Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2012:BW5790

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
16-05-2012
Datum publicatie
16-05-2012
Zaaknummer
97728 / KG ZA 12-67
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Ontruiming kamerbewoner.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2012/157
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DORDRECHT

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 97728 / KG ZA 12-67

Vonnis in kort geding van 16 mei 2012

in de zaak van

1. [EISER 1],

wonende te Dordrecht,

2. [EISER 2],

wonende te Dordrecht,

eisers,

advocaat mr. A.H.H. Vermeulen,

tegen

[GEDAAGDE],

wonende te Dordrecht,

gedaagde,

advocaat mr. C.F.M. van den Ekart.

Partijen zullen hierna ieder afzonderlijk [Eiser 1], [eiser 2] en [gedaagde] genoemd worden. Eisers zullen gezamenlijk [eisers] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 17 april 2012,

- het faxbericht van mr. Van den Ekart, ter griffie ontvangen op 2 mei 2012 om 9:26 uur,

- het faxbericht van mr. Van den Ekart, ter griffie ontvangen op 2 mei 2012 om 11:29 uur,

- het faxbericht van mr. Vermeulen, ter griffie ontvangen op 2 mei 2012 om 19:02 uur,

- de conclusie van antwoord, ter griffie ontvangen op 2 mei 2012 om 21:35 uur,

- de mondelinge behandeling ter terechtzitting van 3 mei 2012 om 9.30 uur,

- de pleitnota van [eisers],

- de door beide partijen overgelegde producties.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Sinds januari 2011 huurt [gedaagde] een kamer van [eisers] in het pand aan [adres] (verder te noemen het pand). Per 16 oktober 2011 huurt [gedaagde] een andere kamer in dit pand voor een huur van € 310,-, maandelijks bij vooruitbetaling te voldoen.

2.2. De op 16 oktober 2011 gedateerde schriftelijke huurovereenkomst en de bijlage daarbij houden, voor zover thans van belang, het volgende in:

(…)

Totaalprijs huur € 310 per maand

Deze totaalprijs van de huur bij vooruitbetaling te voldoen, telkens voor of op de eerste dag van de maand op bankrekening nr. 395328209 (t.n.v. [eiser 1]) of contant.

(…)

6. Het is niet toegestaan een nieuw kamerslot te plaatsen. De verhuurder heeft altijd het recht op een duplicaat van het sloten van de kamerdeur ivm calamiteiten of voor kamercontrole.

7. Bij welke overlast dan ook (o.a. drugsgebruik, overmatig alcoholgebruik, geluidsoverlast, etc) voor eigenaar, medebewoners en/of buurtbewoners, zal de huur per direct worden opgezegd.

(…)

3. Het geschil

3.1. [eisers] vorderen samengevat - [gedaagde]

1) te veroordelen het pand uiterlijk op 15 mei 2012 te ontruimen,

2) te verbieden zich gedurende 24 maanden vanaf de ontruimingsdatum te begeven in het in de dagvaarding beschreven gebied rondom het pand,

3) te veroordelen tot betaling van € 1.780,- aan achterstallige huur, € 6.353,11 aan buitengerechtelijke kosten en € 290,- aan voorschot op schadevergoeding, alles vermeerderd met wettelijke rente,

een en ander met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten, de nakosten daaronder begrepen, te vermeerderen met wettelijke rente.

3.2. Aan hun vordering leggen [eisers] het volgende ten grondslag.

[gedaagde] veroorzaakt overlast (drugsgebruik, intimidatie, geluidsoverlast, mishandelen van [eiser 2] en vernieling van diens fiets, bedreiging van [eiser] jr.), er is een huurachterstand per 1 april 2012 van € 1.470,- en [gedaagde] weigert een sleutel van het door hem vervangen slot aan [eiser 2] af te geven.

Omdat de gemeente dreigt met sluiting van het kamerverhuurbedrijf hebben [eisers] spoedeisend belang bij de ontruiming van [gedaagde].

[gedaagde] heeft schade toegebracht aan de fiets van € 290,- en door zijn toedoen hebben [eisers] € 6.353,11 aan buitengerechtelijke kosten moeten maken.

3.3. [gedaagde] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. [gedaagde] voert vergeefs aan dat slechts de kantonrechter bevoegd is om over dit huurgeschil te oordelen. Artikel 254 Rv geeft de aanlegger de keuze een zaak bij de sector civiel aan te brengen. Wel kan dit consequenties hebben bij de proceskostenveroordeling.

4.2. De dagvaarding is juist en tijdig aan [gedaagde] betekend. De advocaat van [gedaagde] voert aan dat hij onvoldoende tijd heeft gehad om zijn verweer voor te bereiden. Reeds omdat vast staat dat mr. Van den Ekart op 25 april 2012 (ruim een week voor de zitting) over een kopie van de dagvaarding beschikte en daags daarna over de bijbehorende producties, moet dit betoog worden verworpen.

4.3. Vast staat dat het voortbestaan van het kamerverhuurbedrijf onder grote druk staat vanwege klachten van buurtbewoners over het gedrag van de kamerhuurders van het pand, welke klachten door de gemeente hoog worden opgenomen. Het spoedeisend belang bij de (hoofd)vordering is hiermee gegeven.

4.4. Voor toewijzing van een ontruimingsvordering in kort geding is vereist dat het hoogstwaarschijnlijk is dat de kantonrechter in een ontbindingsprocedure de huurovereen-komst tussen partijen zal ontbinden op de grond dat de huurder is tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen. Kort gezegd gronden [eisers] de gevorderde ontruiming op wangedrag van [gedaagde] en op de oplopende huurachterstand.

4.5. Vast staat dat [gedaagde] een huurachterstand heeft laten ontstaan. [eisers] hebben als productie 3 bij de dagvaarding een overzicht van verschuldigde en betaalde huur overgelegd, waaruit volgt dat de achterstand per eind maart 2012 € 1.470,- bedraagt. [gedaagde] betwist de juistheid van dit overzicht. Volgens zijn eigen overzicht is de maand april 2011 niet betaald. [gedaagde] stelt dat hij voor de maand maart 2012 € 280,- heeft betaald, maar dat [eisers] hem geen ontvangstbewijs wilden geven en dat [eisers] de huur van april 2012 nog niet hebben opgehaald. [gedaagde] heeft de juistheid van de het door [eisers] overgelegde overzicht onvoldoende gemotiveerd betwist. Of [eisers] wat betreft de maanden januari tot en met maart 2011 zijn uitgegaan van een verkeerd huur-bedrag is door [eisers] betwist en is overigens niet doorslaggevend, aangezien de huur-achterstand op het overzicht van [gedaagde] nagenoeg gelijk is aan de op het overzicht van [eisers] vermelde huurachterstand over die periode. Dat de huur van maart 2012 is betaald, hebben [eisers] betwist en [gedaagde] heeft geen betalingsbewijs overgelegd. [gedaagde] stelt nog dat [eisers] weigerden kwitanties te geven, maar dit is niet aannemelijk geworden. [gedaagde] legt zelf een aantal kwitanties over. Bovendien kan [gedaagde] per bank betalen als hij op dit punt bedenkingen zou hebben. Het bankrekeningnummer staat in de overeenkomst. De huur dient bij vooruitbetaling door [gedaagde] te worden betaald, dus ook als [eisers] de huur van april 2012 niet hebben ‘opgehaald’ is dat aan [gedaagde] toe te rekenen. Nu de betwisting van [gedaagde] onvoldoende is en hij niet heeft onderbouwd dat de huur van maart 2012 is betaald, staat vast dat de huurachterstand tot en met april 2012 € 1.470,- bedraagt. Voorts staat vast dat de huur van mei 2012 evenmin is betaald, zodat het bedrag van € 1.780,- toegewezen zal worden. De wettelijke rente over dit bedrag zal worden toegewezen vanaf de dagvaarding.

4.6. Vast staat dat er een betalingsregeling heeft bestaan, die [gedaagde] slechts twee maanden (januari en februari 2012) is nagekomen en dat hij vervolgens geheel gestopt is met betalen. Op grond van dit slechte betalingsgedrag is het hoogstwaarschijnlijk dat de kantonrechter in een ontbindingsprocedure de huurovereenkomst zal ontbinden. Gevreesd mag worden dat de achterstand nog verder zal oplopen, terwijl de kans toeneemt dat [gedaagde] de achterstand niet meer zal kunnen inlopen. De gevorderde ontruiming zal worden toegewezen, evenals de gevorderde achterstallige huur, met dien verstande dat aan [gedaagde] een week de tijd zal worden gegund de huurachterstand in te lopen.

4.7. Ter zitting heeft de advocaat herhaaldelijk benadrukt dat het gehuurde gebreken vertoont zodra er werd gesproken over betaling van de huurachterstand. Vast staat evenwel dat [gedaagde] noch diens advocaat op enig moment hebben geklaagd over concrete gebreken aan het gehuurde. Er was en is dus geen enkele reden op grond waarvan [gedaagde] de huur onbetaald mocht laten. Bovendien is het onbetaald laten van de gehele huur als er gebreken zijn gemeld in beginsel niet toelaatbaar.

4.8. Ten aanzien van de gestelde overlast wordt het volgende overwogen. Ter zitting heeft [gedaagde] erkend dat hij in en om het huis blowt, hetgeen in de overeenkomst is verboden. Voorts staat vast dat de politie ter plaatse heeft geconstateerd dat [gedaagde] in zijn kamer geluidsoverlast heeft veroorzaakt. [gedaagde] heeft niet aannemelijk gemaakt dat het rapport van de verbalisanten dat hij de overlast heeft veroorzaakt onjuist is. Blowen en geluidsoverlast veroorzaken, leveren wanprestatie op. Indien echter tijdig wordt betaald, is dit onvoldoende om [gedaagde] reeds thans te ontruimen.

4.9. Voor het overige is het gestelde wangedrag gemotiveerd betwist. In het kader van deze procedure kan geen onderzoek naar de gestelde feiten worden gedaan. Dat zal in een bodemprocedure voor de kantonrechter moeten worden uitgezocht. [eisers] hebben ter zitting toegezegd dat zij deze procedure snel aanhangig zullen maken. Vast moet komen staan dat de gestelde overlast en schade specifiek door [gedaagde] is veroorzaakt en niet door andere bewoners. De gevorderde schade van € 290,- zal worden afgewezen. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, kan het verwijt ten aanzien van de kamersleutel onbesproken blijven.

4.10. [gedaagde] dient zich te realiseren, dat hij er voor moet zorgen dat er op zijn gedrag in de procedure voor de bodemrechter niets aan te merken moet zijn als hij zijn kans wil benutten in het gehuurde te mogen blijven door de achterstand tijdig in te lopen. De kantonrechter kan immers alsnog, eventueel na onderzoek, besluiten dat [gedaagde] zich in het verleden aan wangedrag schuldig heeft gemaakt en de overeenkomst op die grond ontbinden. Een straatverbod zal nu niet worden gegeven, aangezien [gedaagde] nog een kans krijgt. Indien hij overlast veroorzaakt, zal hem dat in de procedure voor de kantonrechter waarschijnlijk zijn kamer kosten. [gedaagde] kan wellicht de andere bewoners waarschuwen dat hen hetzelfde lot te wachten kan staan.

4.11. Over de gevorderde buitengerechtelijke kosten kan beter worden beslist in de aanstaande procedure voor de kantonrechter, zodat dit punt zal worden afgewezen.

4.12. [gedaagde] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten. Daarbij zal het kantontarief uitgangspunt zijn, aangezien de meerkosten bij civiel als nodeloos gemaakt voor rekening van [eisers] moeten blijven. Het salaris van de advocaat wordt berekend volgens het kantontarief. [gedaagde] heeft, anders dan bij kanton het geval geweest zou zijn, griffierecht betaald. Dit valt weg tegen het griffierecht dat hij [eisers] moet vergoeden. Aldus worden de kosten aan de zijde van [eisers] tot op heden begroot als volgt:

- dagvaarding € 76,17

- griffierecht --

- salaris advocaat € 400,00

€ 476,17.

Nakosten plegen in de kantonsector te worden afgewezen, zodat dit onderdeel van de vordering zal worden afgewezen.

4.13. De gevorderde uitvoerbaar verklaring op de minuut zal worden afgewezen, nu [eisers], voor wie terstond na deze uitspraak een grosse beschikbaar zal zijn, daarbij geen belang hebben.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. veroordeelt [gedaagde] om aan [eisers] te betalen € 1.780,- vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dagvaarding,

5.2. veroordeelt [gedaagde] om binnen twee weken na betekening van dit vonnis het gehuurde pand te ontruimen met medeneming van al het zijne en de zijnen en door afgifte van de sleutels aan [eisers] en met machtiging aan [eisers] om, indien [gedaagde] in gebreke blijft aan de veroordeling te voldoen, ontruiming met behulp van de sterke arm te bewerkstelligen,

5.3. bepaalt dat de hiervoor onder 5.2. gegeven veroordeling niet ten uitvoer gebracht zal mogen worden indien [gedaagde] binnen een week na betekening van dit vonnis geheel zal hebben voldaan aan de veroordeling onder 5.1.,

5.4. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van [eisers] tot op heden begroot op € 476,17, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag indien niet binnen twee weken na betekening van dit vonnis zal zijn betaald,

5.5. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.6. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.C. Halk en in het openbaar uitgesproken op 16 mei 2012.