Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2012:BX5839

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
05-09-2012
Datum publicatie
05-09-2012
Zaaknummer
96899 / FA RK 12-7287 en 97778 / FA RK 12-7695
Rechtsgebieden
Civiel recht
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

huwelijksgemeenschap verdeling

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

Sector civiel recht

zaaknummer: 96899 / FA RK 12-7287 en 97778 / FA RK 12-7695

beschikking van de enkelvoudige kamer van 5 september 2012

in de zaak van

[Verzoeker],

wonende te [adres],

verzoeker,

advocaat mr. N. Plaisier,

tegen

[Verweerster],

wonende te [adres],

verweerster,

advocaat mr. S.D.M. Duijsings- Mahangi.

Partijen worden hieronder aangeduid als de man respectievelijk de vrouw.

1. Het verdere procesverloop

1.1. De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende processtukken:

- de tussenbeschikking van deze rechtbank van 16 mei 2012 en de daarin genoemde stukken;

- de brief van de man, met bijlagen, ingekomen ter griffie op 20 juli 2012;

- het verweerschrift van de vrouw inzake zelfstandige verzoeken tevens houdende wijziging zelfstandige verzoeken, ingekomen ter griffie op 23 juli 2012.

1.2. De mondelinge behandeling van deze zaak heeft plaatsgevonden op de terechtzitting met gesloten deuren van 6 augustus 2012. Ter terechtzitting zijn verschenen:

- de man, bijgestaan door zijn advocaat;

- de advocaat van de vrouw.

2. Het geschil en de verdere beoordeling

2.1. De echtscheiding tussen partijen is uitgesproken in voormelde tussenbeschikking. Partijen verklaarden desgevraagd ter zitting dat de echtscheidingsbeschikking op 26 juni 2012 is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. In geschil zijn nog de volgende verzoeken:

-huurrecht

-partneralimentatie

-verdeling huwelijksgemeenschap

-pensioenverevening.

2.2. huurrecht

Standpunt man

De man verzoekt het huurrecht van de voormalige echtelijke woning aan hem toe te wijzen.

Standpunt vrouw

De vrouw verzoekt het huurrecht van de voormalige echtelijke woning aan haar toe te wijzen.

Oordeel rechtbank

De vrouw heeft haar verzoek om het huurrecht toegewezen te krijgen ingetrokken. De rechtbank zal daarom beslissen zoals de man voorstaat.

2.3. partneralimentatie

Oordeel rechtbank

De vrouw heeft eerst een verzoek om partneralimentatie gedaan. Vervolgens heeft de vrouw dit verzoek ingetrokken. De rechtbank zal dientengevolge geen beslissing nemen over partneralimentatie.

2.4. verdeling huwelijksgemeenschap

Oordeel rechtbank

Beide partijen verzoeken vaststelling van de verdeling van de huwelijksgemeenschap. Op hun stellingen en weren wordt, voor zover nodig, ingegaan per onderdeel van de huwelijksgemeenschap.

Het verzoekschrift tot echtscheiding is ingediend na 31 december 2011. Dientengevolge zijn de huwelijksvermogensrechtelijke bepalingen zoals gewijzigd per 1 januari 2012 van toepassing. In beginsel geldt als datum voor de bepaling van de omvang van de huwelijksgemeenschap de datum van indiening van het verzoekschrift, 16 februari 2012, tenzij partijen anders zijn overeen gekomen.

Partijen waren gehuwd in gemeenschap van goederen. Beide partijen hebben, als deelgenoten, recht op de helft van de (waarde van de) huwelijksgoederengemeenschap.

Indien de deelgenoten in een gemeenschap geen overeenstemming over de verdeling van een gemeenschap kunnen bereiken kan de rechter de verdeling daarvan op de voet van art. 3:185 lid 1 BW vaststellen. Daarbij dient, zoals in dat artikel is bepaald, naar billijkheid rekening te worden gehouden met de belangen van partijen en het algemeen belang. De rechter die de verdeling vaststelt, geniet een mate van vrijheid en is niet gebonden aan hetgeen partijen over en weer hebben gevorderd en hij behoeft niet expliciet in te gaan op hetgeen partijen aanvoeren. (HR 17 april 1998, NJ 1999, 550).

schulden ABN AMRO bankrekening nummer 46.53.05.849 + Prime Line + SSCC Alblasserdam

De rechtbank zal beslissen zoals partijen voorstaan, met dien verstande dat de schulden niet zullen worden “verdeeld,” maar “toegerekend.” Slechts een goed kan worden toegedeeld en een schuld is geen goed.

“andere schulden”

De rechtbank wijst het verzoek van de man af om te bepalen dat de vrouw ook de “andere schulden” op zich neemt. De stelling van de man dat de vrouw dit zou hebben toegezegd in haar (ongedateerde) brief die de man stelt te hebben ontvangen op 22 december 2011, is feitelijk onjuist. De vrouw heeft slechts verklaard bereid te zijn wat kleine schulden met betrekking tot de afwikkeling van het staken van haar onderneming op zich te nemen, hetgeen zij gedaan heeft.

schuld Interim Justitia (Vodafone) € 226,43 per 2 maart 2012

De vrouw is de schuld aangegaan na het feitelijk uiteengaan van partijen, maar voorafgaand aan de peildatum. Partijen zijn in beginsel ieder voor de helft draagplichtig voor de gemeenschapsschulden. Een afwijking daarvan is niet geheel uitgesloten, maar kan slechts in zeer uitzonderlijke gevallen worden aangenomen, namelijk indien een draagplicht bij helfte naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Het enkele feit dat een verdeling van de draagplicht bij helfte niet redelijk is, is derhalve onvoldoende. Het verweer van de man dat hij de schuld niet kent en dat de vrouw eerder een bijstandsuitkering had kunnen en moeten aanvragen, zijn omstandigheden die niet van dien aard zijn dat de redelijkheid en billijkheid meebrengen dat deze schuld geheel gedragen dient te worden door de vrouw.

Daarom zal ook de man de helft van de schuld moeten dragen. Als de schuld op de peildatum 16 februari 2012 een ander bedrag was dan op 2 maart 2012 dan geldt dit eerste bedrag, nu partijen hierover niets anders zijn overeengekomen.

schuld NID Incasso (Neckermann) € 1.465,- op 10 februari 2012

Onweersproken is het verweer van de vrouw dat uit de door de man overgelegde bankrekeningafschriften blijkt dat de schuld al was aangegaan toen partijen nog samenwoonden. Bij gebreke van een deugdelijke nadere onderbouwing door de man tegenover het gemotiveerde verweer van de vrouw, staat vast dat de schuld dateert uit de periode van samenwoning.

Geen van partijen kan zich herinneren welk goed is aangeschaft bij Neckermann met het geleende geld ten aanzien waarvan de onderhavige schuld openstaat. Dientengevolge zal niet bepaald worden dat de man de helft van de waarde toekomt van hetgeen bij Neckermann is gekocht. Het is niet bekend óf het goed nog bestaat, noch wat daarvan dan de waarde is, noch dat de vrouw degene is die het goed onder zich heeft, noch dat de man anders onderbedeeld zou worden met de verdeling van de inboedel.

Als de schuld op de peildatum 16 februari 2012 een ander bedrag was dan op 10 februari 2012 dan geldt dit eerste bedrag, nu partijen hierover niets anders zijn overeengekomen.

schuld van de vrouw aan Trias € 883,-

De vrouw is de schuld aangegaan na het feitelijk uiteengaan van partijen maar -deels- voor de peildatum. Daarom zal ook de man de helft van de schuld moeten dragen, voor zover althans opgekomen voorafgaand aan de peildatum. Het verweer van de man dat hij de schuld niet kent en dat de vrouw eerder een bijstandsuitkering had kunnen aanvragen doet aan dit oordeel niet af. De rechtbank verwijst daartoe naar hetgeen reeds is overwogen met betrekking tot de schuld bij Interim Justitia (Vodafone).

De facturen over de periode tot aan de peildatum van 16 februari 2012 zijn de volgende:

€ 142,75 + € 143,25 + € 143,25 + € 151,25 + € 83,45 (16/29 van de factuur over februari 2012 ad € 151,25).

Samen is dit € 663,95. Dit bedrag zal bij helfte aan beide partijen worden toegerekend. Het meerdere zal de vrouw zelf hebben te dragen, als betrekking hebbend op de periode na de peildatum.

schulden belastingdienst € 92,- en € 138,-

De schulden dateren van voor de peildatum zodat ook de man de helft daarvan moet dragen.

Het verweer van de man dat sprake is van slechts één schuld, faalt. De vrouw legt twee aparte aanslagen over van de belastingdienst, met daarop twee (iets) afwijkende aanslagnummers. Bovendien hebben de beide aanslagen dezelfde datum, hetgeen er evenmin op wijst dat het om dezelfde schuld gaat.

inboedel

De rechtbank zal beslissen zoals partijen ter zitting zijn overeengekomen.

opname vrouw € 32.786,69 van bankrekening nummer 46.53.05.849

De man stelt dat de vrouw na het uiteengaan van partijen diverse bedragen heeft opgenomen met een gezamenlijk beloop van € 32.786,69, waarvan € 13.704,88 is aangewend voor de café/bar New Eclips van de vrouw. De man stelt dat de vrouw de € 13.704,88 aan hem moet terugbetalen en dat het restant bij helfte moet worden “verdeeld”. De man beroept zich hierbij op een aantal overgelegde bankafschriften.

De vrouw wijst er op dat zij niet alleen gelden heeft opgenomen, maar dat zij ook bedragen van wezenlijke omvang heeft teruggestort op deze rekening. Dit blijkt inderdaad uit de overgelegde bankafschriften en wordt overigens ook niet door de man weersproken.

De vordering van de man zal worden afgewezen. Een relevant deel van de overgelegde bankafschriften zien op de periode van voor het uiteengaan van partijen, die in de tijd teruggaan tot september 2010. Niet valt in te zien waarom de man bij de vrouw deze kosten uit die periode in rekening mag brengen.

Voor de periode na het uiteengaan van partijen is het oordeel niet anders. Of in deze periode geldopnames zijn gedaan is in beginsel niet relevant. Bepalend is in beginsel het saldo van deze bankrekening op de peildatum, 16 februari 2012. Daarover heeft de rechtbank eerder in deze beschikking al geoordeeld. De vrouw genoot na het uiteengaan van partijen geen inkomen. Als juist is de stelling van de man dat de vrouw in aanmerking kwam voor een bijstandsuitkering, dan betekent dat nog niet dat zij schadeplichtig is geworden jegens de man omdat zij geleefd heeft van geld behorende tot de huwelijksgemeenschap

2.5. pensioenverevening

Standpunt vrouw

De vrouw verzoekt te bepalen dat verevening van het pensioen van de man zal plaatsvinden overeenkomst de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding.

Standpunt man

De man stemt in met het verzoek van de vrouw.

Oordeel rechtbank

Het verzoek van de vrouw is gegrond op de wet en zal worden toegewezen.

2.6. de proceskosten

De proceskosten tussen partijen (ex-echtelieden) zullen worden gecompenseerd.

5. De beslissing

De rechtbank

2.7. wijst het huurrecht van de woonruimte aan de [adres] aan de man toe;

2.8. stelt de verdeling van de tussen partijen bestaande gemeenschap als volgt vast respectievelijk gelast de volgende wijze van verdeling:

-rekent de schuld ter zake van de ABN AMRO bankrekening nummer 46.53.05.849

ad € 5.055,16 op de door partijen overeengekomen peildatum van 11 september 2011, voor de helft aan de man toe en voor de andere helft aan de vrouw;

-rekent de schuld aan Prime-Line ad € 6.642,48 zoals deze bedroeg op de datum van indiening van het verzoekschrift, voor de helft aan de man toe en voor de andere helft aan de vrouw;

-rekent de schuld aan SSCC Alblasserdam op de door partijen overeengekomen peildatum van 2 maart 2011 ad € 3.255,98, voor de helft aan de man toe en voor de andere helft aan de vrouw;

-rekent de schuld aan Interim Justitia (Vodafone) ad € 226,43 voor de helft aan de man toe en voor de andere helft aan de vrouw, tenzij de schuld op 16 februari 2012 hoger of lager was en rekent in dat geval de helft van de omvang van de schuld op 16 februari 2012 voor de helft aan de man toe en voor de andere helft aan de vrouw;

-rekent de schuld aan NID Incasso (Neckermann) ad € 1.465,- voor de helft aan de man toe en voor de andere helft aan de vrouw, tenzij de schuld op 16 februari 2012 hoger of lager was en rekent in dat geval de helft van de omvang van de schuld op 16 februari 2012 voor de helft aan de man toe en voor de andere helft aan de vrouw;

-rekent de schuld aan schuld van de vrouw aan Trias tot 16 februari 2012 ad € 663,95 voor de helft aan de man toe en voor de andere helft aan de vrouw;

-rekent de schulden aan de belastingdienst van € 92,- en € 138,- voor de helft aan de man toe en voor de andere helft aan de vrouw;

-gelast de man tot afgifte aan de vrouw van de navolgende goederen:

kast (gekocht van geld van oma moederszijde van de vrouw)

theemeubel (erfstuk moeder van de vrouw)

6/8 hoekige tafel (gekocht van geld oma vaderszijde van de vrouw)

stoeltje met riet (gekocht van geld oma vaderszijde van de vrouw

koperen kastanjepan (brarosseriepan, gekocht van geld oma vaderszijde van de vrouw)

café-stoel (erfstuk moeder van de vrouw)

glasservies “Bloempoot” (geschenk zus & zwager van de vrouw)

weegschaal oud (erfstuk moeder van de vrouw)

koperen lijsten met foto’s van ouders (erfstuk moeder van de vrouw).

het kersthuis, in een doos die door de jongste zoon van partijen is gemaakt

door zoon gemaakte dekenkist

wol & patroonboeken

lappen stof & patroonboeken

naaigerei

bankafschriften van rekeningnummer 46.53.05.849 en overige persoonsgerelateerde documentatie

kinderfoto’s van de vrouw zelf en van de kinderen van partijen

persoonlijke eigendommen van de vrouw

de begrafenispolis en bijbehorende documentatie van de vrouw;

-ten aanzien van het restant van de -door partijen niet volledig benoemde- inboedel: deelt aan de man toe hetgeen de man thans in zijn bezit heeft en deelt aan de vrouw toe hetgeen de vrouw thans in haar bezit heeft en verstaat dat partijen ten aanzien van de verdeling van de inboedel voor het overige, over en weer, niets meer van elkaar hebben te vorderen;

2.9. bepaalt dat de vrouw recht heeft op pensioenverevening overeenkomstig de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding;

2.10. verklaart deze beschikking zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad;

2.11. compenseert de proceskosten zodat ieder van partijen de eigen proceskosten draagt;

2.12. wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. V.L.M. Pabst-Thissen en ondertekend en uitgesproken op de openbare terechtzitting van woensdag 5 september 2012 door mr. A Eerdhuijzen.