Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2012:BW7377

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
18-04-2012
Datum publicatie
04-06-2012
Zaaknummer
96957 - FA RK 12-7313
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening+bodemzaak
Inhoudsindicatie

Het verzoek in het kader van voorlopige voorzieningen tot het verbinden van een dwangsom aan een bij eerdere beschikking in het kader van voorlopige voorzieningen bepaalde omgangsregeling, is mogelijk en wordt toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

Sector civiel recht

zaaknummer: 96957 / FA RK 12-7313

beschikking van de enkelvoudige kamer van 18 april 2012

in de zaak van

[verzoeker],

wonende te [adres verzoeker],

verzoeker,

advocaat mr. J.D. Bakker,

t e g e n

[verweerster],

wonende te [adres verweerster],

verweerster,

advocaat mr. C.E. Koopmans.

Partijen worden hieronder aangeduid als de man respectievelijk de vrouw.

1. Het procesverloop

De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende processtukken in het kader van voorlopige voorzieningen voor de duur van de echtscheidingsprocedure:

- het verzoekschrift van de man, met bijlagen, ingekomen ter griffie op 21 februari 2012;

- het verweerschrift van de vrouw, met bijlagen, ingekomen ter griffie op 30 maart 2012.

De mondelinge behandeling van deze zaak heeft plaatsgevonden op de terechtzitting met gesloten deuren van 3 april 2012.

Ter terechtzitting zijn verschenen:

- de man, bijgestaan door zijn advocaat;

- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat.

2. De vaststaande feiten

Op de datum van de indiening van het verzoekschrift is uit de overgelegde stukken het navolgende gebleken.

Partijen zijn op [huwelijksdatum+plaats] met elkaar gehuwd.

Uit hun huwelijk is geboren de thans nog minderjarige [minderjarige] op [geboortedatum+plaats minderjarige].

Het kind verblijft bij de vrouw.

Bij beschikking van deze rechtbank van 30 november 2011 is in het kader van voorlopige voorzieningen een zorgregeling bepaald inhoudende dat de minderjarige één werkdag en één dag in het weekend van 10.00 uur tot 18.00 uur bij de man zal verblijven.

3. Het verzoek en het verweer

Het verzoek

De man verzoekt de navolgende voorlopige voorziening:

vaststelling van een omgangsregeling inhoudende dat de minderjarige één werkdag en één dag in het weekend van 10.00 uur tot 18.00 uur bij de man zal verblijven, op straffe van een dwangsom van € 500,-- per geval dat de vrouw weigert uitvoering aan de zorgregeling te geven.

Ter onderbouwing van zijn verzoek stelt de man dat de vrouw vanaf medio februari 2012 de zorgregeling eenzijdig heeft gewijzigd en nog slechts contact tussen de man en de minderjarige toestaat op zondag van 14.00 uur tot 18.00 uur.

Het verweer

De vrouw heeft verzocht het hierboven vermelde verzoek af te wijzen.

4. De beoordeling

Tussen partijen is onbetwist dat bij beschikking van deze rechtbank van 30 november 2011 een zorgregeling werd bepaald waarbij de man contact heeft met het kind één werkdag en één dag in het weekend van 10.00 uur tot 18.00 uur. Nu het verzoek tot echtscheiding is ingediend behoudt het bepaalde in deze beschikking zijn kracht.

De vrouw dient zich te realiseren dat een onherroepelijke rechterlijke uitspraak dient te worden nageleefd, tenzij er sprake zou zijn van nadien zodanig gewijzigde feiten of omstandigheden dat, alle betrokken belangen in aanmerking genomen, de eerdere voorziening niet in stand kan blijven.

Indien hiervan sprake was geweest, had het op de weg van de vrouw gelegen een wijzigingsverzoek op grond van artikel 824 Rv in te dienen, dit heeft zij evenwel niet gedaan.

Overigens heeft te gelden dat bij een verzoek tot het verbinden van een dwangmiddel aan een eerder bepaalde zorgregeling, waarvan in casu sprake is, het niet gaat om een nieuwe beoordeling van die zorgregeling, maar om de vraag of aan een vastgestelde en derhalve als gegeven te beschouwen zorgregeling, dwangmiddelen moeten worden verbonden, waarbij het belang van het betrokken kind als maatstaf dient te worden gehanteerd.

Door de vrouw wordt gesteld dat de man, zonder tijdig bericht aan de vrouw, afspraken bij herhaling niet nakomt. Tegenover de gemotiveerde betwisting door de man laat de vrouw echter na haar stellingen in voldoende mate te onderbouwen.

Ook stelt de vrouw dat de vastgestelde omgang niet in het belang van een jong kind als [minderjarige] is, omdat de man kennelijk niet in staat is de juiste zorg aan haar te geven. De vrouw ervaart het voorts als zeer bezwaarlijk dat de man niet met haar communiceert over het verlopen van de contacten.

De vrouw heeft ter zitting erkend dat zij het van meet af aan niet eens was met de opgelegde zorgregeling waarbij voorts uit de overwegingen van de beschikking van 30 november 2011 blijkt dat de bezwaren tegen de zorgregeling die thans door de vrouw naar voren worden gebracht, ook reeds door haar ten tijde van de mondelinge behandeling van 8 november 2011 werden geuit. De destijds door de vrouw aangevoerde argumenten stonden niet in de weg aan het vaststellen van de huidige zorgregeling.

Er dient derhalve van te worden uitgegaan dat de bij beschikking van 30 november 2011 bepaalde zorgregeling nog steeds in het belang van de minderjarige is. Nu deze zorgregeling reeds in een beschikking is vastgesteld heeft de man geen belang bij zijn verzoek de regeling opnieuw vast te stellen.

Nu de vrouw er echter blijk van heeft gegeven niet bereid te zijn de vastgestelde regeling onverkort na te komen, is er aanleiding de nakoming van de zorgregeling te versterken door oplegging van een dwangsom. De op te leggen dwangsom zal tot een maximum worden beperkt.

Partijen wordt nadrukkelijk in overweging gegeven te werken aan de verbetering van hun communicatie, de eerste tijd door middel van een schriftje waarin de man vastlegt hoe de dag met [minderjarige] bij hem verlopen is en waarin de vrouw van haar kant melding maakt van belangrijke zaken die [minderjarige] betreffen.

De proceskosten

De rechtbank zal de proceskosten tussen partijen (echtelieden) compenseren.

5. De beslissing

De rechtbank:

gelast de vrouw haar medewerking te verlenen aan de zorgregeling zoals vastgesteld in de beschikking van deze rechtbank van 30 november 2011;

bepaalt dat de vrouw voor iedere keer dat zij na betekening van deze beschikking nalaat haar medewerking aan deze zorgregeling te verlenen, aan de man een dwangsom verbeurt van

€ 500,-- tot een maximum van € 12.500,--;

compenseert de proceskosten zodat ieder van partijen de eigen proceskosten draagt;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. J. Visser, tevens kinderrechter, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van woensdag 18 april 2012.