Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2012:BW9072

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
14-06-2012
Datum publicatie
21-06-2012
Zaaknummer
11/860123 en 21/000984-09 (tul)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt 4 mannen voor het plegen van voorbereidingshandelingen tav diefstal met geweld cq afpersing. Beroep op vrijwillige terugtred faalt. De rechtbank acht onderzoek in de kofferbak van de auto niet onrechtmatig. Overwegingen over gebruik van de verklaring van een getuige tav wie ondervragingsrecht

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 11/860123-12 en 21/000984-09 (tul) [Promis]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 14 juni 2012

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [plaats] op [in 1988],

wonende te [adres en woonplaats],

thans gedetineerd in de P.I. Nieuwegein,

hierna: verdachte.

Raadsvrouw mr. R. van den Hemel, advocaat te Dordrecht.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 31 mei 2012, waarbij de officier van justitie E. Ahbata, de verdachte en zijn raadsvrouw hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering (Sv). De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

op 18 februari 2012 te Sliedrecht en/of Schelluinen samen met anderen voorbereidingshandelingen heeft verricht in verband met de door hen voorgenomen diefstal met geweld cq afpersing van [slachtoffer].

3 De voorvragen

De dagvaarding voldoet aan alle wettelijke eisen en is dus geldig.

De rechtbank is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen en vindt de volgende bewijsmiddelen redengevend voor die conclusie:

- de processen-verbaal van bevindingen betreffende de aanwezigheid van een grijze Audi S5 te Schelluinen en de daarin aangetroffen breekijzers en bivakmutsen;

- de processen-verbaal van bevindingen betreffende de aanwezigheid van een grijze Audi S5 en een donkere Volkswagen op de Rivierdijk te Sliedrecht, de daarop volgende aanhouding van de inzittenden en het aantreffen van onder meer een automatisch vuurwapen, een oefengranaat, touw, bivakmutsen en tie-wraps in de Volkswagen;

- het proces-verbaal betreffende het aantreffen van navigatiesystemen in beide auto's en de daarop ingegeven adressen;

- het proces-verbaal van bevindingen betreffende een gespreksverslag met [slachtoffer];

- de processen-verbaal van bevindingen betreffende historische telefoongegevens van de vier verdachten;

- de processen-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 1].

4.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft primair betoogd dat de doorzoeking door de politie van de Audi S5 onrechtmatig was omdat de bevoegdheid voor die doorzoeking ontbrak. De Algemene Plaatselijke Verordening (hierna: APV) van de gemeente Gorinchem 2012 wordt als grondslag hiervoor genoemd in het proces-verbaal, maar is hiertoe ontoereikend. Dit leidt er toe dat hetgeen bij die doorzoeking is aangetroffen, alsmede de voorwerpen die bij de daaropvolgende fouillering van verdachte zijn aangetroffen als vruchten van de onrechtmatige doorzoeking, dienen te worden uitgesloten van het bewijs.

De raadsvrouw heeft zich subsidiair op het standpunt gesteld dat de verklaringen van medeverdachte [medeverdachte 1] bij de politie evenmin voor het bewijs mogen worden gebezigd omdat de verdediging het ondervragingsrecht niet heeft kunnen effectueren nu medeverdachte [medeverdachte 1] zich bij de rechter-commissaris op zijn verschoningsrecht heeft beroepen. Gebruik van de verklaringen van [medeverdachte 1] zou onder deze omstandigheden strijdig zijn met het bepaalde in artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM), aldus de raadsvrouw.

Daarbuiten dienen de verklaringen van medeverdachte [medeverdachte 1] buiten beschouwing te worden gelaten voor het bewijs omdat deze onderling tegenstrijdig en derhalve onbetrouwbaar zijn, althans omdat deze ongeloofwaardig zijn.

De raadsvrouw heeft meer subsidiair betoogd dat uit de verklaringen van medeverdachte [medeverdachte 1] niet kan volgen dat verdachte zich als medepleger heeft schuldig gemaakt aan voorbereidingshandelingen. Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft immers niets verklaard over de rol van verdachte en zijn intenties. Verder ontbreekt het bewijs voor het opzettelijk voorhanden hebben van de wapens en goederen die in de Volkswagen Polo aangetroffen. Verdachte dient op grond van het vorenstaande te worden vrijgesproken van het ten laste gelegde feit.

Tot slot heeft de raadsvrouw betoogd dat sprake was van vrijwillige terugtred.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

4.3.1 Motivering bewezenverklaarde

De rechtbank heeft acht geslagen op de volgende bewijsmiddelen.

Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal van politie wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

- Het proces-verbaal van bevindingen, nummer PL1820 2012015914-3, opgenomen als pagina's 66 tot en met 68 in het eindproces-verbaal van de politie Zuid-Holland-Zuid, dossiernummer PL1820 2012016442, doorgenummerd van pagina 01 t/m 199, gesloten op 2 mei 2012, voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten of van één van hen - zakelijk weergegeven -:

Op 18 februari 2012, omstreeks 11.15 uur reden wij op de rotonde nabij de N216/Parallelweg te Schelluinen.

Aldaar zagen wij een grijze Audi type S5 voorzien van kenteken [kenteken 1] staan ter hoogte van de Zandkade. Het voertuig stond geparkeerd op een parallelweg langs het spoor van de Betuwelijn met zijn voorzijde gericht op de genoemde rotonde. Globaal gezien is deze locatie het verlengde van de Sportlaan, in de richting van Gorinchem. Hierbij hebben de inzittenden prima zicht op de rotonde en de omliggende bedrijfpanden.

Aangezien dit geen parkeerplaats is hebben wij, verbalisanten een onderzoek in gesteld naar de reden van de aanwezigheid van de auto.

In het voertuig troffen wij 2 personen aan: [medeverdachte 2] en [verdachte].

(...)

Beide personen waren geheel in het zwart gekleed.

(...)

Ter controle en naleving van de Algemene Plaatselijk Verordening (APV) hebben wij, verbalisanten, een onderzoek gehouden in het voertuig van verdachten. Hier hebben wij 2 breekijzers en 2 bivakmutsen aangetroffen in de kofferruimte van de Audi S5.

(...)

Verdachten gaven aan dat zij stonden te wachten op een vriend uit Gorinchem. Tijdens de controle werd door een onbekend gebleven meldster doorgegeven aan de meldkamer dat de auto van verdachte al een uur op de genoemde locatie stond.

(...)

Op zaterdag 18 februari 2012 omstreeks 14:15 uur reden wij nogmaals langs de locatie waar wij de Audi S5 eerder hadden aangetroffen.

Daar zagen wij dat het voertuig verplaatst was. Het voertuig stond voor het toegangshek bij het bedrijf [bedrijfsnaam]. Wij hebben de verdachten wederom aangesproken op hun aanwezigheid. Zij gaven aan nog steeds te wachten op een vriend.

- Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 19 februari 2012, nummer PL1820 2012016022-4, opgenomen als pagina's 69 tot en met 72 in het voornoemde eindproces-verbaal, voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten of van één van hen - zakelijk weergegeven -:

Op zaterdag 18 februari 2012, omstreeks 18.12 uur, kregen wij de melding dat er op de Rivierdijk te Sliedrecht nabij de percelen 191 t/m 197, een voor de melder onbekende Audi S5 geparkeerd stond waarvan de bestuurder en de bijrijder achterover lagen in hun stoelen. Eerder op de dag was nabij de woning van melder een andere auto gezien, waarvan 2 vermoedelijk negroïde inzittenden, een woning in de gaten leken te houden.

(..)

In het voorbij rijden van de geparkeerd staande Audi S5, zagen wij inderdaad 2 inzittenden.

De genoemde Audi S5 was voorzien van het kenteken [kenteken 1].

(..)

Na ongeveer een kwartier, zagen wij, dat er uit de richting A15/Hardinxveld-Giessendam een kleine personenauto, naar later bleek een donkere Volkswagen Polo aan kwam rijden. Deze parkeerde "neus aan neus" met de Audi S5. Ik (...) liep in de richting van genoemde auto's en onderwijl zag ik (...), dat de bestuurder van de donkere VW Polo uitstapte en in de richting van de bijrijderzijde van de Audi liep. Ik zag aan zijn gebaren dat hij op enigerlei wijze contact had met de inzittenden van de Audi S5. Ik kon door de afstand niet waarnemen op welke wijze er precies contact was, maar duidelijk was dat gebaren naar de Audi S5 het contact ondersteunden. Even later reed de VW Polo weer van de Audi S5 weg, in de richting van de Thorbeckelaan Sliedrecht. In het voorbijrijden, kon ik het kenteken aflezen en doorgeven aan de meldkamer: [kenteken 2].

Gezien het contact dat de inzittenden van beide auto's met elkaar hadden, verzochten wij een opvallend dienstvoertuig, deze VW Polo, die inmiddels was gekeerd en over de Rivierdijk richting A15/Hardinxveld-Giessendam reed, te gaan controleren.

(...)

Terwijl wij verbalisanten, op zichtafstand van de Audi S5, 40 à 50 meter, de VW Polo controleerden en de inzittenden aanhielden, zagen wij dat de Audi S5 begon te rijden. Deze reed de rijbaan op, keerde en reed vervolgens met gedoofde verlichting en met hoge snelheid weg over de Rivierdijk, richting centrum Sliedrecht.

Wij verbalisanten (...), zijn deze Audi S5 direct gaan volgen met ons onopvallend dienstvoertuig.

(...) nadat er zich op het knooppunt Gorinchem nog 2 opvallende eenheden zich bij ons gevoegd hebben, hebben wij de Audi S5 kort na het knooppunt Gorinchem, op de rijksweg Al5 rechts te Gorinchem tot stilstand laten komen door deze enigszins in te sluiten. (...)

Verdachte : [medeverdachte 2] (man), geboren op [in 1986] te [plaatsnaam]

Verdachte : [verdachte] (man), geboren op [in 1988] te [plaatsnaam]

- Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 18 februari 2012, nummer PL1820 2012016015-8, opgenomen als pagina's 73 tot en met 75 in het voornoemde eindproces-verbaal, voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten of van één van hen - zakelijk weergegeven -:

Op zaterdag 18 februari 2012, omstreeks 18.35 gingen wij verbalisanten (...) naar de Rivierdijk te Sliedrecht. Het verzoek van deze collega's was om ter hoogte van de snelweg Al5 positie in te nemen.

(...)

Aanrijdend naar de Rivierdijk, ter hoogte van de A15 hoorden wij verbalisanten van de collega's (...) dat een donker kleurige personenauto, welke kwam uit de richting van Hardinxveld-Giessendam voor de Audi ging staan, waarbij de voertuigen neus aan neus stonden.

(...)

Nadat wij enkele minuten op deze positie hadden gestaan hoorden wij (...) dat het voertuig wat vanuit de richting Hardinxveld-Giessendam was gekomen en voor de Audi A5 had gestaan weer wegreed in de richting van Sliedrecht.

Direct hierna hoorden wij (...) dat het voertuig wat was weggereden een donkere Volkswagen Polo betrof en was voorzien van het kenteken [kenteken 2]. Vervolgens hoorden wij dat deze Volkswagen Polo was gekeerd en weer terugreed over de Rivierdijk in de richting van Hardinxveld-Giessendam, de zijde waar wij ons ophielden.

(...)

Nadat wij verbalisanten door de bocht waren gereden waar wij even daarvoor de auto hadden zien keren, zagen wij aan de rechterzijde van de weg, in een parkeervak, een donkerkleurige Volkswagen Polo staan met de voorzijde in de richting van Sliedrecht. Wij zagen dat het voertuig was voorzien van het kenteken [kenteken 2] en derhalve het weggereden voertuig was. Wij verbalisanten stopten ons dienstmotorvoertuig op de rijbaan achter de donkerkleurige Polo en gingen op het voertuig af. Wij zagen dat in het voertuig 2 personen zaten.

(...)

Hierop trok ik (...) het portier aan de bestuurderszijde open. Nadat ik mijn zaklamp door de personenauto liet schijnen zag ik op de vloer, tussen de voeten van de persoon welke op de bestuurdersstoel zat een vuurwapen liggen. Ik zag dat het een zilverkleurig pistool betrof.

Ik (...) zag, bij de aanhouding van de persoon op de bestuurderszitplaats dat aan zijn linkerzijde, tussen de stoel en het linkerportier een oranjekleurig, dik nylon touw zat. Door mij (...) is deze persoon in de boeien geplaatst. Deze persoon bleek later genaamd te zijn: [medeverdachte 3]

Door mij (...) is de persoon welke op de passagiersstoel zat aangehouden en in de transportboeien geplaatst. Nadat deze persoon buiten het voertuig in de boeien stond trof ik onder zijn jas bij een veiligheidsfouillering eveneens een dik oranje nylon touw aan. Eveneens werd bij deze persoon in de kleding een navigatieset aangetroffen.

Deze aangehouden persoon bleek te zijn genaamd: [medeverdachte 1].

Nadat de verdachte [medeverdachte 3] ter voorgeleiding was overgebracht stelden wij een onderzoek in in de kofferbak van deze Volkswagen Polo. Nadat wij de kofferbak hadden geopend zagen wij onder andere een grijze sporttas staan. Nadat wij deze hadden geopend zagen wij tussen diverse kledingstukken een op een automatisch vuurwapen gelijkend voorwerp liggen.

- Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 18 februari 2012, nummer PL1820 2012016015-14, opgenomen als pagina's 76 en 77 in het voornoemde eindproces-verbaal, voor zover inhoudende als relaas van de verbalisant - zakelijk weergegeven -:

Op 18 februari 2012 omstreeks 20.30 uur heb ik, (...) een vuurwapen veiliggesteld ten behoeve van een later in te stellen sporentechnisch onderzoek.

Zij deelde mij mee dat dit wapen op 18 februari 2012 was aangetroffen in een sporttas achterin een personenauto.

Ik, verbalisant, zag dat er een patroonhouder in het wapen zat.

Ik zag dat het een zwartkleurig vuurwapen was met een uitvouwbare greep voor op het wapen. Het serienummer van het wapen is AM03832 en het bouwjaar is 1968. Het merk en type staan niet op het wapen vermeld maar het is gelijkend aan een CZ.

(...)

Onmiddellijk hierna heb ik het hiervoor genoemde wapen vervoerd naar de Unit Forensische Opsporing van de regio Politie Zuid-Holland Zuid en gedeponeerd in de kluis van deze afdeling.

- Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 18 februari 2012, nummer PL1820 2012016015-11, opgenomen als pagina's 79 en 80 in het voornoemde eindproces-verbaal, voor zover inhoudende als relaas van de verbalisant - zakelijk weergegeven -:

Op 18 februari 2012 omstreeks 19.30 heb ik, op verzoek van collega (...) een vuurwapen veiliggesteld ten behoeve van een later in te stellen sporentechnisch onderzoek. Zij deelde mij mee dat dit wapen op 18 februari 2012 was aangetroffen in een voertuig met daarbij twee personen.

(...)

Ik, verbalisant, zag dat het een zilverkleurig vuurwapen betrof van het merk Voltran. Model 92 Firat en kaliber 9mm.

Onmiddellijk hierna heb ik het hiervoor genoemde wapen vervoerd naar de Unit Forensische Opsporing van de regio Politie Zuid-Holland Zuid en deze gedeponeerd in de kluis van deze afdeling.

- Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 23 februari 2012, nummer PL1820 2012016015-55 opgenomen als pagina's 84 en 85 in het voornoemde eindproces-verbaal, voor zover inhoudende als relaas van de verbalisant - zakelijk weergegeven -:

Op zaterdag 18 februari 2012, omstreeks 20.30 uur heb ik, verbalisant, (...) een onderzoek ingesteld in een voertuig.

Op genoemde dag, datum en tijd trof ik achter in het voertuig, zijnde een zwarte Volkswagen type Polo met het kenteken [kenteken 2], een groene stoffen tas aan.

Ik zag dat er in deze tas een pistoolmitrailleur zat. Deze heb ik op de voorgeschreven wijze veiliggemaakt en veiliggesteld.

Naast dit vuurwapen zag ik nog een zwarte bivakmuts liggen met daarbij tie-wraps, flits/knal vuurwerk en een zwart zakje met de opdruk Sinners.

Toen ik, verbalisant, dit zakje oppakte voelde ik een zwaar rond voorwerp daarin zitten wat naar boven toe taps toe liep.

Hierop heb ik het zakje voorzichtig open gemaakt en zag ik dat het voorwerp wat in het zakje zat een op een handgranaat gelijkend voorwerp was.

Hierop heb ik het zakje teruggelegd in de tas en heb ik een bomverkenner van de politie ter plaatse laten komen. Nadat deze de handgranaat had bekeken is gebleken dat het een oefengranaat was.

- Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 20 februari 2012, nummer PL1820 2012016015-39, opgenomen als pagina 87 in het voornoemde eindproces-verbaal, voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten of van één van hen - zakelijk weergegeven -:

Op maandag 20 februari 2012 te 09.55 uur doorzochten wij verbalisanten de in beslag genomen voertuigen respectievelijk voorzien van het kenteken [kenteken 2] ( zwarte Volkswagen Polo) en [kenteken 1] (grijze Audi S5).

In de VW Polo troffen wij een navigatieapparaat aan van het merk Garmin. In de Audi S5 was een navigatiesysteem ingebouwd.

Van beide systemen hebben wij, verbalisanten de meest recent ingevoerde locaties bekeken

Het navigatiesysteem uit de VW Polo gaf als meest recent ingevoerde locatie het volgende adres weer: [adres] te Sliedrecht. Dit is het woonadres van een man genaamd [slachtoffer] geboren op [in 1966] te [plaats].

Het navigatiesysteem in de Audi S5 gaf als meest recent ingevoerde locatie Culemborg aan, zijnde de woonlocatie van de bestuurder / verdachte [medeverdachte 2]. Als op een na laatste recente locatie gaf hij het volgende adres aan: [adres] te [plaats]. Aan de [adres] is het werkadres van voornoemde [slachtoffer] gevestigd.

- Het proces-verbaal Wet wapens en munitie, d.d. 19 februari 2012, nummer 2012016015, opgenomen als pagina 95 tot en met 98 in het voornoemde eindproces-verbaal, voor zover inhoudende als relaas van de verbalisant - zakelijk weergegeven -:

Op zondag 19 februari 2012 heb ik een onderzoek ingesteld naar het wapen dat is inbeslaggenomen op zaterdag 18 februari 2012 op de Willem de Vries Robbeweg te Gorinchem.

Dit wapen is een vuurwapen, dat onder andere is voorzien van de volgende opschriften / aanduidingen: AM03832 111968. Het vuurwapen is bestemd om projectielen door een loop af te schieten en de werking berust op het teweegbrengen van een scheikundige ontploffing. De trekker van dit vuurwapen is tevens de vuurregelaar. Bij het half in drukken van de trekker vuurt het wapen een enkel schot af. Bij het geheel overhalen van de trekker vuurt het vuurwapen automatisch.

Derhalve is dit een automatisch vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3, gelet op artikel 2, lid 1, Categorie II, onder 2 van de Wet wapens en munitie.

- Het proces-verbaal Wet wapens en munitie, d.d. 19 februari 2012, nummer 2012016015, opgenomen als pagina als pagina's 99 tot en met 102 in het voornoemde eindproces-verbaal, voor zover inhoudende als relaas van de verbalisant - zakelijk weergegeven -:

Op zondag 19 februari 2012 heb ik een onderzoek ingesteld naar het wapen dat is inbeslaggenomen op zaterdag 18 februari 2012 op de Willem de Vries Robbeweg te Gorinchem.

Bij dit onderzoek dat ik heb uitgevoerd op zondag 19 februari 2012 heb ik gezien dat dit voorwerp bestaat uit onderdelen van een pistool.

Dit zijn onderdelen c.q hulpstukken die van wezenlijke aard zijn en specifiek bestemd voor een gaspistool van het merk: Voltran; model: 92 Firat; kaliber 9 MM K.

Van dit gaspistool ontbreekt de borgpal van de slede en de veer van de loopgroep. Derhalve is dit gaspistool niet geschikt om te kunnen vuren.

Derhalve zijn mede gelet op artikel 3, 1e lid van de Wet wapens en munitie, de bepalingen met betrekking tot een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 30, gelet op artikel 2, lid 1, categorie III onder 1° van de Wet wapens en munitie, van toepassing.

- Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 23 februari 2012, nummer PL1820 2012016015-58, opgenomen als pagina's 111 tot en met 114 in het voornoemde eindproces-verbaal, voor zover inhoudende als relaas van de verbalisant - zakelijk weergegeven -:

Op donderdag 23 februari 2012 heb ik, verbalisant, de opgevraagde historische gegevens van het telefoonverkeer van de volgende nummers onderzocht:

[nummer medeverdachte 2] -> in gebruik bij [medeverdachte 2]

[nummer verdachte] -> in gebruik bij [verdachte]

[nummer medeverdachte 1] -> in gebruik bij [medeverdachte 1]

[nummer medeverdachte 3] -> in gebruik bij [medeverdachte 3]

Uit onderzoek is gebleken dat de verdachten [medeverdachte 2] en [verdachte] op zaterdag 18 februari 2012 zich samen bevonden in de Audi S5, voorzien van het kenteken [kenteken 1].

Tevens is gebleken dat de verdachten [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] op zaterdag 18 februari 2012 zich samen bevonden in de Volkswagen Polo voorzien van het kenteken [kenteken 2].

Uit de analyse bleek dat

-[medeverdachte 2] tussen 05.37 uur en 18.50 uur 16 maal gebeld heeft met het nummer van [medeverdachte 1]

-[medeverdachte 1] tussen 08.50 uur en 10.33 uur 10 maal sms verkeer heeft gehad en 2 maal geprobeerd heeft telefonisch contact te krijgen met [verdachte]. (...)

3

Proces-verbaal van verhoor getuige, d.d. 18 februari 2012, nummer PL1820 2012016022-5, opgenomen als pagina's 128 en 129 in het voornoemde eindproces-verbaal, voor zover inhoudende de verklaring van [getuige] - zakelijk weergegeven -:

Ik kwam vanavond, zaterdag 18 februari 2012, omstreeks 18.10 uur thuis en zag dat er nabij onze woning op de Rivierdijk te Sliedrecht een zilvergrijze Audi S5 geparkeerd stond, waarin 2 personen op de voorstoelen zaten.

Die voorstoelen waren helemaal achterover gedraaid zodat bijna niet te zien was dat er personen in de auto zaten.

Ik kreeg de indruk dat die inzittenden iets of iemand in de gaten hielden. Ik vond het vooral heel raar, omdat ik vanmorgen, zaterdag 18 februari 2012 omstreeks 07.30 uur in de keuken stond om eten klaar te maken en toen stond er een donkerblauwe VW Polo tegenover onze woning. Daarin zaten 2 volgens mij negroïde mannen, met de stoelen helemaal achterover gedraaid.

Proces-verbaal van verhoor verdachte, d.d. 24 februari 2012, nummer PL1820 2012016015-61, opgenomen als pagina's 143 tot en met 147 in het voornoemde eindproces-verbaal, voor zover inhoudende de verklaring van [medeverdachte 1] - zakelijk weergegeven -:

(pagina 143)

[verdachte] is een jongen uit Culemborg die ik al heel lang ken.

(Pagina 144)

Wie is [medeverdachte 2]?

-Dat zal die dikke geweest zijn dan. Ze noemen hem [bijnaam 1, medeverdachte 2] en [bijnaam 2, medeverdachte 2]. Zo ken ik hem verder.

Ik werd gebeld door [bijnaam 1, medeverdachte 2].

Hij vertelde mij dat hij een vriend had die van iemand anders geld kreeg. Hij vertelde mij niet waar het was maar ik vermoedde dat het in de buurt van Culemborg zou zijn. Hij zei dat ik naar hem toe moest komen. We hebben bij [bijnaam 1, medeverdachte 2] in de straat afgesproken. Ik wist in welke straat hij woonde maar ik weet de straatnaam niet en ook het huisnummer niet. (...)

Ik was daar om kwart voor 6. (...) [bijnaam 1, medeverdachte 2] stond al klaar met de lichten aan. Dat was in de Audi S5, een grijze.

(pagina 145)

Ik moest naar Enspijk rijden, bij de Mc Donald langs de A2. Er zaten daar twee andere jongens in een auto waarmee was afgesproken. Dat was een zwarte Volkswagen Polo.

Kende jij die jongens?

-Een daarvan wel, die [verdachte]. Die andere ken ik niet.

Wat gebeurde er verder?

-Ik bleef in de Audi rijden en wij zijn weggegaan. De Polo reed voor en ik volgde. Wij reden naar Sliedrecht. Ik had gehoord dat [bijnaam 1, medeverdachte 2] dat tegen de mannen in de Polo zei. Zij hadden geen navigatie bij zich. Ik steek altijd mijn navigatie in mijn jaszak. Ik heb mijn navigatie aan de mannen in de Polo gegeven. Wij zijn in Sliedrecht eerst naar een flat gereden. Daar hebben de mannen staan overleggen. Ik zat nog in de Audi en heb niet kunnen horen wat er gezegd werd. Daarna zijn we naar de Rivierdijk gereden richting snelweg, ergens in een inham gekeerd en weer teruggereden gereden richting Sliedrecht. Daar ergens hebben we geparkeerd. Tussen de Audi en de Polo stond een aantal auto's. Ik zat nog steeds achter het stuur in de Audi. [bijnaam 1, medeverdachte 2] wilde verder rijden en is achter het stuur van de Audi gaan zitten. Ik ging op de passagiersstoel zitten. We hebben daar ongeveer 5 minuten gestaan. Toen kwam die [verdachte] uit de Polo. Hij wilde wisselen. Ik vond dat geen probleem. Dus toen zat [verdachte] in de Audi en ik in de Polo. Ik ben toen achter het stuur gestapt.

Daar hebben wij dus de hele dag gestaan.

Heeft die man iets gezegd over jullie doel?

-Ik vroeg aan hem wat de bedoeling was, hij zei tegen mij: "Ik krijg van 1 man heel veel geld." Ik vroeg waar die man was en toen zei hij dat de man zo zou komen. Hij was niet duidelijk tegen mij.

Heeft de Audi er ook de hele dag gestaan?

-Nee die is een hele tijd weggeweest. Ik heb geen idee waar hij geweest is. Hij kwam pas tegen 2 uur in de middag terug. Ze reden langs ons. [medeverdachte 3] heeft hun ondertussen met mijn telefoon gebeld naar hun. Zij parkeerden ook op de Rivierdijk. Wij konden ze wel zien.

(...)

Wanneer is er besproken wat jouw rol zou zijn in dit verhaal?

-Toen ik net in de Polo zat. Dat werd mij verteld door [medeverdachte 3].

Wat moest je met dat touw doen?

-Ik denk iemand vastbinden. Hij zei tegen mij: "als ik uitstap, volg mij."

Ook heeft hij tegen mij gezegd:"Als hij moeilijk doet moet je hem vastbinden.

Komt dat jou niet bekend voor?

-Ja toen ik mijn eigen geld ging halen. Daar heb ik voor vastgezeten. Ik denk ook dat ik daarom mee gevraagd ben. Iedereen in Culemborg wist toen dat ik dat gedaan had.

(pagina 146)

Als je met z'n vieren geld gaat halen bij iemand wat voor een gevoel krijg jij daarbij?

-Nou dat hij makkelijker betaalt.

(...)

Vijf minuten voordat de politie kwam, zei ik tegen [medeverdachte 3] dat ik nu echt weg wilde. [medeverdachte 3] startte de auto en reed naar de Audi. Hij heeft de auto daarvoor gezet en is toen uitgestapt. Hij heeft even met [bijnaam 1, medeverdachte 2] gesproken. Daarna is hij weer ingestapt en is teruggereden. Daarna was de politie er.

Proces-verbaal van verhoor getuige, d.d. 22 februari 2012, nummer PL1820 2012016015-49, opgenomen als pagina's 130 en 131 in het voornoemde eindproces-verbaal, voor zover inhoudende de verklaring van

[getuige] - zakelijk weergegeven -:

Ik ben eigenaar van een Volkswagen Polo, voorzien van het kenteken [kenteken 2].

Ik ben vrijdagmiddag gebeld door [verdachte]. Zijn naam is [verdachte]. [verdachte] belde mij met de vraag of hij mijn auto mocht lenen. [verdachte] is de auto op vrijdagavond 17 februari 2012 omstreeks 19.00 uur komen ophalen bij mij thuis. [verdachte] was alleen.

Ik had met [verdachte] afgesproken dat hij de auto die zaterdagavond gelijk zou terug brengen. Die zaterdag werd ik gebeld door de vriendin van [verdachte], genaamd [vriendin verdachte]. Zij vertelde aan mij dat "ze" waren aangehouden. Ik vroeg aan [vriendin verdachte] of ze dan niet naar Groningen waren geweest. [vriendin verdachte] zei van niet en zei dat [verdachte] 's morgens was weggegaan.

De rechtbank overweegt ten aanzien van de tenlastegelegde feiten en de terzake gevoerde verweren het navolgende.

Doorzoeking Audi

De rechtbank stelt op grond van de hierboven opgenomen bewijsmiddelen vast dat de verbalisanten op 18 februari 2012 - belast met de algehele surveillance en rijdend in een opvallend dienstvoertuig - op een parallelweg ter hoogte van de Zandkade te Schelluinen een grijze Audi S5, voorzien van het kenteken [kenteken 1], zagen staan. Door de positie van de auto hadden de inzittenden van het voertuig zicht op de rotonde nabij de N216/Parallelweg te Schelluinen, alsmede op de omliggende bedrijfspanden. De verbalisanten stelden een onderzoek in naar de reden van de aanwezigheid van de auto omdat deze niet op een parkeerplaats stond. In de auto bevonden zich verdachte en medeverdachte [medeverdachte 2]. Beiden waren geheel in het zwart gekleed. Uit navraag bij de meldkamer bleek de verbalisanten dat beide inzittenden meerdere antecedenten hadden. Tijdens de controle werd door een onbekend gebleven persoon doorgegeven aan de meldkamer dat de desbetreffende Audi reeds een uur op de genoemde locatie stond. Verbalisanten hebben vervolgens de Audi onderzocht en in de kofferruimte 2 breekijzers en 2 bivakmutsen aangetroffen.

Artikel 2.44 lid 1 van de APV van de gemeente Gorinchem 2012 luidt als volgt:

Het is verboden op de weg te vervoeren of bij zich te hebben lopers, valse sleutels, touwladders, lantaarns of enig ander gereedschap, voorwerp of middel, dat ertoe kan dienen zich onrechtmatig de toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, op onrechtmatige wijze sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te voorkomen.

Ingevolge artikel 6.2. van deze APV zijn (onder meer) de opsporingsambtenaren genoemd in de artikelen 141 en 142 van het Wetboek van Strafvordering belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de APV.

Ingevolge art. 5:19, eerste en tweede lid van de Algemene wet bestuursrecht is een toezichthouder bevoegd vervoermiddelen te onderzoeken en is hij tevens bevoegd om vervoermiddelen op hun lading te onderzoeken, indien de toezichthouder met betrekking tot het vervoermiddel of de lading een toezichthoudende taak heeft.

In aanmerking genomen dat de verbalisanten in dit geval waren belast met het toezicht op de naleving van de APV van de gemeente Gorinchem 2012, waren zij onder de vastgestelde omstandigheden bevoegd om het vervoermiddel (op zijn lading) te onderzoeken. De opvatting dat onderzoek in de kofferbak van een auto niet onder die bevoegdheid valt, vindt naar het oordeel van de rechtbank geen steun in het recht. Het is zo, dat het op de weg van de verbalisanten had gelegen in hun proces-verbaal (ook) de Awb te vermelden als wettelijke grondslag, maar het achterwege laten hiervan tast het bestaan van de bevoegdheid niet aan. Het verweer van de raadsvrouw treft derhalve geen doel.

Overwegingen met betrekking tot het bewijs

De rechtbank stelt voorop dat voor een bewezenverklaring van het plegen van voorbereidingshandelingen vereist is dat kan worden bewezen dat de verdachte opzettelijk voorwerpen bestemd tot het begaan van een misdrijf, waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, voorhanden heeft gehad. Derhalve zal moeten worden bewezen dat de voorwerpen die de verdachte en zijn (eventuele) medeverdachte bij zich droeg(en) 'bestemd zijn tot het begaan van een dergelijk misdrijf'. Krachtens geldende jurisprudentie is daarbij van belang dat de voorwerpen afzonderlijk dan wel gezamenlijk naar uiterlijke verschijningsvorm dienstig konden zijn voor het misdadige doel dat de verdachte voor ogen stond (HR 20 februari 2007, LJN AZ0213, NbSr 2007, 125). De voorwerpen dienen in hun gezamenlijkheid en naar hun uiterlijke verschijningsvorm te worden beoordeeld, waarbij niet geabstraheerd mag worden van het doel dat de verdachte met deze voorwerpen voor ogen had. Bij oordelen aangaande het bewijs van dat doel spelen in beginsel alle feiten en omstandigheden van het geval een rol.

Vorenstaande in acht nemende, stelt de rechtbank uit de hiervoor weergegeven inhoud van de bewijsmiddelen de volgende feiten en omstandigheden vast.

De verdachte en zijn medeverdachten zijn vroeg in de ochtend van 18 februari 2012 met een Audi S5 en een Volkswagen Polo (vanuit Culemborg) richting Sliedrecht gereden. De Volkswagen Polo was de avond daarvoor door verdachte geleend van een vriend. Uit de verklaring van medeverdachte [medeverdachte 1] blijkt dat zowel medeverdachte [medeverdachte 2] als medeverdachte [medeverdachte 3] hebben aangegeven dat zij daar naar toe gingen omdat één van hen 'nog geld van iemand kreeg'. Nadat verdachte van de Volkswagen Polo was overgestapt in de Audi S5 hebben medeverdachten [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] de rest van de dag - met korte onderbrekingen - in de Volkswagen Polo op de Rivierdijk te Sliedrecht geparkeerd gestaan. Een getuige heeft geconstateerd dat in de vroege ochtend van 18 februari 2012 een donkerkleurige Volkswagen Polo geparkeerd stond tegenover een rij woningen aan de Rivierdijk en dat de inzittenden de stoelen geheel achterover hadden gedraaid. De Audi S5 - met daarin verdachte en medeverdachte [medeverdachte 2] - die geheel in het zwart waren gekleed - werd gedurende de dag (in de periode tussen 11:15 uur en 14:15 uur) meerdere keren aangetroffen in de nabijheid van een bedrijventerrein in Schelluinen. Tijdens de eerste controle om 11:15 uur bleek uit een melding aan de meldkamer van politie dat de desbetreffende Audi al een uur op die plek stond. In de Audi zijn door de politie 2 breekijzers en 2 bivakmutsen aangetroffen. Om 18:10 uur heeft een getuige geconstateerd dat de Audi S5 geparkeerd stond nabij woningen aan de Rivierdijk te Sliedrecht en dat de 2 inzittenden de voorstoelen achterover hadden gedraaid. De politie heeft vervolgens de zwarte Volkswagen Polo met - naar later is gebleken - daarin medeverdachten [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] 'neus-aan-neus' zien parkeren met de Audi, waarna de inzittenden van beide auto's contact hadden met elkaar. Kort daarop is de Volkswagen Polo staande gehouden en is daarin onder meer een pistoolmitrailleur, een zilverkleurig op een vuurwapen gelijkend voorwerp, een zwarte bivakmuts, tie-wraps, vuurwerk, een oefengranaat en touw aangetroffen. Het zilverkleurige op een vuurwapen gelijkende voorwerp - naar later bleek niet te kwalificeren als een werkend (vuur)wapen maar wel als onderdelen van een gaspistool - bevond zich op de grond tussen de voeten van medeverdachte [medeverdachte 3]. Een touw is aangetroffen onder de jas van medeverdachte [medeverdachte 1] en ook tussen de (bestuurders)stoel en het linkerportier. Uit de verklaring van medeverdachte [medeverdachte 1] volgt dat het touw bedoeld was om het beoogde slachtoffer 'vast te binden als hij moeilijk doet'. Uit onderzoek is voorts gebleken dat er tussen de verdachten in de Audi S5 en de verdachten in de Volkswagen Polo gedurende de dag over en weer veelvuldig telefonisch contact is geweest. Uit de in de Audi S5 aangetroffen navigatie is verder gebleken dat deze als één na laatste bestemming was ingesteld op het adres [adres] te Schelluinen, zijnde het werkadres van [slachtoffer]. De in de Volkswagen Polo aangetroffen navigatie had als laatste bestemming ingesteld het adres [adres] te Sliedrecht, zijnde het woonadres van [slachtoffer].

De raadsvrouw heeft betoogd dat de verklaringen die medeverdachte [medeverdachte 1] heeft afgelegd bij de politie niet mogen worden gebruikt voor het bewijs omdat - nu verdachte en de raadsvrouw niet in de gelegenheid zijn geweest om het ondervragingsrecht te effectueren - gebruik van die verklaring leidt tot schending van het bepaalde in artikel 6, derde lid, onder d van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM).

De rechtbank overweegt het volgende. Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft bij de politie twee verklaringen afgelegd waarin hij - met name in zijn tweede verklaring - gedetailleerd uiteen heeft gezet hoe een en ander is verlopen op 18 februari 2012 en hij heeft daarbij zichzelf en zijn drie medeverdachten (waaronder verdachte) in belangrijke mate belast. [medeverdachte 1] is opgeroepen om op 29 mei 2012 te verschijnen voor de rechter-commissaris belast met strafzaken in deze rechtbank om in de zaak van verdachte te worden gehoord als getuige. [medeverdachte 1] heeft zich aldaar beroepen op zijn verschoningsrecht.

De rechtbank stelt voorop dat in een geval als het onderhavige, waarin de verdediging de persoon die een belastende verklaring tegenover de politie heeft afgelegd niet daadwerkelijk heeft kunnen (doen) ondervragen, art. 6 EVRM aan het gebruik tot het bewijs van het proces-verbaal van de politie met een dergelijke verklaring niet in de weg staat, als de betrokkenheid van de verdachte bij het hem tenlastegelegde feit in voldoende mate steun vindt in andere bewijsmiddelen, en voorts dat dit steunbewijs dan betrekking zal moeten hebben op die onderdelen van de hem belastende verklaring die hij betwist.

De rechtbank overweegt dat de kern van de in de tenlastelegging omschreven gedraging bestaat in het opzettelijk voorhanden hebben van voorwerpen bestemd tot het begaan van een misdrijf, waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld. Daarvan uitgaande is de rechtbank is van oordeel dat de door medeverdachte [medeverdachte 1] afgelegde verklaring met betrekking tot (onder meer) het verloop van de dag, de gebruikte voertuigen, de aanwezigheid van de medeverdachten, de locatie van de gebruikte auto's en de inzittenden en de gebruikte goederen in voldoende mate wordt ondersteund door andere zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen, zoals hiervoor aangehaald. De rechtbank wijst daartoe op de processen-verbaal van bevindingen en de verklaring van een getuige waarin de aanwezigheid van de door verdachte en zijn medeverdachten gebruikte auto's op de Rivierdijk te Sliedrecht (en het gedrag van de inzittenden) wordt bevestigd. Dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte 2] in de Audi S5 zaten en een aanzienlijk deel van de dag niet in Sliedrecht waren vindt bevestiging in hetgeen is gerelateerd in het proces-verbaal van bevindingen betreffende de aanwezigheid van laatstgenoemde medeverdachten in de nabijheid van het werkadres van [slachtoffer] te [plaats]. Ook de vondst van het navigatiesysteem en de touwen in de Volkswagen Polo alsmede het telefoonverkeer dat gedurende de dag tussen de (mede)verdachten heeft plaatsgevonden komt overeen met hetgeen medeverdachte [medeverdachte 1] heeft verklaard. De rechtbank is op grond hiervan van oordeel dat de door medeverdachte [medeverdachte 1] bij de politie afgelegde verklaring in zijn geheel voor de bewijsvoering kan worden gebruikt.

De rechtbank overweegt dat de enkele omstandigheid dat de tweede verklaring van medeverdachte [medeverdachte 1] op onderdelen afwijkt van zijn eerste verklaring, deze (tweede) verklaring niet onbetrouwbaar maakt. De verschillen tussen beide verklaringen lijken in de visie van de rechtbank vooral te zijn toe te schrijven aan het gegeven dat medeverdachte [medeverdachte 1] steeds meer openheid van zaken is gaan geven. Om die reden acht de rechtbank dan ook de tweede verklaring redengevend voor het bewijs.

Naar het oordeel van de rechtbank kan uit de combinatie en onderlinge samenhang van de hiervoor vermelde aangetroffen voorwerpen, het waargenomen gedrag van de verdachten en de verklaring van medeverdachte [medeverdachte 1] met betrekking tot het doel van de observatie worden afgeleid dat verdachte en zijn medeverdachten deze voorwerpen voorhanden hebben gehad met het voornemen om daarmee een diefstal met geweld jegens dan wel afpersing van een persoon, naar alle waarschijnlijkheid [slachtoffer], te plegen.

De rechtbank gaat voorbij aan de stelling van de raadsvrouw dat het bewijs voor het opzettelijk voorhanden hebben van voorwerpen bestemd voor het voorgenomen strafbare feit ontbreekt voor zover deze zich in de Volkswagen Polo bevonden omdat verdachte niet in die auto zat toen hij werd aangehouden. De Volkswagen Polo is, zo leidt de rechtbank uit de verklaring van [getuige] en van medeverdachte [medeverdachte 1] af, door verdachte zelf op vrijdagavond 17 februari 2012 geleend. Hij is op 18 februari 2012 met die auto naar Sliedrecht gekomen. Daar is hij overgestapt in de Audi S5. Vervolgens hebben hij en zijn medeverdachten, met het doel om bij iemand geld te halen, met vier personen in wisselende samenstelling in twee auto's urenlang de woning en de werkplek van het beoogde slachtoffer geobserveerd. Bij de aanhouding van medeverdachte [medeverdachte 3], die zich in de Volkswagen Polo op de bestuurderstoel bevond, werden tussen diens voeten op de grond hulpstukken van een gaspistool aangetroffen. Verder bleek dat tussen de bestuurderstoel en het portier aan de linkerzijde een oranjekleurig, dik, nylon touw zat. In de gegeven omstandigheden moet verdachte geacht worden geweten te hebben, althans de aanmerkelijke kans te hebben aanvaard dat er (al dan niet door toedoen van zijn medeverdachte(n)) voorwerpen in de auto's aanwezig waren om het doel te verwezenlijken. Verdachte had aldus minstgenomen voorwaardelijk opzet op het voorhanden hebben van die voorwerpen. De rechtbank betrekt bij dat oordeel tevens de omstandigheid dat verdachte er grotendeels voor heeft gekozen zich te beroepen op zijn zwijgrecht. Meer specifiek geldt dat hij geen (legitieme) verklaring heeft willen geven voor de belastende omstandigheid dat in de auto waarin hij op het moment van zijn aanhouding zat, alsmede in de auto waarin zijn medeverdachten zaten - en welke auto door hem de avond daarvoor was geleend van een vriend - onder meer vuurwapens, bivakmutsen, touw en tie-wraps zijn aangetroffen. Ook voor de (langdurige) aanwezigheid van verdachte en zijn medeverdachten bij woning en werkplek van [slachtoffer] en de omstandigheid dat de navigatiesystemen in de gebruikte auto's waren ingesteld op die adressen heeft verdachte geen (legitieme) verklaring gegeven.

Alles overwegende acht de rechtbank het tenlastegelegde feit wettig en overtuigend bewezen. De door de raadsvrouw aangevoerde verweren worden verworpen.

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de hiervoor onder 4.3.1. vermelde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

hij op of omstreeks 18 februari 2012 te Sliedrecht en/of Schelluinen en/of

elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

ter voorbereiding van het met anderen of een ander, althans alleen, te plegen

misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht

jaren of meer is gesteld, te weten het onder bedreiging van en/of met gebruik

van een of meer vuurwapens wegnemen, althans afhandig maken, van een

geldbedrag toebehorende aan [slachtoffer] en/of een ander of anderen,

hetgeen zou opleveren diefstal met geweld en/of afpersing in vereniging,

strafbaar gesteld in de artikelen 312 en/of 317 van het Wetboek van

Strafrecht, althans een met anderen of een ander te plegen misdrijf waarop

naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is

gesteld,

opzettelijk een automatisch vuurwapen en/of onderdelen van een

pistool en/of een oefengranaat en/of stukken nylon koord en/of (bivak)muts(en)

en/of handschoen(en) en/of gereedschap en/of tie-wrap(s) en/of vuurwerk en/of

personenauto('s) (Volkswagen Polo en/of Audi S5) en/of navigatiesyste(e)m(en)

bestemd tot het begaan van dat misdrijf voorhanden heeft/hebben gehad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de bewezenverklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Vrijwillige terugtred

De raadsvrouw van verdachte heeft betoogd dat er sprake is van vrijwillige terugtred in de zin van artikel 46b van het Wetboek van Strafrecht (Sr), aangezien de Audi waarin verdachte zich bevond al was weggereden.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat geen sprake is van vrijwillige terugtred zoals bedoeld in artikel 46b Sr.

De rechtbank stelt voorop, dat op grond van rechtspraak voor de beoordeling van een beroep op vrijwillige terugtred mede bepalend is of er sprake is geweest van een, geheel of in overwegende mate tot de spontane wil van de verdachte te herleiden, besluit. Indien en voor zover externe factoren aan dit besluit hebben bijgedragen komt betekenis toe aan de onderlinge verhouding tussen deze factoren en de besluitvorming van de verdachte, in die zin dat de mate waarin deze nog over beslisruimte beschikte bepalend is voor het vrijwillige karakter van diens terugtred.

Voorts komt betekenis toe aan de aard en de intensiteit van de bewezen verklaarde voorbereidingshandelingen. Deze kunnen een zodanig karakter hebben dat van enige vorm van terugtred geen sprake meer kan zijn, dan wel dat eisen gesteld moeten worden aan de wijze waarop de verdachte intreding van de gevolgen of voltooiing van het delict verhindert.

Zoals reeds eerder overwogen hebben verdachte en zijn drie medeverdachten in wisselende samenstellingen van telkens twee personen met twee auto's gedurende een tijdspanne van tien uren zowel bij het huisadres als het werkadres van [slachtoffer] gepost met het oog op een te plegen diefstal met geweld jegens dan wel afpersing van [slachtoffer]. Verdachte en zijn medeverdachten hadden daartoe bivakmutsen, breekijzers, touw, tie-wraps, een oefengranaat, een automatisch vuurwapen en onderdelen van een gaspistool meegenomen.

De rechtbank overweegt, dat deze voorwerpen, zeker in onderlinge samenhang bezien, bij uitstek geschikt zijn voor een te plegen diefstal met geweld, dan wel afpersing. Indien een verdachte, zoals in dit geval, zich geruime tijd en in het bezit van dergelijke voorwerpen in de nabije omgeving van het beoogde slachtoffer bevindt ter voorbereiding van een geweldsmisdrijf, dienen aanmerkelijke eisen te worden gesteld aan de wijze waarop wordt teruggetreden. Uit het relaas van de verbalisanten volgt dat de Audi S5, met daarin verdachte en medeverdachte [medeverdachte 2], eerst (met gedoofde verlichting en met hoge snelheid) is weggereden toen de Volkswagen Polo, met daarin de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3], in het zicht van verdachte werd staande gehouden door de politie. Het onvoltooid blijven van het delict is daarmee niet zozeer geheel of in overwegende mate te danken aan een tot de spontane wil van de verdachte te herleiden besluit maar veeleer tot externe factoren, namelijk het op zich laten wachten door de beoogde slachtoffers en de aanhouding van de medeverdachten. Dit brengt met zich dat het beroep op vrijwillige terugtred faalt.

Ook overigens is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het bewezenverklaarde levert op:

MEDEPLEGEN VAN VOORBEREIDING VAN MEDEPLEGEN VAN AFPERSING CQ DIEFSTAL MET GEWELD.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7 De strafoplegging

7.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, met aftrek van de tijd die door verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht.

7.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft - onder verwijzing naar jurisprudentie in vergelijkbare zaken - betoogd dat de eis van de officier van justitie te hoog is en heeft - naar de rechtbank heeft begrepen - de rechtbank verzocht, indien zij tot een bewezenverklaring komt, te volstaan met het opleggen van een lagere straf.

7.3 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich met anderen schuldig gemaakt aan de voorbereiding van een afpersing dan wel diefstal met geweld van een geldbedrag van een persoon, naar alle waarschijnlijkheid [slachtoffer]. Daarbij hadden verdachte en zijn mededaders wapens en andere zaken meegenomen die bestemd waren om het beoogde slachtoffer onder controle te houden. Verdachte en zijn mededaders hebben langdurig gepost bij het werk- en woonadres van het beoogde slachtoffer. Dat het niet tot een afpersing althans diefstal met geweld is gekomen - omdat het beoogde slachtoffer niet kwam opdagen - mag een gelukkig toeval heten en is niet aan verdachte of zijn mededaders te danken. Een voorbereiding van een ernstig misdrijf zoals hier aan de orde tast het gevoel van veiligheid in zijn algemeenheid, en dat van de direct betrokkene (het beoogde slachtoffer) in het bijzonder aan. Verdachte heeft zich hier kennelijk in het geheel niet om bekommerd. Dit neemt de rechtbank verdachte bijzonder kwalijk.

De rechtbank heeft acht geslagen op het de verdachte betreffende Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 7 mei 2012 waaruit blijkt dat verdachte eerder in verband met vermogens-, en geweldsdelicten is veroordeeld.

Gebruikelijk wordt voor een overval in een woning met meer dan licht geweld een gevangenisstraf van 5 jaren opgelegd. Voor een overval in een bedrijfspand wordt doorgaans 3 jaren gevangenisstraf opgelegd. Verdachte en zijn medeverdachten hebben zowel bij het werkadres als het woonadres van het beoogde slachtoffer gepost. Ongewis is gebleven waar het misdrijf dat zij voorbereidden zou plaatsvinden. Dat brengt de rechtbank er toe om ten aanzien van het voorbereide misdrijf uit te gaan van een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren, en voor de voorbereiding van dit misdrijf van een gevangenisstraf voor de duur van 2 jaren. Het is de rechtbank niet gebleken dat de rol van verdachte substantieel anders (minder) was dan die van (een van) zijn medeverdachten. Nu ook overigens niet is gebleken van omstandigheden die aanleiding geven om van genoemd uitgangspunt af te wijken, zal de rechtbank verdachte veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

8 De vordering tot tenuitvoerlegging

De officier van justitie heeft gevorderd dat de voorwaardelijke straf van 4 weken gevangenisstraf die aan verdachte is opgelegd bij arrest van het Gerechtshof Arnhem d.d. 12 februari 2010 ten uitvoer zal worden gelegd.

De raadsvrouw heeft in verband met het gevoerde bewijsverweer primair betoogd dat de vordering dient te worden afgewezen. De raadsvrouw heeft subsidiair betoogd dat het nieuwe strafbare feit van een andere orde is dan het feit waarvoor de tenuitvoerlegging wordt gevorderd en voorts dat het nieuwe feit heeft plaatsgevonden een week voor het einde van de proeftijd.

De rechtbank stelt vast dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan een nieuw strafbaar feit en daarmee de algemene voorwaarde heeft overtreden.

Gelet hierop kan de vordering tot tenuitvoerlegging worden toegewezen. De rechtbank acht tenuitvoerlegging op zijn plaats en zal deze bevelen. Dat het nieuwe strafbare feit kort voor het verlopen van de proeftijd is gepleegd alsmede dat het nieuwe strafbare feit van een andere orde zou zijn dan het strafbare feit waarvoor de voorwaardelijke straf is opgelegd, noopt niet tot een ander oordeel.

9 De wettelijke voorschriften

De opgelegde straf berust op de artikelen 46, 47, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

10 De beslissing

De rechtbank:

- verklaart het ten laste gelegde bewezen op de wijze als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van hetgeen meer of anders is ten laste gelegd;

- verklaart dat het bewezenverklaarde het onder 5 vermelde strafbare feit oplevert;

- verklaart verdachte strafbaar;

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 24 (vierentwintig) maanden;

- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Vordering tenuitvoerlegging

- gelast dat de voorwaardelijke straf die bij arrest (Gerechtshof Arnhem) d.d. 12 februari 2010 is opgelegd in de zaak onder parketnummer 21/000984-09 ten uitvoer zal worden gelegd, te weten een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) weken.

Dit vonnis is gewezen door mr. L.C. van Walree, voorzitter, mr. A.M. van Kalmthout en

mr. M. van Kuilenburg, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.Y. de Lange, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 juni 2012.

Mr. M. van Kuilenburg is door afwezigheid buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

1.

hij op of omstreeks 18 februari 2012 te Sliedrecht en/of Schelluinen en/of

elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

ter voorbereiding van het met anderen of een ander, althans alleen, te plegen

misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht

jaren of meer is gesteld, te weten het onder bedreiging van en/of met gebruik

van een of meer vuurwapens wegnemen, althans afhandig maken, van een

geldbedrag toebehorende aan [slachtoffer] en/of een ander of anderen,

hetgeen zou opleveren diefstal met geweld en/of afpersing in vereniging,

strafbaar gesteld in de artikelen 312 en/of 317 van het Wetboek van

Strafrecht, althans een met anderen of een ander te plegen misdrijf waarop

naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is

gesteld,

opzettelijk een automatisch vuurwapen en/of onderdelen van een

pistool en/of een oefengranaat en/of stukken nylon koord en/of (bivak)muts(en)

en/of handschoen(en) en/of gereedschap en/of tie-wrap(s) en/of vuurwerk en/of

personenauto('s) (Volkswagen Polo en/of Audi S5) en/of navigatiesyste(e)m(en)

bestemd tot het begaan van dat misdrijf voorhanden heeft/hebben gehad;

Parketnummer: 11/860123-12 en 21/000984-09 (tul)

Vonnis d.d. 14 juni 2012