Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2012:BV0339

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
04-01-2012
Datum publicatie
06-01-2012
Zaaknummer
93359 / HA ZA 11-2375
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Is voor het uitzendpersoneel een uurtarief afgesproken?

Bewijsopdracht

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DORDRECHT

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 93359 / HA ZA 11-2375

Vonnis van 4 januari 2012

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

JBS UITZENDBUREAU B.V.,

gevestigd te Middelharnis,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. Ph. Ekering,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[partij X] NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Dordrecht,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. H.W. Gierman.

Partijen zullen hierna JBS en [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 28 september 2011

- het proces-verbaal van comparitie van 23 november 2011.

2. De feiten

2.1. JBS is een uitzendbureau dat gespecialiseerd is in het ter beschikking stellen van personeel voor steigerbouw.

2.2. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] is een bedrijf dat steigers heeft op- en afgebouwd voor het project “Gate LNG Terminal” op de Maasvlakte. Bij uitvoering van dit werk heeft [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] gebruik gemaakt van uitzendpersoneel van JBS. Het werk is uitgevoerd in de periode maart 2010 - maart 2011.

2.3. Partijen hebben ten behoeve van voormeld project een “contract inlening mensen steigerbouwwerken” gesloten. Het contract is opgesteld door [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] en voor akkoord ondertekend door JBS. Over de prijs die [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] verschuldigd zal zijn voor het op- en afbouwen van steigers staat op blz. 11 en 12 van de overeenkomst dat een tarief geldt per m³ steigerwerk: het standaardtarief is € 4,50 per m³. Voor bijzondere soorten steigerwerk gelden afwijkende tarieven, van bijvoorbeeld € 9,00 per m³, € 3,25 per m³ en € 6,05 per m³. Voorts staat op bladzijde 12 dat voor steigers boven een hoogte van 30 meter (geen

m³-prijs maar) een uurtarief geldt, van € 28,50.

2.4. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] heeft de facturen van JBS deels betaald, voor een bedrag van (circa) € 346.870,20. Onbetaald gebleven is een slotfactuur van JBS de dato 7 maart 2011 van € 357.087,48.

2.5. JBS heeft ten laste van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] conservatoir beslag doen leggen. Deze beslagen zijn opgeheven nadat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] een bankgarantie heeft gesteld.

3. De vordering in conventie

3.1. JBS vordert, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] om aan JBS te voldoen het bedrag van € 361.087,51 te vermeerderen met

de wettelijke handelsrente over het bedrag van € 357.087,51 vanaf 14 maart 2011 tot aan

de dag der algehele voldoening, en met veroordeling van gedaagde in de kosten van het

geding, waaronder inbegrepen de beslagkosten, vermeerderd met de wettelijke rente over

de volledige proceskosten, indien niet binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis

aan de veroordeling is voldaan.

De vordering ad € 361.087,51 bestaat uit de volgende deelbedragen.

uurtarief en/of tarief per meter

3.2. De overeenkomst houdt in dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] voor het uitzendpersoneel een uurtarief verschuldigd is van € 28,50. Ten onrechte voert [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] aan dat zij (deels) geen uurvergoeding, maar een vergoeding per meter steiger verschuldigd is. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] is nog verschuldigd aan “ontbrekende omzet” € 253.962,93 over 2010 en € 82.787,00 over 2011.

2 % korting

3.3. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] heeft ten onrechte 2 % ingehouden op het verschuldigde. Dit behelst

€ 9.712,55.

VW-busje (opstapper)

3.4. De kosten voor een VW-busje (opstapper) bedragen € 10.625 (€ 8.928,00, plus € 1.697 BTW verlegd).

3.5. De buitengerechtelijke incassokosten bedragen € 4.000.

3.6. De wettelijke handelsrente wordt gevorderd met ingang van 14 maart 2001 omdat de betalingstermijn op de factuur van 7 maart 2011 een week bedroeg.

4. Het verweer in conventie

uurtarief en/of tarief per meter

4.1. JBS berekent haar vordering “ontbrekende omzet” onjuist. JBS factureert op basis van (alleen) een uurtarief in regie, van € 28,50. Dit is strijdig met de overeenkomst. In beginsel gold geen uurloon, maar gold er een vaste prijs, per kubieke meter en per soort steiger. De werkwijze was: [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] maakte zelf het bedrag op dat zij aan JBS -per meter steiger- verschuldigd was. Dit werd op een betaalstaat aangetekend. JBS ondertekende de betaalstaat, waarna JBS voor dit bedrag aan [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] een factuur aan [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] mocht sturen. Soms kon echter geen prijs per meter worden opgemaakt, bijvoorbeeld als een bestaande steiger moest worden aangepast. Daarvoor bestaan geen vaste stuksprijzen. Slechts in deze gevallen, die ongeveer de helft van het werk (circa € 170.000) betreffen, werd op uurbasis afgerekend. JBS kond dus weten dat meestal per meter, en soms per uur werd afgerekend. JBS heeft gedurende het jaar nooit aangegeven dat haar facturen slechts voorschotfacturen waren. En JBS protesteerde gedurende de hele looptijd van het project ook niet tegen de staten van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] waarop werd uitgegaan van een prijs per meter.

4.2. JBS maakt een fout in haar vordering. JBS heeft haar vordering “ontbrekende omzet 2011” herberekend en gecorrigeerd. Zij kwam toen uit € 77.808,99 in plaats van op

€ 82.787. Dit is gecorrigeerd bij factuur van 7 maart 2011. Maar thans, in rechte, vordert JBS toch de € 82.787. De vordering van JBS komt dan uit op € 356.108,79 in plaats van de in het petitum genoemde € 361.087,51.

4.3. JBS legt facturen over die geen betrekking hebben op onderhavig geschil.

2 % korting

4.4. De overeengekomen betalingstermijn was zestig dagen na ontvangst factuur, zie art. 7 lid 2 overeenkomst, tweede pijltje. JBS stuurde echter facturen met een betalingstermijn van dertig dagen. Dat was niet afgesproken. Omdat JBS in liquiditeitsproblemen geraakte, heeft [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] ingestemd met vroegtijdige betaling, maar dan tegen een betalingskorting van 2 %.

VW-busje (opstapper)

4.5. De VW-bus (opstapper) is door JBS ingezet als vervoermiddel voor haar personeel, ter plekke op het werk. Volgens art. 4.1 sub 5 van de overeenkomst komen deze kosten voor rekening van JBS. Bovendien heeft niet [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] opdracht gegeven voor huur van de bus.

4.6. Omdat JBS geen vordering toekomt heeft JBS evenmin recht op vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten.

4.7. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] beroept zich op een contractueel verrekeningsrecht ex art. 7.2, negende pijltje, van de overeenkomst. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] heeft een vordering op JBS ad € 5.370,01 vanwege niet geretourneerde goederen:

-Persoonlijke Beschermingsmiddelen (PBM’s): € 131,50 voor een veiligheidsvestje en een overall en € 598,52 voor vier overalls.

-€ 4.614 voor 71 (elektronische) toegangsbadges à € 65 per stuk.

Dit is verrekend met een deelvordering van JBS ad € 4.522,04. Na verrekening heeft [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] nog € 847,97 te vorderen.

Daarom wordt in reconventie, na eiswijziging, gevorderd, uitvoerbaar bij voorraad,:

I. Primair JBS te veroordelen aan [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] te betalen een bedrag ad € 5.370,01 ter zake PBM’s en niet ingeleverde toegangspassen, een en ander te vermeerderen met de daarover verschuldigde wettelijke handelsrente te rekenen vanaf 25 juli 2011 doch in elk geval vanaf 14 september 2011 tot aan de dag der algehele voldoening dan wel,

II. Subsidiair JBS te veroordelen om, na verrekening met hetgeen haar in conventie zou toekomen met het aan [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] in reconventie toekomende bedrag ad € 5.370,01 (ter zake PBM’s en niet ingeleverde toegangspassen), te betalen aan [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] het aldus verblijvende restant ad € 847,97, één en ander te vermeerderen met de daarover verschuldigde wettelijke handelsrente te rekenen vanaf 25 juli 2011 doch in elk geval vanaf 14 september 2011 tot aan de dag der algehele voldoening;

III. Zowel primair als subsidiair JBS tevens te veroordelen in de kosten van

reconventionele procedure, de kosten van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] en de wettelijke nakosten

daaronder begrepen, een en ander te voldoen binnen 14 dagen na dagtekening van het vonnis, en - voor het geval voldoening van deze kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt - te bepalen dat één en ander vermeerderd wordt met de wettelijke rente te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening tot aan de dag der algehele voldoening.

5. Het verweer in reconventie

5.1. JBS betwist enig bedrag aan [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] verschuldigd te zijn. Betwist wordt dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] materiaal heeft uitgeleend aan uitzendkrachten van JBS. Dit blijkt uit geen enkel stuk, behalve dan ten aanzien van de vier overalls. Die vier overalls zijn gewoon ingeleverd. En [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] eiste zelf dat personeel van JBS overalls van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] droeg.

JBS betwist dat het om 71 badges gaat: aan JBS zijn slechts 34 badges verstrekt ([gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] noemt maar 34 namen van personen die een badge gekregen hebben). JBS erkent van 13 badges dat ze niet ingeleverd zijn. JBS wilde met die badges computergegevens inlezen om het aantal door haar personeel voor [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] gemaakte uren te bewijzen, maar dat bleek niet meer mogelijk. JBS betwist dat de badges € 65,00 per stuk kosten.

6. De beoordeling

in conventie

uurtarief en/of tarief per meter?

6.1. Partijen houdt verdeeld of de overeenkomst inhoudt dat per uur en/of per meter steiger moet worden afgerekend.

6.2. De tekst van de overeenkomst wijst er op dat zowel in beginsel een uurtarief is afgesproken, als een tarief per m³. Volgens de overeenkomst geldt een uurtarief van € 28,50 per uur echter alleen maar in het specifieke geval van steigerbouw boven een hoogte van 30 meter, en dus niet ten algemene. Volgens de letterlijke tekst van de overeenkomst zou [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] gelijk hebben.

6.3. De rechtbank mag niet volstaan met een louter grammaticale uitleg van de tekst van de overeenkomst. De betekenis van een omstreden beding in een schriftelijke overeenkomst moet door de rechter worden vastgesteld aan de hand van hetgeen partijen over en weer hebben verklaard en uit elkaars verklaringen en gedragingen overeenkomstig de zin die zij daaraan in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs mochten toekennen, hebben afgeleid en van hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Uit een en ander volgt dat redelijkheid en billijkheid hierbij een rol spelen.

6.4. JBS stelt bij het sluiten van de overeenkomst op duidelijke wijze aan [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] te hebben voorgehouden dat zij, JBS, slechts op basis van een uurtarief (van € 28,50) wilde contracteren en dat zij vele malen na de ontvangst van de staten over lage factuurwaarden heeft geklaagd. De rechtbank zal JBS in de gelegenheid stellen haar stelling te bewijzen dat een uurtarief is overeengekomen. Daarbij kan het gaan om verklaringen en gedragingen die zijn gedaan bij het sluiten van de overeenkomst, maar ook om latere verklaringen en gedragingen, zoals bijvoorbeeld eventuele onweersproken klachten van JBS dat, gelet op een afgesproken uurtarief van € 28,50, er te weinig geld betaald werd door [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie]. Of dit zal leiden tot het oordeel dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] geacht kan worden stilzwijgend alsnog te hebben ingestemd met een uurtarief zoals JBS dat voorstond, kan uit de aard der zaak thans niet beoordeeld worden. Voorts kan van belang zijn of de door [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] gehanteerde tarieven, met een basisprijs van € 4,50 per m³, marktconform zijn. Bij uitleg van de overeenkomst spelen immers, zoals gezegd, de redelijkheid en billijkheid een rol.

6.5. Volgens [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] heeft JBS haar recht verwerkt om nog te mogen klagen dat geen prijs per m³ maar een uurtarief is overeengekomen. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] voert daartoe aan dat JBS gedurende de looptijd van de het project, die circa een jaar was, veel betaalstaten van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] ontving waarop een prijs per m³ staat vermeld, en dus niet een uurtarief. Dit verweer faalt. JBS beklaagde zich immers gedurende de looptijd van het project bij [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] steeds over de te lage betalingen voor het ter beschikking gestelde uitzendpersoneel. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] wist dus dat JBS niet tevreden was over de betalingen door [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie]. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] weersprak ter zitting ook niet de stelling van JBS dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] aan JBS had voorgehouden dat er meer betalingen zouden worden gedaan zodra “de Italianen” (de opdrachtgever van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie]) hun betalingsverplichting jegens [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] nakwamen. Daarbij komt dat de helft van de betalingen van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] wel is gedaan op basis van een uurtarief in plaats van een prijs per m³.

6.6. JBS vordert een bedrag van € 82.787 aan omzet over 2011. Echter, JBS heeft bij factuur van 7 maart 2011 dit bedrag verminderd tot € 77.808,99. Waarom JBS daarop mag terugkomen door thans alsnog € 82.787 te vorderen kon zij desgevraagd ter zitting niet duidelijk maken. Nu JBS niet in staat bleek om het gemotiveerde verweer van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] te weerleggen, zal hoogstens € 77.808,99 worden toegewezen, indien JBS slaagt in haar bewijslevering.

6.7. Volgens [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] is de vordering van JBS onjuist ook als een uurtarief van € 28,50 per uur zou gelden. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] voert aan dat JBS dan meer uren in rekening brengt dan terecht is. De rechtbank laat deze discussie thans in het midden. Dit verweer wordt (pas) relevant als JBS slaagt in het bewijs dat een uurtarief is afgesproken in plaats van een meterprijs. Partijen kunnen zich er desgewenst nog nader over uitlaten waarom het aantal in rekening gebrachte uren wel/niet klopt.

2 % korting

6.8. In de overeenkomst staat dat een betalingstermijn geldt van 60 dagen. Het levert geen misbruik van omstandigheden op dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] alleen op voorwaarde van een korting van 2 % instemde met een kortere betalingstermijn. Gesteld noch gebleken is dat de betalingstermijn van 60 dagen is uitonderhandeld. JBS heeft klakkeloos een overeenkomst getekend waarin een voor haar onwelgevallige betalingstermijn stond. Van misbruik van omstandigheden kan pas sprake zijn als JBS -vergeefs- gepoogd zou hebben om aan de betalingstermijn te tornen voordat het contract werd gesloten. Dit deel van de vordering zal worden afgewezen.

VW-busje (opstapper)

6.9. Volgens de tekst van de overeenkomst komen vervoerskosten voor rekening van JBS. JBS heeft geen verklaringen of gedragingen gesteld die een uitleg rechtvaardigen dat iets anders bedoeld is dan wat er in de overeenkomst staat. Als echter juist is de betwiste stelling dat door of namens [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] ter plekke, op het karwei, alsnog is ingestemd met het bestellen van een opstapper (deels) op kosten van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie], dan dient [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] deze kosten te vergoeden. De rechtbank zal JBS in de gelegenheid stellen haar stelling te bewijzen.

in reconventie

6.10. JBS heeft ter comparitie onweersproken gesteld dat met name in het begin van het karwei de (vele tientallen) vuile en/of natte overalls steeds op één grote hoop werden gegooid om gewassen te worden. Ook werknemers van andere bedrijven deden dit. Dat wijst nog niet op een zorgvuldig innamebeleid van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] ten aanzien van de overalls. Welk verwijt aan JBS gemaakt mag worden valt niet in te zien. Als onvoldoende onderbouwd zal de vordering ter zake van de overalls worden afgewezen.

6.11. Ter zitting heeft JBS toegezegd de badges die zij nog onder zich heeft zo snel mogelijk aan [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] te zullen doen toekomen. De beslissing zal op dit onderdeel worden aangehouden. Partijen kunnen zich later nog uitlaten of het probleem met de badges inmiddels is opgelost.

6.12. Als juist is dat uitzendpersoneel van JBS een (één) veiligheidsvestje van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] niet heeft ingeleverd dan dient JBS de schade te vergoeden. De rechtbank zal [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] in de gelegenheid stellen haar stelling te bewijzen en voorts om de hoogte van de in dit verband geleden schade te bewijzen.

7. De beslissing

De rechtbank

in conventie

draagt JBS op te bewijzen, desgewenst door middel van getuigen:

1) verklaringen of gedragingen die de conclusie rechtvaardigen dat met [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] een uurtarief van € 28,50 is overeengekomen, althans dat JBS het gerechtvaardigd vertrouwen mocht hebben dat zulks was overeen gekomen, expliciet dan wel (alsnog) stilzwijgend;

2) dat door of namens [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] is ingestemd met het bestellen van een opstapper geheel

of gedeeltelijk op kosten van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie];

in reconventie

draagt [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] op te bewijzen, desgewenst door middel van getuigen:

1) dat personeel van JBS één veiligheidsvestje van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] niet heeft geretourneerd aan

[gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] en wat de omvang van haar schade is;

in conventie en reconventie

7.1. verwijst de zaak naar de rolzitting van 29 februari 2012 om JBS en [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] in de gelegenheid te stellen alsdan bij akte bewijsstukken over te leggen en/of de namen en woonplaatsen van de voor te brengen getuigen op te geven en de verhinderdata van die getuigen en van beide partijen en hun raadslieden in de daaropvolgende vier maanden mede te delen;

7.2. bepaalt dat het eventuele getuigenverhoor zal worden gehouden voor mr. E.D. Rentema, die daartoe zal overgaan op een nader te bepalen datum en tijdstip in het gebouw van de rechtbank aan het Steegoversloot 36 te Dordrecht;

7.3. houdt iedere nadere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.D. Rentema en in het openbaar uitgesproken op 4 januari 2012.?