Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2012:BW8552

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
15-06-2012
Datum publicatie
15-06-2012
Zaaknummer
AWB 12/93
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Tussen partijen is enkel in geschil de vraag of met de arbeidsovereenkomst is komen vast te staan dat eiseres voldoet aan de voorwaarden voor het migrerend werknemersschap. De rechtbank beantwoordt deze vraag met verweerder ontkennend. De arbeidsovereenkomst is op 1 mei 2011 tussen eiseres en (naam X) aangegaan, teneinde gedurende 34 uur per maand huishoudelijke hulp te verlenen in het huis van laatstgenoemde. Op 6 augustus 2011 is eiseres gehuwd met (naam X), zodat ten tijde van het indienen van de aanvraag om studiefinanciering er sprake was van een huwelijk met (naam X). De huishoudelijke werkzaamheden werden verricht in de echtelijke woning, en derhalve ten behoeve van het huishouden van de beide echtgenoten. Naar het oordeel van de rechtbank is er geen sprake van een normale gezagsverhouding. Bovendien is niet komen vast te staan dat er sprake is van daadwerkelijke betalingen van het salaris aan eiseres. Het enkel opmaken van een salarisspecificatie met de mededeling dat het loon contant is betaald is daartoe onvoldoende.

De rechtbank wil niet zeggen dat het bestaan van een arbeidsovereenkomst tussen echtelieden tot de onmogelijkheden behoort, maar gelet op de aard van de werkzaamheden, kan geen sprake zijn van een normale gezagsverhouding. De omstandigheid dat de arbeidsovereenkomst reeds enige maanden voor het huwelijk is gesloten, kan niet tot een ander oordeel leiden.

Eiseres voldoet derhalve niet aan de voorwaarden voor een migrerend werknemer.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RSV 2012/191
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector Bestuursrecht

procedurenummer: AWB 12/93

uitspraak van de enkelvoudige kamer voor bestuursrechtelijke zaken

in het geding tussen

[Naam], wonende te [woonplaats], eiseres,

gemachtigde: [naam X] te Voorburg,

en

de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, verweerder,

gemachtigde: drs. P.M.S. Slagter, werkzaam bij de Dienst Uitvoering Onderwijs.

1. Ontstaan en loop van het geding

Verweerder heeft bij besluit van 6 oktober 2011 de aanvraag van eiseres voor studiefinanciering niet in behandeling genomen.

Tegen dit besluit heeft eiseres bij brief van 14 oktober 2011 bezwaar gemaakt bij verweerder.

Bij besluit van 13 december 2011 heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Tegen dit besluit heeft eiseres bij brief van 16 januari 2012 beroep ingesteld bij de rechtbank.

De zaak is op 8 mei 2012 ter zitting van een enkelvoudige kamer behandeld.

Eiseres is ter zitting verschenen bij haar gemachtigde.

Verweerder is verschenen bij gemachtigde.

2. Overwegingen

Ingevolge artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet studiefinanciering 2000 (hierna: Wsf 2000) kan voor studiefinanciering in aanmerking komen een studerende die niet de Nederlandse nationaliteit bezit, maar wel ingevolge een verdrag of een besluit van een volkenrechtelijke organisatie op het terrein van de studiefinanciering met een Nederlander wordt gelijkgesteld.

Krachtens artikel 39 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, zoals dat destijds luidde, heeft een studerende die tevens migrerend werknemer is in Nederland een verblijfsrecht.

Op 17 december 2009 heeft verweerder de 'Beleidsregel controlebeleid migrerend werknemerschap' (hierna: Beleidsregel) vastgesteld (Staatscourant 2010, nr. 124). Deze beleidsregel is met terugwerkende kracht tot 23 maart 2009 in werking getreden.

In de Beleidsregel is het volgende neergelegd: "De Dienst Uitvoering Onderwijs gaat ervan uit dat iedere studerende, die over de controleperiode 32 uur of meer gemiddeld per maand heeft gewerkt, zonder meer de status van migrerend werknemer heeft en daarmee terecht studiefinanciering heeft ontvangen over het gecontroleerde studiefinancieringtijdvak. Bij het vaststellen van het criterium van 32 uur gemiddeld per maand zal in beginsel eveneens tot een hoogte van één maand rekening worden gehouden met vakanties en eventuele ziekte".

2.2. Verweerder heeft zich in het bestreden besluit op het standpunt gesteld dat eiseres niet in aanmerking komt voor studiefinanciering, omdat zij niet kan worden aangemerkt als een migrerend werknemer in het Europese recht en daarmee niet aan de voorwaarden voor studiefinanciering voldoet. Eiseres heeft een arbeidscontract voor onbepaalde tijd (regeling dienstverlening aan huis) met haar echtgenoot [naam X], waarin is opgenomen dat zij gedurende 34 uur per maand werkzaam is als huishoudelijke hulp bij haar werkgever [naam X]. Uit de arbeidsovereenkomst blijkt dat er werkzaamheden worden verricht in het huishouden van de echtgenoot van eiseres. Deze werkzaamheden dienen evenzeer te worden gezien als samenhangend met en voortvloeiend uit het huwelijk. Dit betekent dat de werkzaamheden een onderdeel zijn van de verplichting van de echtgenoten om elkaar hulp en bijstand te verlenen. Daarnaast kan er ook niet gesproken worden van een gezagsverhouding ten opzichte van elkaar maar geldt veeleer de zorgplicht zoals die gekoppeld is aan het huwelijk.

2.3. Eiseres kan zich met het bestreden besluit niet verenigen en stelt daartoe dat zij voldoet aan de voorwaarden voor het migrerend werknemerschap. Zij heeft een contract voor 34 uur per maand. Er is ook sprake van een gezagsverhouding, nu de arbeidsovereenkomst is aangegaan ruim voor het huwelijk. Eiseres krijgt nog altijd instructies van haar werkgever.

2.4. De rechtbank oordeelt als volgt.

2.4.1. De rechtbank gaat uit van de volgende vaststaande feiten. Op 24 augustus 2011 vraagt eiseres, die de Poolse nationaliteit heeft, studiefinanciering aan met ingang van de maand dat zij er recht op heeft in verband met haar studie muziek aan het Koninklijk Conservatorium. Bij brief van 12 september 2011 heeft verweerder bewijsstukken opgevraagd bij eiseres om aan te tonen dat zij aan de voorwaarde voor het verlenen van studiefinanciering voldoet. Bij besluit van 6 oktober 2011 heeft verweerder de aanvraag niet in behandeling genomen. In bezwaar heeft eiseres nadere bewijsstukken overgelegd, zijnde een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd (regeling dienstverlening aan huis) ingaande 1 mei 2011 en salarisspecificaties over de periode van mei 2011 tot en met september 2011.

2.4.2. Tussen partijen is enkel in geschil de vraag of met de arbeidsovereenkomst is komen vast te staan dat eiseres voldoet aan de voorwaarden voor het migrerend werknemersschap. De rechtbank beantwoordt deze vraag met verweerder ontkennend. De arbeidsovereenkomst is op 1 mei 2011 tussen eiseres en [naam X] aangegaan, teneinde gedurende 34 uur per maand huishoudelijke hulp te verlenen in het huis van laatstgenoemde. Op 6 augustus 2011 is eiseres gehuwd met [naam X], zodat ten tijde van het indienen van de aanvraag om studiefinanciering er sprake was van een huwelijk met [naam X]. De huishoudelijke werkzaamheden werden verricht in de echtelijke woning, en derhalve ten behoeve van het huishouden van de beide echtgenoten. Naar het oordeel van de rechtbank is er geen sprake van een normale gezagsverhouding. Bovendien is niet komen vast te staan dat er sprake is van daadwerkelijke betalingen van het salaris aan eiseres. Het enkel opmaken van een salarisspecificatie met de mededeling dat het loon contant is betaald is daartoe onvoldoende.

De rechtbank wil niet zeggen dat het bestaan van een arbeidsovereenkomst tussen echtelieden tot de onmogelijkheden behoort, maar gelet op de aard van de werkzaamheden, kan geen sprake zijn van een normale gezagsverhouding. De omstandigheid dat de arbeidsovereenkomst reeds enige maanden voor het huwelijk is gesloten, kan niet tot een ander oordeel leiden.

Eiseres voldoet derhalve niet aan de voorwaarden voor een migrerend werknemer.

Het beroep is derhalve ongegrond.

2.5. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Gezien het vorenstaande beslist de rechtbank als volgt.

3. Beslissing

De rechtbank 's-Gravenhage,

- verklaart het beroep ongegrond.

Aldus gegeven door mr. M.G.L. de Vette, rechter, en door deze en C. Groenewegen, griffier, ondertekend.