Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2012:BX4815

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
11-07-2012
Datum publicatie
16-08-2012
Zaaknummer
92754 / FA RK 11-7771
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening+bodemzaak
Inhoudsindicatie

Bij tussenbeschikking in deze zaak is een DNA-onderzoek bevolen. In afwachting van het resultaat van het deskundigenbericht is iedere beslissing waaronder het verzoek tot vaststelling van kinderalimentatie aangehouden.

Op grond van de uitslag van het rapport van het verwantschapsonderzoek kan worden vastgesteld dat de man met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid de verwekker en biologische vader is van het kind.

De rechtbank is van oordeel dat de man zijn stellingen onvoldoende met in rechte verifieerbare stukken heeft onderbouwd. Mede gelet op de betwisting van de vrouw had het op de weg van de man gelegen om zijn gemis aan draagkracht aan te tonen.

De door de man overgelegde stukken verschaffen onvoldoende inzicht in de financiële situatie van de man in de afgelopen jaren en thans. Op grond van de voorliggende stukken kan de draagkracht van de man niet worden beoordeeld. Dit komt voor rekening en risico van de man.

De man heeft niet aangetoond dat hij niet in staat is om de door de vrouw verzochte bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van € 250,-- per maand ten behoeve van kind te betalen. De rechtbank zal deze bijdrage overeenkomstig het verzoek van de vrouw vaststellen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

Sector civiel recht

zaaknummer: 92754 / FA RK 11-7771

beschikking van de enkelvoudige kamer van 11 juli 2012

in de zaak van

[vrouw]

wonende te [adres],

verzoekster,

advocaat mr. S. Kandemir, kantoorhoudende te Dordrecht,

tegen

[man]

wonende te [adres],

verweerder,

advocaat mr. R.M. Prins, kantoorhoudende te Rotterdam.

Partijen worden hieronder aangeduid als de vrouw respectievelijk de man.

1. Het verdere procesverloop

1.1. Bij tussenbeschikking van deze rechtbank van 14 december 2011 is een DNA-onderzoek bevolen ter beantwoording van de vraag of [man] de verwekker kan zijn van [kind], geboren op [datum] te Amsterdam. Tot deskundige is benoemd Verilabs Nederland BV te Leiden. In afwachting van het deskundigenbericht is iedere beslissing aangehouden.

1.2. Het rapport met de uitslag over het verwantschapsonderzoek van Verilabs Nederland BV is op 22 februari 2012 bij de griffie van deze rechtbank binnengekomen.

1.3. Bij F9-formulier, ingekomen ter griffie op 7 maart 2012, heeft de advocaat van de vrouw bericht dat de vrouw met de inhoud van het rapport van Verilabs kan instemmen. De vrouw verzoekt de zaak verder op de stukken af te doen en het verzoek betreffende kinderalimentatie toe te wijzen.

1.4. Bij faxbericht, ingekomen ter griffie op 8 maart 2012, heeft de advocaat van de man verzocht om een afschrift van het rapport van Verilabs. Voorts heeft de advocaat van de man bericht dat de man verweer zal voeren tegen de kinderalimentatie.

1.5. Bij beschikking van deze rechtbank van 21 maart 2012 is de schadeloosstelling en het loon van de deskundige op € 900,-- begroot.

1.6. Bij F9-formulier zijn er namens de vrouw stukken van de vrouw overgelegd, ingekomen ter griffie op 18 april 2012.

1.7. Bij faxbericht, met bijlagen, heeft de advocaat van de man stukken van de man overgelegd, ingekomen ter griffie op 19 april 2012.

1.8. De mondelinge behandeling van deze zaak heeft plaatsgevonden op de terechtzitting met gesloten deuren van 23 april 2012.

1.9. Ter terechtzitting zijn verschenen:

- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;

- de man, bijgestaan door zijn advocaat.

2. De beoordeling

2.1. De verwekker en biologische vader

2.1.1. Op grond van de uitslag van het rapport van het verwantschapsonderzoek d.d.

17 februari 2012 kan worden vastgesteld dat de man met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid de verwekker en biologische vader is van [kind].

2.1.2. Partijen zijn het er over eens dat de kosten van het verwantschapsonderzoek ad

€ 900,-- voor rekening van de man (als de in het ongelijk gestelde partij) komen. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen.

2.1.3. De verwekker van [kind] (die alleen een moeder heeft) is als ware hij ouder verplicht tot het voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van het kind.

2.2. De behoefte van [kind]

2.2.1. De behoefte van het kind aan alimentatie is onweersproken gebleven en staat derhalve tussen partijen vast.

2.3. De financiële omstandigheden van de man

2.3.1. De man stelt geen inkomsten te hebben om een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [kind] te kunnen voldoen.

2.3.2. Hij stelt daarover het volgende, zoals hieronder is weergegeven.

De man heeft in 2010 korte tijd een onderneming gevoerd; een haarwinkel in Beverwijk.

Na een inbraak in deze winkel had de man geen financiële middelen om de onderneming voort te zetten. De man heeft zijn ondernemingsactiviteiten gestaakt.

De man stelt dat hij niet voor een uitkering in aanmerking komt omdat hij in het bezit is van de Surinaamse nationaliteit.

Tot maart 2011 heeft de man een relatie gehad. Tijdens deze relatie voorzag de partner van de man in zijn levensonderhoud.

Thans ontvangt de man leefgeld van familie en vrienden.

De man heeft vijf andere kinderen erkend (respectievelijk in de leeftijd van thans veertien, elf, tien, anderhalf en één jaar oud). Hij heeft ook geen draagkracht om voor deze kinderen kinderalimentatie te betalen. Wel wordt er een beroep op de man gedaan als oppasser voor deze vijf kinderen.

2.3.3. Ter onderbouwing van zijn financiële omstandigheden heeft de man stukken overgelegd betreffende:

- een afschrift van een bestuursrechtelijke premie van het Centraal Justitieel Incassobureau d.d. 13 april 2012 omdat het College voor zorgverzekeringen de man als wanbetaler heeft aangemeld. De premie bedraagt € 154,-- per maand;

- een afschrift van een beschikking van een openstaande schuld van de Sociale Verzekeringsbank d.d. 16 mei 2011. Het betreft nog te betalen inkomstenbelasting en/of premie volksverzekeringen over de periode van 1 januari 2002 tot en met

31 december 2002. De openstaande schuld bedraagt € 6.982,--;

- een afschrift van een beschikking van een openstaande schuld van de Sociale Verzekeringsbank d.d. 16 mei 2011. Het betreft nog te betalen inkomstenbelasting en/of premie volksverzekering over de periode van 1 januari 2006 tot en met

31 december 2006. De openstaande schuld bedraagt € 4.376,--;

- een afschrift van een fiscaal rapport 2010 ten behoeve van de man.

2.3.4. De vrouw stelt zich op het standpunt dat de man zijn stellingen onvoldoende

onderbouwt en dat zodoende moet worden aangenomen dat hij verdiencapaciteit heeft ter hoogte van het minimumloon en zodoende in staat is de verzochte bijdrage te voldoen. De overgelegde stukken zijn gedateerd en onvoldoende ter onderbouwing.

2.3.5. De rechtbank is van oordeel dat de man zijn stellingen onvoldoende met in rechte verifieerbare stukken heeft onderbouwd. Mede gelet op de betwisting van de vrouw had het op de weg van de man gelegen om zijn gemis aan draagkracht aan te tonen.

De door de man overgelegde stukken zoals deze hierboven onder punt 2.3.3. zijn vermeld verschaffen onvoldoende inzicht in de financiële situatie van de man in de afgelopen jaren en thans. Op grond van de voorliggende stukken kan de draagkracht van de man niet worden beoordeeld. Dit komt voor rekening en risico van de man.

2.3.6. Nu de man heeft nagelaten relevante en recente gegevens ter onderbouwing van zijn financiële positie over te leggen, is door hem niet aangetoond dat hij niet in staat is om de door de vrouw verzochte bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van € 250,-- per maand ten behoeve van [kind] te betalen. De rechtbank zal deze bijdrage overeenkomstig het verzoek van de vrouw vaststellen.

2.3.7. Op deze alimentatie is van rechtswege de wettelijke indexering van toepassing.

2.4. De ingangsdatum

2.4.1. De door de vrouw verzochte ingangsdatum, 1 februari 2011, is door de man niet weersproken. Als ingangsdatum van de onderhoudsverplichting zal 1 februari 2011 worden gehanteerd.

2.5. De proceskosten

2.5.1. De rechtbank zal de proceskosten, voor zover deze niet de deskundigenkosten betreffen, tussen partijen compenseren.

3. De beslissing

De rechtbank:

3.1. veroordeelt de man in de kosten van het door Verilabs Nederland BV verrichte verwantschapsonderzoek ten bedrage van € 900,-- en bepaalt dat de man voornoemd bedrag zal betalen door overmaking op bankrekeningnummer 56.99.90.602 Royal Bank of Scotland tnv MvJ Arrondissement Dordrecht (538), onder vermelding van zaaknummer

92754 / FA RK 11-7771;

3.2. bepaalt dat de man, met ingang van 1 februari 2011, ten behoeve van [kind] [naam], geboren op [datum] te Amsterdam, aan de vrouw een alimentatie zal betalen van € 250,-- (tweehonderdvijftig euro) per maand, wat de na heden te verschijnen termijnen betreft, bij vooruitbetaling te voldoen;

3.3. compenseert de proceskosten, voor zover deze niet de kosten van de deskundige betreffen, zodat ieder van partijen de eigen proceskosten draagt;

3.4. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. K. Bakker, rechter, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van woensdag 11 juli 2012.