Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2012:BX2186

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
13-06-2012
Datum publicatie
20-07-2012
Zaaknummer
92354 / FA RK 11-7621 + 94246 / FA RK 11-8404
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ7806, Meerdere afhandelingswijzen
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening+bodemzaak
Inhoudsindicatie

Partneralimentatie, nieuw dienstverband man geldt als uitgangspunt. Afwikkeling huwelijkse voorwaarden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

Sector civiel recht

zaaknummer: 92354 / FA RK 11-7621 + 94246 / FA RK 11-8404

beschikking van de meervoudige kamer van 13 juni 2012

in de zaak van

[verzoekster],

wonende te [adres verzoekster],

verzoekster,

advocaat mr. M. Oparyk te Leerdam,

tegen

[verweerder],

wonende te [adres verweerder],

verweerder,

advocaat mr. S. Meeuwsen te Gorinchem.

Partijen worden hieronder aangeduid als de vrouw respectievelijk de man.

1. Het verdere procesverloop

1.1. De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende processtukken:

- de tussenbeschikking van deze rechtbank van 4 januari 2012 met de daarin genoemde stukken;

- de brief, met bijlagen, van de advocaat van de man, ingekomen ter griffie op 31 januari 2012;

- het faxbericht van de advocaat van de vrouw, ingekomen ter griffie op 24 februari 2012;

- de brief, met bijlagen, van de advocaat van de vrouw, ingekomen ter griffie op 12 april 2012;

- de brief, met bijlagen, van de advocaat van de man, ingekomen ter griffie op 26 april 2012;

- de brief, met bijlage, van de advocaat van de vrouw, ingekomen ter griffie op 26 april 2012;

- de lijst met inboedelgoederen van de advocaat van de vrouw, overgelegd tijdens de voortgezette mondelinge behandeling.

1.2. De voortgezette mondelinge behandeling van deze zaak heeft plaatsgevonden op de terechtzitting met gesloten deuren van 7 mei 2012. De voortgezette mondelinge behandeling is enkelvoudig gedaan door mr. F.F.A.J.M. Haerkens-Wouters als rechter-commissaris en de beschikking is, zoals aangegeven ter zitting, door de meervoudige kamer gewezen.

1.3. Ter terechtzitting zijn verschenen:

- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;

- de man, bijgestaan door zijn advocaat.

2. Het geschil

2.1. De volgende verzoeken zijn nog in geschil tussen partijen:

- de partneralimentatie;

- de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden.

2.2. In de (tussen-)beschikking van 4 januari 2012 van deze rechtbank is bepaald dat deze verzoeken zijn aangehouden in afwachting van het schriftelijke bericht van de man conform rechtsoverweging 2.2.14, 2.4.3, 2.4.7, 2.5.7 en 2.6.1 en het schriftelijke bericht van de vrouw zoals omschreven in rechtsoverweging 2.4.3, 2.4.7 en 2.6.1 van voornoemde

(tussen-)beschikking.

2.3. Partijen hebben de rechtbank naar aanleiding van het bovenstaande bericht.

3. De verdere beoordeling

Partneralimentatie

3.1. De ingangsdatum van de partneralimentatie zal bepaald worden op 14 november 2011, zijnde de datum van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand.

3.2. De man ontving van 1 juli 2011 tot en met 31 december 2011 een WW-uitkering. De man is met ingang van 1 januari 2012 een dienstverband aangegaan bij [werkgever man]. Gelet op de korte duur van de werkloosheid, wordt voor de berekening van het netto besteedbaar inkomen uitgegaan van het huidige inkomen van de man.

3.3. Voor de berekening van het netto besteedbaar inkomen wordt van de volgende financiële gegevens uitgegaan. De tarieven van 2012 worden gehanteerd. De bedragen worden afgerond op hele euro’s.

- Het salaris van € 2.076,-- per maand, zijnde € 24.912,-- op jaarbasis.

- Het vakantiegeld van 8%, zijnde € 1.993,-- op jaarbasis.

- De eindejaarsuitkering van € 1.619,-- op jaarbasis.

- De pensioenpremie van € 175,-- per maand.

- De premie IP van € 2,-- per maand.

- De inhouding WIA/WGA van € 2,-- per maand.

De inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet werkgever bedraagt € 1.873,-- op jaarbasis op basis van de bovenstaande bedragen.

Het inkomen uit eigen woning van -/- € 7.578,--, bestaande uit het eigenwoningforfait van

€ 1.902,-- vermindert met de jaarlijkse hypotheekrente van € 9.480,--.

Het eigenwoningforfait is gebaseerd op de WOZ-waarde van € 317.000,--.

Rekening wordt voorts gehouden met de inkomensheffing in box 1, de algemene heffingskorting en de arbeidskorting. Vervolgens wordt de door de werkgever ingehouden inkomensafhankelijke bijdrage ZVW in mindering gebracht.

Het netto besteedbaar maandinkomen van de man bedraagt, op basis van bovenstaande gegevens, € 1.918,-- per maand.

3.4. Op het netto besteedbaar inkomen worden de volgende lasten in mindering gebracht ter bepaling van de draagkracht:

- De bijstandsnorm voor een alleenstaande inclusief vakantiegeld van € 935,-- per maand.

- De woonlast, bestaande uit de maandelijkse hypotheekrente van € 790,-- per maand, de premie levensverzekering van € 109,-- per maand en het forfait eigenaarslasten van

€ 95,-- per maand. In de (tussen-)beschikking van 4 januari 2012 is reeds overwogen dat de huisgenoot van de man in staat moet worden geacht de helft van de netto hypothecaire rentelasten te voldoen. Tijdens de voortgezette mondelinge behandeling heeft de man wederom verklaard dat zijn collega met haar kinderen bij hem inwoont, zodat op de hypotheekrente een korting van 50% wordt toegepast.

Hoewel de man de premie voor de levensverzekering, die is gekoppeld aan de hypothecaire lening, zelf niet heeft opgevoerd in de door hem overgelegde draagkrachtberekening, wordt hiermee wel rekening gehouden. De advocaat van de man heeft tijdens de mondelinge behandeling immers verklaard dat de premie niet is opgevoerd omdat de man toch geen draagkrachtruimte had. Nu de inkomensgegevens van de man zijn gewijzigd en vast staat dat de man deze last heeft, is het redelijk hiermee rekening te houden bij bepaling van het draagkrachtloos inkomen.

- De premie ziektekostenverzekering van € 117,-- verminderd met het in de bijstandsnorm begrepen deel van de ziektekosten van € 49,-- en de zorgtoeslag van € 55,--.

Tijdens de voortgezette mondelinge behandeling heeft de man verklaard dat hij zorgtoeslag heeft aangevraagd. Van zijn financieel adviseur/tussenpersoon heeft hij inmiddels vernomen dat deze tussen de € 50,-- en € 60,-- zal bedragen. Om die reden wordt met het gemiddelde van deze bedragen rekening gehouden.

De man heeft een draagkrachtloos inkomen van € 1.333,-- per maand.

3.5. De draagkrachtruimte van de man bedraagt € 585,--. Hiervan is € 351,-- (60%) beschikbaar voor partneralimentatie. Gebruteerd is dat € 543,-- per maand.

3.6. In de (tussen-)beschikking van 4 januari 2012 is reeds bepaald dat de behoefte van de vrouw € 498,-- bruto per maand bedraagt. De man is in staat deze bijdrage in het levensonderhoud van de vrouw te voldoen zodat dienovereenkomstig zal worden bepaald. Op de partneralimentatie is de wettelijke indexering van toepassing.

Afwikkeling huwelijkse voorwaarden

a. eigendom van de diverse (inboedel)goederen en afgifte van administratieve bescheiden

3.7. Partijen hebben de rechtbank bericht dat zij niet in onderling overleg tot overeenstemming hebben kunnen geraken over de eigendom en de verdeling van de inboedelgoederen. Tijdens de voortgezette mondelinge behandeling is door de vrouw een lijst overgelegd, gedateerd maandag 7 mei 2012. Hierop staan 10 (inboedel)goederen vermeld die volgens de stelling van de vrouw haar eigendom zijn. Tevens staan hierop nog goederen vermeld die volgens haar gezamenlijk eigendom zijn en tussen partijen verdeeld dienen te worden. De man heeft erkend dat de op de door de vrouw overgelegde lijst vermelde goederen, de goederen zijn die nog in geschil zijn tussen partijen. De overige inboedelgoederen worden derhalve als reeds verdeeld beschouwd.

3.8. De man heeft betwist dat de goederen, zoals vermeld op de door de vrouw overgelegde lijst, in eigendom aan haar toebehoren. Nu geen van partijen de rechten op de (inboedel)goederen kan bewijzen, worden deze geacht aan ieder van partijen voor de helft toe te behoren op grond van artikel 3 van de akte huwelijkse voorwaarden.

3.9. Partijen hebben over de verdeling van enkele inboedelgoederen overeenstemming bereikt tijdens de mondelinge behandeling. De man heeft er mee ingestemd dat het “berber vloerkleed wit”, “het bruin bewerkt vloerkleed”, “2 grote houten maskers”, “de koloniale eettafel”, “het wijnrekje” en “de keukenrekjes met bijbehorende lepels en vorken” (met uitzondering van de rekjes die in de keuken aan de wand zijn gemonteerd) aan de vrouw worden toegedeeld. De vrouw heeft er mee ingestemd dat “de zandkleurige hoekbank” en “de sloep” aan de man worden toegedeeld. In geschil is nog de verdeling van de volgende goederen:

- “de glazen hanglampen 3 x”;

- “alle kerstversiering”;

- “4 applebee kunsstof gevlochten tuinstoelen met bijbehorende zitkussens”;

- “overige goederen zoals gereedschap”.

De man heeft gesteld de kerstversiering bij helfte te willen verdelen. Nu ieder van partijen voor de helft eigenaar is van de kerstversiering, zal dienovereenkomstig worden beslist. De tuinstoelen worden aan de man toegedeeld. De lampen worden aldus verdeeld dat de man 2 lampen ontvangt en de vrouw 1 lamp. De “overige goederen” zijn onvoldoende gespecificeerd, zodat deze niet verdeeld kunnen worden. Het gereedschap zal, voor zover het niet aan de vader van de man toebehoort, aan de man worden toegedeeld. Op deze wijze wordt de huwelijksgemeenschap geacht bij helfte te zijn verdeeld.

3.10. Tijdens de voortgezette mondelinge behandeling zijn partijen voorts overeengekomen dat de (inboedel)goederen waarover overeenstemming bestaat binnen twee weken na de dag van de voortgezette mondelinge behandeling door de vrouw worden opgehaald bij de man. Alsdan zal de man ook een kopie van de hypotheekakte van de huidige woning van partijen, alsmede een kopie van de polis van levensverzekering die gekoppeld is aan de hypothecaire lening, kopieën van de aangiften IB die in bezit zijn van de man en de aan de vrouw geadresseerde post aan haar overhandigen. Ten aanzien van de overige bescheiden waarvan de vrouw afgifte heeft verzocht, geldt dat de vrouw geen belang heeft bij haar verzoek zodat het zal worden afgewezen.

Partijen hebben afspraken gemaakt over het ophalen van de goederen. Beiden hebben ter zitting zich bereid verklaard hieraan mee te werken. Er is dus geen aanleiding om een dwangsom hieraan te verbinden. Dat verzoek van de vrouw zal worden afgewezen. Ook zal het verzoek inhoudende dat afgifte van de goederen ten uitvoer zal kunnen worden gelegd met behulp van de sterke arm van politie en justitie worden afgewezen.

b. de Renault Mégane

3.11. In de (tussen-)beschikking van 4 januari 2012 is reeds overwogen dat niet vast is komen te staan wie eigenaar is van de Renault Mégane. Om die reden wordt ieder van partijen geacht voor de helft eigenaar te zijn van deze auto op grond van artikel 3 van de akte huwelijkse voorwaarden. De (waarde van de) auto dient om die reden bij helfte te worden gedeeld. Het primaire standpunt van de man, inhoudende dat hij de auto zonder nadere verrekening toegedeeld wil krijgen, wordt gepasseerd. De man heeft immers erkend dat de auto een waarde vertegenwoordigd. De vrouw heeft recht op de helft van de waarde als de auto aan de man wordt toegedeeld. De man heeft zijn stelling, inhoudende dat hij voor de auto als inruilprijs € 1.750,-- zal ontvangen op geen enkele wijze onderbouwd. Wel heeft de man gesteld en stukken overgelegd waaruit blijkt dat een vergelijkbare auto te koop staat voor € 3.250,--. Nu hij vervolgens heeft verklaard dat dit bedrag de maximale waarde van de auto is, zal de auto voor € 3.250,-- aan hem worden toegedeeld. In dat kader dient de man aan de vrouw een bedrag van € 1.625,-- te betalen.

3.12. Vast staat dat de man de Renault Mégane in gebruik heeft vanaf het uiteengaan van partijen, in oktober 2010, tot op heden. De man heeft erkend dat de vrouw de verzekeringspremies (€ 90,50 per kwartaal, zijnde € 30,16 per maand) en de wegenbelasting (€ 40,-- per maand) voor deze personenauto heeft voldaan. De kosten kunnen worden gedefinieerd als gebruikskosten die zijn gemaakt terwijl de man het daadwerkelijke gebruik van de auto had. De man dient de kosten aan de vrouw te vergoeden van oktober 2010 tot en met juni 2012. Het betreft een totaalbedrag van € 1.473,50. De man dient voornoemd bedrag binnen twee weken na afgifte van deze beschikking te voldoen. Het bedrag wordt daarna vermeerderd met de wettelijke rente tot aan de dag der algehele voldoening. Met ingang van juli 2012 dient de man de auto te verzekeren. De vordering tot afgifte van de autopapieren aan de man zal worden toegewezen, inclusief de gevraagde dwangsom, nu die niet is bestreden.

de woning

Ten tijde van de voortgezette mondelinge behandeling kon de man, ondanks dat hij hiertoe in de gelegenheid was gesteld, niet aantonen dat hij in staat is de volledige eigendom van de echtelijke woning te verwerven. Nu de vrouw geen prijs stelt op toedeling van de woning aan haar, zal de woning worden verkocht. In de (tussen-)beschikking van 4 januari 2012 is reeds overwogen dat uit de netto verkoopopbrengst -voor zover mogelijk- een bedrag van

€ 148.064,-- aan de man dient te worden vergoed (het betreft een investering van de man vanuit privévermogen). De eventuele restant verkoopopbrengst dient vervolgens bij helfte te worden verdeeld. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de man aangegeven dat hij bereid is mee te werken aan verkoop van de woning, zodat er geen aanleiding bestaat de vrouw te machtigen tot het te gelde maken van de woning. Het verzoek daartoe zal worden afgewezen.

de proceskosten

3.13. De rechtbank zal de proceskosten tussen partijen (ex-echtelieden) compenseren.

de kosten van tenuitvoerlegging

3.14. Het verzoek van de vrouw om te bepalen dat de kosten van tenuitvoerlegging van de door de vrouw verzochte beslissingen voor rekening van de man komen, wordt bij gebrek aan belang afgewezen. De wet voorziet immers in een regeling terzake van de kosten van tenuitvoerlegging van een beslissing.

4. De beslissing

De rechtbank:

4.1. bepaalt, uitvoerbaar bij voorraad, dat de man met ingang van de dag, waarop de echtscheidingsbeschikking is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand, zijnde 14 november 2011, ten behoeve van de vrouw een alimentatie zal betalen van € 498,-- (vierhonderd achtennegentig euro) per maand, bij vooruitbetaling te voldoen voor zover het de nog niet verschenen termijnen betreft;

4.2. gelast de wijze van verdeling van de (inboedel)goederen conform rechtsoverweging 3.9. van deze beschikking;

4.3. gebiedt de man tot afgifte aan de vrouw van een kopie van de hypotheekakte van de huidige woning van partijen, alsmede een kopie van de polis van levensverzekering die gekoppeld is aan de hypothecaire lening, kopieën van de aangiften IB die in bezit zijn van de man en de aan de vrouw geadresseerde post, binnen twee weken na de dag van de voortgezette mondelinge behandeling;

4.4. bepaalt dat de auto Renault Mégane Cabriolet met kenteken [kenteken] aan de man wordt toegedeeld, onder de verplichting een bedrag van € 1.625,-- (éénduizend zeshonderd vijfentwintig euro) aan de vrouw te betalen, binnen twee weken na de dag van deze beschikking;

4.5. veroordeelt de vrouw tot afgifte van de autopapieren van de Renault Mégane Cabriolet met kenteken [kenteken], een en ander onder verbeurte van een dwangsom van

€ 250,-- per dag en/of dagdeel, voor elke dag dat de vrouw in gebreke blijft om hieraan te voldoen;

4.6. bepaalt dat de man aan de vrouw een bedrag van € 1.473,50 (duizend vierhonderd drieënzeventig euro en vijftig cent) dient te betalen binnen twee weken na de dag van deze beschikking en vanaf dan te vermeerderen met de wettelijke rente tot aan de dag der algehele voldoening;

4.7. veroordeelt de vrouw tot afgifte aan de man van de Suzuki Alto met alle autopapieren en alle sleutels;

4.8. gelast de wijze van verdeling van de woning aan de [echtelijke woning] aldus dat de woning verkocht wordt;

4.9. bepaalt dat uit de netto verkoopopbrengst van de woning aan de [echtelijke woning], voor zover deze toereikend is, aan de man een bedrag van maximaal € 148.064,-- wordt vergoed;

4.10. compenseert de proceskosten zodat ieder van partijen de eigen proceskosten draagt;

4.11. wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. F.F.A.J.M. Haerkens-Wouters, mr. J. Visser en

mr. K. Bakker en uitgesproken op de openbare terechtzitting van woensdag 13 juni 2012.

Wegens organisatorische redenen is deze beschikking mede gewezen door mr. J. Visser in plaats van mr. E. Keijzerwaard.