Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2012:BW0719

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
29-03-2012
Datum publicatie
03-04-2012
Zaaknummer
285827 CV EXPL 11-7446 vonnis
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Huurder exploiteert een winkel in het winkelcentrum Makado-Center te Alblasserdam. Sinds 2003 heeft hij in de openbare ruimte een kooi met papegaai geplaatst. Na de renovatie in het winkelcentrum hebben partijen een nieuwe huurovereenkomst getekend. In de huurovereenkomst is onder andere bepaald dat uitstallingen in de openbare ruimte, buiten 1 meter van de gevel van een winkel, zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van de verhuurder niet zijn toegestaan. Eiseres vordert thans verwijdering van de kooi met papegaai. In geschil is of de kooi met papegaai onder het begrip uitstalling valt. De kantonrechter is van oordeel dat gelet op het esthetische doel dat werd beoogd met de renovatie en de vervolgens in gang gezette renovatie huurder niet kan volhouden dat met uitstalling enkel is gedoeld op commerciële uitstallingen of dat geen sprake is van gewijzigde omstandigheden ten aanzien van het gedoogbeleid. Het had huurder redelijkerwijs duidelijk kunnen en moeten zijn dat het eiseres ter verbetering van de uitstraling van het winkelcentrum en - zo begrijpt de kantonrechter althans- met het oog op het aantrekkelijk maken van het winkelcentrum voor het winkelend publiek te doen was om beleid te scheppen met betrekking tot alle voorwerpen (commercieel en niet-commercieel) die her en der in het winkelcentrum waren gestald. Bovendien valt met name in artikel 2 van het huishoudelijk reglement de door huurder bepleite restrictieve uitleg van het begrip uitstalling niet in te lezen. Artikel 2 van het huishoudelijk reglement heeft het immers in eerste instantie over een niet limitatieve opsomming zoals uitstallingen, displays, sandwichborden etc. en heeft het vervolgens over kiddy riders/automaten. Deze laatstgenoemde apparaten zijn niet bedoeld als commerciële uitdraging van in een winkel aangeboden waren, maar veeleer bedoeld om winkelend publiek, met name kinderen, in algemene zin te trekken. Het voorgaande leidt ertoe dat de papegaai met kooi in beginsel onder het begrip uitstalling van artikel 9.6 van de huurovereenkomst en artikel 2 van het huishoudelijk reglement valt. Aan huurder is nog bewijs opgedragen van feiten en omstandigheden waaruit blijkt dat eiseres heeft ingestemd met een uitzondering op het uitstallingsbeleid voor wat betreft de kooi met papegaai. Huurder is daarin niet geslaagd, zodat de vordering tot verwijdering van de kooi met papegaai wordt toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

Sector kanton

Locatie Dordrecht

kenmerk: 285827 CV EXPL 11-7446

vonnis van de kantonrechter te Dordrecht van 29 maart 2012

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ING Winkels Bewaarmaatschappij B.V.,

woonplaats kiezende te [plaatsnaam],

eiseres,

gemachtigde mr. E.E.W. Danen,

tegen:

[naam],

wonende en zaakdoende te [adres],

gedaagde,

gemachtigde mr. J.L. van der Wal.

Partijen worden hierna aangeduid als ING respectievelijk [gedaagde].

Verdere verloop van de procedure

De kantonrechter wijst vonnis op de volgende processtukken:

1. het tussenvonnis van 12 januari 2012, waarbij aan [gedaagde] bewijs is opgedragen;

2. de fax van mr. J.L. van der Wal, ter griffie ingekomen op 20 maart 2012, waarin te kennen wordt gegeven dat [gedaagde] afziet van het doen horen van getuigen en waarin wordt verzocht eindvonnis te wijzen;

3. de fax van mr. E.E.W. Danen, ter griffie ingekomen op 20 maart 2012, waarin namens ING wordt verzocht vonnis te wijzen.

Verdere beoordeling van het geschil

Bij tussenvonnis van 12 januari 2012 (hierna: het tussenvonnis) is aan [gedaagde] opgedragen feiten en omstandigheden te bewijzen waaruit blijkt dat ING heeft ingestemd met een uitzondering op het uitstallingsbeleid voor wat betreft de kooi met papegaai van [gedaagde]

Onder rechtsoverweging 7 van het tussenvonnis is reeds overwogen dat de papegaai met kooi in beginsel onder het begrip uitstalling van artikel 9.6 van de huurovereenkomst en artikel 2 van het huishoudelijk reglement valt. Bij fax heeft [gedaagde] laten weten af te zien van het doen horen van getuigen. Nu [gedaagde] geen bewijs heeft geleverd van het aan hem opgedragen bewijs is de door [gedaagde] gestelde uitzondering op het uitstallingsbeleid voor wat betreft de kooi met papegaai niet komen vast te staan, zodat de vordering van ING kan worden toegewezen, behoudens het navolgende.

De gevorderde dwangsom wordt gemaximeerd op een maximum bedrag van

€ 10.000,--.

In artikel 34 van de op de huurovereenkomst toepasselijke algemene bepalingen is een boetebepaling opgenomen voor het geval [gedaagde] zich niet houdt aan de overeengekomen voorschriften. ING heeft [gedaagde] dienaangaande behoorlijk in gebreke gesteld. [gedaagde] heeft evenwel afwijzing dan wel matiging van de boete verzocht nu sprake is van een principieel verschil van mening over de uitleg van het begrip uitstalling in de huurovereenkomst en het huishoudelijk reglement en de oplopende boete in dit geval niet meer het doel heeft van een financiële prikkel tot nakoming van de verplichting tot verwijdering van de kooi met papegaai. De kantonrechter ziet aanleiding om gelet op deze omstandigheden de boete te matigen tot nihil. Dit deel van de vordering zal dan ook worden afgewezen.

[gedaagde] wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld.

Beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt [gedaagde] om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis de papegaai alsmede haar kooi uit het Makado-Center te verwijderen en verwijderd te houden op straffe van een dwangsom van € 500,-- voor elke dag of dagdeel dat [gedaagde] hieraan niet voldoet, met een maximum van € 10.000,--;

veroordeelt [gedaagde] in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van ING bepaald op:

aan explootkosten € 76,31

aan griffierecht € 106,00

aan salaris gemachtigde € 200,00

totale kosten € 382,31;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.M. Lecluse-de Bruijn, kantonrechter, en bij vervroeging uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 maart 2012, in tegenwoordigheid van de griffier.