Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2011:BU9118

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
22-12-2011
Datum publicatie
22-12-2011
Zaaknummer
11/870597-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft in korte tijd vijftien fietsende meisjes mishandeld. Hij ging doelbewust op pad om de meisjes te slaan. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan aanranding, een poging daartoe en bedreiging. Verdachte is de woning van één van de slachtoffers binnengedrongen. De rechtbank vindt dat er niet te lang moet worden gewacht met de noodzakelijke behandeling van verdachte. Verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 20 maanden en voorwaardelijke TBS. Verdachte moet zich voor behandeling laten opnemen in een psychiatrische kliniek.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 11/870597-10

verkort vonnis van de meervoudige kamer d.d. 20 december 2011

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [plaats] op [1979],

wonende te [adres en woonplaats],

thans gedetineerd in de PI Zuid West - De Dordtse Poorten, te Dordrecht,

hierna: verdachte.

De zaak is inhoudelijk behandeld ter terechtzitting van 6 december 2011.

De rechtbank heeft de processtukken gezien en kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen de verdediging naar voren heeft gebracht.

1 De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd wat in de dagvaarding is omschreven en zoals deze ter terechtzitting overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd. De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht en maakt hiervan deel uit.

2 De voorvragen

De dagvaarding voldoet aan alle wettelijke eisen en is dus geldig.

De rechtbank is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

De officier van justitie is ontvankelijk.

Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

3 Het onderzoek ter terechtzitting

3.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie acht het onder 9. primair ten laste gelegde feit niet bewezen en heeft gevorderd verdachte hiervan vrij te spreken.

De officier van justitie acht alle overige ten laste gelegde feiten -feit 18 in de primaire variant- wettig en overtuigend bewezen en heeft gevorderd dat aan verdachte zal worden opgelegd een gevangenisstraf voor de duur van dertig maanden, met aftrek van voorarrest, alsmede de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden.

3.2 De verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van het onder 2. ten laste gelegde feit. Daarnaast heeft de raadsman een strafmaatverweer gevoerd.

3.3 De vorderingen van de benadeelde partijen

De hierna te noemen benadeelde partijen hebben zich in het geding gevoegd en hebben gevorderd verdachte te veroordelen tot het betalen van de hierna te noemen bedragen, ter zake van schadevergoeding, telkens vermeerderd met de wettelijke rente:

* [benadeelde partij 1] (feit 5) € 250,00

* [benadeelde partij 2] (feit 6) € 440,30

* [benadeelde partij 3] (feit 9) € 200,00

* [benadeelde partij 4] (feit 11) € 375,00

* [benadeelde partij 5] (feit 15) € 300,00

* [benadeelde partij 6] (feit 17) € 815,44

* [benadeelde partij 7] (feit 19) € 600,00.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot integrale toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen, telkens met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Door of namens de verdachte zijn de vorderingen van de benadeelde partijen [1, 2, 3, 5 en 6] betwist.

4 De bewijsbeslissing

4.1 De vrijspraak

De rechtbank zal verdachte vrijspreken van het onder 9. primair ten laste gelegde feit (mishandeling met voorbedachte raad), omdat het bewijs ontbreekt dat verdachte aangeefster [benadeelde partij 3] letsel of pijn heeft toegebracht.

4.2 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte

1.

op 15 november 2010 te Sliedrecht opzettelijk en met

voorbedachte rade mishandelend een persoon

(te weten [benadeelde partij 8]), na kalm beraad en rustig overleg,

tegen het oor heeft geslagen , waardoor deze

pijn heeft ondervonden;

2.

op 24 november 2010 te Sliedrecht opzettelijk en met

voorbedachte rade mishandelend een persoon

(te weten [benadeelde partij 9]), na kalm beraad en rustig overleg, tegen de wang, heeft geslagen , waardoor deze pijn heeft ondervonden;

3.

op 16 november 2010 te Sliedrecht opzettelijk en met

voorbedachte rade mishandelend een persoon

(te weten [benadeelde partij 10]), na kalm beraad en rustig overleg,

tegen het gezicht heeft geslagen , waardoor deze letsel

heeft bekomen en pijn heeft ondervonden;

4.

op 16 november 2010 te Sliedrecht opzettelijk en met

voorbedachte rade mishandelend een persoon

(te weten [benadeelde partij 11]), na kalm beraad en rustig overleg,

tegen het gezicht heeft geslagen , waardoor deze pijn heeft ondervonden;

5.

op 16 november 2010 te Sliedrecht opzettelijk en met

voorbedachte rade mishandelend een persoon

(te weten [benadeelde partij 1]), na kalm beraad en rustig overleg, tegen het hoofd heeft geslagen , waardoor deze letsel

heeft bekomen en pijn heeft ondervonden;

6.

op 16 november 2010 te Sliedrecht opzettelijk en met

voorbedachte rade mishandelend een persoon

(te weten [benadeelde partij 2]), na kalm beraad en rustig overleg,

in het gezicht heeft gestompt, waardoor deze pijn heeft ondervonden;

7.

op 16 november 2010 te Sliedrecht opzettelijk en met

voorbedachte rade mishandelend een persoon

(te weten [benadeelde partij 12]), na kalm beraad en rustig overleg, tegen het gezicht heeft gestompt, waardoor deze letsel

heeft bekomen en pijn heeft ondervonden;

8.

op 15 november 2010 te Sliedrecht, opzettelijk en met

voorbedachten rade mishandelend een

persoon (te weten [benadeelde partij 13]), na kalm beraad en rustig

overleg, tegen het gezicht heeft geslagen, tengevolge waarvan deze pijn heeft ondervonden;

9. (subsidiair)

op 17 september 2010 te Sliedrecht [benadeelde partij 3] heeft

bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend deze [benadeelde partij 3] bij

de arm vastgegrepen en (daarbij) deze

dreigend de woorden toegevoegd : "Als je niet mee wil, pak ik een mes";

10.

op 15 november 2010 te Sliedrecht opzettelijk en met

voorbedachte rade mishandelend een persoon

(te weten [benadeelde partij 14]), na kalm beraad en rustig overleg,

in het gezicht heeft geslagen , waardoor deze letsel

heeft bekomen en pijn heeft ondervonden;

11.

op 11 november 2010 te Sliedrecht opzettelijk en met

voorbedachte rade mishandelend een persoon

(te weten [benadeelde partij 4]), na kalm beraad en rustig overleg,

tegen het gezicht heeft geslagen , waardoor deze pijn heeft ondervonden;

12.

op 24 oktober 2010 te Sliedrecht opzettelijk en met

voorbedachte rade mishandelend een persoon

(te weten [benadeelde partij 15]), na kalm beraad en rustig overleg,

in het gezicht heeft geslagen , waardoor deze letsel

heeft bekomen en pijn heeft ondervonden;

13.

op 25 oktober 2010 te Sliedrecht opzettelijk en met

voorbedachte rade mishandelend een persoon

(te weten [benadeelde partij 16]), na kalm beraad en rustig overleg,

in het gezicht heeft geslagen of gestompt, waardoor deze pijn heeft ondervonden;

14.

op 16 november 2010 te Sliedrecht opzettelijk en met

voorbedachte rade mishandelend een persoon

(te weten [benadeelde partij 17]), na kalm beraad en rustig overleg,

althans opzettelijk, tegen het gezicht heeft gestompt, waardoor deze letsel

heeft bekomen en pijn heeft ondervonden;

15.

op 16 september 2010 te Sliedrecht opzettelijk en met

voorbedachte rade mishandelend een persoon

(te weten [benadeelde partij 5]), na kalm beraad en rustig overleg, in het gezicht heeft geslagen , waardoor deze letsel heeft bekomen en

pijn heeft ondervonden;

16.

op 18 juli 2010 te Sliedrecht opzettelijk en met

voorbedachte rade mishandelend een persoon

(te weten [benadeelde partij 18]), na kalm beraad en rustig overleg,

tegen het gezicht heeft geslagen , waardoor deze letsel

heeft bekomen en pijn heeft ondervonden;

17.

op 23 oktober 2010 te Sliedrecht, ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om door geweld [benadeelde partij 6] te dwingen tot het dulden van

een of meer ontuchtige handeling(en), hebbende/is hij, verdachte, die [benadeelde partij 6] gevolgd en die [benadeelde partij 6] geduwd (zodat zij van haar fiets viel

en in de bosjes terecht kwam) en naast die [benadeelde partij 6]

gaan zitten en de panty van die [benadeelde partij 6] beetgepakt

of vastgegrepen en aan die panty getrokken , terwijl de

uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

18. (primair)

op 8 oktober 2010 te Gorinchem [benadeelde partij 19] heeft bedreigd met feitelijke aanranding van de eerbaarheid, immers heeft

verdachte opzettelijk voornoemde [benadeelde partij 19] dreigend van de fiets

getrokken en meegesleurd in de struiken en een hand

voor de mond gedaan;

19.

op 26 oktober 2010 te Sliedrecht, door geweld en bedreiging met geweld [benadeelde partij 7] heeft gedwongen tot het dulden

van ontuchtige handelingen, bestaande uit het kussenvan de tenen van die [benadeelde partij 7] en het in de mond steken

van de tenen van die [benadeelde partij 7] en bij dekuit

beetpakken en die kuit betasten/strelen, bestaande dat

geweld uit het binnendringen van de woning van die [benadeelde partij 7]

en van achter beetpakken of vastgrijpen en die [benadeelde partij 7]

meermalen slaan of stompen van die [benadeelde partij 7]

en het uitdoen van de kniekousen van die [benadeelde partij 7]

en het hoofd van die [benadeelde partij 7] in de bank te duwen en (daarbij) de

(dreigende) woorden te bezigen: "nu moet je eens even goed naar mij luisteren"

en "We gaan naar boven" en "Ik ga je echt niet verkrachten, ik ga alleen maar

aan je benen zitten, aan je tenen kussen" en "Nu werk je mee, want ik heb

een mes;

20.

op 26 september 2010 te Hardinxveld-Giessendam [benadeelde partij 20] heeft bedreigd met feitelijke aanranding van de

eerbaarheid, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend achter die [benadeelde partij 20] aangelopen en de

hand op de mond van die [benadeelde partij 20] gelegd en een duw/zet

gegeven in de richting van een groenstrook endaarbij (dreigend) de

woorden toegevoegd: "Nu ga jij eens met mij mee", althans woorden van gelijke

dreigende aard en/of strekking.

Hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

Voor zover in de bewezenverklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

4.3 De bewijsmiddelen

De rechtbank grondt haar overtuiging dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

De rechtbank bezigt ieder bewijsmiddel, ook in onderdelen, telkens slechts voor het bewijs van het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

De bewijsmiddelen zullen in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis met de bewijsmiddelen vereist, dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, in een aan dit vonnis gehechte bijlage worden opgenomen.

4.4 Nadere bewijsoverweging

Verdachte heeft bekend dat hij de hierboven bewezen verklaarde mishandelingen heeft gepleegd, met uitzondering van het onder 16. bewezen verklaarde feit. Verdachte heeft verklaard zich dit feit niet meer te kunnen herinneren.

Met betrekking tot de door de verdachte bekende mishandelingen is telkens een aangifte gedaan door het slachtoffer. In alle zaken heeft verdachte het slachtoffer onverhoeds in of tegen het gezicht of het hoofd geslagen of gestompt, terwijl hij naast het slachtoffer kwam fietsen.

Het slachtoffer van feit 16 heeft verklaard dat zij op 18 juli 2010 op het fietspad op de Smalweer in Sliedrecht reed, tussen de Roald Dahlschool en de Anne de Vriesschool. Zij voelde toen opeens uit het niets een klap op de linkerzijde van haar kaak (proces-verbaal van regiopolitie Zuid-Holland-Zuid, nummer PL1820 2010067978-1, dossierpagina 18.1.2 in het proces-verbaal met nummer PL1820 2010109583).

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij omstreeks juli 2010 is begonnen met achter meisjes aan te fietsen, die meisjes in te halen en dan - terwijl hij naast hen fietste - plotseling in of tegen het gezicht/hoofd te slaan of te stompen. Tevens heeft hij verklaard dat hij op het fietspad tussen de Roald Dahlschool en de Anne de Vriesschool aan de Smalweer in Sliedrecht is geweest.

Uit de genoemde aangiftes en de verklaringen van verdachte blijkt telkens van een nagenoeg dezelfde modus operandi in de door de verdachte bekende feiten.

Op grond van de hiervoor genoemde feiten, de omstandigheden waaronder en wijze waarop deze feiten zijn gepleegd, in onderling verband en samenhang bezien, is de rechtbank van oordeel dat ook ter zake van dit feit uit de voorhanden zijnde bewijsmiddelen voldoende blijkt van een werkwijze die op essentiële punten overeenkomt met de door verdachte bekende mishandelingen. De rechtbank acht op grond daarvan ook feit 16 wettig en overtuigend bewezen.

Voorbedachten rade

De rechtbank acht bewezen dat verdachte de mishandelingen met voorbedachten rade heeft gepleegd.

Voor voorbedachten rade is vereist dat komt vast te staan dat het handelen van verdachte het gevolg is geweest van een tevoren door hem genomen besluit en dat verdachte tussen het nemen van dat besluit en de uitvoering ervan gelegenheid heeft gehad om over de betekenis en de gevolgen van die voorgenomen daad na te denken en zich daarvan rekenschap te geven.

De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard hoe hij in de regel te werk ging bij de door hem gepleegde mishandelingen. Wanneer hij klaar was met zijn werkzaamheden, ging hij naar huis, pakte daar zijn fiets en ging op zoek naar een meisje of een vrouw om die te slaan.

Tegenover de politie heeft verdachte onder meer verklaard:

- "Ik ben bewust op zoek gegaan naar meisjes, met de bedoeling om die te slaan"

- "Ik volgde dat meisje want ik wist dat ik haar zou gaan slaan"

(proces-verbaal van regiopolitie Zuid-Holland-Zuid, nummer PL1820 2010067978-2, dossierpagina V1.1.1A in het proces-verbaal met nummer PL1820 2010109583)

- "Ik ga in eerste instantie fietsen voor ontspanning. En tegelijkertijd ging ik op zoek"

- "als ik ging fietsen en ik kwam een meisje tegen ging ik haar achterna en sloeg haar"

- "Ik heb eerst de auto gepakt. Ik ben een rondje gaan rijden. Ik kwam vervolgens weer thuis. Ik ben vervolgens naar de schuur gelopen. En heb de fiets gepakt. Het was slecht weer, maar wilde toch kijken of ik een meisje kon pakken"

(proces-verbaal van regiopolitie Zuid-Holland-Zuid, nummer PL1820 2010109474-15, dossierpagina V1.1.3 in het proces-verbaal met nummer PL1820 2010109583)

- "Ik stond bij het viaduct onder Rijksweg A15. Ik was op zoek naar een meisje om te slaan...Ik koos voor die locatie omdat volgens mij ik daar redelijk uit het zicht ben"

(proces-verbaal van regiopolitie Zuid-Holland-Zuid, nummer PL1820 2010106896-2, dossierpagina V1.4.1 in het proces-verbaal met nummer PL1820 2010109583)

- "Het komt mij wel goed uit als het slecht weer is dan wordt je niet zo gauw gepakt...Ik ben bewust op zoek gegaan naar meisjes, met de bedoeling om die te

slaan...Ik volgde dat meisje want ik wist dat ik haar zou gaan slaan"

(proces-verbaal van regiopolitie Zuid-Holland-Zuid, nummer PL1820 2010107053-2, dossierpagina V1.9.1 in het proces-verbaal met nummer PL1820 2010109583)

- "Ik heb haar opgewacht bij het viaduct"

(proces-verbaal van regiopolitie Zuid-Holland-Zuid, nummer PL1820 2010109474-22, dossierpagina V1.15.1 in het proces-verbaal met nummer PL1820 2010109583).

Op grond van deze bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat het handelen van verdachte telkens het gevolg is geweest van een tevoren door hem genomen besluit en dat hij tussen het nemen van dat besluit en de uitvoering ervan gelegenheid heeft gehad om over de betekenis en de gevolgen van die voorgenomen daad na te denken en zich daarvan rekenschap te geven. Verdachte heeft deze feiten dus na kalm beraad en rustig overleg gepleegd.

Uit het onderzoek ter terechtzitting en de inhoud van het strafdossier zijn geen aanwijzingen naar voren gekomen dat bij verdachte ten tijde van zijn handelen ieder inzicht in de draagwijdte van zijn gedragingen en de mogelijke gevolgen daarvan heeft ontbroken, zodat eveneens kan worden bewezen dat verdachte opzet heeft gehad op de door hem gepleegde feiten.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert op:

1. + 2. + 3. + 4. + 5. + 6. + 7. + 8. + 10. + 11. + 12. + 13. + 14. + 15. + 16. telkens:

MISHANDELING GEPLEEGD MET VOORBEDACHTEN RADE;

9. (subsidiair)

BEDREIGING MET ENIG MISDRIJF TEGEN HET LEVEN GERICHT;

17.

POGING TOT FEITELIJKE AANRANDING VAN DE EERBAARHEID;

18. (primair) + 20. telkens:

BEDREIGING MET FEITELIJKE AANRANDING VAN DE EERBAARHEID;

19.

FEITELIJKE AANRANDING VAN DE EERBAARHEID.

6 De strafbaarheid van de verdachte

6.1 De rapporten van de deskundigen

Op advies van dr. L.H.W.M. Kaiser, psychiater, en drs. T. 't Hoen, gezondheidszorgpsycholoog, is verdachte geobserveerd in de Forensisch Psychiatrische Afdeling Palier, wat geleid heeft tot een klinische tripelrapportage van 28 oktober 2011. Dit rapport is opgemaakt door de deskundigen drs. T. 't Hoen voornoemd en J.M.J.F. Offermans, psychiater.

Uit de tripelrapportage komt onder meer het navolgende naar voren:

"Er is bij betrokkene sprake is van een narcistische persoonlijkheidsstoornis met daarnaast borderline en antisociale trekken. Zijn persoonlijkheidsdynamiek is van primair narcistische aard. Voorts kan een aanpassingsstoornis en een parafilie (fetisjisme) worden gediagnosticeerd. Tevens is er sprake van een pervasieve ontwikkelingsstoornis nao (niet anderszins omschreven, PDD-NOS), terwijl er onvoldoende aanwijzingen zijn voor een psychotische stoornis in engere zin dan wel voor ADHD, waarbij vroeger wellicht wel sprake is geweest van ADHD. Ten slotte scoort betrokkene hoog op de psychopathieschaal (PCL-R volgens het construct van Hare), maar beantwoordt hij niet volledig aan het concept van psychopathie.

Van bovengenoemde stoornissen was ook sprake ten tijde van het onderhavige ten laste gelegde.

De ziekelijke stoornis en gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens beïnvloedden onderzochtes gedragskeuzes en gedragingen ten tijde van het ten laste gelegde zodanig dat dat mede daaruit verklaard kan worden.

Er heeft zich een beeld van de problematiek van betrokkene ontwikkeld, waarbij duidelijk

wordt dat het een langdurig bestaande, multiple, complexe en gelaagde problematiek betreft,

welke zich niet eenvoudig laat ontwarren. Er kan wel worden gesteld dat er verband bestaat

tussen de problematiek (c.q. genoemde stoornissen) van betrokkene en de hem ten laste

gelegde delicten. Naast de seksuele component is er sprake van een geringe frustratietolerantie, prikkelhonger, gebrekkige empathie en een hoge mate van krenkbaarheid met neiging tot (seksueel) agressief acting-out gedrag.

Betrokkene wordt verminderd toerekeningsvatbaar geacht voor het onderhavige ten laste

gelegde."

6.2 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank volgt de conclusies van voormeld rapport op grond van de onderbouwing ervan en legt deze ten grondslag aan haar beslissing. Zij is van oordeel dat op grond van het strafdossier, het verhandelde ter terechtzitting en het rapport van voornoemde deskundigen, voldoende vast is komen te staan dat de ten laste gelegde en bewezen verklaarde feiten in verminderde mate aan verdachte kunnen worden toegerekend.

Nu ook overigens uit het onderzoek ter terechtzitting geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten, is verdachte strafbaar voor de door hem gepleegde strafbare feiten.

7 De redenen die de straf hebben bepaald of tot de maatregel hebben geleid

7.1 Motivering

De rechtbank heeft de op te leggen straf en maatregel bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich in een kort tijdsbestek maar liefst vijftien maal schuldig gemaakt aan mishandeling gepleegd met voorbedachten rade. Hij ging doelbewust op pad om meisjes te slaan. Verdachte ging naast het slachtoffer fietsen en sloeg dan onverhoeds met gestrekte arm met kracht tegen het hoofd of gezicht van het slachtoffer. Naast pijn hield een aantal slachtoffers daar ook letsel aan over. Eén keer heeft hij een slachtoffer bedreigd door haar bij de arm vast te grijpen en haar te dreigen dat hij een mes zou pakken.

Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan aanranding, een poging daartoe en heeft hij twee slachtoffers bedreigd met aanranding. Verdachte is de woning van één van de slachtoffers binnengedrongen, waarna hij haar van achter heeft beetgepakt en geslagen. Verdachte heeft haar kousen uit gedaan en zij moest uiteindelijk ook van hem op de bank gaan liggen. Het slachtoffer heeft daarbij ontuchtige handelingen moeten ondergaan, bestaande uit het kussen en het in de mond nemen van haar tenen door verdachte. Bij de poging tot aanranding heeft verdachte het slachtoffer van haar fiets getrokken, meegesleurd in de struiken en zijn hand voor haar mond gedaan.

Door de wijze van handelen van verdachte hebben weerloze slachtoffers moeten dulden dat zij ontuchtig, soms ook hardhandig werden betast. Ook door de omstandigheden waaronder die handelingen plaatsvonden, hebben zij bovendien gevoelens van angst en paniek ervaren omdat zij niet wisten waar de verdachte op uit was. Met betrekking tot het slachtoffer dat in haar eigen woning is aangerand, valt daaraan nog toe te voegen dat zij -zich veilig wanend in haar eigen woning- in hevige mate is aangetast in haar gevoel van veiligheid.

Verdachte heeft zonder enige aanleiding op uiterst laffe en gewelddadige wijze totaal willekeurige slachtoffers grote schrik en angst aangejaagd. Uit de verklaringen van de slachtoffers valt af te leiden dat zij nog geruime tijd last zullen hebben van wat verdachte hen heeft aangedaan.

De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan en een langdurige onvoorwaardelijke vrijheidsstraf lijkt dan ook een passende sanctie.

Anderzijds zal de rechtbank rekening houden met de strafverminderende omstandigheid dat verdachte niet eerder met politie en justitie in aanraking is gekomen en het feit dat - zoals hiervoor is overwogen - de ten laste gelegde feiten hem in verminderde mate kunnen worden toegerekend..

In de regel wordt voor een gewelddadige feitelijke aanranding van de eerbaarheid met enig lichamelijk letsel als uitgangspunt een gevangenisstraf van minimaal zes maanden gehanteerd. Voor een poging daartoe wordt dit met een derde verminderd. De rechtbank ziet geen aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken en zal dit ook toepassen voor de gepleegde bedreiging met feitelijke aanranding, gelet op het gewelddadige karakter daarvan.

Daarbij komt nog dat de bewezen verklaarde aanranding een hogere mate van ernst heeft, omdat verdachte de woning van het slachtoffer is binnengedrongen.

Volgens de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg van de Voorzitters van de Strafsectoren van rechtbanken en gerechtshoven (hierna: LOVS) wordt voor mishandeling met enig lichamelijk letsel als uitgangspunt een geldboete gehanteerd. Gelet op het onverhoedse, gewelddadige en repeterende karakter van de door verdachte gepleegde mishandelingen, ziet de rechtbank aanleiding om fors van dit uitgangspunt af te wijken. Bovendien zijn de mishandelingen met voorbedachten rade gepleegd, wat door de rechtbank als een strafverzwarende omstandigheid wordt aangemerkt. De rechtbank zal daarom voor iedere mishandeling als uitgangspunt een gevangenisstraf van vier weken hanteren.

De rechtbank is alles afwegende van oordeel dat een gevangenisstraf van twintig maanden voldoende recht doet aan de door verdachte gepleegde feiten. Hoewel een langere gevangenisstraf in de rede zou liggen, acht de rechtbank het van belang dat niet te lang zal worden gewacht met de door de gedragsdeskundigen noodzakelijk geachte behandeling van verdachte. Dit zal tot uitdrukking worden gebracht met de aan verdachte op te leggen maatregel, die in ieder geval zal inhouden dat aan verdachte voor langere tijd zijn vrijheid zal worden ontnomen.

De gedragsdeskundigen Offermans en 't Hoen hebben zich in de tripelrapportage tevens uitgelaten over het recidiverisico en de passende afdoening van deze zaak. Zij hebben onder meer gerapporteerd:

"Factoren die het recidiverisico vergroten zijn het geringe introspectieve en reflectief vermogen. Er is ondanks een zekere mate van (ongericht) probleembesef, geen sprake van ziekte-inzicht. Betrokkene is zeer sterk geneigd zijn problemen te bagatelliseren en te externaliseren. Hij zegt in de maanden dat de delicten plaats hadden er niet aan te hebben gedacht om hulp te zoeken zodat het delictgedrag een halt kon worden toegeroepen. Hij pakte de draad van zijn leven ogenschijnlijk weer op en het bewustzijn dat hij grensoverschrijdend en onacceptabel gedrag vertoonde was slechts van korte duur.

De persoonlijkheidspathologie betreft een langdurig bestaand patroon van chronische onaangepastheid, welke zich moeilijk laat veranderen. Hij is nauwelijks in staat zijn impulsen

en emoties te reguleren en hij toont zich hedonistisch en egocentrisch. Tevens mag niet uit het oog verloren worden dat van de onderhavige gedragsmatige derailleringen vanwege het

spanningsreducerende karakter een bekrachtigende werking uitging. Daarnaast heeft betrokkene vanuit zijn zwakbegaafdheid, maar meer nog van uit de pervasieve ontwikkelingsstoornis grote problemen zich in de ander in te leven en ontbreekt het hem aan empathie, maar lijkt hij zich ook maar beperkt te bekommeren om de reactie van de ander, waarbij ook de antisociale aspecten een rol van betekenis spelen.

De informatie over de risicotaxatie sluit aan bij de klinische indrukken van rapporteurs dat ondanks betrokkenes ontkenning van enig recidivegevaar, hier wel degelijk sprake van is en zelfs in aanzienlijke mate vanwege onder andere de geringe frustratietolerantie, het gebrek aan empathie, de hang naar directe behoeftebevrediging, de parafilie (fetisjisme) en betrokkenes zwakbegaafdheid en beperkte inzicht in zijn functioneren.

Betrokkene heeft in het verleden enkele malen hulpverlening gestart, maar haakte al snel weer af. Een zoals hierboven beschreven complexe pathologie laat zich over het algemeen moeizaam veranderen en heeft over het algemeen een langdurige, intensieve behandeling nodig. Deze zal aanvankelijk opgestart dienen te worden in een klinische setting met een hoog deskundigheidsniveau, gelet op het complexe karakter van de pathologie. Rapporteurs achten een behandeling in het kader van bijzondere voorwaarden niet toereikend vanwege het hoge recidivegevaar, de noodzakelijke intensiteit van de behandeling en het ontbreken van inzicht in zijn problematiek bij betrokkene; waardoor de behandeling geruime tijd in beslag zal nemen. Een tbs-advies is dan ook wenselijk en noodzakelijk. Bezien kan worden of betrokkene behandeld kan worden in het kader van een tbs met voorwaarden bij de FPK te Assen, waarbij in eerste instantie een proefbehandeling wenselijk is om te kunnen inschatten of betrokkene voldoende motivatie voor behandeling toont en of er voldoende ingangen voor behandeling worden gevonden."

De rechtbank kan zich verenigen met de bevindingen en conclusies van de gedragsdeskundigen en neemt deze over. Gelet op de inhoud van het rapport en de ernst van de feiten is de rechtbank van oordeel dat verdachte een gevaar vormt voor de algemene veiligheid van personen en dat een terbeschikkingstelling dan ook noodzakelijk is. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat voldaan wordt aan de eisen die de wet daaraan stelt, te weten:

- bij verdachte bestond tijdens het begaan van de feiten gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens;

- de door verdachte begane feiten zijn misdrijven waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld, dan wel behoren tot het misdrijf omschreven in artikel 285, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht;

- de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen eist het opleggen van de maatregel van terbeschikkingstelling.

De rechtbank neemt tevens in aanmerking dat de maatregel van terbeschikkingstelling wordt opgelegd ter zake van misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

Beide deskundigen komen in hun rapportage tot de conclusie dat in beginsel kan worden volstaan met een terbeschikkingstelling met voorwaarden, mits verdachte geplaatst kan worden in de Forensisch Psychiatrische Kliniek in Assen. De rechtbank onderschrijft de conclusies van de deskundigen en neemt deze over. Bovendien heeft verdachte zich bereid verklaard een behandeling te ondergaan, ook indien dit betekent dat hij moet worden opgenomen in een kliniek.

Reclassering Nederland heeft zich in haar rapport van 30 november 2011 aangesloten bij het advies van de gedragsdeskundigen om een terbeschikkingstelling met voorwaarden op te leggen, met als belangrijkste voorwaarde een langdurige behandeling. De reclassering heeft een aantal voorwaarden geformuleerd, waar de rechtbank zich in kan vinden. De rechtbank zal die voorwaarden dan ook verbinden aan de maatregel van terbeschikkingstelling, met uitzondering van de voorgestelde voorwaarde dat verdachte zich niet mag vestigen in de gemeente Sliedrecht en niet mag verhuizen c.q. van adres mag veranderen zonder toestemming van de reclassering.

De rechtbank is van oordeel dat deze voorwaarde een te grote inperking vormt van de vrijheden van verdachte. Bovendien zal verdachte langere tijd van zijn vrijheid zijn ontnomen door de op te leggen gevangenisstraf en de daaropvolgende klinische opname.

De rechtbank passeert het betoog van de verdediging dat het tripelrapport van de gedragsdeskundigen lijdt aan zodanige invaliditeit dat het niet kan dienen als basis voor een terbeschikkingstelling. Op initiatief van de verdediging is tijdens het onderzoek ter terechtzitting de klinisch psycholoog prof. J.J.L. Derksen als deskundige gehoord. Hij heeft kanttekeningen geplaatst bij de wijze waarop de gedragsdeskundigen het onderzoek hebben uitgevoerd en tot hun conclusies zijn gekomen. De rechtbank is, mede gelet op de toelichting van de deskundigen Offermans en 't Hoen ter zitting, echter van oordeel dat de bevindingen en conclusies van de laatstgenoemde gedragsdeskundigen voldoende worden gedragen door de onderbouwingen in het rapport en ziet dan ook geen reden om dit rapport terzijde te leggen.

7.2 De vorderingen van de benadeelde partijen

De benadeelde partijen zijn ontvankelijk in de vorderingen, nu aan verdachte een straf of maatregel wordt opgelegd en aan de benadeelde partijen rechtstreeks schade is toegebracht door de betreffende bewezen verklaarde feiten.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte ten opzichte van de benadeelde partijen naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de door deze feiten toegebrachte schade.

De rechtbank zal de vorderingen van de volgende benadeelde partijen integraal toewijzen, omdat deze vorderingen voldoende onderbouwd en juist voorkomen:

* [benadeelde partij 1] (feit 5) € 250,00

* (vergoeding immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente)

* [benadeelde partij 2] (feit 6) € 440,30

* (vergoeding immateriële schade € 200,00 + materiële schade € 240,30, vermeerderd met de wettelijke rente)

* [benadeelde partij 3] (feit 9) € 200,00

* (vergoeding immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente)

* [benadeelde partij 4] (feit 11) € 375,00

* (vergoeding immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente)

* [benadeelde partij 5] (feit 15) € 300,00

* (vergoeding immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente)

* [benadeelde partij 7] (feit 19) € 600,00

* (vergoeding immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente).

De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 6] (feit 17) toewijzen tot een bedrag van € 615,00 (vergoeding immateriële schade € 600,00 en vergoeding materiële schade (schoenen) € 15,00), omdat dit deel van de vordering voldoende onderbouwd en juist voorkomt. Dit bedrag zal worden vermeerderd met de wettelijke rente.

Voor het resterende deel van de vordering is de benadeelde partij niet ontvankelijk, omdat naar het oordeel van de rechtbank ter zake de posten 'laboratoriumonderzoeken en consult specialist' en 'medicijnen' niet is komen vast te staan dat sprake is van rechtstreekse schade, toegebracht door het betreffende bewezen verklaarde feit.

Naast toewijzing van de civiele vorderingen zal de rechtbank als extra waarborg voor de schadevergoeding telkens tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen.

De raadsman heeft verzocht geen schadevergoedingsmaatregel op te leggen, omdat verdachte tijdens zijn verblijf in detentie, nu ruim één jaar, geen gelegenheid heeft gehad om geld te verdienen om de slachtoffers te betalen. Als gevolg hiervan zou in de visie van de raadsman op voorhand vaststaan, dat de schadevergoedingsmaatregel slechts zal leiden tot het in de toekomst ten uitvoer leggen van vervangende hechtenis.

Ingevolge het tweede lid van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht kan de rechter de schadevergoedingsmaatregel opleggen, indien en voor zover de verdachte ten opzichte van het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht. De draagkracht van de verdachte speelt bij de bepaling van de hoogte van het bedrag geen rol. In geval van oplegging van deze maatregel bepaalt de rechter de vervangende hechtenis (artikel 36f, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht). Niettemin kan het gebrek aan draagkracht onder omstandigheden voor de rechter reden zijn ervan af te zien de schadevergoedingsmaatregel op te leggen. Slechts in uitzonderlijke gevallen kan daarvan sprake zijn. Naar het oordeel van de rechtbank is hiervan geen sprake.

De op te leggen straf en maatregel geven de rechtbank wel aanleiding om, voor het geval dat noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde schadevergoedingsbedrag volgt, de vervangende hechtenis telkens te beperken tot één dag.

8 De toepasselijke wettelijke voorschriften

De opgelegde straf en maatregelen berusten op de artikelen 36f, 37a, 38, 38a, 45, 57, 246, 285 en 301 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 9. primair ten laste is gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij;

- verklaart het ten laste gelegde bewezen op de wijze als hierboven onder 4.2 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

- verklaart dat het bewezenverklaarde de onder 5 vermelde strafbare feiten oplevert;

- verklaart de verdachte strafbaar;

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 20 (twintig) maanden;

- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

- gelast de terbeschikkingstelling van verdachte en stelt daarbij als voorwaarden:

* de ter beschikking gestelde zal zich gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen van Reclassering Nederland en zich hierbij begeleidbaar opstellen;

* de ter beschikking gestelde zal zich -zolang deze instelling c.q. kliniek dit nodig acht- laten opnemen en behandelen in een inrichting, te weten de Forensisch Psychiatrische Kliniek (FPK) in Assen, of een soortgelijke FPK, of op een Forensisch Psychiatrische Afdeling, gedurende de termijn van de terbeschikkingstelling of zoveel korter als de inrichting in overleg met de reclassering wenselijk acht; de ter beschikking gestelde zal zich hierbij behandelbaar en begeleidbaar opstellen;

* de ter beschikking gestelde zal, indien de behandelaars van de FPA of FPK-instelling en de reclassering dit nodig achten, meewerken aan een ambulante behandeling na afloop van de klinische opname;

* de ter beschikking gestelde onthoudt zich van drugs- en/of alcoholgebruik; hij dient zich in de kliniek te laten controleren op middelengebruik; na de klinische opname zal de reclassering opnieuw bepalen of en waar de ter beschikking gestelde zich dient te laten controleren op middelengebruik;

* de ter beschikking gestelde werkt te zijner tijd mee aan een nabehandeling en een resocialisatieplan zoals dat door zijn behandelaars en de reclassering wordt geïndiceerd;

* de ter beschikking gestelde geeft toestemming aan de reclassering om met relevante derden te overleggen en informatie uit te wisselen;

* de ter beschikking gestelde zorgt na zijn behandeling voor een zinvolle dagbesteding c.q.

-invulling;

* de ter beschikking gestelde onthoudt zich van het plegen van strafbare feiten;

- draagt Reclassering Nederland op verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van de voorwaarden;

Benadeelde partijen

(feit 5)

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde partij 1] van € 250,00 (tweehonderdvijftig euro), ter zake van vergoeding van immateriële schade, en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 16 november 2010 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer

[benadeelde partij 1], € 250,00 (tweehonderdvijftig euro) te betalen, bij niet betaling te vervangen door 1 (één) dag hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 16 november 2010 tot aan de dag der algehele voldoening, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

(feit 6)

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde partij 2] van € 440,30 (vierhonderdveertig euro en dertig cent), waarvan € 240,30 ter zake van vergoeding van materiële schade en € 200,00 ter zake van vergoeding van immateriële schade, en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 16 november 2010 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 2], € 440,30 (vierhonderdveertig euro en dertig cent) te betalen, bij niet betaling te vervangen door 1 (één) dag hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 16 november 2010 tot aan de dag der algehele voldoening, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

(feit 9)

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde partij 3] van € 200,00 (tweehonderd euro), ter zake van vergoeding van immateriële schade, en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 17 september 2010 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer

[benadeelde partij 3], € 200,00 (tweehonderd euro) te betalen, bij niet betaling te vervangen door 1 (één) dag hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 17 september 2010 tot aan de dag der algehele voldoening, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

(feit 11)

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde partij 4] van € 375,00 (driehonderdvijfenzeventig euro), ter zake van vergoeding van immateriële schade, en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 11 november 2010 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer

[benadeelde partij 4], € 375,00 (driehonderdvijfenzeventig euro) te betalen, bij niet betaling te vervangen door 1 (één) dag hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 11 november 2010 tot aan de dag der algehele voldoening, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

(feit 15)

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde partij 5] van € 300,00 (driehonderd euro), ter zake van vergoeding van immateriële schade, en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 16 september 2010 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 5], € 300,00 (driehonderd euro) te betalen, bij niet betaling te vervangen door 1 (één) dag hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 16 september 2010 tot aan de dag der algehele voldoening, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

(feit 17)

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde partij 6] van € 615,00 (zeshonderdvijftien euro), waarvan € 15,00 ter zake van vergoeding van materiële schade en

€ 600,00 ter zake van vergoeding van immateriële schade, en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 23 oktober 2010 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet ontvankelijk;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 6], € 615,00 (zeshonderdvijftien euro) te betalen, bij niet betaling te vervangen door 1 (één) dag hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 23 oktober 2010 tot aan de dag der algehele voldoening, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

(feit 19)

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde partij 7] van € 600,00 (zeshonderd euro), ter zake van vergoeding van immateriële schade, en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 26 oktober 2010 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer

[benadeelde partij 7], € 600,00 (zeshonderd euro) te betalen, bij niet betaling te vervangen door 1 (één) dag hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 26 oktober 2010 tot aan de dag der algehele voldoening, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij iedere voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.A. Waals, voorzitter, mr. G.J. Schiffers-Hanssen en mr. A.M.T.A. Verhagen, rechters, in tegenwoordigheid van D.J. Boogert, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 december 2011.

Mr. Verhagen voornoemd is door afwezigheid buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De gewijzigde tenlastelegging

1.

hij op of omstreeks 15 november 2010 te Sliedrecht opzettelijk en met

voorbedachte rade mishandelend, althans opzettelijk mishandelend een persoon

(te weten [benadeelde partij 8]), opzettelijk, na kalm beraad en rustig overleg,

althans opzettelijk, in/tegen het hoofd/gezicht/oor, althans in elk geval

tegen het lichaam heeft geslagen en/of gestoten en/of gestompt, waardoor deze

letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

2.

hij op of omstreeks 24 november 2010 te Sliedrecht opzettelijk en met

voorbedachte rade mishandelend, althans opzettelijk mishandelend een persoon

(te weten [benadeelde partij 9]), opzettelijk, na kalm beraad en rustig overleg, althans

opzettelijk, in/tegen het hoofd/gezicht/wang, althans in elk geval tegen het

lichaam heeft geslagen en/of gestoten en/of gestompt, waardoor deze letsel

heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

3.

hij op of omstreeks 16 november 2010 te Sliedrecht opzettelijk en met

voorbedachte rade mishandelend, althans opzettelijk mishandelend een persoon

(te weten [benadeelde partij 10]), opzettelijk, na kalm beraad en rustig overleg,

althans opzettelijk, in/tegen het hoofd/gezicht, althans in elk geval tegen

het lichaam heeft geslagen en/of gestoten en/of gestompt, waardoor deze letsel

heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

4.

hij op of omstreeks 16 november 2010 te Sliedrecht opzettelijk en met

voorbedachte rade mishandelend, althans opzettelijk mishandelend een persoon

(te weten [benadeelde partij 11]), opzettelijk, na kalm beraad en rustig overleg,

althans opzettelijk, in/tegen het hoofd/gezicht, althans in elk geval tegen

het lichaam heeft geslagen en/of gestoten en/of gestompt, waardoor deze letsel

heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

5.

hij op of omstreeks 16 november 2010 te Sliedrecht opzettelijk en met

voorbedachte rade mishandelend, althans opzettelijk mishandelend een persoon

(te weten [benadeelde partij 1]), opzettelijk, na kalm beraad en rustig overleg, althans

opzettelijk, in/tegen het hoofd/gezicht, althans in elk geval tegen het

lichaam heeft geslagen en/of gestoten en/of gestompt, waardoor deze letsel

heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

6.

hij op of omstreeks 16 november 2010 te Sliedrecht opzettelijk en met

voorbedachte rade mishandelend, althans opzettelijk mishandelend een persoon

(te weten [benadeelde partij 2]), opzettelijk, na kalm beraad en rustig overleg,

althans opzettelijk, in/tegen het hoofd/gezicht, althans in elk geval tegen

het lichaam heeft geslagen en/of gestoten en/of gestompt, waardoor deze letsel

heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

7.

hij op of omstreeks 16 november 2010 te Sliedrecht opzettelijk en met

voorbedachte rade mishandelend, althans opzettelijk mishandelend een persoon

(te weten [benadeelde partij 12]), opzettelijk, na kalm beraad en rustig overleg, althans

opzettelijk, in/tegen het hoofd/gezicht, althans in elk geval tegen het

lichaam heeft geslagen en/of gestoten en/of gestompt, waardoor deze letsel

heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

8.

hij op of omstreeks 15 november 2010 te Sliedrecht, opzettelijk en met

voorbedachten rade mishandelend, althans opzettelijk mishandelend, een

persoon, (te weten [benadeelde partij 13]), opzettelijk, na kalm beraad en rustig

overleg, althans opzettelijk in/tegen het hoofd/gezicht, althans tegen het

lichaam heeft geslagen, tengevolge waarvan deze enig lichamelijk letsel heeft

bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

9.

hij op of omstreeks 17 september 2010 te Sliedrecht opzettelijk en met

voorbedachte rade mishandelend, althans opzettelijk mishandelend een persoon

(te weten [benadeelde partij 3]), opzettelijk, na kalm beraad en rustig overleg,

althans opzettelijk, bij de arm, althans in elk geval bij het lichaam heeft

beetgepakt en/of vastgegrepen, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn

heeft ondervonden;

(artikel 301 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

SUBSIDIAIR: voorzover het vorenstaande onder 9 niet tot een veroordeling mocht

of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 17 september 2010 te Sliedrecht [benadeelde partij 3] heeft

bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware

mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend deze [benadeelde partij 3] bij

de arm, althans het lichaam beetgepakt en/of vastgegrepen en/of (daarbij) deze

dreigend de woorden toegevoegd: "Als je niet mee wil, pak ik een mes",

althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

10.

hij op of omstreeks 15 november 2010 te Sliedrecht opzettelijk en met

voorbedachte rade mishandelend, althans opzettelijk mishandelend een persoon

(te weten [benadeelde partij 14]), opzettelijk, na kalm beraad en rustig overleg,

althans opzettelijk, in/tegen het hoofd/gezicht, althans in elk geval tegen

het lichaam heeft geslagen en/of gestoten en/of gestompt, waardoor deze letsel

heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

11.

hij op of omstreeks 11 november 2010 te Sliedrecht opzettelijk en met

voorbedachte rade mishandelend, althans opzettelijk mishandelend een persoon

(te weten [benadeelde partij 4]), opzettelijk, na kalm beraad en rustig overleg,

althans opzettelijk, in/tegen het hoofd/gezicht, althans in elk geval tegen

het lichaam heeft geslagen en/of gestoten en/of gestompt, waardoor deze letsel

heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

12.

hij op of omstreeks 24 oktober 2010 te Sliedrecht opzettelijk en met

voorbedachte rade mishandelend, althans opzettelijk mishandelend een persoon

(te weten [benadeelde partij 15]), opzettelijk, na kalm beraad en rustig overleg,

althans opzettelijk, in/tegen het hoofd/gezicht, althans in elk geval tegen

het lichaam heeft geslagen en/of gestoten en/of gestompt, waardoor deze letsel

heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

13.

hij op of omstreeks 25 oktober 2010 te Sliedrecht opzettelijk en met

voorbedachte rade mishandelend, althans opzettelijk mishandelend een persoon

(te weten [benadeelde partij 16]), opzettelijk, na kalm beraad en rustig overleg,

althans opzettelijk, in/tegen het hoofd/gezicht, althans in elk geval tegen

het lichaam heeft geslagen en/of gestoten en/of gestompt, waardoor deze letsel

heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

14.

hij op of omstreeks 16 november 2010 te Sliedrecht opzettelijk en met

voorbedachte rade mishandelend, althans opzettelijk mishandelend een persoon

(te weten [benadeelde partij 17]), opzettelijk, na kalm beraad en rustig overleg,

althans opzettelijk, in/tegen het hoofd/gezicht, althans in elk geval tegen

het lichaam heeft geslagen en/of gestoten en/of gestompt, waardoor deze letsel

heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

15.

hij op of omstreeks 16 september 2010 te Sliedrecht opzettelijk en met

voorbedachte rade mishandelend, althans opzettelijk mishandelend een persoon

(te weten [benadeelde partij 5]), opzettelijk, na kalm beraad en rustig overleg, althans

opzettelijk, in/tegen het hoofd/gezicht, althans in elk geval tegen het

lichaam heeft geslagen en/of gestompt en/of in het gezicht, althans in elk

geval in het lichaam heeft gegrepen, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of

pijn heeft ondervonden;

16.

hij op of omstreeks 18 juli 2010 te Sliedrecht opzettelijk en met

voorbedachte rade mishandelend, althans opzettelijk mishandelend een persoon

(te weten [benadeelde partij 18]), opzettelijk, na kalm beraad en rustig overleg,

althans opzettelijk, in/tegen het hoofd/gezicht, althans in elk geval tegen

het lichaam heeft geslagen en/of gestoten en/of gestompt, waardoor deze letsel

heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

17.

hij op of omstreeks 23 oktober 2010 te Sliedrecht, ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om door geweld of (een) andere

feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere

feitelijkhe(i)d(en) [benadeelde partij 6] te dwingen tot het plegen en/of dulden van

een of meer ontuchtige handeling(en), hebbende/is hij, verdachte, die [benadeelde partij 6] gevolgd en/of die [benadeelde partij 6] geduwd (zodat zij van haar fiets viel

en/of (vervolgens) in de bosjes terecht kwam) en/of (gehurkt) naast die [benadeelde partij 6] gaan zitten en/of de panty van die [benadeelde partij 6] heeft beetgepakt

en/of vastgegrepen en/of aan die panty heeft gerukt/getrokken (zodat deze

uit zou gaan) en/of een schoen van die [benadeelde partij 6] meegenomen, terwijl de

uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

18.

hij op of omstreeks 8 oktober 2010 te Gorinchem [benadeelde partij 19] heeft bedreigd met

enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling en/of

verkrachting en/of feitelijke aanranding van de eerbaarheid, immers heeft

verdachte opzettelijk voornoemde [benadeelde partij 19] dreigend van de fiets heeft

gerukt/getrokken en/of meegesleurd/getrokken in de struiken en/of een hand

voor/op de mond heeft gedaan;

SUBSIDIAIR: voorzover het vorenstaande onder 18 niet tot een veroordeling mocht

of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 08 oktober 2010 te Glorinchem, opzettelijk en met

voorbedachten rade mishandelend, althans opzettelijk mishandelend, een

persoon, [benadeelde partij 19], opzettelijk, na kalm beraad en rustig overleg, althans

opzettelijk van de fiets heeft gerukt/getrokken en/of heeft

meegesleurd/getrokken in de struiken, tengevolge waarvan voornoemde [benadeelde partij 19] enig

lichamelijk letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

19.

hij op of omstreeks 26 oktober 2010 te Sliedrecht, door geweld of (een) andere

feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere

feitelijkhe(i)d(en) [benadeelde partij 7] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden

van een of meer ontuchtige handeling(en), bestaande uit het kussen/likken

aan/van de te(e)n(en)/voet(en)van die [benadeelde partij 7] en/of het in de mond steken

van de te(e)n(en) van die [benadeelde partij 7] en/of bij de/het be(e)n(en)/kuit(en)

beetpakken/vastgrijpen en/of die/dat be(e)n(en) betasten/strelen bestaande dat

geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of

die andere feitelijkhe(i)d(en) uit het binnendringen van de woning van die [benadeelde partij 7] en/of (van achter) beetpakken en/of vastgrijpen en/of die [benadeelde partij 7]

meermalen, althans eenmaal slaan en/of stoten en/of stompen van die [benadeelde partij 7] en/of het uittrekken/uitdoen van de (knie)kousen van die [benadeelde partij 7]

en/of het op de bank leggen (met het hoofd naar beneden) van die [benadeelde partij 7]

en/of het hoofd van die [benadeelde partij 7] in de bank te duwen en/of (daarbij) de

(dreigende) woorden te bezigen: "nu moet je even goed naar mij luisteren"

en/of "We gaan naar boven" en/of "Ik ga je echt niet verkrachten, alleen maar

aan je benen zitten, aan je tenen kussen" en/of "Nu werk je mee, want ik heb

een mes;

20.

hij op of omstreeks 26 september 2010 te Hardinxveld-Giessendam [benadeelde partij 20] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met

zware mishandeling en/of verkrachting en/of met feitelijke aanranding van de

eerbaarheid, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend achter die [benadeelde partij 20] aangelopen en/of achter die [benadeelde partij 20] is gaan staan en/of de

hand op de mond van die [benadeelde partij 20] gedrukt/geduwd en/of een duw/zet

gegeven in de richting van een groenstrook en/of (daarbij) (dreigend) de

woorden toegevoegd: "Nu ga jij eens met mij mee", althans woorden van gelijke

dreigende aard en/of strekking;

Parketnummer: 11/870597-10

Vonnis d.d. 20 december 2011