Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2012:BW7684

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
06-06-2012
Datum publicatie
06-06-2012
Zaaknummer
291585 CV EXPL 11-10622
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Werknemer is gehouden de boete ter zake van het ontbreken van een vignet te betalen. Dit mede gelet op de gebruikelijke wijze van informatievoorziening binnen het bedrijf van werkgever.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2012-0538
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

Sector kanton

Locatie Dordrecht

kenmerk: 291585 CV EXPL 11-10622

vonnis van de kantonrechter te Dordrecht van 31 mei 2012

in de zaak van:

[naam],

wonende te [woonplaats],

eiser,

gemachtigde mr. D.A. Schalker, FNV Bondgenoten,

tegen:

de besloten vennootschap Braanker Transport B.V.,

statutair gevestigd te [plaatsnaam]

en kantoorhoudende te [adres],

gedaagde,

gemachtigde C. Braanker.

Partijen worden hierna aangeduid als [eiser] en Braanker.

Verloop van de procedure

De kantonrechter wijst vonnis op de volgende processtukken:

1. de dagvaarding van 24 november 2011;

2. de conclusie van antwoord;

3. het tussenvonnis van 19 januari 2012 waarin een comparitie van partijen is bepaald;

4. de aantekening van de griffier dat op 3 april 2012 de comparitie van partijen heeft plaatsgevonden;

5. de overgelegde producties.

Omschrijving van het geschil

1. De feiten

Als gesteld door de ene partij en niet of onvoldoende weersproken door de andere partij, alsmede op grond van de overgelegde producties, staat het volgende tussen partijen vast.

1.1 [eiser] is op 22 november 2004 in dienst getreden bij Braanker in de functie van chauffeur.

1.2 In de kantine van Braanker ligt de zogenoemde “Landendocumentatie”, een map waarin per land alle geldende regels zijn opgenomen (hierna de informatiemap). Deze informatiemap is voor alle werknemers van Braanker in te zien.

1.3 Op 23 april 2010 is [eiser] bij de grens met Polen aangehouden vanwege het ontbreken van een vignet.

1.4 [eiser] heeft een bedrag van € 750,00 netto moeten betalen als boete vanwege het ontbreken van een vignet, alsmede € 11,50 voor de kosten van een vignet.

2. De vordering

2.1 [eiser] vordert dat Braanker bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, zal worden veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 911,50, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag te rekenen vanaf de dag dat dit bedrag verschuldigd is, met veroordeling van Braanker in de proceskosten.

2.2 Naast het bedrag van € 750,00 ter zake van de boete wegens het ontbreken van een vignet vordert [eiser] een bedrag van € 11,50 netto ter zake van het alsnog aanschaffen van een vignet en een bedrag van € 150,00 ter zake van de buitengerechtelijke incassokosten.

2.3 [eiser] stelt daartoe – samengevat en voor zover van belang – het volgende. Voor het rijden met de vrachtauto naar Polen is een zogenaamd autobaanvignet verplicht. Deze dient vooraf te worden aangeschaft en er dient direct bij het binnenkomen van Polen over te worden beschikt. [eiser] was van deze verplichting niet vooraf op de hoogte gesteld. Omdat [eiser] ook nooit eerder op Polen had gereden, wist hij ook niet dat dit vignet verplicht was.

Bij de grens met Polen bestond op dat moment nog geen mogelijkheid om het vereiste vignet aldaar aan te schaffen. Nog voordat [eiser] deze mogelijkheid wel had, is hij op 23 april 2010 aangehouden wegens het ontbreken van een vignet. [eiser] heeft vervolgens met Braanker telefonisch contact opgenomen, waarna hem is medegedeeld dat hij het bedrag van de boete maar moest voorschieten en hij dit van Braanker terug zou krijgen. [eiser] heeft in totaal € 761,60 moeten voorschieten. Vanwege de korte voorbereidingstijd voor zijn rit kon [eiser] zich niet op de hoogte stellen van de informatiemap waarnaar Braanker verwijst. Bovendien mocht [eiser] erop vertrouwen dat de planning dit anders had aangegeven, iets wat anders ook gebruikelijk is bij Braanker. [eiser] meent dan ook dat de aansprakelijkheid voor de boete geheel bij Braanker dient te liggen.

3. Het verweer

Braanker voert – samengevat en voor zover van belang – het volgende aan. Voor aanvang van de rit naar Polen had [eiser] zich op de hoogte moeten stellen van de voor Polen geldende regels. [eiser] had zich op de hoogte kunnen stellen door de informatiemap te raadplegen.

Op vrijdag 16 april 2010 heeft [eiser] zijn werkzaamheden bij Braanker beëindigd en is toen op de hoogte gesteld van zijn rit naar Polen. [eiser] was 17 en 18 april 2010 vrij en had dus tijd genoeg om zich voor te bereiden op zijn rit naar Polen. [eiser] had als internationaal chauffeur moeten weten dat voor Polen een vignetplicht bestond. Voor zover deze verplichting niet bestaat, had [eiser] zich op de hoogte moeten stellen van deze verplichting. De kosten van het ontbreken van het vignet van

€ 750,00 zijn dan ook voor rekening en risico van [eiser]. De kosten voor het vignet van € 11,50 wil Braanker wel vergoeden.

Beoordeling van het geschil

4. Braanker heeft aangevoerd de kosten voor het vignet van € 11,50 te willen vergoeden. Dit bedrag zal dan ook worden toegewezen, alsmede de wettelijke rente daarover.

5. Tussen partijen is in geschil wie er verantwoordelijk is voor de boete ten gevolge van het ontbreken van een vignet in Polen.

6. In haar uitspraak van 13 juni 2008, JAR 2008/185 heeft de Hoge Raad overwogen dat een wettelijke grondslag voor verhaal van een boete van een werknemer op een werkgever ontbreekt doch dat niet valt uit te sluiten dat de werkgever onder bijzondere omstandigheden op grond van artikel 7:611 BW gehouden is een boete voor zijn rekening te nemen.

7. Als voorbeeld wordt slechts genoemd “indien hij het begaan van de desbetreffende overtreding heeft bevorderd”. De AG mr. Langemeijer geeft onder 3.8 van zijn conclusie als voorbeelden “het handelen zonder de benodigde vergunning of het rijden met een onverzekerde auto, terwijl de werkgever voor die vergunning of voor de verzekering had moeten zorgen”. Beide voorbeelden betreffen de situatie dat aan (het gebruik van) de auto een voorwaarde is verbonden, waaraan in beginsel de werkgever behoort te voldoen. Deze uitzonderingen sluiten naar het oordeel van de kantonrechter aan bij de tevens relevante vraag of de werkgever zeggenschap heeft gehad over de situatie waarin de werknemer zich heeft bevonden toe hij de overtreding beging en of de werkgever de werknemer ter zake instructies heeft kunnen geven.

8. In situaties waarin de werknemer aan het verkeer deelneemt als een gewone weggebruiker, zoals bij het in acht nemen van de maximumsnelheid, het opvolgen van verkeerstekens- en borden e.d., zal die zeggenschap in het algemeen ontbreken. Anders ligt dit naar het oordeel van de kantonrechter indien een door de werkgever ter beschikking gestelde auto niet voldoet aan de eisen waaraan die auto moet voldoen.

9. In het onderhavige geval staat vast dat voor het rijden met de vrachtauto in Polen een vignet verplicht is. [eiser] stelt dat hij niet van deze verplichting vooraf op de hoogte is gesteld. Braanker betwist dit en voert daartoe aan dat in de kantine een informatiemap ligt, waarin alle informatie per land is opgenomen. Door deze informatiemap te raadplegen, had [eiser] zich op de hoogte kunnen stellen van de voor Polen geldende bijzonderheden, aldus Braanker.

10. De werkgever heeft de verplichting zijn werknemers te voorzien van de nodige informatie omtrent de benodigde vergunningen. [eiser] heeft ter zitting erkend dat het bij Braanker gebruikelijk is dat chauffeurs voor vertrek de informatiemap in de kantine raadplegen. [eiser] heeft ter zitting verklaard dat hij deze informatiemap geregeld bekijkt, ook voor landen waar hij regelmatig op rijdt. Van [eiser] had daarom mogen worden verwacht dat hij de informatiemap had geraadpleegd voor een land waarvan hij stelt dat hij daar nog nooit op heeft gereden. Dat [eiser] te weinig tijd heeft gehad om de informatiemap te bekijken is niet gebleken nu [eiser] ter zitting heeft erkend dat hij voor zijn rit naar Polen twee dagen vrij is geweest. In plaats van de informatiemap te raadplegen voor zijn rit naar Polen, heeft [eiser] ervoor gekozen om boodschappen te gaan doen en te douchen. Of [eiser] al dan niet vooraf op de hoogte is gesteld van zijn rit naar Polen, doet niets af van het feit dat hij op de hoogte was van de gebruikelijke wijze van informatievoorziening bij Braanker, te weten het door de chauffeur raadplegen van de informatiemap in de kantine. [eiser] heeft echter de keuze gemaakt om zijn tijd anders in te vullen voor zijn rit naar Polen. Dat het nodig hebben van een vignet door de afdeling planning bij Braanker kenbaar wordt gemaakt, is niet gebleken. Dat [eiser] voor zijn rit naar Polen de informatiemap niet heeft geraadpleegd, is op grond van het voorgaande een omstandigheid die voor rekening en risico van [eiser] dient te komen.

11. Op grond van het voorgaande dient [eiser] de boete ter zake het ontbreken van het vignet voor zijn rekening te nemen. De vordering tot betaling van de boete ter zake van het ontbreken van een vignet zal daarom worden afgewezen, evenals de daarover gevorderde wettelijke rente.

12. De gevorderde buitengerechtelijke kosten worden afgewezen. Op grond van het rapport Voorwerk II dient als uitgangspunt te gelden dat verrichtingen voorafgaand aan het geding worden gezien als voorbereiding van de gedingstukken en instructie van de zaak. Slechts een combinatie van (een) aanmaning(en) en het doen van een schikkingsvoorstel of het daadwerkelijk voeren van schikkingsonderhandelingen kan tot toewijzing van buitengerechtelijke kosten leiden. Uit de stellingen van partijen en de in het geding gebrachte stukken leidt de kantonrechter af dat van een dergelijke combinatie in het onderhavige geval geen sprake is.

13. [eiser] zal als de in het overwegend ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Niet gebleken is dat Braanker kosten heeft gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen, zodat de proceskosten tot op heden worden begroot op nihil.

Beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt Braanker aan [eiser] te betalen een bedrag van € 11,50, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag te rekenen vanaf de dag dat dit bedrag verschuldigd is tot de dag van de algehele voldoening;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van Braanker bepaald op nihil;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.H. Gaertman, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 31 mei 2012, in aanwezigheid van de griffier.