Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2012:BW7210

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
08-05-2012
Datum publicatie
31-05-2012
Zaaknummer
AWB 11/1484
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Volgens inmiddels vaste jurisprudentie van deze rechtbank komen de kosten van een taxatierapport over de waarde van een onroerende zaak in beginsel niet voor vergoeding in aanmerking indien de betrokken taxateur werkt op basis van ‘no cure no pay’. In die situatie is sprake van een rechtstreeks financieel belang van de taxateur bij de uitkomst van de procedure in het kader waarvan hij de taxatie heeft verricht. De aanwezigheid van dit belang verdraagt zich niet met het beginsel dat een deskundige verplicht is zijn opdracht onpartijdig en naar beste weten te vervullen. Dit beginsel is onder meer neergelegd in artikel 8:34, eerste lid, van de Awb. Voorbeelden van deze jurisprudentie zijn de uitspraken van deze rechtbank van 11 november 2011 (LJN: BU4918) en van 2 december 2011 (LJN: BU8235).

Ter zitting is komen vast te staan dat de nota, met daarin begrepen de kosten van de werkzaamheden van de door De Juiste Waarde ingeschakelde lokale taxateur, alsmede de kosten voor rechtsbijstand, pas door eiser aan WOZ Consultants behoeft te worden voldaan indien sprake is van een toewijzende uitspraak. Ter zitting is namens eiser toegelicht dat De Juiste Waarde de rekening van de lokale makelaar alleen doorbelast aan WOZ Consultants en dat er alleen betaling plaatsvindt, zowel aan De Juiste Waarde als aan de lokale makelaar, indien er een toewijzende uitspraak is.

Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat de werkzaamheden voor het door de lokale makelaar opgestelde taxatierapport zijn verricht op basis van ‘no cure no pay’. Deze makelaar heeft immers ook een rechtstreeks financieel belang bij de uitkomst van de procedure.

Verder is geen reden gesteld of gebleken die de rechtbank aanleiding geven verweerder desondanks in de kosten van die werkzaamheden te veroordelen. In het bijzonder is niet gebleken van een kenbaar objectiveerbare expertise van de taxateur die de ontstane schijn van partijdigheid wegneemt, bijvoorbeeld omdat diens taxatierapport heeft bijgedragen aan de onderbouwing van de uiteindelijk vastgestelde waarde. Aan eiser komt dus geen vergoeding toe voor de kosten van het taxatierapport.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Algemene wet bestuursrecht 7:15
Algemene wet bestuursrecht 8:34
Besluit proceskosten bestuursrecht
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N Vandaag 2012/1379
JG 2012/41
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

Sector Bestuursrecht

procedurenummer: AWB 11/1484

Uitspraak als bedoeld in artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) juncto artikel 26 Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) in het geding tussen

[naam], wonende te [woonplaats], eiser,

gemachtigde: A. Oosters, werkzaam bij WOZ Consultants te Heteren,

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Hellevoetsluis, verweerder,

gemachtigde: mr. A.G. Hendriks, werkzaam bij het Samenwerkingsverband Vastgoedinformatie Heffing en Waardebepaling, te Klaaswaal.

1. Ontstaan en loop van het geding

Verweerder heeft bij beschikking, gedagtekend 28 februari 2011, de waarde van de onroerende zaak, gelegen aan de [adres 1] te [plaatsnaam] (hierna: de woning), op de voet van artikel 22 van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: Wet WOZ) op 1 januari 2010 (hierna: de waardepeildatum) voor het tijdvak 1 januari 2011 tot en met 31 december 2011 vastgesteld op € 322.000,- (hierna: de beschikking). Met de beschikking zijn in één geschrift bekendgemaakt en verenigd de aan eiser opgelegde aanslag in de onroerende-zaakbelastingen voor het jaar 2011 (hierna: de aanslag).

Eiser heeft bij brief van 7 april 2011 tegen de beschikking bezwaar gemaakt bij verweerder. Gelet op artikel 30, tweede lid, van de Wet WOZ wordt dit bezwaar geacht mede te zijn gericht tegen de aanslag.

Bij uitspraak van 7 oktober 2011 heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft eiser bij brief van 9 november 2011 beroep ingesteld bij de rechtbank Dordrecht.

De zaak is op 6 maart 2012 ter zitting van een enkelvoudige kamer behandeld.

Eiser is ter zitting verschenen bij S. Smis-van Dijk, kantoorgenoot van eisers gemachtigde.

Verweerder is verschenen bij gemachtigde.

Tevens is voor eiser ter zitting verschenen S. Hansen, taxateur bij De Juiste Waarde.

Op 8 maart 2012 heeft de rechtbank, met toepassing van artikel 8:68 van de Awb besloten het onderzoek te heropenen en de zaak verwezen naar een meervoudige kamer.

Na afloop van het heropende onderzoek heeft de rechtbank - mede gelet op de daarvoor door partijen gegeven toestemming - aanleiding gezien om op grond van artikel 8:57 van de Awb te bepalen dat het nader onderzoek ter zitting achterwege blijft. De rechtbank heeft vervolgens op 29 maart 2012 het onderzoek gesloten.

2. Overwegingen

2.1. Het bestreden besluit en het verweer

Verweerder heeft zich bij het verweerschrift op het standpunt gesteld dat, gelet op het eigen aankoopcijfer van eisers woning, de waarde van de woning bij de aanslag te hoog is vastgesteld en dient te worden verlaagd naar € 315.000,-. Voorts stelt verweerder ten aanzien van de proceskostenvergoeding dat voor de proceshandelingen in de bezwaarfase met een wegingsfactor van 0,5 kan worden volstaan, nu sprake is van een zeer geringe werklast voor de rechtsbijstandverlener. De kosten voor het door eiser ingebrachte taxatierapport komen volgens verweerder niet voor vergoeding in aanmerking, omdat er sprake is van verwevenheid tussen de taxateur en de rechtsbijstandverlener. Daarnaast stelt verweerder dat de kosten tevens niet voor vergoeding in aanmerking komen in verband met de partijdigheid van de taxateur. Subsidiair stelt verweerder dat indien de rechtbank van oordeel is dat de kosten van de taxatie wel voor vergoeding in aanmerking komen, een vergoeding van twee uren redelijk is en dat als uurtarief een bedrag van € 50,- exclusief BTW moet worden aangehouden. De kosten van kadastrale uittreksels komen op grond van artikel 1, onderdeel e, van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor vergoeding in aanmerking tot een bedrag van € 2,95. Voor het verschijnen op de hoorzitting van eisers gemachtigde tezamen met de lokale taxateur moet volgens verweerder een bedrag van (€ 50,- maal wegingsfactor 0,5)

€ 25,- worden vergoed. Tot slot stelt verweerder dat het beroepschrift zeer eenvoudig en niet bewerkelijk is en geen gemiddelde wegingsfactor, maar een wegingsfactor van 0,25 subsidiair 0,5 rechtvaardigt.

Verweerder heeft ter zitting gesteld dat hij zich niet langer verzet tegen de inmiddels vaste jurisprudentie van deze rechtbank dat in de regel wegingsfactor 1 moet worden gehanteerd voor proceshandelingen in bezwaar en beroep in WOZ-zaken. Voorts heeft verweerder ter zitting aangeven dat het gehele bedrag aan kosten voor kadastrale uittreksels ten bedrage van € 5,90 voor vergoeding in aanmerking komt.

2.2. Gronden van eiser

Eiser kan zich met de uitspraak op bezwaar niet verenigen en stelt dat de waarde van zijn woning niet hoger kan zijn dan € 305.000,-. Ten aanzien van de vergelijkingsobjecten stelt eiser dat het object [adres 2] niet vergelijkbaar is en dat van het object [adres 3] geen marktinformatie beschikbaar is. Door de taxateur is een nieuwe taxatiekaart opgesteld met woningen die zijn gelegen in de directe omgeving van de woning. Rekeninghoudend met de onderlinge verschillen is de WOZ-waarde van de woning te hoog vastgesteld. Volgens het Maassluisarrest (LJN: AA8610) kan de WOZ-waarde volgens eiser nooit hoger worden vastgesteld dan de prijs waarvoor een object is verkocht. Tot slot verzoekt eiser om vergoeding van de proceskosten.

2.3. Beoordeling door de rechtbank

2.3.1. Ter zitting zijn partijen voor eisers woning voor het belastingjaar 2011 met waardepeildatum 1 januari 2010 een WOZ-waarde overeengekomen van € 310.000,-. Het beroep is reeds gelet hierop gegrond. De rechtbank komt aan de beoordeling van de WOZ-waarde en de daartegen door eiser aangevoerde inhoudelijke gronden dan ook niet meer toe.

2.3.2. Met gebruikmaking van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb stelt de rechtbank de waarde vast op € 310.000,-. Deze uitspraak zal in plaats treden van de te vernietigen uitspraak op bezwaar.

Nu het beroep gegrond wordt verklaard, dient verweerder op grond van het bepaalde in artikel 8:74, eerste lid, van de Awb het door eiser betaalde griffierecht te vergoeden.

Tevens ziet de rechtbank aanleiding verweerder, met toepassing van de artikelen 7:15, tweede lid, en 8:75, eerste lid, van de Awb, te veroordelen in de kosten die eiser in verband met de behandeling van zijn bezwaar en beroep redelijkerwijs heeft moeten maken.

2.3.3. Met betrekking tot de vraag of de kosten van het door eiser ingebrachte taxatierapport van Goeman makelaars & taxateurs van 9 mei 2011, waarbij De Juiste Waarde als tussenpersoon heeft gefungeerd, voor vergoeding in aanmerking komen, overweegt de rechtbank het volgende.

Allereerst overweegt de rechtbank dat, in tegenstelling tot hetgeen door verweerder is aangevoerd, niet is gebleken dat er sprake is van gelieerdheid tussen de vennootschappen

De Juiste Waarde en WOZ Consultants. Voor zover de namen van de vennoten bekend zijn, gaat het om verschillende personen. Voor zover die namen niet bekend zijn, kan het ontbreken van die gegevens niet ten nadele van eiser worden uitgelegd.

Volgens inmiddels vaste jurisprudentie van deze rechtbank komen de kosten van een taxatierapport over de waarde van een onroerende zaak in beginsel niet voor vergoeding in aanmerking indien de betrokken taxateur werkt op basis van 'no cure no pay'. In die situatie is sprake van een rechtstreeks financieel belang van de taxateur bij de uitkomst van de procedure in het kader waarvan hij de taxatie heeft verricht. De aanwezigheid van dit belang verdraagt zich niet met het beginsel dat een deskundige verplicht is zijn opdracht onpartijdig en naar beste weten te vervullen. Dit beginsel is onder meer neergelegd in artikel 8:34, eerste lid, van de Awb. Voorbeelden van deze jurisprudentie zijn de uitspraken van deze rechtbank van 11 november 2011 (LJN: BU4918) en van 2 december 2011 (LJN: BU8235).

Ter zitting is komen vast te staan dat de nota, met daarin begrepen de kosten van de werkzaamheden van de door De Juiste Waarde ingeschakelde lokale taxateur, alsmede de kosten voor rechtsbijstand, pas door eiser aan WOZ Consultants behoeft te worden voldaan indien sprake is van een toewijzende uitspraak. Ter zitting is door de heer Hansen namens eiser toegelicht dat De Juiste Waarde de rekening van de lokale makelaar alleen doorbelast aan WOZ Consultants en dat er alleen betaling plaatsvindt, zowel aan De Juiste Waarde als aan de lokale makelaar, indien er een toewijzende uitspraak is.

Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat de werkzaamheden voor het door de lokale makelaar opgestelde taxatierapport zijn verricht op basis van 'no cure no pay'. Deze makelaar heeft immers ook een rechtstreeks financieel belang bij de uitkomst van de procedure.

Verder is geen reden gesteld of gebleken die de rechtbank aanleiding geven verweerder desondanks in de kosten van die werkzaamheden te veroordelen. In het bijzonder is niet gebleken van een kenbaar objectiveerbare expertise van de taxateur die de ontstane schijn van partijdigheid wegneemt, bijvoorbeeld omdat diens taxatierapport heeft bijgedragen aan de onderbouwing van de uiteindelijk vastgestelde waarde. Aan eiser komt dus geen vergoeding toe voor de kosten van het taxatierapport.

De kosten in verband met de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de bezwaarfase vastgesteld op

€ 436,- (1 punt voor het bezwaarschrift en 1 punt voor het verschijnen ter hoorzitting met een waarde per punt van € 218,- bij een wegingsfactor 1). Voor de beroepsfase stelt de rechtbank de kosten in verband met de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 874,- (1 punt voor het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 437,- bij een wegingsfactor 1).

Voorts komen de kosten voor uittreksels uit het Kadaster op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht ten bedrage van € 5,90 voor vergoeding in aanmerking.

Mitsdien beslist de rechtbank als volgt.

3. Beslissing

De rechtbank Dordrecht:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de bestreden uitspraak op bezwaar;

- wijzigt de beschikking in dier voege dat de daarin vastgestelde waarde wordt verminderd tot € 310.000,-;

- vermindert de aanslag tot een aanslag, berekend naar een waarde van € 310.000,-;

- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;

- beveelt dat verweerder aan eiser het door hem betaalde griffierecht ten bedrage van € 41,- vergoedt;

- veroordeelt verweerder in de kosten die eiser voor de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken, welke kosten worden bepaald op € 1.315,90 ter zake van een door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand en kosten voor uittreksels uit de openbare registers.

Aldus gegeven door mr. M.C. Woudstra, voorzitter, en mrs. W.M.P.M. Weerdesteijn en

O.B. Onnes, leden, en door de voorzitter en mr. N.M. Zandbergen, griffier, ondertekend.