconventie primair ten grondslag een bedrag van € 487.705,32 onverschuldigd heeft betaald. Subsidiair dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie en in het incident] tekort is geschoten in de nakoming van de tussen partijen bestaande duurovereenkomst, als gevolg waarvan zij schade heeft geleden van € 487.705,32 en meer subsidiair dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie en in het incident] onrechtmatig jegens HKS heeft gehandeld, met voornoemde schade als gevolg.

3.6. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie en in het incident] betwist het gestelde en de onverschuldigde betaling.

in het incident

3.7. Voor het geval dat de vordering in reconventie niet aanstonds wordt toegewezen vordert HKS dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie en in het incident] wordt veroordeeld, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, binnen twee weken na betekening van het tussenvonnis terzake tot het verstrekken van afschriften van (digitale) stukken en bescheiden die zich thans bij [eiseres in conventie, verweerster in reconventie en in het incident] (moeten) bevinden en zien op de leveringen van metalen door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie en in het incident] aan HKS, waaronder maar niet beperkt tot:

i alle weegbonnen van wegingen op de werf van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie en in het incident] van leveringen metalen die (uiteindelijk) aan HKS zijn geleverd in 2010 en 2011;

ii (afschriften van) alle tachograafschijven van de vrachtauto’s op de dagen waarop deze leveringen aan HKS hebben plaatsgevonden in de afgelopen vijf kalenderjaren;

iii een uitdraai van alle gegevens uit het geautomatiseerde systeem van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie en in het incident] uit de periode 2010-2011 waarin de leveranties aan HKS zijn geadministreerd, met de naam NewTon, op overzichtelijke en inzichtelijke wijze geordend;

iv de originele kentekenbewijzen van de vrachtauto’s van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie en in het incident], waaronder maar niet beperkt tot die van de vrachtauto’s met de kentekens [xx-xx-xx], [xx-xx-xx], [xx-xx-xx] en [xx-xx-xx];

v de werkprocedures voor chauffeurs werkzaam voor [eiseres in conventie, verweerster in reconventie en in het incident];

vi werkprocedures voor de wegingen bij [eiseres in conventie, verweerster in reconventie en in het incident],

zulks op straffe van een dwangsom en met veroordeling van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie en in het incident] in de kosten van dit incident.

3.8. HKS legt aan haar vordering ten grondslag dat de bescheiden de leveringen van metalen door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie en in het incident] aan HKS in 2010 en 2011 aangaan en dat zij een rechtmatig belang heeft bij afgifte van genoemde bescheiden ter nadere onderbouwing van de gepleegde fraude en de daardoor geleden schade.

3.9. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie en in het incident] betwist gehouden te zijn tot afgifte van of inzage in genoemde bescheiden.

4. De beoordeling

in reconventie

4.1. Nu HKS in conventie een beroep doet op verrekening met de vordering in reconventie, zal eerst de vordering in reconventie worden besproken.

4.2. Anders dan door HKS gesteld, leidt de omstandigheid dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie en in het incident] geen conclusie van antwoord in reconventie heeft genomen, er niet aanstonds toe dat de vordering in reconventie zal worden toegewezen. De omstandigheid dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie en in het incident] van de mogelijkheid om een conclusie van antwoord in reconventie te nemen brengt niet mee dat kan worden voorbijgegaan aan hetgeen zij in de dagvaarding en ter zitting van 2012 ter bestrijding van de vordering van HKS heeft aangevoerd.

4.3. Indien de vordering in reconventie zal worden toegewezen, komt HKS in beginsel een beroep op verrekening toe, hetgeen door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie en in het incident] niet is betwist. Gelet hierop kan de vraag of tussen partijen een verrekeningsbeding is overeengekomen in het midden blijven.

4.4. HKS stelt primair de duurovereenkomst tussen partijen gedeeltelijk te hebben vernietigd, namelijk voor zover er in de periode 2010-2011 door bedrog minder is geleverd dan waarvoor is betaald. Als gevolg daarvan heeft HKS € 487.705,32 onverschuldigd betaald aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie en in het incident], aldus HKS. Dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie en in het incident], zoals HKS onweersproken heeft gesteld, al meer dan 15 jaren metalen aan HKS heeft geleverd, brengt niet mee dat de rechtsverhouding tussen partijen als een duurovereenkomst kwalificeert en HKS heeft ook geen bijkomende feiten of omstandigheden gesteld waaruit dat kan worden afgeleid. De rechtbank begrijpt de stelling van HKS derhalve aldus dat zij de door haar aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie en in het incident] voor de door deze in de periode 2010-2011 geleverde metalen toegezonden inkoopfacturen heeft vernietigd, voor zover er door bedrog minder is geleverd dan waarvoor op grond van de facturen is betaald. Volgens artikel 3:44 BW is een rechtshandeling vernietigbaar, indien zij door bedrog tot stand is gekomen. Blijkens het derde lid van dit artikel is onder meer bedrog aanwezig, wanneer iemand een ander tot het verrichten van een bepaalde rechtshandeling beweegt door enige opzettelijk daartoe gedane kunstgreep. Tussen het verrichten van de rechtshandeling en het misleidende gedrag dient een causaal verband te bestaan. HKS stelt dat het bedrog eruit bestond dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie en in het incident] de tweede weging van de vrachtauto’s, welke plaatsvindt na aflevering van de materialen aan HKS en waarbij het leeggewicht van de vrachtwagen wordt gemeten, heeft gemanipuleerd. Daardoor werd een lager leeggewicht gemeten en op grond daarvan werden meer materialen gefactureerd dan daadwerkelijk werden geleverd.

4.5. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie en in het incident] betwist gemotiveerd door bedrog minder te hebben geleverd dan waarvoor is gefactureerd.

4.6. Ter staving van haar stellingen heeft HKS het proces-verbaal van het op verzoek van HKS op 8 juni 2011 gehouden voorlopig getuigenverhoor (productie 6) overgelegd. De getuige [getuige 1], hoofd van de boekhouding van HKS, heeft onder meer verklaard over de door hem op 30 november 2010, 30 december 2010 en 28 februari 2011 geconstateerde voorraadverschillen. Deze getuige heeft echter niet op basis van eigen waarnemingen over leveringen van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie en in het incident] verklaard. De verklaring van getuige [getuige 2], werfbaas non ferro van HKS, bezien in samenhang met de door HKS als productie 9 overgelegde notitie van [getuige 2], ondersteunt de stellingen van HKS. De daarin gerelateerde waarnemingen van [getuige 2] op 6, 7 11 en 12 januari 2011 betreffen echter slechts een zeer beperkte periode en worden niet door andere getuigen bevestigd. Daarnaast heeft HKS onder overlegging van grafieken en informatiebladen met voertuiggegevens van de door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie en in het incident] bij leveringen aan HKS gebruikte vrachtauto’s (producties 12 tot en met 19) gesteld dat, rekeninghoudend met de gewichten van afzetcontainers, bij een groot aantal leveringen de vrachtauto’s bij de tweede weging veel minder wogen dan zij de bij de RDW geregistreerde massa ledig gewicht. Omdat de onderliggende gegevens niet geverifieerd kunnen worden kan dit vooralsnog niet worden vastgesteld, waarbij komt dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie en in het incident] heeft aangevoerd dat het kan zijn voorgekomen dat een chauffeur de papieren van een verkeerde vrachtauto’s bij zich had.

4.7. Op grond van het vorenstaande staat tegenover de gemotiveerde betwisting van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie en in het incident] vooralsnog niet vast dat zij in de periode 2010-2011 de metingen van het leeggewicht van haar vrachtauto’s heeft gemanipuleerd en daardoor voor een bedrag van € 487.705,32, althans een deel daarvan, minder materialen heeft geleverd dan waarvoor is gefactureerd. HKS zal derhalve nader bewijs daarvan dienen te leveren.

4.8. Gelet op de aard van het te leveren bewijs stelt de rechtbank voor dat een deskundigenbericht zal worden ingewonnen. Aan de deskundige(n) zouden de navolgende vragen kunnen worden voorgelegd:

1. Welke vrachtauto’s van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie en in het incident] zijn betrokken geweest bij de leveringen die ten grondslag liggen aan de afzonderlijke facturen vanaf 5 januari 2010?

2. Wat is het feitelijke leeggewicht van die vrachtauto’s ?

3. Welke afzetcontainers werden op de onder 1. bedoelde vrachtauto’s gebruikt en wat was het leeg gewicht daarvan.

4. Was de weegbrug van HKS waarop het leeggewicht van de vrachtauto’s (en aanhangers) betrokken bij de leveringen vanaf 5 januari 2010 werd gemeten, geijkt?

5. Blijkt uit de tachograafschijven dat bij de leveringen vanaf 5 januari 2010 een andere vrachtauto moet zijn gebruikt dan op de vrachtbrief is vermeld? Zo ja, welke vrachtauto is er dan gebruikt?

6. Bij welke leveringen sinds 5 januari 2010 is het feitelijk leeggewicht van de gebruikte vrachtauto en de afzetcontainer tezamen hoger dan het op de weegbon weergegeven leeggewicht?

7. Indien wordt geconstateerd dat bij een aantal leveringen het feitelijk leeggewicht hoger is dan het op de weegbon weergegeven leeggewicht, bij welke leveringen is er dan sprake van een significante afwijking?

8. Wat was per significante afwijking ten tijde van de levering de waarde van het geleverde materiaal met een gewicht dat gelijk is aan het door u gevonden gewichtsverschil en wat is het totaal daarvan?

9. Heeft u nog overige opmerkingen die voor de beoordeling van de zaak van belang zouden kunnen zijn?

4.9. Voordat tot het gelasten van een deskundigenbericht wordt overgegaan, zal de rechtbank partijen in de gelegenheid stellen zich bij akte uit te laten over de wenselijkheid van een deskundigenbericht, over het specialisme van de te benoemen deskundige en over de aan de deskundige voor te leggen vragen. Indien partijen zich wensen uit te laten over de persoon van de te benoemen deskundige, dienen zij daarbij aan te geven over welke deskundige zij het eens zijn, dan wel tegen wie zij gemotiveerd bezwaar hebben.

4.10. HKS zal als eisende partij het voorschot voor de kosten van het deskundigenbericht ter griffie dienen te deponeren.

4.11. De deskundige zal bij zijn onderzoek dienen te betrekken de weegbonnen die ten grondslag liggen aan de facturen vanaf 5 januari 2010, welke ter beschikking dienen te worden gesteld door HKS. Voorts zal de deskundige de beschikking dienen te krijgen over de tachograafschijven van de vrachtauto’s van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie en in het incident] op de dagen waarop [eiseres in conventie, verweerster in reconventie en in het incident] in 2010 en 2011 aan HKS heeft geleverd.

4.12. Aan de hand van de uitkomst van het deskundigenbericht zal worden beoordeeld of verdere bewijslevering nodig is alsmede of in dat geval HKS nader bewijs moet worden opgedragen of dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie en in het incident] in de gelegenheid dient te worden gesteld tegenbewijs te leveren.

4.13. De gevorderde wettelijke handelsrente is niet voor toewijzing vatbaar, nu een vordering tot onverschuldigde betaling geen handelsovereenkomst betreft als bedoeld in artikel 6:119a BW.

in conventie

4.14. HKS voert in conventie het verweer dat de betalingsverplichting terzake van de leveringen in de periode van 11 tot en met 18 maart 2011 is komen te vervallen, omdat de facturen zijn ingetrokken. Het intrekken van de facturen ontslaat HKS niet van haar betalingsverplichting, nu vast is komen te staan dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie en in het incident] materialen heeft geleverd aan HKS. Aan dit verweer zal dan ook voorbij worden gegaan.

4.15. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie en in het incident] heeft onbetwist gesteld op 11, 14 en 18 maart 2011 metalen te hebben geleverd aan HKS, zodat vast staat dat op HKS een betalingsverplichting rust terzake van de op die data aan haar geleverde metalen. HKS heeft de hoogte van het verschuldigde bedrag betwist, omdat minder materialen zouden zijn geleverd dan gefactureerd. Uit de getuigenverklaring van [getuige 2] blijkt dat hij op 6, 7, 11 en 12 januari 2011 heeft geconstateerd dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie en in het incident] minder materialen heeft geleverd dan uit de weegbonnen bleek en dat hij op 11 januari 2011 tevens heeft geconstateerd dat de vrachtauto van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie en in het incident] naast de begeleiding en dus buiten het weegdek stond. Namens HKS is verklaard dat zij na laatstbedoelde constatering maatregelen heeft genomen. Tevens stelt HKS dat op 31 maart 2011 bij een voorraadopname geen verschil meer is geconstateerd, terwijl dit bij de voorraadopname van 28 februari 2011 nog wel het geval was. In dit licht bezien heeft HKS onvoldoende gemotiveerd betwist dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie en in het incident] in de periode van 11 maart 2011 tot en met 18 maart 2011 voor een bedrag van € 66.234,65 aan materialen heeft geleverd, zodat HKS in beginsel € 66.234,65 is verschuldigd.

4.16. De levering van metalen door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie en in het incident] aan HKS kwalificeert als een handelsovereenkomst in de zin van artikel 6:119a BW. De gestelde betalingstermijn van 30 dagen is als onvoldoende gemotiveerd betwist komen vast te staan, zodat de gevorderde wettelijke handelsrente in beginsel toewijsbaar is. Dit kan anders zijn indien HKS op goede gronden een beroep op haar opschortingsrecht heeft gedaan, hetgeen afhankelijk is van de beslissing in reconventie, zodat een beslissing hierover zal worden aangehouden.

4.17. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten zal worden afgewezen. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie en in het incident] heeft niet (voldoende onderbouwd) gesteld dat zij deze kosten daadwerkelijk heeft gemaakt en dat die kosten betrekking hebben op verrichtingen die meer omvatten dan een enkele (herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier.

4.18. Iedere nadere beslissing wordt aangehouden.

in het incident

4.19. Nu de vordering in reconventie niet aanstonds zal worden toegewezen, zal de vordering in het incident worden behandeld.

4.20. Volgens artikel 843a Rv kan degenen die daarbij een rechtmatig belang heeft, inzage, afschrift of uittreksel vorderen van bepaalde bescheiden aangaande een rechtsbetrekking waarin hij partij is, van degene die deze bescheiden te zijner beschikking of onder zijn berusting heeft.

4.21. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie en in het incident] heeft ten aanzien van de onder i, v en vi gevorderde bescheiden verklaard dat deze niet bestaan. Van voldoende bepaalbaarheid van de bescheiden kan pas sprake zijn indien ten minste vaststaat dat de gewenste bescheiden bestaan. Nu dit door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie en in het incident] wordt betwist is dit onvoldoende komen vast te staan, zodat de vordering van genoemde bescheiden zal worden afgewezen.

4.22. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie en in het incident] heeft voorts toegezegd de tachograafschijven van de afgelopen vijf jaren bij de griffie van de rechtbank te zullen deponeren, evenals de bescheiden gevorderd onder iii. In afwachting daarvan zal de beslissing over de vordering tot afgifte van deze bescheiden worden aangehouden.

4.23. Ten slotte geldt volgens [eiseres in conventie, verweerster in reconventie en in het incident] ten aanzien van de gevorderde bescheiden onder iv, dat de chauffeurs in het bezit dienen te blijven van de kentekenbewijzen. Het belang van HKS bij deze kentekenbewijzen is bovendien beperkt nu het gewicht van de betreffende vrachtwagens ook kan worden afgeleid uit de gegevens van de RDW, aldus [eiseres in conventie, verweerster in reconventie en in het incident]. Door HKS is erkend dat de kentekenbewijzen nodig zijn voor het bepalen van het leeggewicht van de auto. Door HKS is niet betwist dat ter bepaling daarvan kan worden volstaan met de gegevens zoals aangeleverd door de RDW. Dat HKS een rechtmatig belang heeft bij de afgifte van de gevorderde originele kentekenbewijzen is dan ook door HKS onvoldoende gesteld, zodat ook deze vordering zal worden afgewezen.

5. De beslissing

De rechtbank

in het incident

5.1. houdt iedere nadere beslissing aan,

in conventie

5.2. houdt iedere nadere beslissing aan.

in reconventie

5.3. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 17 oktober 2012 voor akte als bedoeld onder 4.8, eerst aan de zijde van HKS.

5.4. houdt iedere nadere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.C. Halk en in het openbaar uitgesproken op 19 september 2012.?