Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2012:BW6782

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
09-05-2012
Datum publicatie
29-05-2012
Zaaknummer
97576 / FA RK 12-7602
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening+bodemzaak
Inhoudsindicatie

In het kader van de voorlopige voorzieningen is voor de duur van de echtscheidingsprocedure onder meer het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan de vrouw toegewezen. Partijen verschillen van mening over de onhoudbaarheid van de thuissituatie. De rechtbank acht het van belang dat er rust en duidelijkheid komt in de ontstane situatie en beveelt de man de woning te verlaten binnen twee weken na datum van de beschikking.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

Sector civiel recht

zaaknummer: 97576 / FA RK 12-7602

beschikking van de enkelvoudige kamer van 09 mei 2012

in de zaak van

[verzoekster],

wonende te [adres verzoekster],

verzoekster,

advocaat mr. M.E. Visser te Alblasserdam,

t e g e n

[verweerder ],

wonende te [adres verweerder],

verweerder,

advocaat mr. G.E.C. de Waard te Zwijndrecht.

Partijen worden hieronder aangeduid als de vrouw respectievelijk de man.

1. Het procesverloop

1.1. De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende processtukken in het kader van voorlopige voorzieningen voor de duur van de echtscheidingsprocedure:

- het verzoekschrift van de vrouw, met bijlagen, ingekomen ter griffie op 02 april 2012;

- het faxbericht van de vrouw, met aanvullend verzoek, ingekomen ter griffie op 18 april 2012;

- het verweerschrift van de man tevens houdend zelfstandig verzoek, ingekomen ter griffie op 23 april 2012.

1.2. De mondelinge behandeling van deze zaak heeft plaatsgevonden op de terechtzitting met gesloten deuren van 24 april 2012.

Ter terechtzitting zijn verschenen:

- de vrouw, bijgestaan door mr. J. Schenk (kantoorgenote van mr. Visser);

- de man, bijgestaan door zijn advocaat, welke financiële bescheiden heeft overgelegd.

1.3. Voorts is een deel van de terechtzitting bijgewoond door mevrouw G.A. Frijters van “Ex-ouders bestaan niet”.

2. De vaststaande feiten

Op de datum van de indiening van het verzoekschrift is uit de overgelegde stukken het navolgende gebleken.

2.1. Partijen zijn op 02 november 2001 te Ameland met elkaar gehuwd.

2.2. Uit hun huwelijk zijn geboren de thans nog minderjarigen:

[kind1], [geboortedatum+plaats kind1];

[kind2], [geboortedatum+plaats kind2].

De kinderen verblijven thans bij partijen in de echtelijke woning.

3. Het verzoek en het verweer

Het verzoek

3.1. De vrouw verzoekt de navolgende voorlopige voorzieningen:

a. het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning met het bevel aan de man deze woning per ommegaande te verlaten en niet meer te betreden totdat de vrouw met de minderjarigen de bovenwoning bij haar vader op Ameland kan betrekken;

b. toevertrouwing van de minderjarigen aan haar;

c. vaststelling van een zorgregeling waarbij de man de minderjarigen kan zien maximaal een dag per veertien dagen in de buurt van de verblijfplaats van de vrouw onder de restrictie dat de man geen drugs meer gebruikt c.q. afkickt van zijn verslaving;

d. de man de kosten van de echtelijke woning voor zijn rekening dient te nemen;

e. een kinderalimentatie van € 190,-- per kind per maand, bij vooruitbetaling te voldoen;

kosten rechtens.

Het verweer en het zelfstandig verzoek

3.2. De man heeft verzocht de hierboven onder a, c, d en e vermelde verzoeken af te wijzen en refereert zich ten aanzien van het onder b vermelde verzoek. Bij wijze van een zelfstandig verzoek verzoekt de man, kosten rechtens, een zorgregeling te bepalen waarbij de minderjarigen één weekend in de veertien dagen bij de man zullen verblijven en waarbij de man de minderjarigen zal begeleiden naar sportwedstrijden en trainingen.

4. De beoordeling

De toevertrouwing van de minderjarige kinderen

4.1. Het verzoek van de vrouw tot toevertrouwing van de minderjarige kinderen van partijen aan haar komt niet onrechtmatig of ongegrond voor en wordt in het belang van de kinderen geacht. Het verzoek van de vrouw zal worden toegewezen.

De zorgregeling

4.2. Partijen zijn ter zitting overeengekomen dat zij via het project “Ex ouders bestaan niet” in onderling overleg zullen trachten tot een regeling te komen. De rechtbank zal dan ook geen beslissing nemen en zal de zaak aanhouden in afwachting van een bericht van partijen.

Het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning

4.3. De man heeft te kennen gegeven dat hij verwacht binnen twee à drie maanden de echtelijke woning te kunnen verlaten. Echter totdat hij een andere woonruimte heeft gevonden, wenst hij met de vrouw en minderjarigen in de echtelijke woning te verblijven. Het is voor hem niet mogelijk tijdelijk elders onderdak te vinden. Daarnaast is hij van mening dat de spanningen wel meevallen, te meer nu zij elkaar door hun werktijden bijna niet zien.

4.4. Het is de bedoeling van de vrouw om met de minderjarigen te verhuizen naar Ameland. Zij wenst tot de zomervakantie in de echtelijke woning te verblijven. Gelet op de spanningen in de thuissituatie is het noodzakelijk geworden dat de man deze woning per ommegaande dient te verlaten.

4.5. De rechtbank zal, gelet op het verhandelde ter terechtzitting, het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning toewijzen aan de vrouw. Er dient rust en duidelijkheid te komen in de ontstane situatie voor de minderjarigen en de vrouw. Daarnaast is vast komen te staan dat de vrouw momenteel alle woonlasten voor haar rekening neemt. De rechtbank zal de man een termijn van twee weken geven om de echtelijke woning te verlaten, gerekend vanaf de datum van deze beschikking.

De kosten van de echtelijke woning

4.6. De vrouw heeft ter terechtzitting het verzoek ingetrokken zodat dit geen nadere behandeling behoeft.

De kinderalimentatie

4.7. De behoefte van de minderjarigen

4.7.1. De man bestrijdt op zich niet dat de kinderen behoefte hebben aan alimentatie, doch hij acht de door de vrouw verzochte bijdragen te hoog. De vrouw stelt het door de man te betalen deel op € 190,-- per kind per maand, terwijl de man zijn aandeel hierin stelt op € 166,-- per kind per maand. Voorts voert de man aan dat zijn draagkracht niet toereikend is om de door de vrouw verzochte kinderalimentatie te betalen.

4.7.2. Allereerst dient ter vaststelling van de behoefte van de kinderen de hoogte van het netto gezinsinkomen ten tijde van het huwelijk te worden bepaald. De vrouw heeft daartoe gesteld dat het netto gezinsinkomen € 3.000 per maand bedroeg. Partijen hebben weinig tot geen financiële bescheiden overgelegd. De rechtbank is genoodzaakt met deze summiere gegevens een berekening te maken en zal gelet hierop uitgaan van een netto gezinsinkomen van afgerond € 3.160,-- per maand.

4.7.3. De rechtbank sluit voor de vaststelling van de behoefte van de kinderen aan bij het rapport Kosten van Kinderen. Uit de daarin opgenomen tabel blijkt dat bij een netto gezinsinkomen van € 3.160,-- per maand het eigen aandeel in de totale kosten van de kinderen € 354,-- per kind per maand bedraagt. De door de vrouw verzochte alimentatie is daarmee te hoog. Nu partijen volgens de bescheiden nagenoeg hetzelfde verdienen, heeft de man verzocht zijn aandeel in de kosten van de kinderen op de helft van deze kosten te bepalen. De vrouw heeft hiertegen geen verweer gevoerd. Gelet op het karakter van de voorlopige voorzieningen procedure zal de rechtbank hieronder bezien of de man in staat is een bedrag van € 177,-- per kind per maand te voldoen.

4.8. De draagkrachtruimte van de man

4.8.1. Bij de berekening van de draagkracht van de man wordt rekening gehouden met de volgende feiten en omstandigheden, waarbij afgerond zal worden op hele euro’s en de tarieven van 2012 zullen worden gehanteerd:

- het bruto arbeidsinkomen uit dienstbetrekking van € 2.119,-- per maand. De man heeft gesteld dat hij over niet meer salarisspecificaties beschikt dan die uit oktober 2011;

- een persoonlijke toeslag van € 125,-- per maand;

- de vakantietoeslag van 8%;

- het totaal van de ingehouden pensioenpremies van € 142,-- per maand;

- bijdrage werkgever inkomensafhankelijke premie Zorgverzekeringswet van € 163,-- per maand;

- de volgende heffingskortingen: algemene en arbeidskorting;

- het op de Wet Werk en Bijstand gebaseerde normbedrag, inclusief vakantiegeld, voor een alleenstaande van € 935,-- per maand;

- huurlasten van € 213,-- per maand. De rechtbank zal rekening houden met de in de bijstandsnorm verdisconteerde woonlasten. De man heeft momenteel nog geen huurlasten, echter dit zal hoogstwaarschijnlijk binnenkort veranderen nu hij de echtelijke woning dient te verlaten over twee weken;

- ziektekosten, bestaande uit premie Zorgkostenverzekeringswet € 124,-- per maand (aangezien de man deze zelf zal gaan voldoen), verminderd met het in de bijstandsnorm begrepen nominaal deel premie ZVW van € 49,-- per maand;

- omgangskosten van € 20,-- per maand, welke onweersproken zijn gebleven;

- aflossing van de schuldenlast van € 175,-- per maand. De man heeft een bedrag van € 600,-- per maand opgevoerd. Echter tijdens de mondelinge behandeling heeft de man bescheiden overgelegd waaruit blijkt dat hij € 175,-- per maand aflost, het meerdere heeft hij niet aangetoond.

4.9. Gelet op het bovenstaande acht de rechtbank de man in staat om een kinderalimentatie te voldoen van € 177,-- per kind per maand.

De proceskosten

4.10. De rechtbank zal de proceskosten tussen partijen (echtelieden) compenseren.

5. De beslissing

De rechtbank:

5.1. vertrouwt de minderjarige kinderen [kind1], geboren [geboortedatum+plaats kind1] en [kind2], geboren [geboortedatum+plaats kind2] toe aan de vrouw;

5.2. bepaalt dat met ingang van 23 mei 2012 de vrouw bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning te Alblasserdam, [adres echtelijke woning] en beveelt de man die woning per 23 mei 2012 te verlaten en verder niet te betreden;

5.3. bepaalt dat de man aan de vrouw met ingang van de datum van deze beschikking ten behoeve van voornoemde minderjarigen een alimentatie dient te betalen van € 177,-- (honderdzevenenzeventig euro) per kind per maand;

5.4. compenseert de proceskosten zodat ieder van partijen de eigen proceskosten draagt;

5.5. houdt het verzoek ten aanzien van de zorgregeling aan en verwijst daartoe de zaak naar de schriftelijke rolzitting familiezaken van 24 juli 2012 met het verzoek aan partijen de rechtbank te informeren over de voortgang.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.A.M.J. Janssen, rechter tevens kinderrechter en uitgesproken op de openbare terechtzitting van woensdag 09 mei 2012.