Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2011:BU4022

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
16-11-2011
Datum publicatie
16-11-2011
Zaaknummer
85457 - HA ZA 10-2159
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

brand dakdekker bewaarneming onrechtmatige daad art. 6:27 BW

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DORDRECHT

Sector civiel recht

Vonnis in hoofdzaak en vrijwaring van 16 november 2011

in de hoofdzaak met zaaknummer / rolnummer: 85457 / HA ZA 10-2159 van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[B] BEHEER B.V.,

gevestigd te Dinteloord,

2. de naamloze vennootschap

ALLIANZ NEDERLAND SCHADEVERZEKERING N.V.,

gevestigd te Rotterdam,

3. de naamloze vennootschap

AMLIN CORPORATE INSURANCE N.V.,

gevestigd te Amstelveen,

4. de naamloze vennootschap

GENERALI SCHADEVERZEKERING MAATSCHAPPIJ N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseressen,

advocaat mr. V.J. Groot,

tegen

1. [PARTIJ A],

wonende te Steenbergen,

gedaagde,

advocaat mr. M.S. Yap,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[V] DIENSTEN B.V.,

gevestigd te Dinteloord, gemeente Steenbergen,

gedaagde,

advocaat mr. L.J. van Langevelde,

3. [PARTIJ V],

wonende te Dinteloord, gemeente Steenbergen,

gedaagde,

advocaat mr. L.J. van Langevelde,

4. de vennootschap onder firma

FIRMA [W] V.O.F.,

gevestigd te Giessenburg,

gedaagde,

advocaat mr. J.W. Janssens,

5. [PARTIJ W1],

wonende te Giessenburg,

gedaagde,

advocaat mr. J.W. Janssens,

en in de vrijwaringszaak met zaaknummer / rolnummer 88700 / HA ZA 10-2689 van

1. de vennootschap onder firma

FIRMA [W] V.O.F.,

gevestigd te Giessenburg,

2. [PARTIJ W1],

wonende te Giessenburg,

3. [PARTIJ W2],

wonende te Giessenburg,

eisers,

advocaat mr. J.W. Janssens,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[V] DIENSTEN B.V.,

gevestigd te Dinteloord, gemeente Steenbergen,

gedaagde,

advocaat mr. L.J. van Langevelde,

2. [PARTIJ V],

wonende te Dinteloord, gemeente Steenbergen,

gedaagde,

advocaat mr. L.J. van Langevelde,

3. [PARTIJ A],

wonende te Steenbergen,

gedaagde,

advocaat mr. M.S. Yap,

4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[X] VERZEKERINGEN EN HYPOTHEKEN B.V.,

gevestigd te Alblasserdam,

gedaagde,

advocaat mr. V.J. Groot.

Eisers in de hoofdzaak worden hierna gezamenlijk “eisers” genoemd. Eiseres 1 wordt [eiser 1] genoemd. Eisers 2, 3 en 4 worden gezamenlijk “de verzekeraars” genoemd.

Gedaagden in de hoofdzaak worden hierna gezamenlijk “gedaagden” genoemd en afzonderlijk [partij A], [V Diensten], [partij V], [firma W], [partij W1] en [partij W2].

[V Diensten] en [partij V] worden hierna gezamenlijk [V Diensten cs] genoemd.

Gedaagde 5 in de vrijwaringszaak wordt hierna [X Verzekeringen en Hypotheken] genoemd.

1. De procedure in de hoofdzaak

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 29 september 2010

- het proces-verbaal van comparitie van 27 oktober 2011.

1.2. De comparitie van partijen in deze hoofd- en vrijwaringszaak heeft plaatsgevonden tegelijkertijd met de voortgezette comparitie van partijen in de zaken 85563 HA ZA/ 10-2664 (hoofdzaak) en 88564 / HA ZA 10-2664 (vrijwaring).

1.3. De vordering van [eiser 1] bedraagt € 1.000. Een vordering met een dergelijk geldelijk belang behoort tot de absolute competentie van de kantonrechter. Ter comparitie van partijen is met instemming van alle partijen de vordering van [eiser 1] gecedeerd aan zijn verzekeraars. De gevorderde € 1.000 is daardoor onderdeel geworden van de vordering van de verzekeraars. [eiser 1] is mitsdien geen partij meer in deze procedure. De proceskosten van en tegen [eiser 1] worden met instemming van partijen begroot op nihil.

2. De procedure in de vrijwaringszaak

2.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 27 oktober 2010;

- het proces-verbaal van comparitie van 27 oktober 2011.

2.2. De comparitie van partijen in deze hoofd- en vrijwaringszaak heeft plaatsgevonden tegelijkertijd met de voortgezette comparitie van partijen in de zaken 85563 HA ZA/ 10-2664 (hoofdzaak) en 88564 / HA ZA 10-2664 (vrijwaring).

2.3. Ten slotte is vonnis bepaald.

3. De feiten (in beide procedures)

3.1. [partij W1] en [partij W2] zijn vennoten van [firma W]. [firma W] oefent een scheepsreparatiebedrijf uit in een loods aan de [adres 1] (verder: de loods). Deze loods wordt of werd gehuurd van [ged. 2 hoofdzaak/ged. 1 vrijwaring].

3.2. [ged.3 hoofdzaak/ged.2 vrijwaring] is indirect statutair bestuurder van [ged. 2 hoofdzaak/ged. 1 vrijwaring].

3.3. [eiser 1] is gevestigd aan de [adres 2] en oefent een bedrijf uit in de exploitatie van (passagiers) schepen. [eiser 1] maakte krachtens overeenkomst met [firma W, partij W1 en partij W2, hierna gezamenlijk firma W cs genoemd] gebruik van een deel van de loods.

3.4. Op 17 november 2007 is brand uitgebroken in de loods. Ten tijde van de brand bevonden zich in de loods:

-scheepsonderdelen van [eiser 1],

-een schip in aanbouw genaamd de ‘Horizon”, aan welk schip in opdracht van [eiser 1] door [firma W cs] werkzaamheden werden verricht. Door de brand zijn de Horizon en de scheepsonderdelen verloren gegaan.

3.5. [eiser 1] had haar schip verzekerd bij de verzekeraars. De verzekeraars hebben een schade-uitkering gedaan aan [eiser 1], op € 1.000 eigen risico van [eiser 1] na.

3.6. Op 17 november 2007 werd ten tijde van het uitbreken van de brand door [ged. 1 hoofdzaak/ged. 3 vrijwaring] met behulp van een brander dakdekkerswerkzaamheden uitgevoerd aan (de goot van) het dak van de loods. [ged. 1 hoofdzaak/ged. 3 vrijwaring] voerde die werkzaamheden uit in opdracht van [ged. 2 hoofdzaak/ged. 1 vrijwaring], dan wel van [ged.3 hoofdzaak/ged.2 vrijwaring].

4. Het geschil

in de hoofdzaak

4.1. De verzekeraars vorderen om gedaagden, uitvoerbaar bij voorraad en hoofdelijk, des dat de één betalende de ander tot aan het betaalde zal zijn gekweten, althans [ged. 1 hoofdzaak/ged. 3 vrijwaring], en/of [ged. 2 hoofdzaak/ged. 1 vrijwaring], en/of [ged.3 hoofdzaak/ged.2 vrijwaring], en/of [firma W], en/of

[partij W1], te veroordelen aan de verzekeraars gezamenlijk te betalen:

-een bedrag van € 74.307,41, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 november 2007, althans vanaf de dag van de dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening,

-alsmede aan de verzekeraars gezamenlijk te betalen een bedrag van € 3.491,16 zijnde de expertisekosten, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot aan die der algehele voldoening,

-alsmede een bedrag van € 1.785,- zijnde het overeenkomstig rapport Voorwerk II bepaalde bedrag aan buitengerechtelijke kosten, eveneens vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot aan die der algehele voldoening, alles met veroordeling van de gedaagden in de kosten van het geding en de nakosten.

4.2. Gedaagden voeren verweer.

4.3. Op de stellingen en weren van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in de vrijwaringszaak

4.4. [firma W cs] vorderen bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [ged. 2 hoofdzaak/ged. 1 vrijwaring], [ged.3 hoofdzaak/ged.2 vrijwaring], [ged. 1 hoofdzaak/ged. 3 vrijwaring] en [gedaade 5] hoofdelijk, des dat de één betalend de ander zal zijn bevrijd, zo mogelijk gelijktijdig met het in de hoofdzaak, aanhangig onder rol- en zaaknummer 85457/ HA ZA 10-2159 te wijzen vonnis, te veroordelen tot betaling aan [firma W cs] van al datgene, waartoe [firma W cs] als gedaagde in de hoofdzaak tegen [eiser 1], Allianz, Amlin en Generali mocht worden veroordeeld, met veroordeling van [ged. 2 hoofdzaak/ged. 1 vrijwaring], [ged.3 hoofdzaak/ged.2 vrijwaring], [ged. 1 hoofdzaak/ged. 3 vrijwaring] en [gedaade 5] in de kosten van het geding, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf veertien dagen na het in dezen te wijzen vonnis.

4.5. Gedaagden voeren verweer.

4.6. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5. De beoordeling

in de hoofdzaak

5.1. De in geding zijnde vorderingen zijn de volgende:

A De verzekeraars tegen [ged. 1 hoofdzaak/ged. 3 vrijwaring]

B De verzekeraars tegen [ged. 2 hoofdzaak/ged. 1 vrijwaring] c.s.

C De verzekeraars tegen [firma W cs]

Deze vorderingen zullen hierna worden beoordeeld.

A De verzekeraars tegen [ged. 1 hoofdzaak/ged. 3 vrijwaring]

Standpunt Verzekeraars

5.2. [ged. 1 hoofdzaak/ged. 3 vrijwaring] is aansprakelijk op grond van onrechtmatige daad. [ged. 1 hoofdzaak/ged. 3 vrijwaring] is dakdekker in loondienst maar hij voerde het onderhavige werk in zijn vrije tijd en in de avond-/ nachtelijke uren uit. [ged. 1 hoofdzaak/ged. 3 vrijwaring] heeft geen enkele brandpreventieve maatregel genomen, hij werkte met explosieve en brandbare propaanflessen en met de wetenschap dat zeer brandbaar vermolmd materiaal in het dak van de loods aanwezig was. [eiser 1] heeft [ged. 1 hoofdzaak/ged. 3 vrijwaring] gewezen op de brandgevaarlijkheid van de aanpak van [ged. 1 hoofdzaak/ged. 3 vrijwaring] maar [ged. 1 hoofdzaak/ged. 3 vrijwaring] trok zich daar niets van aan.

Standpunt [ged. 1 hoofdzaak/ged. 3 vrijwaring]

[ged. 1 hoofdzaak/ged. 3 vrijwaring] betwist aansprakelijk te zijn. [ged. 1 hoofdzaak/ged. 3 vrijwaring] betwist onrechtmatig te hebben gehandeld. [ged. 1 hoofdzaak/ged. 3 vrijwaring] betwist dat hij geen brandpreventieve maatregelen heeft genomen. [ged. 1 hoofdzaak/ged. 3 vrijwaring] heeft onder meer brandblussers in zijn nabijheid geplaatst gedurende de werkzaamheden. [ged. 1 hoofdzaak/ged. 3 vrijwaring] voert voorts aan dat hij er niet door opdrachtgever [ged. 2 hoofdzaak/ged. 1 vrijwaring] van op de hoogte is gesteld dat zich in het dak van de loods zeer brandbaar materiaal (iso platen van tempex) bevond.

Oordeel rechtbank

Het verweer van [ged. 1 hoofdzaak/ged. 3 vrijwaring] komt er op neer dat hij aanneemt dat er geen brandgevaar is zolang hij daarvoor niet is gewaarschuwd. Daarmee miskent [ged. 1 hoofdzaak/ged. 3 vrijwaring] zijn eigen verantwoordelijkheid als professioneel dakdekker. [ged. 1 hoofdzaak/ged. 3 vrijwaring] mag van zijn opdrachtgever geen professionele kennis verwachten over brandgevaarlijkheid. En als een opdrachtgever wel een zodanige kennis mocht hebben, dan mag die opdrachtgever er nog steeds van uit gaan dat de ingeschakelde dakdekker zijn vak verstaat en aldus eigener beweging de nodige maatregelen zal treffen ter voorkoming van brand. Een dakdekker is een aannemer en hij behoort het resultaat neer te zetten waarvoor hij is ingeschakeld, zij het dan behoudens overmacht, maar dat is hier niet aan de orde. [ged. 1 hoofdzaak/ged. 3 vrijwaring] had zelf een analyse moeten maken van de situatie, met name van het eventuele brandgevaar wegens werken met hittegenererende apparatuur, alvorens aan het werk te gaan. Dat hij dat gedaan heeft voert [ged. 1 hoofdzaak/ged. 3 vrijwaring] niet aan. In zoverre is zijn verweer niet goed onderbouwd. Evenmin maakt [ged. 1 hoofdzaak/ged. 3 vrijwaring] duidelijk waarom hij niet voor een andere, minder risicovolle werkwijze kon kiezen (vgl. LJN: AU9186 rechtbank Arnhem 26 oktober 2005). Als onvoldoende gemotiveerd weersproken staat vast dat [ged. 1 hoofdzaak/ged. 3 vrijwaring] de brand heeft veroorzaakt wegens nalatigheid. [ged. 1 hoofdzaak/ged. 3 vrijwaring] is mitsdien aansprakelijk voor de schade.

B De verzekeraars tegen [ged.3 hoofdzaak/ged.2 vrijwaring] c.s.

Standpunt Verzekeraars

5.3. [ged. 2 hoofdzaak/ged. 1 vrijwaring] is aansprakelijk op grond van onrechtmatige daad. [ged. 2 hoofdzaak/ged. 1 vrijwaring] heeft naar verluidt eerst een offerte aangevraagd voor het dakdekkerswerk aan het bedrijf Arisda B.V. Namens Arisda B.V. heeft de heer Prins aan [ged.3 hoofdzaak/ged.2 vrijwaring] c.s. medegedeeld dat er zeer brandbaar vermolmd materiaal in het dak zat. Vervolgens hebben [ged.3 hoofdzaak/ged.2 vrijwaring] c.s. de opdracht aan [ged. 1 hoofdzaak/ged. 3 vrijwaring] gegeven, zonder instructies aan [ged. 1 hoofdzaak/ged. 3 vrijwaring] te geven, zonder veiligheidsmaatregelen te treffen en zonder toezicht te houden. [ged. 2 hoofdzaak/ged. 1 vrijwaring] wist dat het dak brandgevaarlijk was, althans had zij moeten weten dat het dak niet bestand zou zijn tegen werkzaamheden met open vuur. Desondanks heeft zij geen passende instructies aan [ged. 1 hoofdzaak/ged. 3 vrijwaring] gegeven noch enig toezicht op diens werkzaamheden heeft gehouden. [ged. 2 hoofdzaak/ged. 1 vrijwaring] heeft de kans op verhaal beperkt door de werkzaamheden zwart te laten uitvoeren in plaats van een gecertificeerd en solide legaal bedrijf in te schakelen.

5.4. Niet duidelijk is of de opdracht aan [ged. 1 hoofdzaak/ged. 3 vrijwaring] door [ged.3 hoofdzaak/ged.2 vrijwaring] is gegeven in zijn hoedanigheid van vertegenwoordiger van [ged. 2 hoofdzaak/ged. 1 vrijwaring], dan wel door [ged.3 hoofdzaak/ged.2 vrijwaring] in privé. Daarom wordt ook [ged.3 hoofdzaak/ged.2 vrijwaring] in privé aangesproken.

Standpunt [ged.3 hoofdzaak/ged.2 vrijwaring] c.s.

5.5. [ged.3 hoofdzaak/ged.2 vrijwaring] c.s. betwisten aansprakelijk te zijn.

Oordeel rechtbank

5.6. De verzekeraars verwijten [ged. 2 hoofdzaak/ged. 1 vrijwaring] niet tegen een gevaarlijke situatie te hebben opgetreden. Op zich kan het nalaten om een gevaarlijke situatie op te heffen of voor een gevaar te waarschuwen onrechtmatig zijn. Daarbij zijn allereerst van belang de criteria zoals geformuleerd door de Hoge Raad in het Kelderluikarrest (HR 05-11-1965, NJ 1966, 136). Voorts is van belang het Broodbezorgerarrest (22 november 1974, LJN AC5503, NJ 1975, 149). Daarin oordeelt de Hoge Raad dat van een rechtsplicht om een waargenomen gevaarsituatie voor het ontstaan waarvan men niet verantwoordelijk is, op te heffen of anderen daarvoor te waarschuwen, in het algemeen alleen sprake kan zijn, wanneer de ernst van het gevaar dat die situatie voor anderen meebrengt tot het bewustzijn van de waarnemer is doorgedrongen, zulks behoudens het bestaan van bijzondere verplichtingen tot zorg en oplettendheid zoals die kunnen voortvloeien uit een speciale relatie met het slachtoffer of met de plaats waar de gevaarsituatie zich voordoet.

5.7. Toetsend aan voormelde criteria is de rechtbank van oordeel dat geen sprake is van onrechtmatig handelen van [ged. 2 hoofdzaak/ged. 1 vrijwaring]. Het gaat er hier niet om dat [ged. 2 hoofdzaak/ged. 1 vrijwaring] zelf een gevaarlijks situatie heeft geschapen. [ged. 2 hoofdzaak/ged. 1 vrijwaring] wordt verweten de door haar ingeschakelde dakdekker niet goed te hebben gewaarschuwd en/ of instructies te hebben gegeven. Het werk van een dakdekker kwalificeert echter als aanneming van werk. Aanneming van werk is een resultaatsverbintenis. Een opdrachtgever mag verwachten dat de aannemer het resultaat neerzet waarvoor hij wordt ingeschakeld. Dat impliceert dat eveneens verwacht mag worden dat een dakdekker de nodige vakbekwaamheid bezit en adequate maatregelen zal treffen ter voorkoming van eventuele schade. Het ligt niet in de rede dat [ged. 2 hoofdzaak/ged. 1 vrijwaring] een aannemer zou willen inschakelen als diens vakmanschap op voorhand omstreden is. Niet valt in te zien waarom [ged. 2 hoofdzaak/ged. 1 vrijwaring] toezicht moest houden, of instructies moest geven aan [ged. 1 hoofdzaak/ged. 3 vrijwaring]. [ged. 2 hoofdzaak/ged. 1 vrijwaring] is zelf geen dakdekker en was zij dat wel, dan mocht zij nog steeds verwachten dat [ged. 1 hoofdzaak/ged. 3 vrijwaring] voldoende vakbekwaam was.

5.8. De keus om met [ged. 1 hoofdzaak/ged. 3 vrijwaring] in zee te gaan getuigt niet van onzorgvuldigheid. [ged. 1 hoofdzaak/ged. 3 vrijwaring] heeft al 28 jaar ervaring als dakdekker. De -weersproken- stelling dat [ged. 1 hoofdzaak/ged. 3 vrijwaring] het karwei “zwart” heeft verricht is niet voldoende zwaarwegend voor een ander oordeel. Als een opdracht (wel) wordt uitgevoerd met inachtneming van fiscale verplichtingen, is evenmin gegarandeerd dat de opdrachtnemer zijn werk goed verricht. Het is irreëel om in het handelsverkeer van een opdrachtgever te verlangen dat zij onderzoek verricht of een in te schakelen aannemer verzekerd is.

5.9. Daarbij komt dat de stellingname van de verzekeraars een onjuiste feitelijke grondslag heeft. De verzekeraars veronderstelden dat het dak waaraan [ged. 1 hoofdzaak/ged. 3 vrijwaring] werkte (zeer) brandgevaarlijk was. [ged. 2 hoofdzaak/ged. 1 vrijwaring] heeft ter comparitie, onweersproken, aan de hand van een situatieschets uiteengezet dat deze veronderstelling onjuist is: niet het dak waaraan [ged. 1 hoofdzaak/ged. 3 vrijwaring] werkte, maar het dak van de naastgelegen loods (eveneens in eigendom toebehorend aan een bedrijf van [ged.3 hoofdzaak/ged.2 vrijwaring]) bevatte het zeer brandbare materiaal. De brand is veroorzaakt omdat [ged. 1 hoofdzaak/ged. 3 vrijwaring] een zinken plaat op het dak van de litigieuze loods te zeer heeft verhit, zodat het piepschuim dat zich achter deze zinken plaat bevond in brand is geraakt. Het zeer brandbare materiaal in het dak van de naastgelegen loods heeft niet direct vlam gevat. De naastgelegen loods blijkt pas een paar uur later in brand te zijn geraakt: de brandweer had na het blussen van de loods het sein “brand meester” gegeven, was toen vertrokken en een paar uur daarna bleek de naastgelegen loods in brand te staan, waarna de brandweer werd teruggeroepen voor verder bluswerk.

5.10. De vordering tegen [ged.3 hoofdzaak/ged.2 vrijwaring] zal eveneens worden afgewezen. Het voorgaande oordeel geldt immers ook in het -onwaarschijnlijke- geval dat [ged.3 hoofdzaak/ged.2 vrijwaring] in privé de opdracht aan [ged. 1 hoofdzaak/ged. 3 vrijwaring] mocht hebben verstrekt.

C De verzekeraars tegen [firma W cs]

Standpunt Verzekeraars

5.11. [firma W cs] zijn aansprakelijk wegens wanprestatie. De rechtsverhouding tussen [eiser 1] en [firma W cs] kwalificeert mede als bewaarneming. [firma W cs] hebben de plicht geschonden om de Horizon en de scheepsonderdelen in ongeschonden staat terug te geven (art. 7:706 lid 4 BW). Van de Waal c.s. hadden als zorgvuldig bewaarnemer moeten toezien op de -gevaarlijke- werkzaamheden van [ged. 1 hoofdzaak/ged. 3 vrijwaring] aan de loods. Voorts kwalificeert de rechtsverhouding tussen [eiser 1] en [firma W cs] als aanneming van werk. Ook in die hoedanigheid hebben [firma W cs] wanprestatie gepleegd door de Horizon en de scheepsonderdelen niet in ongeschonden staat terug te geven.

Standpunt [firma W cs]

5.12. [firma W cs] betwisten aansprakelijk te zijn.

Oordeel rechtbank

de Horizon

5.13. Het renoveren van een schip kwalificeert (in ieder geval) als aanneming van werk.

Artikel 7: 757 BW bepaalt over het tenietgaan van het werk:

1. Wordt de uitvoering van het werk onmogelijk doordat de zaak waarop of waaraan het werk moet worden uitgevoerd, tenietgaat of verloren raakt zonder dat dit aan de aannemer kan worden toegerekend, dan is de aannemer gerechtigd tot een evenredig deel van de vastgestelde prijs op grondslag van de reeds verrichte arbeid en gemaakte kosten. In geval van opzet of grove schuld van de opdrachtgever is de aannemer gerechtigd tot een bedrag berekend overeenkomstig het bepaalde in artikel 764 lid 2.

2. Bevond de zaak zich echter in het geval, bedoeld in het vorige lid, onder de aannemer, dan is de opdrachtgever tot geen enkele vergoeding gehouden, tenzij het tenietgaan of verloren raken aan zijn schuld was te wijten, in welk geval het vorige lid onverminderd toepassing vindt.

5.14. In dit geval gaat het echter niet om het recht op betaling van [firma W cs] Het gaat er om of [firma W cs] schadeplichtig zijn wegens schade aan de Horizon. Uit de parlementaire geschiedenis bij voormeld artikel volgt dat, indien het tenietgaan van de zaak aan een aannemer kan worden toegerekend, hij aansprakelijk is volgens de algemene regels van de art. 6:74 e.v. (TM, Kamerstukken II 1992/93, 23 095, nr. 3, p. 27).

5.15. Een tekortkoming kan de schuldenaar niet worden toegerekend, indien zij niet is te wijten aan zijn schuld, noch krachtens wet, rechtshandeling of in het verkeer geldende opvattingen voor zijn rekening komt (art. 6:75 BW).

5.16. Stelplicht en eventuele bewijslast inzake de niet-toerekenbaarheid van een tekortkoming rusten op [firma W cs]

5.17. Bij de beoordeling óf het verweer slaagt dat de tekortkoming niet toerekenbaar is, plaatst de rechtbank voorop dat de onderhavige rechtsverhouding niet kwalificeert als bewaarneming. Het enkele feit dat iemand tijdelijk een goed van een ander onder zich krijgt en uit dien hoofde de plicht heeft om als een zorgvuldige schuldenaar voor het goed te zorgen, betekent nog niet dat sprake is van bewaarneming.

5.18. De rechtsverhouding wordt (wel) beheerst door art. 6:27 BW. Dit artikel bepaalt dat hij die een individueel bepaalde zaak moet afleveren, verplicht is tot de aflevering voor deze zaak zorg te dragen op de wijze waarop een zorgvuldig schuldenaar dit in de gegeven omstandigheden zou doen. In dit geval was de plicht van [firma W cs] om een individueel bepaalde zaak -de Horizon- af te geven na afloop van de werkzaamheden. De afgifteplicht was een nevenverbintenis naast de hoofdverbintenis van aannemingswerkzaamheden aan de schepen.

5.19. Welke zorg van degene die de zaak moet afleveren gevergd kan worden, hangt af van de omstandigheden van het geval, waaronder de inhoud en de strekking van de verbintenis, de gewoonte, de aard van het door de schuldenaar uitgeoefende beroep en de middelen waarover hij pleegt te beschikken.

5.20. De in artikel 6:27 BW vervatte norm is minder stringent dan de zorgplicht die op een bewaarnemer rust. (vgl. rechtbank Almelo 21 september 2005, NJF 2006/286). Daarbij komt dat zelfs bewaarneming geen resultaatsverbintenis, maar slechts een inspanningsverbintenis oplevert. Als een goed tijdens de bewaarneming verloren gaat, is daarmee nog niet gezegd dat de bewaarnemer niet de zorg van een goed bewaarnemer in acht heeft genomen. Teminder is dus de in art. 6:27 BW vervatte zorgplicht een resultaatsverbintenis.

5.21. De rechtbank is, met inachtneming van het voorgaande, van oordeel dat het beroep van [firma W cs] op niet-toerekenbaarheid slaagt. Het voert te ver om [firma W cs] aansprakelijk te kunnen houden voor schade aan een schip waaraan [firma W cs] werkzaamheden verrichtten. De schade is ontstaan door de fout van een dakdekker die buiten de normale werktijden om zijn werk verrichtte aan de buitenkant van de loods en die niet is ingeschakeld door [firma W cs] zelf maar door de verhuurder van de loods. Waar de verhuurder van de loods al mocht verwachten dat [ged. 1 hoofdzaak/ged. 3 vrijwaring] het resultaat zou neerzetten waarvoor [ged. 1 hoofdzaak/ged. 3 vrijwaring] was ingeschakeld, mochten [firma W cs] dit des te meer.

de onderdelen

5.22. Als al aangenomen mag worden dat niet [eiser 1] zelf, maar [firma W cs] de onderdelen in bezit hadden toen ze verloren gingen -[eiser 1] gebruikte zelf ook een deel van de loods krachtens overeenkomst met [firma W cs]-, dan nog moet de vordering worden afgewezen, om dezelfde reden als waarom van der Waal c.s. niet aansprakelijk zijn voor het verloren gaan van de Horizon. De rechtbank neemt dat oordeel hier over.

5.23. Slotsom is dat [ged. 1 hoofdzaak/ged. 3 vrijwaring] aansprakelijk is voor de schade en de overige gedaagden in de hoofdzaak niet. De rechtbank zal de zaak tegen [ged. 1 hoofdzaak/ged. 3 vrijwaring] naar de rol verwijzen voor re- en dupliek. Partijen kunnen zich alsdan uitlaten over de omvang van de schade, nu het debat daarover nog niet voldoende is gevoerd.

5.24. De verzekeraars zullen als de in het ongelijk gestelde partijen worden veroordeeld in de proceskosten van [ged.3 hoofdzaak/ged.2 vrijwaring] c.s. en van der Waal c.s. Deze kosten worden als volgt begroot:

kosten van [ged.3 hoofdzaak/ged.2 vrijwaring] c.s.

-griffierecht € 1.730,00

-salaris advocaat € 1.788,00

€ 3.518,00.

Kosten van [firma W cs]

-griffierecht € 1.730,00

-salaris advocaat € 1.788,00

€ 3.518,00.

Het salaris van de advocaten is berekend conform de Liquidatietarieven, met toepassing van tarief V (€ 894 per punt), dit gelet op de hoogte van de vordering, en met een totaal van 2 punten.

5.25. De verzekeraars hoeven niet aan [firma W cs] te vergoeden de proceskosten die door deze gedaagden zijn gemaakt in hun hoedanigheid van eisers in de eenvoudige vrijwaringsprocedure. De rechtbank wijst daarbij op LJN: BQ6079, Hoge Raad, 10/00760, 28 oktober 2011. De rechtbank overweegt hierbij dat het oordeel in dit arrest rechtens ook al een dag eerder (27 oktober 2011) had te gelden, toen de laatste proceshandeling (de comparitie) in de onderhavige procedure plaats vond.

in de vrijwaringszaak

5.26. Nu de vorderingen in de hoofdzaak worden afgewezen bestaat geen reden tot vrijwaring en zullen de vorderingen in de vrijwaringszaak eveneens worden afgewezen.

5.27. Zou de vordering in de hoofdzaak (deels) wel toegewezen zijn, dan is de rechtbank overigens niettemin van oordeel dat [gedaade 5] rechtens geen enkel verwijt valt te maken. Een assurantiepersoon mag niet worden verweten dat er geen verzekering is afgesloten, als de wederpartij een gemaakte afspraak over mogelijke afsluiting van deze verzekering zelf afzegt omdat hij het te druk heeft.

5.28. [firma W cs] zullen als de in het ongelijk gestelde partijen worden veroordeeld in de proceskosten van gedaagden. Deze kosten worden als volgt begroot:

kosten van [ged.3 hoofdzaak/ged.2 vrijwaring] c.s.

-griffierecht € 1.730,00

-salaris advocaat € 904,00

€ 2.634,00

kosten van [ged. 1 hoofdzaak/ged. 3 vrijwaring]

-griffierecht € 119,00

-salaris advocaat € 904,00

€ 1.023,00

kosten van [gedaade 5]

-griffierecht € 1.730,00

-salaris advocaat € 904,00

€ 2.634,00.

Het salaris van de advocaten is berekend conform de Liquidatietarieven, met toepassing van tarief II (onbepaalde waarde: € 452 per punt), met in totaal 2 punten.

5.29. De rechtbank zal de gevorderde wettelijke rente eerst toewijzen vanaf 14 dagen na betekening van het vonnis.

6. De beslissing

De rechtbank

in de hoofdzaak:

6.1. verwijst de zaak waarin [ged. 1 hoofdzaak/ged. 3 vrijwaring] de gedaagde is naar de rolzitting van 4 januari 2012 voor conclusie van repliek door de verzekeraars;

6.2. houdt iedere nadere beslissing jegens [ged. 1 hoofdzaak/ged. 3 vrijwaring] aan;

6.3. veroordeelt de verzekeraars, uitvoerbaar bij voorraad en hoofdelijk, des dat de één betalend de ander bevrijd zal zijn, in de proceskosten van [ged.3 hoofdzaak/ged.2 vrijwaring] c.s., tot op heden begroot op € 3.518,00, vermeerderd met eventuele nakosten, en te vermeerden met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na betekening van dit vonnis indien en voor zover dit bedrag alsdan niet betaald is;

6.4. veroordeelt de verzekeraars, uitvoerbaar bij voorraad, in de proceskosten van [firma W cs], tot op heden begroot op € 3.518,00 en te vermeerden met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na betekening van dit vonnis indien en voor zover dit bedrag alsdan niet betaald is;

in de vrijwaringszaak:

6.5. wijst de vorderingen af;

6.6. veroordeelt [firma W cs], uitvoerbaar bij voorraad en hoofdelijk, des dat de één betalend de ander bevrijd zal zijn, in de proceskosten van [ged.3 hoofdzaak/ged.2 vrijwaring] c.s., tot op heden begroot op € 2.634,00, vermeerderd met eventuele nakosten, en voorts te vermeerden met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na betekening van dit vonnis indien en voor zover dit bedrag alsdan niet betaald is;

6.7. veroordeelt [firma W cs], uitvoerbaar bij voorraad, in de proceskosten van [gedaade 5], tot op heden begroot op € 2.634,00, te vermeerderen met de eventuele nakosten en voorts te vermeerden met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na betekening van dit vonnis indien en voor zover dit bedrag alsdan niet betaald is;

6.8. veroordeelt [firma W cs], uitvoerbaar bij voorraad, in de proceskosten van [ged. 1 hoofdzaak/ged. 3 vrijwaring], tot op heden begroot op € 1.023,00 en te vermeerden met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na betekening van dit vonnis indien en voor zover dit bedrag alsdan niet betaald is.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.D. Rentema en in het openbaar uitgesproken op

16 november 2011.?