Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2012:BX1135

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
27-06-2012
Datum publicatie
11-07-2012
Zaaknummer
98477 / KG RK 12-189
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Deurwaardersrenvooi ex artikel 438 lid 4 Rv.

Uitleg vonnis kantonrechter: verzoek om te beslissen of dat vonnis zo moet worden gelezen dat de papegaai met kooi uit het gehele winkelcentrum of uit de algemene ruimten van het winkelcentrum verwijderd moet worden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

Sector civiel recht

zaaknummer: 98477 / KG RK 12-189

beschikking van de voorzieningenrechter van 27 juni 2012

[X] gerechtsdeurwaarder

gevestigd te Rotterdam,

verzoeker,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ING Winkels Bewaarmaatschappij B.V.,

woonplaats kiezende te Rosmalen,

verweerder

gemachtigde: mr. E.E.W. Danen,

en als belanghebbende

[belangdhebbende 1], h.o.d.n. [S] Juwelier,

wonende en zaakdoende te Alblasserdam,

gemachtigde: mr. J.L. van der Wal.

Partijen worden hierna aangeduid als [X gerechtsdeurwaarder], ING en [belanghebbende 1].

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 8 juni 2012;

- de mondelinge behandeling van 20 juni 2012, waarbij [X gerechtsdeurwaarder] en ING pleitnotities hebben overgelegd.

2. Het verzoek

2.1 [X gerechtsdeurwaarder] heeft een verzoek ex artikel 438 lid 4 Rv gedateerd 31 mei 2012 ingediend.

2.2 De rechtbank Dordrecht, sector kanton, heeft [belanghebbende 1] als gedaagde van ING bij vonnis van 29 maart 2012 veroordeeld om op straffe van een dwangsom binnen drie dagen na betekening van het vonnis “de papegaai alsmede haar kooi uit het Makado-Center te Alblasserdam te verwijderen en verwijderd te houden.” Dit vonnis is door [X gerechtsdeurwaarder] op 12 april 2012 aan [belanghebbende 1] betekend. Op verzoek van ING heeft [X gerechtsdeurwaarder] op 20 april 2012 een proces-verbaal van constatering opgemaakt, inhoudende dat de kooi en de papegaai zich thans nog in de winkel van [belanghebbende 1] in het Makado-Center bevinden. ING heeft [X gerechtsdeurwaarder] naar aanleiding van die constatering verzocht om [belanghebbende 1] aan te zeggen dat hiermee niet is voldaan aan de inhoud van het vonnis van 29 maart 2012 en dat er inmiddels dwangsommen zijn verbeurd.

2.3 [X gerechtsdeurwaarder] meent dat hij het verzoek van ING niet kan uitvoeren, omdat het vonnis met de verwijdering van de papegaai met kooi uit de openbare ruimte van het Makado-Center naar de door [belanghebbende 1] gehuurde winkelruimte voldoende is nagekomen. [X gerechtsdeurwaarder] verzoekt de voorzieningenrechter dan ook te beslissen of in het vonnis van de kantonrechter van 29 maart 2012 moet worden gelezen dat de papegaai met kooi uit het gehele Makado-center of uit de algemene ruimten van het Makado-center verwijderd moet worden.

2.4 ING voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

3. De beoordeling

3.1 De grondslag van de vordering zoals deze bij dagvaarding door ING in de procedure bij de sector kanton is omschreven is het handelen in strijd met artikel 9.6 van het huishoudelijk reglement behorend bij de tussen partijen geldende huurovereenkomst. In dat artikel is opgenomen: ‘Het is huurder niet toegestaan om buiten het gehuurde enige uitstalling te hebben of in stand te (doen) houden, tenzij uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van verhuurder, tot maximaal 1 meter vanaf de gevel worden uitstallingen getolereerd mits uitstallingen geen hinder veroorzaken. (…)’

3.2 Het gaat blijkens de tekst van dat artikel om uitstallingen buiten het gehuurde in de openbare ruimte van het Makado-Center. De rechtbank Dordrecht, sector kanton, heeft deze grondslag terecht als basis voor het vonnis beschouwd en kon daar niet buiten treden, zonder dat ING haar grondslag had gewijzigd, wat niet is geschied. Met de uitvoering van het vonnis zoals door [belanghebbende 1] gedaan, is daarmee dus voldaan aan hetgeen ook ING blijkens haar grondslag toen wenste en mocht verwachten. Het verweer van ING dat het vonnis heeft beoogd de uitstraling van het winkelcentrum te bevorderen en dat dit impliceert dat verwijdering uit het centrum de enige juiste maatregel is, kan daar niet aan afdoen.

3.3 ING heeft ter zitting aangevoerd dat de papegaai na betekening van het vonnis van 29 maart 2012 meerdere malen de kooi en de winkel is uit gelopen en zich daardoor toch weer in de openbare ruimte heeft bewogen. [belanghebbende 1] heeft zich, aldus ING, zodoende ook toen nog steeds niet gehouden aan het vonnis van 29 maart 2012. Deze nieuwe feiten en omstandigheden kunnen echter geen rol spelen in deze procedure, waar het immers gaat om een verzoek van de executerende deurwaarder om de draagwijdte van een eerder gewezen vonnis uit te leggen. Dat [belanghebbende 1] zich blijkbaar niet realiseert dat hij met dergelijke overtredingen van het vonnis alsnog dwangsommen en/of boetes verbeurt of inmiddels heeft verbeurd, ligt hier niet ter toetsing voor. Daar staan ING andere middelen voor ten dienste.

3.4 De voorzieningenrechter zal het verzoek van [X gerechtsdeurwaarder] derhalve toewijzen.

4. Beslissing

De voorzieningenrechter:

bepaalt dat het vonnis van de kantonrechter van 29 maart 2012 aldus moet worden gelezen dat de papegaai met kooi slechts uit de algemene ruimten van het Makado-Center verwijderd moet worden.

Deze beschikking is gegeven door mr. E.D. Rentema en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 juni 2012.