Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2012:BV8831

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
17-02-2012
Datum publicatie
14-03-2012
Zaaknummer
96876 / JE RK 12-128
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Met het oog op de veiligheid van een minderjarige (dreiging van eergerelateerd geweld) wordt een voorlopige machtiging verleend om deze minderjarige te plaatsen in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

Sector civiel recht

zaaknummer: 96876 / JE RK 12-128

beschikking van de kinderrechter van 17 februari 2012

met betrekking tot de minderjarige:

[minderjarige],

geboren op [geboortedatum en plaats],

wonende [adres],

verblijvende op een geheim adres.

Belanghebbenden zijn:

- de moeder, [de moeder van de minderjarige],

wonende te adres moeder,

- [belanghebbende],

zonder bekende woon- of verblijfplaats binnen of buiten Nederland.

1. Het procesverloop

De kinderrechter heeft kennis genomen van de volgende processtukken:

- het verzoekschrift van het Bureau Jeugdzorg, ingekomen ter griffie op 17 februari 2012;

- een verklaring dat zich voordoet een situatie als bedoeld in artikel 29c lid 2 van de Wet op de Jeugdzorg, althans het ernstige vermoeden dat bedoelde situatie zich voordoet.

Tijdens de mondelinge behandeling op 17 februari 2012 zijn verschenen en gehoord:

- A.M.J. Kist-Gieskes en [GZ-spycholoog], namens het Bureau Jeugdzorg,

- de minderjarige, bijgestaan door haar advocaat, mr. R.A.A.H. van Leur (Dordrecht),

- de moeder, bijgestaan door A. Oksak, tolk in de Turkse taal.

Voorafgaand aan de mondelinge behandeling is de minderjarige, in aanwezigheid van haar advocaat, afzonderlijk door de kinderrechter gehoord.

2. De vaststaande feiten

Op de datum van de indiening van het verzoekschrift is uit de overgelegde stukken het navolgende gebleken:

- de moeder heeft het gezag over de minderjarige;

- het is niet bekend of de vader ook het gezag heeft over de minderjarige;

- de minderjarige is met ingang van 24 januari 2012 voorlopig onder toezicht gesteld voor een termijn van drie maanden, met benoeming van het Bureau Jeugdzorg om de voorlopige ondertoezichtstelling uit te voeren;

- de kinderrechter heeft voorts een machtiging verleend om de minderjarige met spoed uit huis te plaatsen in een voorziening voor crisisopvang, met ingang van 24 januari 2012 voor de duur van vier weken;

- de machtiging tot spoeduithuisplaatsing van de minderjarige is door de kinderrechter met ingang van 21 februari 2012 verlengd voor de duur van in totaal drie maanden, dat wil zeggen tot 24 april 2012;

- de minderjarige verblijft op een geheim adres.

3. Het verzoek

Het Bureau Jeugdzorg heeft verzocht:

- op grond van artikel 29b Wet op de jeugdzorg een machtiging te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling om de minderjarige (hierna: [minderjarige]) op te nemen en te doen verblijven in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg;

- in afwachting van voornoemde machtiging, op grond van artikel 29c Wet op de jeugdzorg een voorlopige machtiging te verlenen voor de duur van vier weken om [minderjarige] onmiddellijk op te nemen en te doen verblijven in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg.

Ter onderbouwing van het verzoek stelt het Bureau Jeugdzorg dat onmiddellijke plaatsing van [minderjarige] in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg noodzakelijk is wegens ernstige opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren.

[minderjarige] in enkele weken geleden weggelopen van huis. Zij heeft verteld dat haar moeder haar bij een ruzie had geslagen en gebeten en dat zij ook regelmatig door haar oudere broer wordt geslagen en geschopt. De familie van [minderjarige] beschuldigt haar ervan dat zij een relatie heeft met een 34-jarige man, waarmee zij de familienaam heeft bezoedeld; [minderjarige] ontkent deze beschuldiging.

[minderjarige] is met spoed uit huis geplaatst en, mede met het oog op haar veiligheid, opgevangen op een geheim adres. Tegen de daarover gemaakte afspraken heeft zij in de afgelopen week geregeld dat zij de beschikking kreeg over een telefoon en heeft zij in het geheim (’s nachts) telefonisch contact gehad met de 34-jarige man die mogelijk haar vriend is. Hiermee is de anonimiteit van haar plaatsing niet meer gegarandeerd en heeft [minderjarige] zichzelf -en mogelijk ook anderen- in gevaar gebracht. De wijkagent heeft bevestigd dat de dreiging van (eergerelateerd) geweld vanuit de familie serieus moet worden genomen. Zorgwekkend is dat [minderjarige] zelf niet lijkt in te zien welke risico’s haar gedrag met zich mee brengt en dat zij aanvankelijk ook heeft gelogen over het in bezit hebben van een telefoon en het bellen met de 34-jarige man.

Dit alles en het feit dat zij makkelijk beïnvloedbaar is en snel meeloopt met haar omgeving, maakt [minderjarige] tot een kwetsbaar meisje.

Terugkeer naar huis is geen optie en [minderjarige] kan ook niet langer blijven op de plek waar zij nu is, omdat haar veiligheid niet langer gegarandeerd kan worden. Voor haar eigen veiligheid is het nu noodzakelijk dat [minderjarige] voorlopig wordt geplaatst in een gesloten instelling.

4. De instemming van de gedragswetenschapper

[GZ-spycholoog], GZ-psycholoog, heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat zij [minderjarige] op 17 februari 2012 heeft gesproken en naar aanleiding van dit gesprek en het dossier instemt met de noodzaak van een voorlopige plaatsing in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg. [minderjarige] heeft al jarenlang het gevoel dat zij er alleen voor staat en zij hunkert naar aandacht. Voor haar is de 34-jarige man met wie zij contact heeft een vertrouwenspersoon en het is [minderjarige] daarom eigenlijk niet toe te rekenen dat zij hem, ondanks dat haar duidelijk was gemaakt dat zij dit met het oog op haar eigen veiligheid niet moest doen, toch heeft gebeld.

De bedreiging van de veiligheid van [minderjarige], door het risico van eergerelateerd geweld vanuit haar familie, moet als zeer ernstig worden ingeschat. Zelf kan [minderjarige] niet voor haar eigen veiligheid zorgen; daarvoor is voorlopig een plaatsing binnen de gesloten jeugdzorg nodig.

5. Het standpunt van de minderjarige

[minderjarige] wil niet gesloten geplaatst worden. Zij heeft het gevoel dat zij dan gestraft wordt voor het feit dat anderen haar bedreigen en geen vrijheid geven.

De advocaat van [minderjarige] heeft bevestigd dat [minderjarige] grote moeite heeft met een plaatsing in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg en dat zij dat absoluut niet wil. Met het oog op de veiligheid van [minderjarige] is er op dit moment echter geen andere mogelijkheid.

6. Het standpunt van de moeder

De moeder wijst er op dat [minderjarige] haar kind is en dat zij, als moeder, [minderjarige] het best kan helpen. De moeder betwijfelt dan ook of plaatsing van [minderjarige] in een gesloten instelling beter voor haar zal zijn en zij zou het liefst zien dat [minderjarige] weer terug naar huis komt. De moeder heeft daarbij benadrukt dat een terugkeer naar huis voor [minderjarige] geen enkel risico zal opleveren. Van een dreiging van eergerelateerd geweld is geen sprake en het is ook niet zo dat [minderjarige] in het verleden door haar broer(s) is geslagen. Het is juist zo dat de moeder wordt bedreigd door de 34-jarige man met wie [minderjarige] nog altijd contact heeft. Het positieve van een eventuele gesloten plaatsing van [minderjarige] zou dan kunnen zijn dat [minderjarige] niet meer de mogelijkheid zal hebben nog contact te zoeken met deze man.

7. De beoordeling

De voorlopige machtiging gesloten jeugdzorg

Uit het verzoekschrift en de daarbij gevoegde bijlagen, in samenhang met hetgeen tijdens het horen van [minderjarige] en de overige verschenen personen naar voren is gekomen, blijkt dat onmiddellijke verlening van jeugdzorg noodzakelijk is, in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren -of een ernstig vermoeden dat daarvan sprake is- en die maken dat de opneming en het verblijf noodzakelijk zijn om te voorkomen dat [minderjarige] zich aan de zorg die zij nodig heeft zal onttrekken of daaraan door anderen zal worden onttrokken, zonder dat een machtiging in de zin van artikel 29b Wet op de jeugdzorg kan worden afgewacht.

De verhoudingen binnen het gezin en de familie van [minderjarige] zijn, naar het lijkt al geruime tijd, ernstig verstoord en [minderjarige] heeft het gevoel dat zij er helemaal alleen voorstaat. In haar beleving heeft zij een vertrouwensrelatie met een 34-jarige man, maar door de manier waarop haar familie daar tegenaan kijkt, is er een gevaar voor de veiligheid van [minderjarige]; het Bureau Jeugdzorg heeft benadrukt dat de dreiging van (eergerelateerd) geweld zeer serieus moet worden genomen en in ieder geval niet moet worden onderschat. Onder deze omstandigheden mag geen risico worden genomen ten aanzien van de veiligheid van [minderjarige]. Het is voor haar van groot belang dat zij de komende tijd in een veilige leefomgeving kan verblijven, waar zij tot rust kan komen en waar gekeken kan worden naar haar toekomstperspectief. Daarvoor is nu een onmiddellijke plaatsing van [minderjarige] in een instelling voor gesloten jeugdzorg noodzakelijk.

Gelet op het bovenstaande zal, voor de duur van de verzochte termijn van vier weken, een voorlopige machtiging worden verleend om [minderjarige] te plaatsen in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg.

De machtiging gesloten jeugdzorg

De behandeling van het primaire verzoek van het BJZ om een machtiging te verlenen op grond van artikel 29b van de Wet op de jeugdzorg, zal worden aangehouden. Het BJZ wordt verzocht -voor zover het verzoek gehandhaafd blijft- om tijdig voorafgaand aan de mondelinge behandeling nadere (recente) stukken te overleggen die benodigd zijn voor de beoordeling van dit verzoek.

8. De beslissing

De kinderrechter:

verleent een voorlopige machtiging aan het Bureau Jeugdzorg Zuid-Holland, locatie Dordrecht, om de minderjarige [minderjarige] uit huis te plaatsen in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg als bedoeld in artikel 29c lid 1 van de Wet op de jeugdzorg, met ingang van heden voor de duur van vier weken (dat wil zeggen van 17 februari 2012 tot

16 maart 2012);

houdt de beslissing op het verzoek tot het verlenen van een machtiging tot opname en verblijf in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg als bedoeld in artikel 29b lid 1 van de Wet op de jeugdzorg aan.

Deze beschikking is mondeling gegeven op 17 februari 2012 door mr. A. Eerdhuijzen, kinderrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 februari 2012 door mr. J.A.J.M. Janssen, eveneens kinderrechter.

De griffier deelt mede dat:

van deze beschikking hoger beroep open staat bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.

- voor verzoeker en de verschenen belanghebbenden binnen 3 maanden na dagtekening van deze beschikking;

- voor andere belanghebbenden binnen 3 maanden na de betekening van deze beschikking of binnen 3 maanden nadat deze beschikking op andere wijze bekend is geworden.

Dit beroep moet worden ingesteld door tussenkomst van een advocaat.

Voor advies en informatie, onder andere over de kosten van de procedure, kunt u zich wenden tot het Juridisch Loket Dordrecht, Burgemeester de Raadtsingel 73, Dordrecht, tel: 0900-8020.