Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2012:BX2616

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
13-07-2012
Datum publicatie
25-07-2012
Zaaknummer
302683 VV 12-13
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Voorshands oordeel over ontslag op staande voet na overtreding geheimhoudingsverplichting.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2012-0698
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

Sector kanton

Locatie Dordrecht

kenmerk: 302683 VV 12-13

vonnis in kort geding van de kantonrechter te Dordrecht van 13 juli 2012

in de zaak van:

[eiser],

wonende te [plaatsnaam],

eiser,

gemachtigde mr. A. Bosveld,

tegen:

het rechtspersoonlijkheid bezittende bestuursorgaan

Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV),

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

gemachtigde mr. S.M. van der Meer.

Partijen worden hierna aangeduid als [eiser] en het UWV.

Verloop van de procedure

De kantonrechter beslist op de volgende processtukken:

1. de dagvaarding;

2. de producties van [eiser] bij brief van 2 juli 2012 en de fax d.d. 5 juli 2012;

3. de productie van het UWV bij de fax d.d. 5 juli 2012;

4. de aantekening van de griffier dat de mondeling behandeling is gehouden op

6 juli 2012;

5. de pleitnota van de zijde van het UWV en

6. de notitie Persoonlijke inbreng van [eiser].

Omschrijving van het geschil

1. De feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende weersproken, alsmede op grond

van de inhoud van de overgelegde producties, voorzover niet betwist, staat het volgende tussen

partijen vast.

1.1. [eiser], geboren op [geboortedatum], is op 31 oktober 1994 bij het UWV in dienst getreden. Hij bekleedde laatstelijk de functie van consulent/werkcoach tegen een salaris van € 2.784,12 bruto per maand exclusief vakantiegeld.

1. 2. Op de arbeidsverhouding is de CAO UWV (hierna te noemen: de CAO, overgelegd als productie 10 bij dagvaarding) van toepassing. Artikel 2.2 lid 6 van de CAO bepaalt: “De medewerker is verplicht tot geheimhouding ten aanzien van alle zaken waarover hem geheimhouding is opgelegd, of waarvan hij het vertrouwelijke karakter moet begrijpen.”

Daarnaast is artikel 74 lid 1 van de Wet Suwi (Wet Structuur Uitvoeringsorganisatie Werk en Inkomen) van toepassing. Deze bepaling luidt:”Artikel 74. Geheimhoudingsplicht 1. Het is een ieder verboden hetgeen hem uit of in verband met enige werkzaamheid bij de uitvoering van deze wet over de persoon of zaken van een ander blijkt of wordt meegedeeld, verder bekend te maken dan voor de uitvoering van deze wet noodzakelijk is dan wel op grond van deze wet is voorgeschreven of toegestaan.”

Ook de UWV gedragscode is van toepassing, hierna te noemen: de gedragscode (door partijen ook wel aangeduid als “Het blauwe boekje” of “Afspraken en spelregels voor integer gedrag bij UWV”, door [eiser] overgelegd als productie 9 bij dagvaarding).

In de gedragscode is vermeld:

Geheimhouding

Klanten van UWV moeten erop kunnen rekenen dat UWV zorgvuldig met hun gegevens omgaat, want de informatie kan uiterst gevoelig en persoonlijk zijn en is, zoals je kunt begrijpen, vertrouwelijk. Als medewerker van UWV heb je daarom een strikte geheimhoudingsplicht, zoals ook wettelijk en in de CAO vastgelegd. Je zorgt altijd – maar dan ook altijd – voor adequate privacybescherming (…).

Je geheimhoudingsplicht geldt binnen en buiten UWV (…)

Vertrouwelijke informatie

Alle informatie waarmee bij UWV wordt gewerkt, is in principe vertrouwelijk. Laat informatie daarom niet rondslingeren, berg informatie goed op achter slot en grendel en zorg ervoor dat anderen deze niet kunnen inzien. (…)

Informatie uit UWV-systemen bekijk je uiteraard alleen als dit voor je werk noodzakelijk is en mag je nooit voor privédoeleinden gebruiken. (…)

Sancties

Een medewerker die de regels overtreedt, kan erop rekenen dat UWV dit hoog opneemt. Het kan leiden tot diverse sancties, variërend van een waarschuwing tot ontslag op staande voet, zelfs als er sprake is van een langdurig dienstverband en een goede staat van dienst.”

1.3. UWV hanteert een sanctieprotocol (productie 8 bij dagvaarding) waarin is vermeld (bladzijde 3, onder f):

“De zwaarste arbeidsrechtelijke sanctie is ontslag op staande voet. Die sanctie wordt toegepast ingeval van daden, eigenschappen of gedragingen van een medewerker die tot gevolg hebben dat van de werkgever redelijkerwijze niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. In de wet worden voorbeelden genoemd van gevallen van mogelijk ontslag op staande voet, zoals (…) schending van de geheimhoudingsplicht (…). Ontslag op staande voet komt in elk geval aan de orde in de volgende gevallen:

“1. Bij UWV zal misbruik van gegevens uit de SV-bestanden leiden tot ontslag op staande voet. Werkgevers en werknemers zijn wettelijk verplicht hun gegevens aan UWV te verstrekken met het oog op de utvoering van SV-verplichting. Zij moeten erop kunnen rekenen, dat hun gegevens ook alleen voor dat doel worden gebruikt. Onjuist gebruik van die gegevens is daarom onaanvaardbaar.”

Artikel 4 van het sanctieprotocol bepaalt:

“Behalve de ernst van de schending van de integriteit zijn ook andere omstandigheden van belang voor het bepalen van de sanctie. Omstandigheden waarmee rekening kan worden gehouden zijn o.m. zelf melden van de schending, langdurig dienstverband, staat van dienst, recidive/voorafgaande waarschuwing, leidinggevende functie/misbruik van gezag en liegen over het gedrag/verdraaien van de situatie.”

1.4. Op 17 april 2012 heeft een cliënte van [eiser], die hij bijstond als werkcoach, (hierna te noemen: [cliënte van eiser]), een klacht ingediend. De klacht houdt – samengevat – in dat zij het vertrouwen in [eiser] is verloren nadat haar is gebleken dat de broer van [eiser] een onderneming is gestart gelijksoortig aan de onderneming die zij zelf heeft gestart. De broer van [eiser] heeft daarbij teksten van [cliënte van eiser] overgenomen (van haar website en van haar ondernemingsplan).

1.5. Op 10 mei 2012 is [eiser] geschorst en heeft UWV aan Bureau Integriteit verzocht een onderzoek in te stellen.

1.6. [eiser] heeft het ondernemingsplan van [cliënte van eiser] aan zijn broer gegeven. Het ondernemingsplan bevatte persoonlijke gegevens en onder meer kostenplaatjes en risico’s. Het ondernemingplan was door [eiser] geanonimiseerd, maar de vermelding van de bedrijfsnaam had hij laten staan.

1.7. Bij brief van 15 mei 2012 heeft UWV [eiser], na advies van Bureau Integriteit, op staande voet ontslagen. In deze brief is onder meer vermeld:

“Reden voor dit ontslag is dat u zich schuldig hebt gemaakt aan een ernstige schending van integriteit. UWV heeft geconstateerd dat u vertrouwelijke gegevens van een cliënt aan derden heeft doorgespeeld. Zo heeft u het ondernemingsplan van een cliënt, die dit plan verplicht heeft moeten overleggen teneinde sollicitatievrijstelling te krijgen in het kader van de WW, aan uw broer doorgespeeld. Vervolgens heeft uw broer dit plan gebruikt om een nagenoeg identieke onderneming te starten (zelfde woordkeuzes, dienstaanbod, doelgroepen, algemene leveringsvoorwaarden, persoonlijke missie, logo, etc.). Daarnaast heeft u nog vertrouwelijke gegevens van de cliënt in kwestie doorgespeeld, waaronder diens NAW gegevens. U bent in het kader van wederhoor geconfronteerd met bovenstaande. U heeft vervolgens toegegeven dat u uw broer een papieren versie van het ondernemingsplan van de bewuste cliënt heeft verstrekt. U heeft verklaard dat het niet uw intentie was de betrokken cliënt schade te berokkenen, doch dat u alleen uw broer wilde helpen in een lastige privé periode. U heeft verklaard dat u wist dat vertrouwelijke gegevens die u uit hoofde van uw werk bij UWV bekend zijn, nimmer voor privé doeleinden mogen worden gebruikt.

Doordat u in strijd met de bij u bekende regels en voorschriften, bewust vertrouwelijke informatie van een cliënt van UWV aan derden heeft verstrekt, heeft UWV alle vertrouwen in u als medewerker verloren. UWV heeft hierbij alle omstandigheden van dit geval gewogen, waaronder uw persoonlijke situatie en verklaring, doch deze hebben de balans van een wederzijdse belangenafweging niet in uw voordeel kunnen doen doorslaan. Daarvoor is de aard en de ernst van de door u gepleegde integriteitschending doorslaggevend geweest.”

2. De vordering

2.1 [eiser] vordert bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, dat UWV wordt veroordeeld om:

I. [eiser] te werk te stellen in zijn functie van werkcoach binnen drie dagen na betekening van het daartoe veroordelend vonnis, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,- per dag voor iedere dag of deel daarvan dat gedaagde nalaat aan deze veroordeling te voldoen;

en tevens

Primair

II. aan [eiser] te voldoen het loon ad € 2.784,12 bruto per maand te rekenen vanaf 15 mei 2012 tot de dag dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig beëindigd zal zijn;

III. aan [eiser] te voldoen de wettelijke verhoging over het sub I gevorderde conform het bepaalde in artikel 7:625 BW;

Subsidiair

IV. aan [eiser] te voldoen de somma van € 13.692,73 bruto ter zake van gefixeerde schadevergoeding.

Met veroordeling van UWV in de kosten van het geding.

2.2. [eiser] stelt ter onderbouwing van zijn vordering – kort samengevat – het volgende. Er is geen dringende reden voor ontslag op staande voet. Hij ontkent dat hij wist dat hij vertrouwelijke gegevens die hem uit hoofde van zijn werk bij UWV bekend zijn, nimmer voor privé-doeleinden mag gebruiken, althans dat hij wist of moest begrijpen dat het ondernemingsplan van [cliënte van eiser] onder bedoelde vertrouwelijke gegevens valt. Op het punt van de geheimhouding zijn [eiser] geen bijzondere door UWV gestelde regels of voorschriften bekend. Hij ontkent dat hij in strijd met de hem bekende regels en voorschriften bewust vertrouwelijke gegevens aan een derde heeft verstrekt. Met het oog op alle omstandigheden van het geval is ontslag op staande voet een te zware sanctie.

3. Het verweer

3.1 UWV voert aan dat het doorspelen van vertrouwelijke informatie uit den boze is en dat [eiser] dat ook weet. Daarbij wijst UWV op de Gedragscode, de folder “Informatie in goede handen, wat betekent dat voor jou”, de Wet SUWI en de CAO, geïncorporeerd in de arbeidsverhouding en een door [eiser] getekende geheimhoudingsverklaring d.d. 3 januari 1997. Het ondernemingsplan valt onder de vertrouwelijke gegevens. [eiser] had dit moeten weten. [cliënte van eiser] had bovendien op het ondernemingsplan geschreven dat dit vertrouwelijk diende te worden behandeld.

Het door UWV gevoerde en gepubliceerde sanctiebeleid is helder en consequent. Deze schending van de geheimhoudingsverplichting is dermate ernstig dat een ontslag op staande voet gerechtvaardigd is.

Beoordeling van het geschil

4.1. Artikel 7:677 lid 1, eerste volzin, BW bepaalt dat ieder der partijen bevoegd is de arbeidsovereenkomst onverwijld op te zeggen om een dringende reden, onder gelijktijdige mededeling van die reden aan de wederpartij. De dringende reden is vermeld in de brief van UWV d.d. 15 mei 2012 (zie 1.7.) en betreft – kort gezegd – een ernstige schending van integriteit. Het BBA is niet van toepassing (op grond van artikel 2 BBA).

4.2. In kort geding dient voorshands te worden beoordeeld of het gegeven ontslag rechtsgeldig is. Bij de beoordeling daarvan behoren in beginsel alle – in onderling verband en samenhang te beschouwen – omstandigheden van het geval in aanmerking te worden genomen. De aard en de ernst van de dringende reden moeten tegen de door de werknemer aangevoerde persoonlijke omstandigheden worden afgewogen. Relevant zijn de aard en de duur van de dienstbetrekking, de wijze waarop de werknemer de dienstbetrekking heeft vervuld en zijn persoonlijke omstandigheden, waaronder de gevolgen van het ontslag. In het onderhavige geval wordt daarom als volgt overwogen.

4.3. [eiser] erkent gebondenheid aan de CAO en de daarin opgenomen geheimhoudingsverplichting (zie 1.2). Zelf heeft hij de gedragscode (zie 1.2.) in het geding gebracht en niet betwist, zoals gesteld door UWV, dat de nieuwe versies daarvan telkens zijn besproken in diverse werkoverleggen. Op grond hiervan wordt de stelling van [eiser] dat hij niet wist dat hij vertrouwelijke gegevens die hem uit hoofde van zijn werk bij UWV bekend zijn nimmer voor privé-doeleinden mag gebruiken, gepasseerd.

UWV heeft nog gesteld dat de folder “Informatie in goede handen, wat betekent dat voor jou”, van toepassing is. [eiser] heeft dit betwist en aangevoerd niet met deze folder bekend te zijn. In kort geding kan de gebondenheid van [eiser] aan de inhoud van deze folder niet worden vastgesteld, zodat deze buiten beschouwing zal worden gelaten. Of de voorafgaand aan de indiensttreding door [eiser] getekende geheimhoudingsverklaring van toepassing is (partijen twisten daarover) kan in kort geding in het midden worden gelaten nu de inhoud daarvan niet verder gaat dan de van toepassing zijnde regelingen.

4.4. In overweging 1.2. zijn verschillende regelingen geciteerd betreffende de op [eiser] rustende geheimhoudingsverplichting. Blijkens de CAO, de gedragscode en de Wet SUWI strekt de geheimhouding zich uit over alle gegevens van cliënten, de informatie waarmee bij UWV wordt gewerkt over de persoon of zaken van een ander en datgene waarvan de medewerker “het vertrouwelijke karakter moet begrijpen.”

De stelling van [eiser] dat zijn geheimhoudingsverplichting beperkt is tot gegevens als vermeld in de UWV-systemen en dat een ondernemingsplan hier niet onder valt, wordt gepasseerd. Het ondernemingsplan van [cliënte van eiser] valt in ieder geval onder “de informatie waarmee bij UWV wordt gewerkt”, doch ook onder “gegevens van cliënten” nu in het ondernemingsplan persoonlijke gegevens zijn vermeld en gegevens met betrekking tot de door haar op te starten of reeds gestarte onderneming. [eiser] had bovendien moeten begrijpen dat deze gegevens vertrouwelijk zijn. [cliënte van eiser] heeft het ondernemingsplan immers aan [eiser] verstrekt in verband met een vrijstelling van de sollicitatieverplichting krachtens de WW. Voorts heeft UWV onbetwist gesteld dat [cliënte van eiser] op het ondernemingsplan heeft vermeld dat dit vertrouwelijk was. Zelfs indien het voor [eiser] niet duidelijk zou zijn geweest dat het ondernemingsplan vertrouwelijk was, dan had hem dit uit de aantekening van [cliënte van eiser] op het ondernemingsplan duidelijk moeten zijn.

4.5. [eiser] heeft de op hem rustende geheimhoudingsverplichting overtreden.

Hiervoor is reeds geoordeeld dat het ondernemingsplan ook onder deze geheimhoudingsverplichting valt. Daarenboven was het ondernemingsplan niet geheel geanonimiseerd en bevatte het de vermelding van de naam van de onderneming van [cliënte van eiser], waarvan door [eiser] ook niet is bestreden dat deze tot de vertrouwelijke gegevens behoort. Dat een deel van het ondernemingsplan van [cliënte van eiser] ook via internet te raadplegen was, laat de overtreding van de geheimhoudingsverplichting onverlet. [eiser] heeft voorts betwist dat hij de geheimhoudingsverplichting bewust heeft overtreden. Uit het feit dat [eiser] het ondernemingsplan heeft getracht te anonimiseren en onbetwist door UWV is gesteld dat [cliënte van eiser] op het ondernemingsplan had vermeld dat dit vertrouwelijk was, wordt afgeleid dat [eiser] zich ervan bewust was dat het om vertrouwelijke informatie ging, althans diende hij zich daarvan bewust te zijn.

4.6. Voor de beoordeling van de vraag of de overtreding van de geheimhoudingsverplich¬ting een dringende reden voor ontslag op staande oplevert dienen alle omstandigheden van het geval te worden meegewogen.

4.7. [eiser] heeft aangevoerd dat hij 50 jaar is, sedert 31 oktober 1994 in dienst is (18 jaar) en er al die jaren geen enkele klacht van een cliënt is geweest. De cliënten en het UWV konden altijd op hem rekenen. Ook voormalig leidinggevenden waren altijd positief over hem. Dat is door UWV ook tot uitdrukking gebracht door middel van een door UWV gefinancierde opleiding en extra beloningen. Hij heeft een smetteloze staat van dienst. Nu is [eiser] werkloos en is zijn carrière geknakt. [eiser] stelt geen enkel financieel voordeel te hebben gehad en niet de intentie te hebben gehad [cliënte van eiser] schade toe te brengen. Hij heeft geen bemoeienis gehad met de bouw van de site van zijn broer en was in complete shock over wat zijn broer had gedaan. De site van zijn broer is inmiddels uit de lucht. Zijn broer en [cliënte van eiser] zijn geen concurrenten van elkaar. Persoonlijk zat [eiser] in een moeilijke periode van zijn leven. Zijn vader was aan het revalideren in verband met een nieuwe kunstheup, zijn moeder had een nieuwe kunstschouder en overleed kort daarna. [eiser] regelde de verkoop van het huis van zijn ouders en de koop van een nieuw appartement voor zijn vader terwijl hij ook nog eindexamen van zijn post HBO opleiding deed begin 2012. Hij heeft meegewerkt aan de waarheidsvinding. Er hebben dit jaar al drie integriteitonderzoeken plaatsgevonden bij het UWV in de Drechtsteden. Kort na het ontslag van [eiser] zijn er door Bureau Integriteit trainingen gegeven op de vestigingen Dordrecht en Gorinchem. [eiser] heeft nooit een training op dit gebied gehad. Bovendien verzaakt het hoofd Bureau Integriteit zijn verplichting door hem een volgens UWV geanonimiseerd rapport te verstrekken waarin 39 maal de naam van [cliënte van eiser] voorkomt, 1 maal de naam van haar echtgenoot, 10 maal de naam van haar bedrijf en 1 maal de vermelding van haar site. Hij beroept zich op het gelijkheidsbeginsel.

4.8. Het UWV heeft aangevoerd dat het gaat om de naleving van zeer strikte regels ter bescherming van vertrouwelijke informatie die door een uitkeringsgerechtigde aan het UWV ter beschikking worden gesteld in de uitvoering van een publieke taak. Burgers die gegevens aan het UWV verstrekken verkeren in een van het UWV afhankelijke positie en dienen er blind op te kunnen varen dat die (persoonlijke) gegevens veilig zijn bij het UWV. Om deze veiligheid te waarborgen wordt een hoge mate van integriteit van UWV-medewerkers gevraagd en wordt tevens een strict en consequent beleid gevoerd indien sprake is van een integriteitschending. Het UWV heeft immers tot taak haar cliënten optimaal te beschermen tegen niet-integer gedrag van haar medewerkers. Het is ondenkbaar dat medewerkers van het UWV vertrouwelijke gegevens zouden kunnen gebruiken voor privé doeleinden.

4.9. Dat het hoofd Bureau Integriteit een rapport opstelt dat geanonimiseerd zou zijn en dat niet blijkt te zijn, is tenenkrommend. Dit rapport is echter gebruikt binnen de organisatie. Het door [eiser] verstrekken van gegevens van een cliënte aan zijn broer gaat echter veel verder, zodat deze vergelijking in dat opzicht mank gaat. Alle omstandigheden in aanmerking genomen is de kantonrechter voorshands van oordeel dat de geheimhoudingsverplichting zo essentieel is voor de uitvoering van de publieke taak door het UWV dat de door [eiser] aangevoerde omstandigheden daar niet tegenop wegen en het ontslag op staande voet, hoe ingrijpend ook voor [eiser], in een bodemprocedure in stand zal blijven.

4.10. Op grond van het vorenstaande zullen de vorderingen van [eiser] worden afgewezen.

4.11. [eiser] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, in de kosten van dit geding worden veroordeeld, aan de zijde van het UWV bepaald op € 200,- ( 1 punt).

Beslissing

De kantonrechter:

wijst de vorderingen af,

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding, aan de zijde van het UWV bepaald op € 200,-.

Deze beslissing is gegeven door mr. S.H. Gaertman, kanton¬rechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 juli 2012, in aanwezigheid van de griffier.