Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2012:BX6960

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
06-09-2012
Datum publicatie
10-09-2012
Zaaknummer
99442 KG / ZA 12-148
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vordering tot opheffing conservatoire beslagen. De beslagen zijn van rechtswege vervallen omdat de hoofdzaak tijdig aanhangig was gemaakt. Eiser heeft wel belang bij daadwerkelijk vervallen van de beslagen en vordering opgevat als het afwikkelen van de vervallen beslagen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

Sector civiel recht

zaaknummer: 99442 KG / ZA 12-148

vonnis in kort geding van 6 september 2012

in de zaak van

1. [Eiser 1], wonende te Dordrecht,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ERDENOS B.V., gevestigd en kantoorhoudende te Dordrecht,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid HEWALOS B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Dordrecht,

eisers,

advocaat:mr. W.T.M. Uilhoorn,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid OPTIMAL CARE ROTTERDAM B.V.,

2. de stichting STICHTING PAIN CENTER OF EUROPE,

beiden statutair gevestigd en kantoorhoudende te 3067 GH Rotterdam, Hoofdweg 90,

gedaagden,

advocaat: mr. B. van Nispen.

Eisers worden hierna afzonderlijk aangeduid als [eiser 1], Erdenos en Hewalos en gezamenlijk als eisers. Gedaagden worden hierna afzonderlijk aangeduid als OCR en Stichting PCE en gezamenlijk als gedaagden.

1. Het procesverloop

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 14 augustus 2012;

- de mondelinge behandeling ter openbare zitting van 23 augustus 2012;

- de pleitnota van eisers;

- de door eisers overgelegde producties.

2. De feiten

2.1 [eiser 1] is enig aandeelhouder/ bestuurder van Hewalos die enig aandeelhouder is van Erdenos.

2.2 [eiser 1] heeft met [betrokkene 1] en diens broer [betrokkene 2] vanaf 27 februari 2008 een pijnkliniek, Stichting PCE genaamd, opgezet. [eiser 1] is met [betrokkene 1] en [betrokkene 3] bestuurder van die stichting.

2.3 Stichting PCE heeft een behandelovereenkomst met OCR. Enig aandeelhouder van OCR is Pain Center of Europe Holding B.V. Aandeelhouders van Pain Center of Europe Holding B.V. zijn [betrokkene 1] Holding B.V. (waarvan [betrokkene 1] aandeelhouder/ bestuurder is), [betrokkene 3] B.V. (waarvan [betrokkene 3] aandeelhouder/ bestuurder is) en Erdenos B.V. Deze vennootschappen zijn onderling een maatschap, Pain Center of Europe genaamd, aangegaan.

2.4 Begin 2011 heeft [eiser 1] bedragen van € 50.000,-- en € 18.000,-- zonder toestemming van de Stichting PCE aan zichzelf overgemaakt voor de aankoop van aandelen in een B.V. en de oprichting van een andere B.V.

2.5 OCR en Stichting PCE hebben ter zekerheid van hun vorderingen op 6 juni 2011 conservatoir beslag gelegd ten laste van [eiser 1] op diens woning aan de [adres] te Dordrecht, onder diens rekening bij de Rabobank Drechtsteden en op 8 juni 2011 op diens auto (zijnde een Audi A3 met kenteken [xx-xxx-x]), het laatste gevolgd door sequestratie.

2.6 De voormelde beslagen zijn van rechtswege vervallen omdat de hoofdzaak niet tijdig is ingesteld.

2.7 Bij brief van 5 juli 2012 heeft de advocaat van eisers aan de advocaat van gedaagden medegedeeld dat akkoord wordt gegaan met de ontvangen vaststellingsovereenkomst van 12 januari 2012.

3. De vordering

3.1 Eisers hebben (na vermeerdering van eis) gevorderd om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad op de minuut en op alle dagen en uren, voorzover de wet dat toelaat:

1. gedaagden te veroordelen de gelegde beslagen van 6 juni 2011 en 8 juni 2011 (zoals onder punt 10 van de dagvaarding is omschreven) op te heffen, en te veroordelen tot onmiddellijke afgifte van de auto (zoals onder punt 10 van de dagvaarding is omschreven) in ordentelijke en bruikbare staat, waarbij de daarmee samenhangende kosten voor rekening van gedaagden komen en gedaagden te verbieden ten laste van eisers nadere conservatoire beslagen te leggen, alles op straffe van een dwangsom van € 10.000,-- per dag of gedeelte daarvan zolang gedaagden de veroordeling en/of het verbod geheel of gedeeltelijk overtreden, en te verstaan dat eisers daarmee geen afstand doen van hun vordering wegens onrechtmatig gelegd beslag;

2. gedaagden ieder voor zich te veroordelen om binnen 24 uur na betekening van het te wijzen vonnis de vaststellingsovereenkomst d.d. 12 januari 2012 die op 5 juli 2012 is gesloten, stipt en onmiddellijk na te komen, waaronder ondertekening van de vaststellingsovereenkomst, alles op straffe van een door ieder der gedaagden aan iedere eiser, jegens wie gedaagden hun verplichtingen niet of niet tijdig nakomen, te verbeuren dwangsom van € 10.000,-- per dag of gedeelte daarvan, per het niet of niet tijdig nakomen van hetgeen uit de vaststellingsovereenkomst voortvloeit;

3. gedaagden te veroordelen in de kosten van het kort geding, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 dagen na betekening van het vonnis tot aan de dag der algehele voldoening.

3.2 Eisers stellen hiertoe het volgende.

De gelegde beslagen zijn van rechtswege komen te vervallen aangezien de beslagleggers niet hebben voldaan aan de voorwaarden zoals die in het verlof tot het leggen van beslag zijn gesteld. Op grond van het voorgaande dienen gedaagden de gelegde beslagen - voor zover deze nog zouden bestaan - op te heffen en [eiser 1] in staat te stellen om vrij over zijn eigendommen te beschikken. [eiser 1] heeft een spoedeisend belang bij de vordering omdat hij de auto kan verkopen en hij dit zo spoedig mogelijk wil doen ter voorkoming van verdere waardevermindering en zonder bezwaring van een beslag. Naar aanleiding van het geschil hebben partijen onderhandeld en afspraken vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst. Gedaagden dienen de vaststellingsovereenkomst na te komen omdat hierover op 5 juli 2012 overeenstemming is bereikt.

3.3 Het verweer

Gedaagden hebben de vordering gemotiveerd weersproken. De inhoud van hun verweer zal hierna voor zover nodig nader worden omschreven.

4. De beoordeling

4.1 Het spoedeisend belang vloeit voldoende voort uit de stellingen van eisers.

4.2 Partijen zijn het er over eens dat de gelegde beslagen van 6 en 8 juni 2011 van rechtswege zijn vervallen vanwege het niet tijdig instellen van de hoofdzaak. Dit neemt niet weg dat een beslaglegger alle (administratieve) handelingen moet verrichten die noodzakelijk zijn voor het daadwerkelijk vervallen van de beslagen, opdat het voor de derden beslagene, het kadaster en de bewaarder, duidelijk is dat deze zijn vervallen. Vast staat dat gedaagden dat niet hebben gedaan. De voorzieningenrechter zal de vordering tot opheffing van eisers derhalve beschouwen als mede omvattende het afwikkelen van de vervallen beslagen. Deze vordering zal, met inbegrip van de vordering tot afgifte van de auto, worden toegewezen. De gevorderde dwangsom zal worden gemaximeerd tot een bedrag van € 100.000,--.

4.3 Nu summierlijk niet is gebleken dat gedaagden geen vordering hebben op eisers waarvoor geen nieuw beslag zou mogen worden gelegd, zal het gevorderde verbod om in de toekomst ten laste van eisers beslag te leggen worden afgewezen. Van de zijde van gedaagden is ter zitting verklaard dat er naar aanleiding van een opnieuw door de voorzieningenrechter van de rechtbank Dordrecht op 22 augustus 2012 verleend verlof nieuwe beslagen zullen worden gelegd. Ter zitting is evenwel niet duidelijk geworden of deze beslagen reeds zijn gelegd en hiertegen is door eisers overigens ook geen vordering ingesteld, zo dat al zou kunnen.

4.4 Voor wat betreft de vordering tot nakoming van de vaststellingsovereenkomst is voor toewijzing in kort geding vereist dat in hoge mate waarschijnlijk is dat de bodemrechter de betreffende nakoming zal toewijzen. De door eisers gestelde overeenstemming, die door gedaagden is weersproken, kan niet uit de overgelegde vaststellingsovereenkomst worden afgeleid aangezien deze niet door partijen is ondertekend. Voorts is gebleken dat eisers eerst op 5 juli 2012 aan gedaagden kenbaar hebben gemaakt akkoord te zijn met de ontvangen vaststellingsovereenkomst van 12 januari 2012. Het is de voorzieningenrechter niet bekend wat er in de tussenliggende periode (12 januari 2012 tot 5 juli 2012) is gebeurd, zodat er thans niet van kan worden uitgegaan dat gedaagden akkoord zijn met de inhoud van die vaststellingsovereenkomst. Nu hiertoe vermoedelijk bewijs zal moeten worden geleverd maar bovendien omdat de in die vaststellingsovereenkomst vermelde partijen niet allen partij zijn in deze kort gedingprocedure, zal de vordering tot nakoming van de vaststellingsovereenkomst worden afgewezen.

4.5 De gevorderde uitvoerbaarverklaring op de minuut zal worden afgewezen, nu eisers voor wie terstond na deze uitspraak de grosse daarvan beschikbaar zal zijn, daarbij geen belang hebben. Dit vonnis zal evenmin, zoals gevorderd, uitvoerbaar worden verklaard op alle dagen en uren, nu eisers ter zake de noodzaak daarvan niets hebben gesteld.

4.6 Gedaagden zullen in de kosten van de procedure worden veroordeeld omdat gedaagden vòòr het uitbrengen van de dagvaarding geen maatregelen hebben genomen om de vervallen beslagen ook administratief op te heffen. Dat het gevorderde verbod voor het opnieuw leggen van beslagen en de gevorderde nakoming van de genoemde vaststellingsovereenkomst worden afgewezen leidt niet tot een andere beslissing hieromtrent.

De proceskosten worden begroot op:

- dagvaarding € 90,64

- griffierecht € 575,00

- salaris advocaat € 816,00

Totaal €1481,64 vermeerderd met de wettelijke rente hierover vanaf 8 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag der algehele voldoening.

5. De beslissing in kort geding

De voorzieningenrechter:

gebiedt gedaagden om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis op eigen kosten die handelingen te verrichten die noodzakelijk zijn voor het daadwerkelijk vervallen van de op 6 juni 2011 en op 8 juni 2011 gelegde beslagen (zoals onder punt 10 van de dagvaarding is omschreven), en daarbij tevens de auto (zoals onder punt 10 van de dagvaarding is omschreven) in ordentelijke en bruikbare staat af te geven aan eisers, alles op straffe van een dwangsom van € 10.000,-- voor iedere dag dat gedaagden in gebreke blijven aan deze veroordeling te voldoen, zulks met een maximum van € 100.000,--;

veroordeelt gedaagden in de kosten van de procedure, tot op heden aan de zijde van eisers begroot op € 1.481,64 vermeerderd met de wettelijke rente hierover te rekenen vanaf 8 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag der algehele voldoening.;

wijst af het meer of anders gevorderde;

verklaart dit vonnis, uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.D. Rentema en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 september 2012 in aanwezigheid van de griffier.