Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2012:BW3372

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
16-04-2012
Datum publicatie
19-04-2012
Zaaknummer
292710 CV EXPL 12-4
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

PrimeLine heeft premie voor verzekering niet bijgeboekt. Klant mocht erop vertrouwen tegen overlijdensrisico verzekerd te zijn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

Sector kanton

Locatie Gorinchem

kenmerk: 292710 CV EXPL 12-4

vonnis van de kantonrechter te Gorinchem van 16 april 2012.

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid LaSer Nederland B.V., h.o.d.n. PrimeLine,

gevestigd te [plaatsnaam],

eiseres,

gemachtigde Vesting Finance Incasso B.V.

tegen:

[naam],

wonende te [adres],

gedaagde,

procederend in persoon

1. Verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

1. de dagvaarding van 6 decem ber 2011;

2. de conclusie van antwoord;

3. het tussenvonnis van 16 januari 2012;

4. de aantekening, dat er op 16 maart 2012 een mondelinge behandeling is

gehouden;

5. de overgelegde producties.

2. De feiten

2.1 Op 6 februari 1997 hebben [gedaagde] en [echtgenote van gedaagde] (verder te noemen [echtgenote van gedaagde]) een kredietovereenkomst gesloten met PrimeLine, de rechtsvoorgangster van LaSer. De Wet Consumentenkrediet is op deze overeenkomst van toepassing.

2.2 Aanvullend op deze overeenkomst hebben dezelfde partijen een zogenaamd Certificaat PrimeLine Protectieplan (verder te noemen PPP) ondertekend.

Op het PPP (productie 7 bij dagvaarding) is vermeld, voor zover thans van belang:

Dit certificaat wordt uitgereikt aan client, die zich wenst te verzekeren tegen de volgende risico’s (…) op basis van de voorwaarden zoals vermeld in de bijlage bij dit certificaat: overlijden (…) Hiervoor wordt maandelijks 0,52% van het uitstaand saldo gereserveerd. (…)

2.3 Art. 9 van de voorwaarden bij het PPP luidt als volgt:

1. PPP in geval van overlijden voorziet er in dat PrimeLine na het overlijden van cliënt (…) afstand doet van haar aanspraak op het netto-saldo dat op het moment van overlijden nog verschuldigd is. (…)

2.4 Op 9 januari 2010 is [echtgenote van gedaagde] overleden.

3. De vordering en het verweer

2.1 LaSer vordert dat [gedaagde] wordt veroordeeld bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, om aan LaSer € 25.046,96 te betalen met de vertragingsrente over € 22.794,58 vanaf 25 november 2011 en met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.

2.2 Aan haar vordering legt LaSer het volgende ten grondslag.

[gedaagde] is met betaling van één of meer termijnen gedurende twee of meer maanden, ondanks herhaalde aanmaning in gebreke gebleven, zodat het geheel dat uit de overeenkomst verschuldigd is (€ 25.046,96), opeisbaar is geworden.

2.3 [gedaagde] voert aan dat (de rechtsvoorgansgter van) Laser de schuld na het overlijden van [echtgenote van gedaagde] op grond van art 9 van de voorwaarden bij het PPP heeft moeten kwijtschelden.

4. De beoordeling

4.1 LaSer voert aan dat [gedaagde] nooit premie heeft betaald, zodat hij geen aanspraken heeft uit art. 9 van de voorwaarden bij het PPP. Gelet op de wijze van premiebetaling (maandelijks een percentage van het uitstaande saldo reserveren) ligt het voor de hand, dat [gedaagde] geen premie betaalde, maar dat het premiebedrag door (de rechtsvoorgangster van) LaSer werd bijgeboekt op het saldo van [gedaagde] en [echtgenote van gedaagde].

[gedaagde] stelt onbetwist dat hij terzake de premie nooit facturen of overzichten heeft ontvangen. Als (de rechtsvoorgangster van) LaSer al geen premies heeft bijgeboekt, kon [gedaagde] dat niet weten. Wel mocht hij er op vertrouwen dat (de rechtsvoorgangster van) LaSer haar verplichtingen zou nakomen en dat al het verschuldigde op 9 januari 2010 door het overlijden van [echtgenote van gedaagde] zou zijn kwijtgescholden.

4.2 De vordering zal worden afgewezen. LaSer wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld die aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op € 50,--.

5. De belsissing

wijst het gevorderde af;

veroordeelt LaSer in de proceskosten die tot op heden aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op € 50,--.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.C. Halk, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 april 2012, in aanwezigheid van de griffier.