Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2012:BW5559

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
10-05-2012
Datum publicatie
29-05-2012
Zaaknummer
11-860654-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt verdachte (en drie van haar medeverdachten) voor medeplegen van zware mishandeling en medeplegen wederrechtelijke vrijheidsberoving. Het slachtoffer, een landelijk opererende oplichter, is door verdachte en haar medeverdachten naar een parkeerplaats gelokt, zodat de door hem van verdachte verduisterde auto kon worden teruggepakt. Op de parkeerplaats is het slachtoffer op grove wijze mishandeld door herhaaldelijk tegen zijn hoofd en lichaam te schoppen. Het slachtoffer heeft daardoor zwaar lichamelijk letsel opgelopen. Het slachtoffer is voorts aan handen en voeten gekneveld en in een afgesloten busje gelegd. De rechtbank spreekt vrij van poging moord/doodslag, alsmede van de in het kader van de zware mishandeling ten laste gelegde voorbedachten rade.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 11/860654-11 [Promis]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 10 mei 2012

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [plaats] op [1968],

wonende te [adres en woonplaats],

thans gedetineerd in de P.I. Utrecht, locatie Nieuwersluis,

hierna: verdachte.

Raadsman mr. T. Felix, advocaat te 's-Gravenhage.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 26 april 2012, waarbij de officier van justitie mr. C. de Kimpe, de verdachte en haar raadsman hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering. De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1: op 25 oktober 2011 te Schelluinen (gemeente Giessenlanden) samen met anderen (primair) - al dan niet met voorbedachten rade - heeft geprobeerd [slachtoffer] te doden, dan wel (subsidiair) - al dan niet met voorbedachten rade - [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht, althans (meer subsidiar) dat heeft geprobeerd;

Feit 2: op 25 oktober 2011 te Schelluinen (gemeente Giessenlanden) samen met anderen, [slachtoffer] van zijn vrijheid heeft beroofd.

3 De voorvragen

De dagvaarding voldoet aan alle wettelijke eisen en is dus geldig.

De rechtbank is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4

De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het onder feit 1, subsidiair (impliciet primair) (medeplegen van zware mishandeling met voorbedachten rade) ten laste gelegde alsmede het ten laste gelegde feit 2 wettig en overtuigend bewezen.

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt vrijgesproken van het onder feit 1, primair ten laste gelegde feit.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van het onder feit 1, primair (medeplegen poging moord) en impliciet subsidiair (medeplegen poging doodslag) ten laste gelegde feit. De raadsman heeft er daartoe op gewezen dat uit niets blijkt dat er vooraf een plan was om het slachtoffer 'iets aan te doen', laat staan hem van het leven te beroven. Verdachte en haar medeverdachten wilden enkel de auto van verdachte terughalen bij het slachtoffer. Verdachte heeft het slachtoffer weliswaar geschopt (ook tegen het hoofd) maar deze schoppen waren niet zo hard dat zij daarmee bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat het slachtoffer door het schoppen zou komen te overlijden.

De raadsman heeft subsidiair verzocht verdachte ter zake van deze feiten te ontslaan van rechtsvervolging omdat er sprake is van vrijwillige terugtred door verdachte.

Ten aanzien van het ten laste gelegde onder feit 1, subsidiair (medeplegen van zware mishandeling met voorbedachten rade) heeft de raadsman - onder verwijzing naar hetgeen hij heeft betoogd in verband met het ten laste gelegde onder feit 1, primair - partiële vrijspraak bepleit omdat de voorbedachten rade ten aanzien van het geweld ontbreekt.

De raadsman heeft tenslotte betoogd dat verdachte dient te worden vrijgesproken van feit 2 omdat het bestanddeel 'wederrechtelijk' niet kan worden bewezen. [slachtoffer] had de auto onrechtmatig onder zich zodat er op de bewuste avond sprake was van ontdekking op heterdaad van verduistering. Verdachte was aldus op grond van artikel 53, lid 1 van het Wetboek van Strafvordering bevoegd tot aanhouding en vrijheidsbeneming zodat de grondslag voor de vrijheidsbeneming in casu rechtmatig was, aldus de raadsman.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

4.3.1 Motivering vrijspraak

Feit 1, primair

Met de officier van justitie en de verdediging, is de rechtbank van oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is dat verdachte het onder feit 1, primair ten laste gelegde heeft gepleegd, zodat zij daarvan moet worden vrijgesproken.

4.3.2 Motivering bewezenverklaarde

De rechtbank heeft acht geslagen op de volgende bewijsmiddelen.

Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal van politie wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

De rechtbank bezigt ieder bewijsmiddel, ook in onderdelen, telkens slechts voor het bewijs van het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

- Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 26 oktober 2011, opgenomen als bijlage 1110252120.AMB bij het eind proces-verbaal van de politie Zuid-Holland-Zuid, onderzoek Merbau, dossiernummer 2011707223, in de wettelijke vorm opgemaakt en gesloten op 12 januari 2012, voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten of van één van hen - zakelijk weergegeven -:

Op 25 oktober 2011, omstreeks 21.20 uur kregen wij verbalisanten de melding om te gaan naar de Provincialeweg 1 te Schelluinen. Volgens de melder was aldaar een verdachte met een verduisterde auto aangehouden. Toen wij ter plaatse kwamen en ons dienstvoertuig verlieten zagen wij dat er een vrouwspersoon vanuit de richting van de oprit van het tankstation in onze richting liep. Toen deze vrouw ons op enkele meters was genaderd sprak zij ons aan. (...) De vrouw verklaarde dat de man in haar auto een landelijke oplichter was en dat hij tevens HIV besmet zou zijn. Zij verklaarde dat hij bekend zou zijn bij Tros opgelicht. Zij verklaarde dat hij bij haar had ingebroken en een laptop had weggenomen.

Terwijl wij werden aangesproken door de vrouw, hoorden wij en zagen wij dat de achterdeur van de Citroën Berlingo bewoog. Toen wij het voertuig benaderden, zagen wij dat er van binnenuit de laadruimte, een persoon met beide voeten tegen de linkerachterportier trapte. (...) Ik, [naam verbalisant], heb hierop door het raam van het linkerachterportier gekeken en zag dat er in de laadruimte een manspersoon lag. Ik hoorde hierop dat de manspersoon tegen mij riep: "Politie? Politie?".

Wij, verbalisanten, hebben hierop de achterdeuren van de Berlingo geopend en hebben verbaal geprobeerd in kontakt te komen met de man welke achterin het voertuig lag. Wij zagen dat de man zijn ogen sloot en niet meer reageerde op ons aanspreken dan wel aanstoten.

Wij zagen dat het gelaat van de man bebloed was. Tevens zagen wij dat beide ogen en de linkerwang van de verdachte gezwollen waren.

Wij zagen dat de man geen schoenen droeg en dat zijn beide voeten waren samengebonden middels zogenaamde ducktape. (...) De in de Berlingo aangetroffen man is door verbalisanten en beide ambulancebroeders uit de laadruimte getild en op de brancard gelegd. Wij zagen dat het slachtoffer aan beide handen was gekneveld. Zijn handen waren op zijn rug vastgebonden middels een stroomkabel. De polsen waren hierbij gekruisd. Wij zagen dat over de stroomkabel ducktape geplakt was. Dit was tevens een aantal keren rond de polsen gewikkeld.

De vrouw gaf op te zijn: [verdachte]. De vrouw is door ons aangehouden.

(...) Tijdens het losmaken van de knevels en het behandelen van het slachtoffer hoorde ik, [naam verbalisant], dat deze het volgende verklaarde:

" [medeverdachte 1] en [verdachte] hebben het gedaan. [naam 1]."

Het slachtoffer gaf op te zijn: [slachtoffer].

Het slachtoffer is hierop middels de ambulance overgebracht naar het

Beatrixziekenhuis te Gorinchem.

- Het proces-verbaal van aangifte, d.d. 26 oktober 2011, opgenomen als bijlage 1110261700 AAN bij voormeld eind proces-verbaal, inhoudende als verklaring van [slachtoffer] - zakelijk weergegeven -:

Ik wil aangifte doen van poging doodslag en poging tot moord.

Ik kreeg op 25 oktober 2011, omstreeks 16.30 uur, een sms bericht op mijn gsm van ene [naam 2]. Deze wilde een tatoeage laten zetten en wilde eerst dat ik naar Etten-Leur zou komen. Ik wilde dat niet omdat ik dat te ver vond en het te laat vond worden in de avonduren. (...)

Ik heb uiteindelijk die dag omstreeks 20.30 uur met [naam 2] afgesproken om hem te ontmoeten op de parkeerplaats van het tankstation aan de Provincialeweg te Schelluinen.

Ik was omstreeks 20.00 uur op de genoemde parkeerplaats naast de benzinepomp en heb daar ongeveer een half uur gewacht.

Ik reed daarna via de rotonde naar de overkant van de weg om daar in mijn auto te roken en dat is niet toegestaan bij een tankstation. Ik bleef daarbij in mijn auto wachten.

Na een half uur wachten verschenen er drie auto's en ik weet niet wat voor auto's het waren. Ik weet de merken en kleuren niet.

Ik vond het al vreemd dat er drie auto's aan kwamen rijden, allen uit de richting Gorinchem.

Ik zag dat er uit elke auto twee personen kwamen.

Er werd met iets tegen de auto en op de ruit geslagen en toen werd ik uit de Ford Fiësta gesleurd en ik werd met wapens geslagen. Ik zag en voelde dat [medeverdachte 1] mij in mijn gezicht sloeg met een Glock wapen, donker grijs van kleur. Ik hoorde dat [medeverdachte 1] tegen mij riep dat hij mij wilde afschieten. Ik zag en voelde dat ik met laarzen werd geschopt. Ik werd toen ik op mijn buik lag door een taser op mijn rug en zijkant van mijn armen bewerkt. Ik zag en voelde dat ik door [naam 1] werd geschopt tegen de achterkant van mijn hoofd.

Ik ben met elektriciteitsdraad gekneveld aan mijn armen en ben aan mijn armen en benen/voeten getaped.

Toen ik in de bestelbus achterin zat is deze bestelbus weg gereden naar de andere kant van de weg. Ik ben toen weer uit die bus getrokken en weer geschopt. Dat was aan de zijde van het tankstation.

Daarna ben ik weer in de bestelbus gegooid en is deze weer gaan rijden. Kort daarna is de bestelbus weer gestopt. (...)

Ik heb voor zover nu bekend de volgende letsels opgelopen:

-een scheur in een van de oogkassen;

-zware kneuzingen aan hoofd/gelaat, borst en beide armen en polsen en andere lichaamsdelen.

-drie voortanden uit boven, - en onderkaak geslagen/getrapt.

- Het proces-verbaal van verhoor verdachte, d.d. 26 oktober 2011, opgenomen als bijlage 1110261935 V01bij voormeld eind proces-verbaal, inhoudende als verklaring van [verdachte] - zakelijk weergegeven -:

Ik heb [medeverdachte 2] een afspraak laten maken met [slachtoffer]. We zijn allemaal afzonderlijk met auto's daar naar toe gekomen. We zijn even bij elkaar gekomen en we hebben met elkaar overleg gehad. De voorbespreking was met [medeverdachte 1], [medeverdachte 3], ik en verder nog ongeveer vijf personen waar ik de naam niet van weet. Er werd gezegd dat hij op de afgesproken plaats stond. We zijn er allemaal naartoe gereden.(...)

[medeverdachte 3] (zijn echte naam is [medeverdachte 3]) zat bij mij in de Berlingo. We reden door over de parallelweg tot aan de rotonde. Daar heb ik met mijn telefoon [medeverdachte 1] gebeld om te melden dat [slachtoffer] er stond. Wij zijn een eindje verderop gaan staan. We hoorden per telefoon dat "Ze" hem al hadden. Toen zijn [medeverdachte 3] en ik daar ook heen gegaan. Toen wij daar aan kwamen hadden ze hem al op de grond liggen. Ik was boos en zwaar opgefokt. Ik heb [slachtoffer] een schop gegeven. Ik schopte hem tegen zijn been. Ik denk dat ik hem drie of vier keer een schop gaf. (...)

[medeverdachte 3] heeft hem ook een schop gegeven. [medeverdachte 3] raakte hem volgens mij tegen zijn hoofd. Ik kon dat zien. (...)

Twee of drie mensen hadden [slachtoffer] vast. Er waren op dat moment vijf mannen bij betrokken.

Eén van die jongens heeft Duck tape om hem heen gedaan. (...) Iemand zei dat het beter was om hem in de auto te doen en dat was dus mijn auto.

Iemand zei:"Maak die deur open". Ik heb volgens mij de deur open gedaan. (...) Er was opeens ducktape zodat hij zich niet meer kon bewegen. Ze hebben zijn handen en voeten ermee vastgemaakt. [slachtoffer] riep: "Nee, alsjeblieft, nee". [slachtoffer] lag op de stenen van een parkeerplaats toen hij getaped werd. (...) Toen ik bij het groepje aankwam dat [slachtoffer] vasthad was er bij [slachtoffer] een arm gedraaid. Zijn benen werden vastgehouden en toen werden die in de ducktape gebonden. (...)

Het ging mij om de auto. Het was de bedoeling dat [slachtoffer] overgeleverd zou worden aan de politie. (...) Ik denk dat [slachtoffer] een paar minuten op de grond lag. Het ging allemaal heel snel. (...) Ik kwam aangelopen. Ik heb een paar losse vrije schoppen gegeven. Eentje tegen zijn hoofd, eentje in de midden en tegen zijn been. [medeverdachte 3] deed dat ook. Volgens mij had [slachtoffer] al trappen gehad. Ik zeg dat omdat hij al lag te creperen op de grond.

- Het proces-verbaal van verhoor verdachte, d.d. 4 november 2011, opgenomen als bijlage 1111041350 V01 bij voormeld eind proces-verbaal, inhoudende als verklaring van [verdachte] - zakelijk weergegeven -:

Toen ik aankwam lag [slachtoffer] op straat op zijn buik. Toen was [slachtoffer] al toegetakeld, want naast [slachtoffer] lag ook al een plasje bloed. Dat plasje lag ter hoogte van zijn handen bij zijn middel. [medeverdachte 1] kwam toen volgens mij met duck tape aanlopen. Ik zag dat [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] ducktape om zijn handen en voeten bonden. [medeverdachte 4] vroeg toen aan mij of ik mijn auto open wilde maken. Ik heb de auto geopend. [slachtoffer] is toen in mijn auto gelegd door [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4]. Het kan zijn dat [medeverdachte 1] ook nog wel heeft geholpen met het ducktape. (...) Op dat moment ben ik alleen in de auto naar die benzinepomp gereden. En ben ik volledig in paniek geraakt met [slachtoffer]. Hij riep steeds:'Help, help" in mijn auto en zag hem in mijn autospiegel steeds omhoog komen. (...) [medeverdachte 4] is toen achterin mijn auto gekropen. Ik denk dat [medeverdachte 4] de kabel van die lichtbalk heeft gebruikt om [slachtoffer] vast te binden. (...)

Ik weet niet waarom [slachtoffer] bij mij in de auto moest. (...) Op dat moment ging het als een film, zo snel, maar ik had het achteraf helemaal niet moeten doen. We hadden direct de politie moeten bellen.

We wilden hem overleveren aan de politie, maar dat had ook wel op een heel andere manier gekund. (...)

We hadden hem niet moeten verplaatsen en de politie moeten bellen. Het is uit de hand gelopen.

- Het proces-verbaal van verhoor verdachte, d.d. 27 oktober 2011, opgenomen als bijlage 1110271400 V02 bij voormeld eind proces-verbaal, inhoudende als verklaring van [medeverdachte 1] - zakelijk weergegeven -:

Bij de eerste rotonde voor het benzinestation, hebben we elkaar gesproken. [naam 3], [verdachte], [medeverdachte 3], [medeverdachte 5] en ik met mijn vriendin dan. En [medeverdachte 4]. (...) We reden op de Ford Fiësta af. [verdachte] [medeverdachte 3], [medeverdachte 4], [medeverdachte 5] en die vriend stapten allemaal uit en riepen politie. Ik kwam net iets later maar ik hoorde dat Politie, politie wel. Toen ik echt zicht had toen lag [slachtoffer] al op de grond. (...) Ik zag dat [verdachte] flipte. Ze schopte tegen het gezicht van [slachtoffer]. Ze schopte wel een keer of vier. Volgens mij schopte ze al die keren in het gezicht van [slachtoffer]. [slachtoffer] riep: 'Sorry, sorry". [verdachte] schopte hard alsof je tegen een voetbal aan trapt. Het waren harde schoppen.

Op dat moment hadden [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] [slachtoffer] vast. Ze hadden zijn armen

schuin op zijn rug geduwd. Net zoals de politie doet.

Ik zag dat [medeverdachte 3] [slachtoffer] in zijn zij schopte. Dat was meer een tikje van:"He, nu ben je toch gevonden he". Ik heb ook zo'n schopje gegeven. Ik raakte hem bij zijn heup.

- Het proces-verbaal van verhoor verdachte, d.d. 27 oktober 2011, opgenomen als bijlage 1110271945 V02 bij voormeld eind proces-verbaal, inhoudende als verklaring van [medeverdachte 1] - zakelijk weergegeven -:

[slachtoffer] is vastgebonden met tape. Ik denk dat het uit [verdachte]'s auto of uit mijn auto kwam. Iemand riep om touw om [slachtoffer] vast te binden. Ik ben toen tape uit mijn auto gaan halen.

- Het proces-verbaal van verhoor verdachte, d.d. 12 november 2011, opgenomen als bijlage 1111121030 V07 bij voormeld eind proces-verbaal, inhoudende als verklaring van [medeverdachte 4] - zakelijk weergegeven -:

Nadat we de auto van die [slachtoffer] hadden geblokkeerd ben ik meteen uitgestapt en naar de auto van die [slachtoffer] gerend. Ik trok het portier van zijn auto open en riep hard dat hij zijn handen moest laten zien. Ik trok [slachtoffer] uit de auto. Hij viel met zijn zij op de grond naast de auto. Hierbij had hij 1 hand nog onder zijn buik. Ik drukte met mijn volle gewicht op die [slachtoffer] en heb zelf met kracht die arm van hem onder zijn buik vandaan getrokken. Ik wilde zeker weten dat hij geen kans had om een wapen te gebruiken. Toen ik zijn handen onder controle had, heb ik op hem gezeten en hem onder controle gehouden. Terwij1 ik bezig was werd [slachtoffer] ineens getrapt door [verdachte] volgens mij. Ik hield zijn armen en benen goed onder controle en had mijn gezicht daar ook op gericht.

[slachtoffer] lag te bloeden omdat die anderen hem tegen zijn hoofd hadden geschopt. Dit gebeurde terwij1 ik hem vast hield. [verdachte] heeft hem in zijn gezicht geschopt en ik zag dat anderen, ik weet niet wie precies, met een voet op zijn capuchon het hoofd van [slachtoffer] op de grond drukten. Ze hadden eerst zijn capuchon over zijn hoofd getrokken.

Nadat [slachtoffer] in de auto van [verdachte] was gezet zijn we gaan rijden om hem naar een politie bureau te brengen. [verdachte] reed in haar bestelauto met die [slachtoffer] in de laadruimte. Ik reed met [medeverdachte 1] achter [verdachte] aan. Op een gegeven moment stopte [verdachte] omdat die [slachtoffer] los kwam of zo. Ik had hem waarschijnlijk niet goed genoeg getaped. Volgens mij belde [verdachte] naar [medeverdachte 1]. Nadat we gestopt waren ben ik achterin de auto van [verdachte] gestapt om [slachtoffer] vast te houden. Ik heb hem voor de zekerheid nog vast gebonden met een elektriciteitsdraad wat in de auto lag.

- het geschrift, te weten medische informatie/letselbeschrijving betreffende [slachtoffer], opgemaakt door J.R. van Leeuwen, forensisch arts (FARR), zoals opgenomen in het aanvullend proces-verbaal van bevindingen d.d. 8 april 2012, behorende bij het eind proces-verbaal van de politie Zuid-Holland-Zuid, onderzoek Merbau, dossiernummer 2011707223, inhoudende als verklaring van J.R. van Leeuwen - zakelijk weergegeven -:

Medische informatie betreffende [slachtoffer], geboortedatum [1963]

Datum: 16-01-2012

Info Universitair Medisch Centrum Utrecht over opname 26 t/m 30 oktober 2011

Patiënt was stabiel en goed bij bewustzijn bij aankomst ambulance. Op de SEH in het ziekenhuis in Gorinchem raakte patiënt bewusteloos, tevens waren er losse tanden in de mond, hierop werd patiënt beademd. Op röntgenonderzoek bleek een breuk van de bovenkaak, waren er losse tanden en was er een zwelling boven het linkeroog te zien. Tevens was er een kneuzing van de long rechtsboven. Patiënt werd opgenomen ter observatie. Op een CT-scan van het aangezicht was tevens een gebroken neus te zien en een breukje van de wand van de kaakholte links. Twee voortanden werden verwijderd.

Op grond van de in de bewijsmiddelen weergegeven feiten en omstandigheden is de rechtbank van oordeel, dat voldoende vast is komen te staan dat verdachte op de avond van 25 oktober 2011 met een aantal medeverdachten, waaronder in ieder geval [medeverdachte 3], [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4], naar Schelluinen is gereden. Bij een parkeerplaats nabij een tankstation stond het latere slachtoffer, [slachtoffer] (hierna: het slachtoffer), te wachten op een (nep)afspraak die via verdachte was gemaakt. Het slachtoffer had een door verdachte gehuurde auto enige tijd daarvoor verduisterd en het doel van verdachte en haar medeverdachten was om deze auto van hem terug te krijgen. Uit de bewijsmiddelen volgt naar het oordeel van de rechtbank dat het slachtoffer - nadat verdachte en haar medeverdachten hem hadden omsingeld met hun auto's - uit zijn auto is getrokken en vervolgens door meerdere personen herhaaldelijk tegen zijn hoofd, zijn benen en lichaam is geschopt terwijl hij door anderen op de grond in bedwang werd gehouden en zijn handen en voeten met tape werden gekneveld, waardoor hij feitelijk weerloos was. Onder die omstandigheden kan naar het oordeel van de rechtbank niet anders worden geconcludeerd dan dat verdachte en haar medeverdachten bewust de aanmerkelijke kans hebben aanvaard dat het slachtoffer als gevolg van het gepleegde geweld zwaar lichamelijk letsel zou bekomen. Een gevolg dat zich in concreto ook heeft voorgedaan. Het slachtoffer heeft als gevolg van het tegen hem gepleegde geweld meerdere breuken (waaronder de bovenkaak, neus en kaakholte) en zwellingen opgelopen. Tevens moesten twee voortanden verwijderd worden en had hij een longkneuzing en is hij in het ziekenhuis (kortdurend) beademd. Naar het oordeel van de rechtbank zijn de diverse verwondingen van het slachtoffer, in samenhang bezien, aan te merken als zwaar lichamelijk letsel.

De rechtbank is op grond van het voorgaande van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte en de medeverdachten het slachtoffer opzettelijk zwaar lichamelijk letsel hebben toegebracht.

Anders dan de officier van justitie ziet de rechtbank in de bewijsmiddelen geen aanknopingspunten voor de conclusie dat verdachte en de medeverdachten daarbij hebben gehandeld met voorbedachten rade. Op grond van het dossier kan slechts worden vastgesteld dat er voorafgaande aan de ontmoeting met het slachtoffer op de parkeerplaats onderling herhaaldelijk is gesproken over het terughalen van de auto. Daarbij is volgens verdachte en haar medeverdachten nimmer het toepassen van geweld ter sprake gekomen. Onder die omstandigheden kan niet worden bewezen dat verdachte en haar medeverdachten gelegenheid hebben gehad om over de betekenis en de gevolgen van enig toe te passen geweld na te denken en zich daar rekenschap van te geven. De rechtbank zal verdachte ten aanzien van dat bestanddeel vrijspreken.

De rechtbank is op grond van de bewijsmiddelen voorts van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte en haar medeverdachten het slachtoffer op 25 oktober 2012 wederrechtelijk van zijn vrijheid beroofd hebben gehouden. Nadat het slachtoffer - die zich naar de rechtbank aanneemt bevond in een door hem onder verdachte verduisterde personenauto - was overmeesterd, hebben verdachte en haar medeverdachten hem zodanig toegetakeld dat - gelet op het later vastgestelde letsel - moet worden aangenomen dat hij op dat moment nog weinig weerstand kon bieden. Het slachtoffer is nadien aan handen en voeten gekneveld en in een afgesloten busje gelegd. Verdachte is vervolgens - terwijl de medeverdachten in een andere personenauto achter haar aanreden - met het slachtoffer gaan rondrijden terwijl een van de medeverdachten op enig moment heeft plaatsgenomen in de laadruimte van het busje en het slachtoffer nogmaals heeft gekneveld met een elektriciteitsdraad. Door - nadat het slachtoffer was overmeesterd - niet onverwijld de politie te verwittigen en niet spoorslags naar het politiebureau te rijden, hebben verdachte en haar medeverdachten de vrijheidsberoving onnodig lang laten voortduren waardoor deze wederrechtelijk is geworden. De rechtbank verwerpt op voorgaande gronden het daartoe strekkende verweer van de raadsman.

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de hiervoor onder 4.3 vermelde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

1.

SUBSIDIAIR:

op 25 oktober 2011 te Schelluinen, gemeente Giessenlanden,

tezamen en in vereniging met anderen ,

[slachtoffer], opzettelijk,

zwaar lichamelijk letsel (een gebroken bovenkaak en twee losse (voor)tanden, waarvan verwijdering noodzakelijk was en een kneuzing van de (rechter) long en een gebroken neus en een breukje van de wand van de kaakbijholte(links)), heeft toegebracht,

door deze opzettelijk

- uit zijn auto te sleuren en/of

- tegen het hoofd en het lichaam te schoppen en/of te trappen en/of

- tegen de grond te werken en (vervolgens) door te gaan met schoppen en/of

trappen tegen het hoofd en het lichaam - ;

2.

op 25 oktober 2011 te Schelluinen, gemeente Giessenlanden,

tezamen en in vereniging met anderen,

opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd gehouden,

immers hebben zij verdachte en/of haar mededaders

met dat opzet de handen en voeten van die [slachtoffer] vastgebonden met tape

en elektriciteitsdraad en (vervolgens) die [slachtoffer] in (zwaar) gewonde

toestand in een auto geplaatst en die auto (vervolgens) afgesloten.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de bewezen verklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

1. subsidiar

MEDEPLEGEN VAN ZWARE MISHANDELING

2.

MEDEPLEGEN VAN OPZETTELIJK IEMAND WEDERRECHTELIJK VAN DE VRIJHEID BEROOFD HOUDEN.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7 De strafoplegging

7.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren, met daaraan verbonden de bijzondere voorwaarde dat verdachte zich gedurende de proeftijd gedraagt naar de aanwijzingen haar te geven door de reclassering, met aftrek van de tijd die door verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht.

7.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft de rechtbank verzocht bij de strafoplegging rekening te houden met de omstandigheid dat verdachte door [slachtoffer] is opgelicht en dat hij haar dierbare spullen heeft ontnomen. De lange periode die verdachte inmiddels in detentie heeft doorgebracht en de verstrekkende gevolgen die dit voor haar heeft gehad - zowel op persoonlijk- als op zakelijk gebied - dient volgens de raadsman eveneens te worden meegewogen. De raadsman heeft de rechtbank verzocht het advies van de reclassering te volgen en aan verdachte een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, waarbij het onvoorwaardelijk deel gelijk is aan de periode die verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

7.3 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich tezamen met anderen schuldig gemaakt aan de zware mishandeling van een man die kort daarvoor haar auto had verduisterd en bij een inbraak in haar woning diverse goederen had weggenomen. Nadat verdachte het slachtoffer middels een nepafspraak naar een parkeerplaats had gelokt, hebben verdachte en haar medeverdachten het slachtoffer uit de auto getrokken en hem - terwijl hij op de grond lag - op grove wijze mishandeld door tegen zijn hoofd en lichaam te schoppen. Het slachtoffer heeft daardoor zwaar lichamelijk letsel opgelopen. Daarnaast heeft verdachte zich tezamen met anderen schuldig gemaakt aan het wederrechtelijk van zijn vrijheid beroofd houden van het slachtoffer door hem - na de zware mishandeling - gekneveld aan handen en voeten in een afgesloten busje te houden. Het spreekt voor zich dat deze feiten voor het slachtoffer een bijzonder traumatische ervaring moeten zijn geweest. Hierbij heeft verdachte kennelijk in het geheel niet stilgestaan. Zij heeft zich uitsluitend laten leiden door haar eigen frustratie.

Wat de persoon van de verdachte betreft heeft de rechtbank acht geslagen op het over de verdachte uitgebrachte voorlichtingsrapport van Reclassering Nederland d.d. 17 april 2012. In het rapport staat onder meer dat verdachte leeft in een sociale omgeving met mensen die justitiële contacten hebben en waar drugs worden gebruikt, ook door betrokkene zelf. Betrokkene heeft eerder hulp gezocht voor haar drugsgebruik maar deze behandeling is niet doorgezet. Veel vrienden van betrokkene zijn overleden door drugsgebruik en suïcide na depressie. Ook betrokkene heeft een aantal depressies doorgemaakt en slikt medicatie. Er is nooit onderzoek gedaan naar mogelijke persoonlijkheidsproblematiek terwijl een aantal problemen wijzen op de aanwezigheid daarvan. Betrokkene is impulsief en naïef, waar anderen misbruik van maken. De reclassering adviseert aan verdachte een (deels) voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met de volgende bijzondere voorwaarden: meldingsgebod, deelname aan een gedragsinterventie (de cognitieve vaardigheidstraining CoVa) en een behandelverplichting.

De rechtbank heeft voorts kennis genomen van het Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 28 maart 2012. Hieruit blijkt dat verdachte eerder met justitie in aanraking is geweest maar nog niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld.

De officier van justitie is bij haar eis, onder meer, uitgegaan van een bewezenverklaring van het medeplegen van zware mishandeling, gepleegd met voorbedachten rade.

Nu de rechtbank de voorbedachten rade niet bewezen acht, zal zij een lagere straf opleggen dan door de officier van justitie is gevorderd.

Al het voorgaande in aanmerking genomen en mede gelet op de straffen die gebruikelijk worden opgelegd voor feiten als de onderhavige, is de rechtbank van oordeel dat aan verdachte moet worden opgelegd een gevangenisstraf van 10 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht en met een proeftijd van 2 jaar. Als bijzondere voorwaarde zal worden bepaald dat verdachte zich dient te gedragen naar de aanwijzingen, haar te geven door of namens de reclassering, dat zij een gedragsinterventie (training Cognitieve Vaardigheden (CoVa) dient te volgen, dat zij een behandeling dient te volgen gericht op haar persoonlijkheidsproblematiek en dat zij zich kort na het eindigen van haar detentie dient te melden bij Reclassering Nederland. Het voorwaardelijke strafdeel dient als waarschuwing aan de verdachte zich in de toekomst van strafbare feiten te onthouden en om de noodzakelijk geachte begeleiding door de reclassering mogelijk te maken.

8 De wettelijke voorschriften

De opgelegde straf berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 47, 57, 282, 302 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

- verklaart niet bewezen wat aan de verdachte onder feit 1, primair ten laste is gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij;

- verklaart het ten laste gelegde bewezen op de wijze als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van hetgeen meer of anders is ten laste gelegd;

- verklaart dat het bewezenverklaarde de onder 5 vermelde strafbare feiten oplevert;

- verklaart verdachte strafbaar;

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 10 (tien) maanden, waarvan 3 (drie) maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 (twee) jaren;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:

* omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

* omdat verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of niet een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

* omdat de verdachte geen medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

* omdat verdachte tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

- stelt als bijzondere voorwaarden:

* dat verdachte zich tijdens de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens Reclassering Nederland;

* dat verdachte zich binnen vijf dagen volgend op de einddatum van de detentie telefonisch meldt bij de reclassering Arnhem (tel: 026-3555333) en zich vervolgens gedurende de proeftijd periodiek meldt bij voormelde reclasseringsinstelling, zo frequent als deze instelling dat nodig acht;

* dat verdachte deelneemt aan een gedragsinterventie, te weten: Cognitieve Vaardigheidstraining (CoVa);

* dat verdachte zich onder behandeling stelt van een ambulante instelling voor psychiatrische problematiek in verband met nader onderzoek naar de persoonlijkheidsproblematiek;

- draagt deze reclasseringsinstelling op om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde gevangenisstraf;

- heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van het tijdstip waarop de duur van deze hechtenis gelijk wordt aan de duur van de onvoorwaardelijk opgelegde vrijheidsstraf.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.M.R.M. Edelhauser-van Vlijmen, voorzitter,

mr. M. van Mourik en mr. M.A.C. Prins, rechters, in tegenwoordigheid van

mr. C.Y. de Lange, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van

10 mei 2012.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

1.

zij op of omstreeks 25 oktober 2011 te Schelluinen, gemeente Giessenlanden,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer] van het leven te beroven,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg,

- die [slachtoffer] uit zijn auto hebben/heeft gesleurd en/of

- die [slachtoffer] tegen/op het hoofd en/of het lichaam hebben/heeft geschopt

en/of getrapt en/of geslagen en/of gestompt en/of

- die [slachtoffer] tegen de grond hebben/heeft gewerkt en/of (vervolgens) zijn/is

doorgaan met schoppen en/of trappen en/of slaan en/of stompen tegen/op het

hoofd en het lichaam en/of

- met een hard voorwerp op het hoofd van die [slachtoffer] hebben/heeft geslagen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

SUBSIDIAIR: voorzover het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht

of zou kunnen leiden:

zij op of omstreeks 25 oktober 2011 te Schelluinen, gemeente Giessenlanden,

tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen,

[slachtoffer], opzettelijk en met voorbedachten rade, althans opzettelijk,

zwaar lichamelijk letsel (een gebroken bovenkaak en/of twee losse (voor)tanden, waarvan verwijdering noodzakelijk was en/of een kneuzing van de (rechter) long en/of een gebroken neus en/of een breukje van de wand van de kaakbijholte(links)), heeft toegebracht,

door deze opzettelijk, na kalm beraad en rustig overleg, althans opzettelijk

- uit zijn auto te sleuren en/of

- tegen/op het hoofd en/of het lichaam te schoppen en/of te trappen en/of te

slaan en/of te stompen en/of

- tegen de grond te werken en/of (vervolgens) door te gaan met schoppen en/of

trappen en/of slaan en/of stompen tegen/op het hoofd en het lichaam en/of

- met een hard voorwerp op het hoofd te slaan;

MEER SUBSIDIAIR: voorzover het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden:

zij op of omstreeks 25 oktober 2011 te Schelluinen, gemeente Giessenlanden,

tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer],

opzettelijk en met voorbedachten rade, althans opzettelijk zwaar lichamelijk

letsel toe te brengen,

met dat opzet, na kalm beraad en rustig overleg, althans met dat opzet

- die [slachtoffer] uit zijn auto hebben/heeft gesleurd en/of

- die [slachtoffer] tegen/op het hoofd en/of het lichaam hebben/heeft geschopt

en/of getrapt en/of geslagen en/of gestompt en/of

- die [slachtoffer] tegen de grond hebben/heeft gewerkt en/of (vervolgens) zijn/is

doorgaan met schoppen en/of trappen en/of slaan en/of stompen tegen/op het

hoofd en het lichaam en/of

- met een hard voorwerp op het hoofd van die [slachtoffer] hebben/heeft geslagen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

zij op of omstreeks 25 oktober 2011 te Schelluinen, gemeente Giessenlanden,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of

beroofd gehouden,

immers heeft (hebben) zij verdachte en/of een of meer van haar mededader(s)

met dat opzet de handen en voeten van die [slachtoffer] vastgebonden met tape

en/of elektriciteitsdraad en/of (vervolgens) die [slachtoffer] in (zwaar) gewonde

toestand in een auto geplaatst en die auto (vervolgens) afgesloten;

Parketnummer: 11/860654-11

Vonnis d.d. 10 mei 2012