Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2012:BV6401

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
16-02-2012
Datum publicatie
21-02-2012
Zaaknummer
96862 HA RK 12-2006
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

Wraking voorzieningenrechter afgewezen. Procesbeslissing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK DORDRECHT

Wrakingskamer

zaaknummer / rekestnummer: 96862 HA RK 12-2006

Beslissing van 16 februari 2012

op het verzoek tot wraking ex artikel 36 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) in de zaak met kenmerk 95890 KG ZA 12-3 van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[verzoekster] ,

gevestigd te Leerdam,

verzoekster.

Het verzoek strekt tot wraking van

[mr. X],

rechter in de civiele sector van deze rechtbank, hierna aangeduid als de voorzieningenrechter.

1. Het procesverloop

1.1. Ter terechtzitting van de voorzieningenrechter in kort geding van deze rechtbank van 16 februari 2012 heeft verzoekster mondeling verzoek gedaan tot wraking van de voorzieningenrechter. Hierop heeft de voorzieningenrechter het onderzoek ter terechtzitting geschorst om het verzoek tot wraking door een meervoudige kamer van de rechtbank te laten behandelen.

1.2. Het verzoek om wraking is door een meervoudige kamer van de rechtbank (hierna: de wrakingskamer) behandeld ter openbare terechtzitting van 16 februari 2012, alwaar zijn verschenen en gehoord:

- R.A.W. den Dunnen, directeur van verzoekster,

- de voorzieningenrechter.

1.3. Na sluiting van het onderzoek ter terechtzitting heeft de wrakingskamer beraadslaagd en vervolgens terstond mondeling uitspraak gedaan.

2. Het verzoek

2.1. Verzoekster heeft blijkens het in het kort geding ter zitting opgemaakt proces-verbaal aan het verzoek tot wraking ten grondslag gelegd dat de voorzieningenrechter niet onpartijdig is nu deze de eis van verzoekster om haar reconventionele vordering inhoudelijk te behandelen heeft afgewezen. Ter toelichting hierop heeft verzoekster ter zitting van de wrakingskamer aangevoerd dat deze eis met de hand was uitgeschreven, zodat was voldaan aan de voorschriften in het Landelijk procesreglement voor kort gedingen en voorts dat de directeur van verzoekster in het kort geding onvoorbereid het woord heeft moeten voeren omdat de voorzieningenrechter niet toestond dat zulks werd gedaan door de daartoe door verzoekster gemachtigde persoon.

3. Het standpunt van de rechter wiens wraking is verzocht

3.1. De voorzieningenrechter heeft niet in de wraking berust. Zij heeft ter terechtzitting haar zienswijze gegeven en daarbij het volgende aangevoerd. De voorzieningenrechter heeft slechts procesbeslissingen gegeven en zich niet over de zaak inhoudelijk uitgelaten. De wederpartij in het kort geding heeft ter zitting er bezwaar tegen gemaakt dat de bedoelde gemachtigde het woord zou voeren. Tevens heeft deze wederpartij bezwaar gemaakt tegen het toestaan van de reconventionele vordering. De voorzieningenrechter heeft op beide incidenten beslist. De reconventionele vordering is niet toegelaten omdat deze door een advocaat ter zitting ingediend dient te worden en de advocaat van verzoekster niet ter zitting is verschenen. De voorzieningenrechter heeft gehandeld zoals van haar verwacht mocht worden.

4. De beoordeling

4.1. Ingevolge artikel 36 Rv kan elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Op grond van het bepaalde in artikel 37 lid 1 Rv dient het verzoek tot wraking te worden gedaan zodra de feiten en omstandigheden aan de verzoeker bekend zijn geworden. Ingevolge het derde lid van dat artikel moeten alle feiten en omstandigheden tegelijk worden voorgedragen.

4.2. Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter is uitgangspunt dat een rechter uit hoofde van zijn of haar aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een van partijen een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij die partij dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is. Het (subjectieve) standpunt van de betrokken partij dat zulks het geval is, is daarbij niet beslissend; de vrees voor partijdigheid van de rechter moet tevens objectief gerechtvaardigd zijn.

4.3. De aanleiding voor het wrakingsverzoek is de weigering van de voorzieningenrechter om de reconventionele vordering toe te staan. Die beslissing is een procesbeslissing. Het geven van een voor een van partijen nadelige procesbeslissing getuigt op zich niet van partijdigheid. Ook uit de procesbeslissing zelf blijkt in dit geval niet van enige vooringenomenheid van de rechter, nu deze, gelet op het Procesreglement kort gedingen rechtbank civiel dat onder 7 bepaalt dat een reconventionele vordering alleen kan worden gedaan door een partij die bij advocaat is verschenen, niet onbegrijpelijk is. Dat de voorzieningenrechter niet heeft toegestaan dat de door verzoekster daartoe gemachtigde persoon het woord zou voeren, maakt dat niet anders.

4.4. Uit het vorenstaande volgt dat het verzoek tot wraking ongegrond is en afgewezen dient te worden.

5. De beslissing

De rechtbank:

wijst het verzoek tot wraking van [mr. X] af.

Deze beslissing is genomen door mr. R.R. Roukema, mr. W.P.M. Jurgens en mr. M.G.L. de Vette en in het openbaar uitgesproken op 16 februari 2012. Wegens afwezigheid van mr. R.R. Roukema is deze beslissing ondertekend door mr. W.P.M. Jurgens.