Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2012:BW1803

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
04-04-2012
Datum publicatie
12-04-2012
Zaaknummer
92609 / HA ZA 11-2257
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De duim van een 15-jarige jongen is beklemd geraakt en gedeeltelijk geamputeerd doordat de (voetbal) instructeur de deur van de kleedkamer van de sporthal heeft dichtgetrokken. Heeft de instructeur onrechtmatig gehandeld door de deur (hard) dicht te trekken zonder zich ervan te vergewissen of er vingers van anderen tussen de deur zouden komen?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 92609 / HA ZA 11-2257

Vonnis van 4 april 2012

in de zaak van

[EISERES],

in de hoedanigheid van de met het ouderlijk gezag belaste moeder van [ZOON],

wonende te Rotterdam,

eiseres,

advocaat mr. G.C. Haulussy,

tegen

1. [GEDAAGDE 1],

wonende te Rotterdam,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SOCCERSHOWDOWN B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

3. de stichting

STICHTING STREET DREAMS,

gevestigd te Rotterdam,

4. de naamloze vennootschap

REAAL SCHADEVERZEKERINGEN N.V.,

gevestigd te Zoetermeer,

gedaagden,

advocaat mr. S.W. Polak.

Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagden] genoemd worden. Gedaagden zullen hierna afzonderlijk worden aangeduid als: [gedaagde 1], Soccershowdown, Street Dreams en Reaal.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 4 januari 2011;

- de conclusie van antwoord;

- het tussenvonnis van 18 mei 2011;

- het proces-verbaal van comparitie van 15 september 2011;

- het proces-verbaal van comparitie van 6 februari 2012 en de daarin genoemde stukken;

- de door partijen overgelegde producties.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. De zoon van [eiseres], [zoon eiseres] (hierna: [zoon]), geboren op 15 februari 1994, heeft zich via een inschrijfformulier bij Akkademy ingeschreven voor voetballes.

2.2. Akkademy is volgens dat inschrijfformulier een voetbalschool voor jongeren, waar leerlingen onder leiding van een team instructeurs van Soccershowdown aan het werk gaan om hun vaardigheden te verbeteren. Volgens datzelfde inschrijfformulier is Akkademy een “samenwerkingsverband” tussen de gemeente Rotterdam, Sport en Recreatie, Stichting Rotterdam Topsport en stichting Street Dreams Foundation.

2.3. [gedaagde 1] was bij Soccershowdown in dienst als instructeur. Op 17 april 2009 heeft [gedaagde 1] – voor of na een voetbaltraining – de deur van een kleedkamer in sporthal De Persoonshal (hierna: sporthal) in Rotterdam dichtgetrokken, waardoor de rechterduim van [zoon] beklemd is geraakt en daardoor gedeeltelijk is geamputeerd.

2.4. In het ziekenhuis is het geamputeerde deel weer aan de duim gezet.

2.5. Soccershowdown heeft een aansprakelijkheidsverzekering bij Reaal gesloten, op grond waarvan zij en [gedaagde 1] verzekerd zijn.

3. De vordering

3.1. De rechtbank begrijpt dat [eiseres] vergoeding vordert van de door [zoon] geleden en nog te lijden schade en dat zij wenst dat deze vergoeding aan haar wordt uitbetaald. Aldus gelezen vordert [eiseres] dat bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

a) voor recht wordt verklaard dat [gedaagde 1] onrechtmatig heeft gehandeld jegens [zoon] en op grond daarvan aansprakelijk is voor vermogensschade en andere schade die [zoon] lijdt;

b) voor recht wordt verklaard dat Soccershowdown, Street Dreams en Reaal naast [gedaagde 1] hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade die [gedaagde 1] heeft toegebracht aan [zoon];

c) [gedaagden] worden veroordeeld, des de een betaalt de ander zal zijn gekweten, tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiseres] te voldoen alle schade die [zoon] lijdt nader op te maken bij staat en te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf de datum van het ongeval, zijnde 14 april 2009, althans vanaf 5 januari 2010, althans vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;

d) [gedaagden] worden veroordeeld tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiseres] te voldoen een schadevergoeding met betrekking tot de door [zoon] geleden immateriële schade ad € 6.500,00, althans een in goede justitie te bepalen bedrag;

e) [gedaagden] worden veroordeeld tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiseres] te voldoen de buitengerechtelijke kosten nader op te maken bij staat, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente ex artikel 6:119a BW, althans de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW vanaf de datum van verzuim, althans vanaf de datum van deze dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;

f) [gedaagden] worden veroordeeld in de proceskosten.

3.2. [eiseres] stelt daartoe het volgende.

[gedaagde 1] heeft onrechtmatig jegens [zoon] gehandeld door de deur hard dicht te trekken zonder zich ervan te vergewissen of er ledematen van anderen tussen de deur zouden kunnen komen en door niet te stoppen met het sluiten van de deur op het moment dat hij weerstand voelde.

Soccershowdown is als werkgever ex artikel 6:170 BW aansprakelijk voor het onrechtmatig handelen van [gedaagde 1]. Daarnaast is Soccershowdown aansprakelijk op grond van artikel 6:162 BW. Soccershowdown heeft immers de plicht lessen en lokalen zodanig in te richten dat deze veilig zijn en het personeel zodanig te instrueren dat geen gevaar bestaat voor leerlingen. Soccershowdown heeft niet aan deze plicht voldaan. Zo had Soccershowdown [gedaagde 1] moeten instrueren om eerst te kijken alvorens een deur dicht te doen, zeker in het bijzijn van minderjarigen. Reaal is ex artikel 7:954 BW als verzekeraar van Soccershowdown en van [gedaagde 1] gehouden de schade te vergoeden.

4. Het verweer

4.1. De conclusie van [gedaagden] strekt tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van [eiseres], uitvoerbaar bij voorraad, in de proceskosten, daaronder mede begrepen de nakosten.

4.2. [gedaagden] voeren daartoe het volgende aan.

Het ongeval kan niet worden gekwalificeerd als een onrechtmatige daad van [gedaagde 1]. Hij wist niet en behoefde ook niet te vermoeden dat [zoon] achter hem stond met zijn hand tegen de deurpost c.q. met zijn duim tussen de deur en de deurpost aan de scharnierkant. Er waren verder ook geen omstandigheden die noopten tot verhoogde oplettendheid, zodat [gedaagde 1] onder de gegeven omstandigheden voldoende voorzichtigheid heeft betracht. Er is sprake van een ongelukkige samenloop van omstandigheden.

Nu [gedaagde 1] niet onrechtmatig heeft gehandeld, is Soccershowdown, als werkgeefster van [gedaagde 1], evenmin aansprakelijk voor de schade van [zoon]. Op Soccershowdown rustte voorts geen zorgplicht met de strekking zoals is gesteld door [eiseres]. Bovendien heeft Soccershowdown voldoende zorg betracht, onder meer omdat de sporthal voldeed aan de veiligheidseisen. Een grond voor de aansprakelijkheid van Street Dreams is gesteld noch gebleken. Subsidiair wordt een beroep gedaan op eigen schuld van [zoon] en wordt de schade betwist. Indien [gedaagde 1] en/of Soccershowdown en/of Street Dreams aansprakelijk zou(den) zijn, dan zal Reaal opkomen voor een ten behoeve van [zoon] uit te keren schadevergoeding.

5. De beoordeling

Ten aanzien van [gedaagde 1]

5.1. Er bestaat geen algemene regel dat iemand bij het sluiten van een deur altijd moet controleren of andermans vingers tussen de deur kunnen komen. In een concreet geval kan echter wel sprake zijn van omstandigheden die nopen tot verhoogde oplettendheid op de aanwezigheid van vingers tussen de deur. Als onder die omstandigheden de deur dan toch, zonder te controleren of er vingers tussen de deur kunnen komen, wordt dichtgetrokken, met als gevolg schade doordat een vinger tussen de deur is gekomen, is sprake van onrechtmatig handelen. In dat geval is immers de mate van waarschijnlijkheid van een ongeval als gevolg van het gevaarscheppend gedrag – het sluiten van de deur zonder te controleren of er vingers tussen kunnen komen – zo groot dat de dader zich naar maatstaven van zorgvuldigheid van dat gedrag had moeten onthouden. Voor de beantwoording van de vraag of er in deze zaak omstandigheden waren die tot extra oplettendheid noopten, is vereist dat de feitelijke toedracht van het ongeval met voldoende precisie wordt gesteld en zo nodig wordt bewezen.

5.2. Ter comparitie heeft [zoon] over de feitelijke toedracht het volgende verklaard:

“(…) Ik stond na de training met drie jongens in de kleedkamer. Ik was mijn sokken aan het goed doen en leunde met mijn rechterhand tegen de deurpost. [gedaagde 1] stond in de deuropening met iemand te praten en hij keek opzij naar die persoon. Toen hij de deur van de kleedkamer dichttrok, keek hij niet in mijn richting. Hij heeft mij dus niet gezien. Hij trok de deur in één keer heel hard dicht. (…) [gedaagde 1] heeft niet goed gekeken bij het dichtdoen van de deur. Hij had mij moeten zien.”

5.3. Ter comparitie heeft [gedaagde 1] over de feitelijke toedracht het volgende verklaard:

“(…) Ik liep vanuit de sporthal naar de kleedkamers om te kijken of er nog laatkomers waren. Daarvoor had ik tegen de kinderen gezegd: Ga op het bankje zitten. (…) Op die bewuste dag stond het bankje tegen de achterste muur. De kinderen moesten daar op gaan zitten. Imad bevond zich bij die kinderen. Toen ik naar de deur liep, hoefde ik er dus geen rekening mee te houden dat hij ineens achter mij stond. Ik stond in de deuropening en keek de kleedkamer in. Als het zo zou zijn gegaan als eiseres stelt, dan had ik Imad zeker gezien en dan had ik uiteraard de deur niet dichtgetrokken. Ik trok de deur dicht en voelde enige weerstand. Ik heb de deur toen steviger dichtgetrokken (…). Het harder dichttrekken van de deur is niet zo vreemd. Als een deur niet goed sluit, denk je dat hij klemt.”

5.4. De door [eiseres] gestelde feitelijke toedracht van het ongeval is, gelet op hetgeen [gedaagde 1] ter comparitie heeft verklaard, voldoende gemotiveerd betwist, zodat [eiseres] daarvan op grond van de hoofdregel van artikel 150 Rv de bewijslast draagt. [eiseres] zal overeenkomstig haar bewijsaanbod worden opgedragen om bewijs te leveren van de stelling dat toen [gedaagde 1] op 17 april 2009 in de sporthal de deur van de kleedkamer dicht deed, hij [zoon eiseres] zag of had moeten zien.

Ten aanzien van Soccershowdown

5.5. [eiseres] stelt dat Soccershowdown als werkgever van [gedaagde 1] op grond van artikel 6:170 BW aansprakelijk is voor diens gestelde onrechtmatige daad. [gedaagden] betwisten niet dat [gedaagde 1] op 17 april 2009 als ondergeschikte van Soccershowdown werkzaam was. Dit betekent dat, indien komt vast te staan dat het ongeval als een onrechtmatige daad van [gedaagde 1] moet worden gekwalificeerd, Soccershowdown hiervoor op grond van artikel 6:170 BW aansprakelijk is.

5.6. [eiseres] houdt Soccershowdown voorts aansprakelijk op grond van artikel 6:162 BW. Volgens [eiseres] rustte op Soccershowdown de plicht om de lessen en lokalen zodanig in te richten dat deze veilig waren en om het personeel zodanig te instrueren dat geen gevaar voor leerlingen bestond. Aan deze plicht zou niet zijn voldaan.

5.7. Het enkele feit dat een minderjarige voetballer gewond is geraakt, betekent nog niet dat de sporthal niet voldeed aan de daaraan te stellen (veiligheids-)eisen en evenmin dat Soccershowdown, als (mede-)organisator van voetballessen, haar zorgplicht heeft geschonden. Een zorgplicht die er op neer komt dat Soccershowdown ervoor moet zorgen dat geen enkel gevaar (op verwonding) voor minderjarige voetballers bestaat, gaat immers in zijn algemeenheid te ver.

5.8. Ter comparitie is namens [eiseres] nog gesteld dat de sporthal op zichzelf niet onveilig was, maar dat Soccershowdown [gedaagde 1], gelet op de aanwezigheid van minderjarigen, wel had moeten instrueren om eerst te kijken alvorens een deur dicht te doen. Een dergelijke algemene instructieplicht bestaat niet. [eiseres] heeft zijn stelling dat Soccershowdown onrechtmatig heeft gehandeld dan ook onvoldoende onderbouwd.

5.9. De vorderingen jegens Soccershowdown zijn op grond van artikel 6:162 BW dan ook niet toewijsbaar.

Ten aanzien van Street Dreams

5.10. [eiseres] heeft geen grond voor de aansprakelijkheid van Street Dreams gesteld. De vorderingen jegens Street Dreams zullen dan ook worden afgewezen.

Ten aanzien van Reaal

5.11. [eiseres] heeft gesteld dat, als vast zou komen te staan dat [gedaagde 1] en/of Soccershowdown aansprakelijk zijn voor de schade van [zoon], Reaal als verzekeraar van Soccershowdown en van [gedaagde 1] direct daarvoor kan worden aangesproken. Deze stelling is niet betwist en ook rechtens juist. Indien [gedaagde 1] en/of Soccershowdown aansprakelijk zullen blijken te zijn, zal Reaal daarom mede tot schadevergoeding worden veroordeeld.

5.12. Aangezien nog niet kan worden geoordeeld over de vraag of sprake is van een onrechtmatige daad van [gedaagde 1], blijven de stellingen van partijen ten aanzien van de schade en de gestelde eigen schuld van [zoon] vooralsnog onbesproken.

6. De beslissing

De rechtbank

6.1. draagt [eiseres] op te bewijzen dat toen [gedaagde 1] op 17 april 2009 in de sporthal de deur van de kleedkamer dicht deed, hij [zoon eiseres] zag of had moeten zien;

6.2. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 18 april 2012 voor uitlating door [eiseres] of zij bewijs wil leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en / of door een ander bewijsmiddel;

6.3. bepaalt dat [eiseres], indien zij geen bewijs door getuigen wil leveren maar wel bewijsstukken wil overleggen, die stukken direct in het geding moet brengen;

6.4. bepaalt dat [eiseres], indien zij getuigen wil laten horen, de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten in de maanden mei tot en met augustus 2012 direct moet opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald;

6.5. bepaalt dat dit getuigenverhoor zal plaatsvinden op de terechtzitting van mr. I. Bouter in het gerechtsgebouw te Dordrecht aan Steegoversloot 36;

6.6. bepaalt dat alle partijen uiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor alle beschikbare bewijsstukken aan de rechtbank en de wederpartij moeten toesturen;

6.7. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. I. Bouter en in het openbaar uitgesproken op 4 april 2012.?