Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2012:BW8371

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
30-05-2012
Datum publicatie
14-06-2012
Zaaknummer
96428 - FA RK 12-7076
Rechtsgebieden
Civiel recht
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening+bodemzaak
Inhoudsindicatie

De Raad voor de Kinderbescherming, wordt verzocht voor ieder kind afzonderlijk onderzoek te verrichten naar de vraag of en in welke vorm contactherstel met de vrouw in zijn/haar belang is. De man heeft zich ter zitting bereid verklaard de vrouw te informeren. Er is een informatieregeling opgelegd inhoudende dat de man de vrouw iedere drie maanden schriftelijk dient te informeren over alle gewichtige aangelegenheden (schoolprestaties, gezondheid, activiteiten en psychische gesteldheid) die de kinderen betreffen, met toezending van een goedgelijkende portretfoto van de kinderen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

Sector civiel recht

zaaknummer: 96428 / FA RK 12-7076; 97753 / FA RK 12-7687 en 97754 / FA RK 12-7688

beschikking van de enkelvoudige kamer van 30 mei 2012

in de zaak van

[verzoekster],

wonende te [adres verzoekster],

thans verblijvende te Breda, Penitentiaire Inrichting voor Vrouwen te Breda,

verzoekster,

advocaat mr. M.G. Hoogerwerf,

tegen

[verweerder],

wonende te [adres verweerder],

verweerder,

advocaat mr. L.L.A. Cox te Utrecht.

Partijen worden hieronder aangeduid als de vrouw respectievelijk de man.

1. Het procesverloop

De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende processtukken:

- het verzoekschrift van de vrouw, met bijlagen, ingekomen ter griffie op 16 januari 2012;

- het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek van de man, met bijlagen, ingekomen ter griffie op 13 april 2012;

- het faxbericht, met bijlagen, van de advocaat van de man, ingekomen ter griffie op 20 april 2012;

- het faxbericht, met bijlagen, van de advocaat van de vrouw, ingekomen ter griffie op 23 april 2012;

- het verweerschrift tegen het zelfstandige verzoek, ingekomen ter griffie op 24 april 2012;

- het faxbericht, met bijlagen, van de advocaat van de man, ingekomen ter griffie op 25 april 2012.

De rechtbank heeft naar de mening gevraagd van de minderjarige [minderjarige1] en kennis genomen van zijn standpunt.

De mondelinge behandeling van deze zaak heeft plaatsgevonden op de terechtzitting met gesloten deuren van 26 april 2012.

Ter terechtzitting zijn verschenen:

- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;

- de man, bijgestaan door zijn advocaat, tevens vergezeld door zijn partner [partner van de man].

2. De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, alsmede op grond van de producties, voor zover niet betwist, staat het volgende tussen partijen vast.

Partijen zijn op [huwelijksdatum] te [huw.plaats] met elkaar gehuwd.

Uit hun huwelijk zijn geboren de thans nog minderjarigen:

[minderjarige1] op [geboortedatum+plaats mj1];

[minderjarige2] op [[geboortedatum+plaats mj2]];

[minderjarige3] op [geboortedatum+plaats mj3];

[minderjarige4] op [geboortedatum+plaats mj4].

Bij beschikking van deze rechtbank van 02 april 2008 is tussen partijen de echtscheiding uitgesproken en is verder onder meer bepaald dat de man een bijdrage in de kosten van de jongste drie kinderen diende te voldoen van € 150,-- per maand, per kind. Partijen waren voorts een co-ouderschapregeling overeengekomen. De hoofdverblijfplaats van het oudste kind werd bij de man bepaald, het hoofdverblijf van de drie andere kinderen bij de vrouw.

Het echtscheidingsvonnis is op 11 april 2008 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.

De vrouw verblijft sinds juli 2011 in voorlopige hechtenis in de Penitentiaire Inrichting voor Vrouwen te Breda wegens verdenking van seksueel misbruik van de dochter van partijen.

Zij is inmiddels veroordeeld tot een celstraf van 8 jaar. De vrouw is tegen dit vonnis in hoger beroep gegaan.

3. Het verzoek

De vrouw verzoekt:

I. een regeling van de zorg- en opvoedingstaken vast te leggen waarbij de kinderen van partijen, dan wel alleen de zonen, eenmaal per drie weken bij de vrouw op bezoek komen zolang zij gedetineerd is in P.I.V. Breda, dan wel indien zij elders gedetineerd zou zijn, eenmaal per drie weken op een dag waarop bezoek in de P.I. is toegestaan, alsmede eenmaal per zes weken tijdens het speciale moeder/kindbezoek;

II. de man te veroordelen de vrouw te informeren over het wel en wee van de kinderen, zulks eenmaal per maand door toezending van een schriftelijk verslag over hun schoolprestaties, gezondheid, activiteiten en psychische gesteldheid;

III. de man te veroordelen tenminste tweemaal per jaar een goedgelijkende portretfoto van de kinderen aan de vrouw toe te zenden.

Ter onderbouwing van haar verzoek stelt de vrouw dat de feiten waarvan zij wordt verdacht, welke deels door haar zijn bekend, en waarvoor zij thans in detentie zit, zich hebben afgespeeld met betrekking tot de dochter van partijen, [minderjarige4].

Sinds haar detentie is de vrouw verstoken van ieder contact met haar kinderen. Ondanks verzoeken van de vrouw weigert de man iedere vorm van contact tussen de kinderen en haar.

De vrouw is van mening dat er een vorm van contact tussen haar en de kinderen mogelijk moet zijn, in ieder geval telefonisch contact en met de jongens persoonlijk contact. De broer van de vrouw is bereid de kinderen bij de man thuis op te halen en naar de P.I. in Breda te vervoeren en hen ook weer terug te brengen.

De vrouw is nog steeds gezagouder en heeft uit dien hoofde recht op informatie over de kinderen.

Het verweer

De door de vrouw verzochte zorgregeling wordt door de man geenszins in het belang van de kinderen geacht. De vrouw heeft er klaarblijkelijk geen notie van welke impact de hele gebeurtenis op de kinderen heeft gehad. Het vertrouwen van de kinderen in de vrouw is volledig verdwenen. Zij hebben aangegeven geen contact met de vrouw te wensen. [minderjarige4] is erg angstig en raakt, als zij maar iets over de vrouw hoort, volledig over haar toeren. Ieder contact tussen de vrouw en de kinderen zal voor hen erg stressvol zijn. De verzoeken van de vrouw dienen derhalve te worden afgewezen.

De zelfstandige verzoeken

De man verzoekt wijziging van de beschikking van deze rechtbank van 2 april 2008.

De vrouw is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 8 jaar. Ondanks dat de veroordeling nog niet onherroepelijk is, staat vast - nu de vrouw ten dele heeft bekend - dat de vrouw zich verwijtbaar verkeerd heeft gedragen. De misdragingen van de vrouw diskwalificeren haar als opvoeder, ook ten aanzien van de zonen van partijen. Op grond van artikel 1:269 lid 1 BW is er, gelet op het bovenstaande, voldoende grond de vrouw uit het ouderlijk gezag over alle vier de kinderen te ontzetten.

De man verzoekt voorts de bij beschikking van 2 april 2008 bepaalde kinderalimentatie voor de jongste drie kinderen van partijen op nihil te bepalen.

De kinderen verblijven al bijna een jaar bij de man en gelet op de veroordeling van de vrouw, ziet het er naar uit dat er voorlopig geen verandering in deze situatie zal komen.

Aanvullend is door de man ter zitting verzocht hem alleen met het ouderlijk gezag over de minderjarigen te belasten.

Partijen communiceren niet en de vrouw verleent haar medewerking niet. Dit heeft onder meer tot gevolg dat de kinderen geen identiteitsbewijs hebben. Ook andere belangrijke beslissingen met betrekking tot de kinderen kan de man niet zonder de vrouw nemen.

Het verweer op de zelfstandige verzoeken

De man dient in zijn verzoek tot ontheffing van de vrouw van het gezag niet ontvankelijk verklaard te worden, aangezien dit verzoek ingevolge artikel 1:267 BW slechts kan worden uitgesproken op verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming of het Openbaar Ministerie.

Het verzoek tot ontzetting dient te worden afgewezen.

De door de man verzochte ontzetting uit het gezag is niet in het belang van de kinderen. De man maakt zich nu reeds schuldig aan “ontoudering” van de vrouw en geeft de kinderen uisluitend ruimte voor negatieve gevoelens jegens de vrouw. Ontzetting uit het ouderlijk gezag zou deze houding versterken en belonen.

Bovendien ontkent de vrouw zich schuldig te hebben gemaakt aan misbruik van gezag of grove verwaarlozing van de kinderen. De door de man gestelde verwaarlozing is niet aangetoond.

Voor zover de man het eenhoofdig gezag verzoekt, maakt de vrouw hier bezwaar tegen.

De vrouw is in staat en bereid vanuit de gevangenis met de man te communiceren over de kinderen. Dat de man dit niet wil en iedere vorm van communicatie uit de weg gaat, is geen reden hem alleen met het ouderlijk gezag te belasten.

Anders dan de man stelt is de vrouw bereid haar volledige medewerking te verlenen aan het aanvragen van identiteitsbewijzen voor de kinderen. Noch de man, noch zijn advocaat heeft de vrouw hier echter om verzocht.

De vrouw refereert zich aan het verzoek tot nihil stelling van de kinderalimentatie.

Het verzoek tot vaststelling van een zorgregeling dient te worden afgewezen nu er al een regeling is vastgesteld; de man dient wijziging te verzoeken.

Ten aanzien van een eventueel wijzigingsverzoek van de regeling merkt de vrouw het volgende op.

Partijen zijn in onderling overleg al in juni 2011 een wijziging van de bij echtscheidingsbeschikking vastgestelde regeling overeengekomen. Deze regeling hield in dat de kinderen eenmaal per twee weken van vrijdagmiddag tot maandagmiddag bij de man zouden verblijven. Het aandeel in de zorg door de man was derhalve al teruggebracht.

De vrouw betwist dat zonder meer gesteld kan worden dat de kinderen getraumatiseerd zijn alleen ten gevolge van hetgeen er met [minderjarige4] is gebeurd. Er zijn meerdere oorzaken aan te wijzen. Ook al zouden de kinderen getraumatiseerd zijn dan wil dat volgens de vrouw niet zeggen dat iedere vorm van contact tussen de kinderen en de vrouw slecht is. De vrouw stelt dat het in het algemeen wel degelijk in het belang van de kinderen wordt geacht dat er een vorm van contact is met ieder der ouders, ook als een van die ouders gedetineerd is of veroordeeld is wegens een ernstig misdrijf. De vrouw acht het wenselijk dat er een deskundigenonderzoek wordt gelast naar de vraag of en zo ja op welke wijze het contact tussen de vrouw en de kinderen dient te worden hersteld.

De mening van de minderjarige [minderjarige1]:

Hij veroordeelt het gedrag van moeder en wijst ieder contact met haar van de hand.

4. De beoordeling

Belanghebbende [partner van de man]

De man stelt zich op het standpunt dat zijn partner, [partner van de man], sinds juli 2011, het moment waarop de vier kinderen bij de man zijn komen wonen, mede verzorgende is van de kinderen. De man en zijn partner hebben voorts het voornemen om in juli 2012 in het huwelijk te treden, zodat [partner van de man] daarmee ook de stiefmoeder van de kinderen wordt.

Gezien het bovenstaande is het van belang dat de partner van de man als verzorgende van de kinderen de zitting bijwoont en zal aan het bezwaar van de vrouw, dat de partner van de man niet als belanghebbende valt aan te merken, worden voorbij gegaan.

Nihil stelling alimentatie

Het verzoek van de man om de bij beschikking van 02 april 2008 bepaalde, door hem te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen, op nihil te stellen, is door de vrouw niet weersproken.

Het verzoek van de man zal worden toegewezen.

De zorgregeling, ontzetting en het eenhoofdig gezag

Zowel ten aanzien van de verzoeken van de vrouw (vastlegging van een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en een informatieverplichting voor de man), als voor de zelfstandige verzoeken van de man (de ontzetting van de vrouw van het gezag dan wel hem alleen met het ouderlijk gezag te belasten), geldt dat bij de beoordeling van deze verzoeken primair te gelden heeft wat in het belang van de kinderen is.

Dat de vrouw door haar gedragingen, die zij ten dele heeft toegegeven en waarvoor zij ter zitting spijt heeft betuigd, [minderjarige4] schade en verdriet heeft berokkend en wellicht daardoor ook de andere kinderen, is waarschijnlijk.

De rechtbank acht zich echter thans onvoldoende, op objectieve wijze, voorgelicht om een beslissing te nemen over de vraag of het voorgaande tot het oordeel dient te leiden dat er geen enkele vorm van contact tussen ieder der kinderen en de vrouw meer mogelijk is.

De Raad voor de Kinderbescherming zal worden verzocht voor ieder kind afzonderlijk onderzoek te verrichten naar de vraag of en in welke vorm contactherstel met de vrouw in zijn/haar belang is.

De Raad voor de Kinderbescherming wordt tevens verzocht te adviseren over het verzoek van de man tot ontzetting van de vrouw van het ouderlijk gezag over de minderjarigen, dan wel hem alleen met het gezag over de minderjarigen te belasten.

De zaak zal voor verdere behandeling worden aangehouden en in afwachting van het raadsrapport worden verwezen naar de schriftelijke rolzitting familiezaken van 14 september 2012.

Informatievoorziening

Ter zitting heeft de man zich bereid verklaard de vrouw te informeren. Hieronder zal de wijze waarop de informatie door de man aan de vrouw dient te worden verschaft, nader worden bepaald.

5. De beslissing

De rechtbank:

bepaalt, uitvoerbaar bij voorraad, dat de man, de vrouw iedere drie maanden schriftelijk zal informeren over alle gewichtige aangelegenheden (schoolprestaties, gezondheid, activiteiten en psychische gesteldheid) met betrekking tot de minderjarigen [minderjarige1], geboren op [geboortedatum+plaats mj1]; [minderjarige2], geboren op [geboortedatum+plaats mj2]; [minderjarige3], geboren op [geboortedatum+plaats mj3] en [minderjarige4], geboren op [geboortedatum+plaats mj4];

tenminste tweemaal per jaar dient de schriftelijke informatie vergezeld te gaan van een goedgelijkende portretfoto van de kinderen;

wijzigt de beschikking van deze rechtbank d.d. 02 april 2008 ten aanzien van het daarin bepaalde met betrekking tot de kinderalimentatie en stelt de door de man te bepalen bijdrage in de kosten voor verzorging en opvoeding van de minderjarigen voornoemd, op nihil;

stelt de stukken in handen van de Raad voor de Kinderbescherming, vestiging Dordrecht,

met het verzoek voor ieder kind afzonderlijk onderzoek te verrichten naar de vraag of en in welke vorm contactherstel met de vrouw in zijn/haar belang is en met het verzoek

daaromtrent te adviseren;

De Raad voor de Kinderbescherming wordt tevens verzocht onderzoek te verrichten en te adviseren over het verzoek van de man tot ontzetting van de vrouw van het ouderlijk gezag over de minderjarigen, dan wel hem alleen met het gezag over de minderjarigen te belasten;

verwijst daartoe de zaak naar de schriftelijke rolzitting familiezaken van 14 september 2012;

houdt iedere overige beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door mr. A. Eerdhuijzen, tevens kinderrechter, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van woensdag 30 mei 2012.