Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2011:BU3919

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
08-11-2011
Datum publicatie
10-11-2011
Zaaknummer
11/860300-11, 10/693162-09 (tul), 10/651023-10 (tul)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank vindt dat het bewijs tegen verdachte rechtmatig is verkregen. Verdachte heeft een groot aantal woninginbraken en pogingen daartoe gepleegd en bij een doorzoeking in zijn woning werd een hennepkwekerij aangetroffen. Verdachte is in het verleden veelvuldig veroordeeld voor het plegen van diefstallen. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 4 1/2 jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

parketnummers: 11/860300-11, 10/693162-09 (tul), 10/651023-10 (tul) [Promis]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 8 november 2011

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats en datum] in 1981,

niet als ingezetene ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens,

zonder bekende feitelijke woonplaats in Nederland,

en als verblijfplaats ter terechtzitting opgegeven: [adres],

thans gedetineerd in de PI Krimpen aan den IJssel,

hierna: verdachte.

Raadsvrouw mr. K. Blonk, advocaat te Rotterdam.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 25 oktober 2011, waarbij de officier van justitie, de verdachte en zijn raadsvrouw hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. De rechtbank heeft kennis genomen van de vorderingen van de benadeelde partijen.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

1. op of omstreeks 15 of 16 april 2011heeft ingebroken in een woning aan de [adres 1] te Dordrecht;

2. in of omstreeks de periode van 4 tot en met 9 april 2011 heeft ingebroken in een woning aan de [adres 2] te Dordrecht en aldaar een auto heeft gestolen;

3. op of omstreeks 16 of 17april 201 heeft ingebroken in een woning aan de [adres 3] te Dordrecht;

4. op of omstreeks 24 april 2011 heeft ingebroken in een woning aan de [adres 4] te Dordrecht;

5. in of omstreeks de periode van 8 tot en met 11 april 2011 heeft ingebroken in een woning aan de [adres 5] te Dordrecht;

6. in of omstreeks de periode van 9 tot en met 13 april 2011 heeft geprobeerd in te breken in een woning aan de [adres 6] te Dordrecht;

7. in of omstreeks de periode van 8 tot en met 11 april 2011 heeft ingebroken in een woning aan de [adres 7] te Dordrecht;

8. in of omstreeks de periode van 6 tot en met 8 april 2011 meermalen heeft geprobeerd in te breken in een woning aan de [adres 8] te Dordrecht;

9. in of omstreeks de periode van 22 tot en met 25 april 2011 heeft ingebroken in een woning aan de [adres 9] te Dordrecht;

10. op of omstreeks 5 april 2011 heeft ingebroken in een woning aan de [adres 10] te Hendrik-Ido-Ambacht;

11. in of omstreeks de periode van 22 tot en met 24 april 2011 heeft ingebroken in een woning aan de [adres 11] te Hendrik-Ido-Ambacht;

12. op of omstreeks 26 of 27 april 2011 te Dordrecht hennepplanten heeft gekweekt.

3 De voorvragen

De dagvaarding voldoet aan alle wettelijke eisen en is dus geldig.

De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen. Zij heeft haar standpunt gebaseerd op de volgende feiten en omstandigheden.

Verdachte is op 26 april 2011 staande gehouden als bestuurder van een Fiat Marea met kenteken [KENTEKEN]. In de kofferbak van deze auto trof de politie gereedschap aan, waaronder een breekijzer en een schroevendraaier. Uit forensisch onderzoek is gebleken dat er een match is tussen sporen, aangetroffen bij ten laste gelegde (pogingen tot) woninginbraken en dit breekijzer en/of deze schroevendraaier.

Verdachte is in de periode gelegen tussen 11 april 2011 en 23 april 2011 diverse malen gecontroleerd door de politie. Steeds reed hij in genoemde Fiat Marea. Uit de verklaringen van de getuigen [getuige 1] en [getuige 2] (hierna: [getuige 2]) wordt, aldus de officier van justitie, duidelijk dat genoemde auto weliswaar nooit op naam van verdachte heeft gestaan maar dat verdachte deze auto in gebruik had. Ook getuige [getuige 3] heeft verklaard dat verdachte in genoemde auto reed. De door verdachte ter zitting gegeven verklaring ten aanzien van de eigendom van genoemd gereedschap is strijdig met een eerder door verdachte bij de politie afgelegde verklaring en ongeloofwaardig. Volgens de officier van justitie is bewezen dat genoemd breekijzer en genoemde schroevendraaier gebruikt zijn door verdachte.

Ook zijn er matches tussen bij drie woninginbraken aangetroffen schoensporen en bij een doorzoeking in de toenmalige woning van verdachte aangetroffen schoenen, merk Nike, maat 43. De verklaring van verdachte dat deze schoenen niet van hem zijn, is ongeloofwaardig, bovendien heeft verdachte ter zitting verklaard dat hij schoenmaat 43 heeft. Ook zijn er bij de doorzoeking in de woning van verdachte onder meer een laptoptas met visitekaartjes, een laptop en een fles parfum, merk Hugo Boss, aangetroffen. Deze goederen zijn afkomstig van drie ten laste gelegde woninginbraken. Hetgeen verdachte over de herkomst van deze goederen heeft verklaard, is niet geloofwaardig.

Verder geldt voor de ten laste gelegde (pogingen tot) woninginbraken dat deze in dezelfde tijdsperiode zijn gepleegd waarbij een gelijke werkwijze is toegepast en op plaatsen die dicht bij elkaar gelegen zijn, wat een aanwijzing is dat al deze feiten door dezelfde persoon zijn gepleegd.

Ten aanzien van de tijdens de doorzoeking van de woning van verdachte aangetroffen hennepkwekerij verwijst de officier van justitie naar de rapportage van Ecoloss en de resultaten van de Narcotest. Bovendien heeft verdachte een bekennende verklaring afgelegd.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van alle ten laste gelegde feiten. Zij heeft daartoe het volgende aangevoerd:

Détournement de pouvoir

Het proces-verbaal vermeldt dat verdachte als bestuurder van de Fiat Marea op 26 april 2011 staande is gehouden ter controle op de naleving van de bij of krachtens de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994) gestelde voorschriften. Na genoemde controle is aan verdachte gevraagd of hij toestemming gaf voor een nader onderzoek aan het voertuig. Na verkregen toestemming van verdachte werden een breekijzer en een schroevendraaier in de kofferbak van de auto aangetroffen, waarna verdachte op grond van overtreding van de APV van Dordrecht werd aangehouden. Er is sprake van misbruik van bevoegdheid (détournement de pouvoir) nu de politie een verkeerscontrole heeft gebruikt voor een ander doel dan waarvoor deze is verleend, aldus de verdediging. Verdachte werd namelijk in feite staande gehouden om opsporingshandelingen te verrichten naar aanleiding van het vermoeden dat verdachte betrokken zou zijn bij woninginbraken, zo blijkt wel uit het proces-verbaal van bevindingen. Dit misbruik levert een vormverzuim als bedoeld in artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering op. Daardoor is het verkregen bewijs tegen verdachte, zoals het in de auto aangetroffen gereedschap, als ook de bij de doorzoeking in de woning van verdachte in beslag genomen goederen, zoals de schoenen, merk Nike, de laptoptas met visitekaartjes, de laptop, het parfum, merk Hugo Boss, en de hennepkwekerij, onrechtmatig en dient dit van het bewijs te worden uitgesloten. Bij gebreke van enig ander wettig bewijs is er onvoldoende bewijs om tot een veroordeling te komen, aldus de verdediging.

Breekijzer, schroevendraaier

Volgens de verdediging is niet aangetoond dat het breekijzer en de schroevendraaier in gebruik waren bij verdachte. Dit gereedschap is aangetroffen in een auto waarvan [getuige 2] de eigenaar is. Verdachte heeft toestemming gegeven voor een onderzoek aan de auto. Dat zou hij niet hebben gedaan wanneer hij wist dat er 'inbrekersgereedschap' in de kofferbak lag. Daarbij lag genoemd gereedschap niet in het zicht, maar onder het reservewiel. Daarnaast zijn er geen DNA-, geur- of dactyloscopische sporen van verdachte aangetroffen op het gereedschap. Verdachte heeft verklaard van wie het genoemde gereedschap wellicht kan zijn. Nu het tegendeel niet is gebleken, staat niet vast dat genoemd gereedschap door verdachte is gebruikt.

Schoenen

De in de woning van verdachte aangetroffen schoenen zijn niet onderzocht op DNA-, geur-of andere sporen. Over de mogelijke herkomst van genoemde schoenen heeft verdachte een verklaring afgelegd. Niet gezegd kan worden dat hij daarover leugenachtig heeft verklaard, zodat niet bewezen kan worden dat deze schoenen door verdachte zijn gebruikt.

Schakelbewijs

In de rechtspraak is uitgemaakt dat schakelbewijs mogelijk is, indien de feitelijke gang van zaken van een ten laste gelegd feit op essentiële punten overeenkomt met de feitelijke gang van zaken bij (een) ander(e) ten laste gelegd(e) feit(en). Voorwaarde is dat er voor ten minste één ten laste gelegd feit deugdelijk bewijs aanwezig is. In casu is er bij geen van de ten laste gelegde woninginbraken én een breekijzer- én een schroevendraaierspoor gevonden, waarbij de conclusie luidt dat het spoor "is veroorzaakt" door het onderzochte breekijzer en de onderzochte schroevendraaier. De werkwijze is zo algemeen, dat daaraan geen conclusies mogen worden verbonden. Per ten laste gelegde (poging tot) woninginbraak is er onvoldoende bewijs voor een bewezenverklaring.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

Op grond van de inhoud van de in de voetnoten genoemde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang bezien, gaat de rechtbank uit van de volgende feiten en omstandigheden, die de rechtbank samengevat en zakelijk zal weergeven.

Inleiding

Op 26 april 2011 omstreeks 19.20 uur werd verdachte als bestuurder van een Fiat Marea met kenteken [KENTEKEN] (hierna ook te noemen: Fiat Marea) door de politie staande gehouden ter controle op de naleving van de bij of krachtens de WVW 1994 gestelde voorschriften. Na deze controle, waarbij de agenten een sterke henneplucht roken, vroegen de agenten toestemming om in de auto te kijken. Verdachte gaf hiertoe toestemming. Vervolgens zijn in de kofferbak van de auto een breekijzer en drie schroevendraaiers aangetroffen. Het metaal van een schroevendraaier was licht gebogen. Op het breekijzer ontbrak op sommige plaatsen de rode verf.

De agenten, die verdachte hadden staande gehouden, relateren in hun proces-verbaal van bevindingen d.d. 26 april 2011, nummer PL1810 2011037786-5, dat zij die dag bij aanvang van hun dienst aanwezig geweest waren bij een briefing, waarbij werd besproken dat verdachte een actieve woninginbreker zou zijn, die gebruik maakte van een grijze Fiat Marea, kenteken [KENTEKEN], en in meerdere politieregio's bekend zou zijn met antecedenten op het gebied van diefstal. Ook is tijdens deze briefing opgemerkt dat er de laatste tijd in Dordrecht woninginbraken hadden plaatsgevonden waarbij vermoedelijk een roodkleurige koevoet en een kleine, platte schroevendraaier waren gebruikt.

Na de vondst van het rode breekijzer en de gebogen schroevendraaier is verdachte vervolgens aangehouden ter zake overtreding van artikel 2.44 van de Algemene Plaatselijke Verordening van Dordrecht, het aanwezig hebben van inbrekerswerktuigen.

Door de verdediging is betoogd dat er sprake is van een vormverzuim nu de controlebevoegdheid op grond van de WVW 1994 niet gebruikt mag worden voor een ander doel dan waarvoor die bevoegdheid is verleend.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat er sprake is geweest van een controle op grond van de WVW 1994 en dat verdachte vervolgens toestemming heeft gegeven voor een onderzoek in de auto. De politie heeft dus geen misbruik gemaakt van haar bevoegdheden.

De rechtbank heeft geconstateerd dat de politie verdachte op grond van de WVW 1994 een stopteken heeft gegeven, waarna verdachte is gevraagd naar zijn rijbewijs. Nadat was gebleken dat verdachte geen rijbewijs kon tonen, is hiervan proces-verbaal opgemaakt. De politieambtenaren hebben derhalve hun bevoegdheden op grond van de WVW 1994 gebruikt ter controle van de naleving van de bij of krachtens de WVW 1994 vastgestelde voorschriften. Aan de rechtmatigheid van de uitoefening van deze controlebevoegdheid kan de aan de politieambtenaren verstrekte informatie, dat verdachte wellicht betrokken was bij woninginbraken niets afdoen. Ook indien deze informatie een factor geweest is bij het handelen van de politieambtenaren in kwestie, dan geldt nog steeds dat de controlebevoegdheid niet uitsluitend is gebruikt voor een ander doel dan waarvoor deze is verleend, hetgeen volgens vaste jurisprudentie bepalend is voor détournement de pouvoir in dit soort gevallen. De rechtbank verwerpt dan ook dit verweer.

De in de kofferbak aangetroffen breekijzer (BVH nummer 2011037786, gemerkt met sin-nummer AADU1983NL), (hierna: breekijzer [A]) en schroevendraaier (BVH nummer 2011037786, gemerkt met sin-nummer AADU1981NL) (hierna: schroevendraaier [B]) zijn door de Unit Forensische Opsporing (hierna: UFO) onderzocht.

Uit dit onderzoek bleek dat het breekijzer zeer waarschijnlijk, dan wel zeker was gebruikt bij de inbraken in de woningen:

- [adres 1] te Dordrecht (zie feit 1);

- [adres 3] te Dordrecht (zie feit 3).

Verdachte is vervolgens aangehouden ter zake van verdenking van genoemde woninginbraken.

In een uitgevoerd vergelijkend werktuigenonderzoek dat ziet op de relatie tussen genoemd breekijzer en/of de schroevendraaier en sporen aangetroffen bij drie pogingen tot woninginbraak (zie feiten 6, 8 en 10) en acht woninginbraken (zie feiten 1, 2, 3, 4, 5, 7, 9 en 11) komt de UFO steeds tot een bevestigende conclusie. Hierna zal hier per feit nader op worden ingegaan.

Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij niet wist dat er een breekijzer en schroevendraaiers in de kofferbak van de Fiat Marea lagen, en dat dit gereedschap niet door hem is gebruikt. Volgens verdachte is dit gereedschap van [getuige 2] of van één van diens vrienden, genaamd [naam]. De auto staat op naam van [getuige 2]. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat [getuige 2] en die [naam] vaak in de auto reden en verdachte dan ophaalden. Volgens verdachte reden ook twee vrienden van hem in de Fiat Marea, maar het aangetroffen gereedschap is zeker niet van hen.

De verklaring van verdachte ter zitting is strijdig met zijn verklaring bij de politie op 27 april 2011 (nummer PL1810 2011037786-8). Toen heeft verdachte verklaard dat hij de Fiat Marea had geleend van [getuige 2] en dat hij niet wist wie er nog meer in de auto reden. [getuige 2] zelf heeft bij de politie verklaard dat hij geen rijbewijs heeft, en dat hij de auto op verzoek van verdachte op zijn naam heeft gezet. Volgens [getuige 2] heeft hij nooit in de auto gereden en zat hij voor de laatste keer in de Fiat Marea toen hij met verdachte op 1 februari 2011 naar Rotterdam-Overschie reed om de tenaamstelling van Fiat Marea te wijzigen. [getuige 2] heeft ook tegenover de politie verklaard dat er geen gereedschap van hem in de Fiat Marea ligt. De auto stond voor 1 februari 2011 op naam van de ex-vriendin van verdachte [getuige 1]. Zij heeft tegenover de politie verklaard dat de Fiat Marea in december 2009 is gekocht door verdachte, deze op zijn verzoek op haar naam stond en vooral bij verdachte in gebruik was.

Verder is verdachte in de periode gelegen tussen 11 april 2011 en 23 april 2011 diverse malen gecontroleerd door de politie. Hierbij reed verdachte steeds in de Fiat Marea. Uit BVH-registraties van de regiopolitie Zuid-Holland-Zuid blijkt dat de Fiat Marea geparkeerd is gezien in de directe omgeving van het verblijfadres van verdachte aan de [adres 12] te Dordrecht.

Uit het bovenstaande volgt dat de verklaring van verdachte, dat ook [getuige 2] de Fiat Marea gebruikte, wordt weergesproken door die [getuige 2]. Dat ook [naam] de Fiat Marea zou gebruiken is in strijd met een eerder door verdachte tegenover de politie afgelegde verklaring. Daarbij wordt de verklaring van verdachte niet gesteund door de bevindingen uit meerdere politiecontroles en BVH-registraties. Nu verdachte's verklaring op dit punt verder niet aannemelijk is geworden, acht de rechtbank diens verklaring, dat ook anderen in de auto reden ongeloofwaardig, en gaat de rechtbank ervan uit dat de Fiat Marea na 1 februari 2011 feitelijk in gebruik was bij verdachte, en dat ook het in de Fiat Marea op 26 april 2011 aangetroffen gereedschap aan hem toegeschreven kan worden.

Bij de doorzoeking op 27 april 2011 van de woning waar verdachte vaste verblijfplaats had aan de [adres 12] te Dordrecht zijn onder meer aangetroffen wit/groen/zwarte herenschoenen van het merk Nike, type Air Max, maat 43 (hierna te noemen: de Nikes). In een onderzoek naar de vraag of er een relatie is tussen de Nikes en schoensporen bij drie woninginbraken (zie feiten 2, 7 en 11) komt de UFO bij alle sporen tot een bevestigende conclusie.

Verdachte heeft ter zitting verklaard dat de Nikes niet van hem zijn. Volgens verdachte zijn ze mogelijk van [getuige 2] die heeft geholpen bij het opzetten van de hennepkwekerij in de woning of van twee andere personen, die verdachte niet bij naam wil noemen. Ter zitting heeft verdachte verklaard dat hij schoenmaat 43-44 heeft.

De rechtbank gaat voorbij aan de verklaring van verdachte dat hij niet de eigenaar is van de Nikes. Zij neemt daarbij in aanmerking dat de Nikes zijn aangetroffen in de woning waar verdachte verbleef, ze zijn schoenmaat zijn, en dat op geen enkele wijze aannemelijk is geworden dat de Nikes van een ander zijn.

Bij de doorzoeking van voornoemde woning zijn verder aangetroffen een laptoptas en een laptop merk Compaq Presaria A 900, (hierna te noemen: laptop). In de laptoptas zaten onder meer diverse visitekaartjes van [benadeelde partij 6], [functie en bedrijfsnaam], een demonstratiezakje kipkruiden en een rode pen van dat bedrijf. Deze zaken werden later herkend door de aangever van de inbraak in de woning aan de [adres 5] te Dordrecht (zie feit 5). Op de laptop bleken bij nader onderzoek door de politie e-mailberichten te staan die niet van de verdachte konden zijn. De laptop werd later herkend door de aangever van de inbraak in de woning aan de [adres 7] te Dordrecht (zie feit 7).

Ter zitting heeft verdachte verklaard dat hij de laptoptas medio april 2011 heeft gekregen van [getuige 2]. De laptop heeft hij medio april 2011 gekocht van een vriend van [getuige 2], van wie hij geen verdere gegevens heeft. Volgens verdachte had hij een nieuwe laptop nodig omdat zijn eigen laptop in de eerste week van april 2011 was gestolen. Verdachte heeft verklaard dat hij vanwege de aanwezigheid van een hennepkwekerij in zijn woning hiervan geen aangifte gedaan.

In aanmerking nemend dat de laptoptas en de laptop afkomstig blijken te zijn van woninginbraken, waarbij diverse sporen (breekijzer-, schroevendraaier-, dan wel schoensporen) zijn aangetroffen die in verband kunnen worden gebracht met verdachte, hecht de rechtbank geen waarde aan de vage, en op geen enkele wijze aannemelijk geworden verklaring van verdachte, dat hij deze laptoptas en laptop heeft gekregen respectievelijk heeft gekocht. De rechtbank legt deze verklaring dan ook terzijde.

Opvallende overeenkomsten bij de ten laste gelegde woninginbraken zijn de volgende.

De werkwijze is steeds aldus, dat een klein raam wordt geforceerd middels een breekijzer en een schroevendraaier, waardoor de inbreker zich toegang verschaft tot de woning. Bovendien waren in alle gevallen, op één na, de bewoners niet thuis. Eén bewoonster (zie feit 10) was wel thuis ten tijde van de poging tot inbraak, maar zij was vanwege ziekte de gehele dag voor de poging tot inbraak in huis gebleven zonder de deur van het slot te halen.

Alle ten laste gelegde woninginbraken of pogingen daartoe zijn gepleegd in een relatief korte periode van 4 tot en met 24 april 2011 in de woonplaats van verdachte (Dordrecht) of in één en dezelfde straat in de nabij gelegen gemeente (Hendrik-Ido-Ambacht). Daarbij zijn bij alle inbraken of pogingen daartoe breekijzer-en/of schroevendraaiersporen aangetroffen die ofwel mogelijk, ofwel waarschijnlijk ofwel zeker veroorzaakt zijn door gereedschap dat lag in de auto bij verdachte in gebruik. Ook zijn de zes aangetroffen schoensporen ofwel mogelijk, ofwel waarschijnlijk veroorzaakt door de Nikes, aangetroffen in de woning van verdachte. Tot slot zijn een laptoptas en een laptop, gestolen bij twee verschillende woninginbraken, aangetroffen in de woning van verdachte.

De combinatie en de veelheid van de in de voorgaande alinea opgesomde sporen die onafhankelijk van elkaar leiden naar verdachte, en de samenhang tussen de feiten onderling, maken dat verdachte met alle ten laste gelegde feiten in verband kan worden gebracht. Genoemde sporen gelden steeds voor ieder feit afzonderlijk, waardoor geen sprake is van een situatie zoals door de raadsvrouwe omschreven (onder het kopje schakelbewijs).

Hierna zal de rechtbank per feit steeds nader uiteenzetten waarin naar haar oordeel het wettig en overtuigend bewijs gelegen is.

Feit 1

Op 15 of 16 april 2011 zijn in een woning aan de [adres 1] te Dordrecht wederrechtelijk weggenomen een laptop, meerdere sieraden en serviesdelen en een bloemenmandje. Deze goederen waren eigendom van [benadeelde partij 1]. Het keukenraam stond open. Door de UFO zijn twee afvormingen van werktuigsporen veiliggesteld bij het sporenonderzoek naar aanleiding van deze woninginbraak en gemerkt met sin-nummer AADC9166NL [2] en AADC9165NL [3], onderzocht in relatie tot het breekijzer [A] en de schroevendraaier [B]. De UFO heeft geconcludeerd dat de afgevormde werktuigsporen [2] zijn veroorzaakt met breekijzer [A] en dat het afgevormd indrukspoor [3] zeer waarschijnlijk is veroorzaakt met schroevendraaier [B].

In samenhang met de werkwijze, pleegplaats en pleegdatum, zoals hiervoor is overwogen, is de rechtbank, op grond van de aangetroffen werktuigsporen, die zijn veroorzaakt respectievelijk zeer waarschijnlijk zijn veroorzaakt met het gereedschap dat is gevonden in de auto waarin verdachte reed, van oordeel dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan deze inbraak.

Feit 2

Volgens [benadeelde partij 2] (hierna: aangever) zijn in de periode tussen 4 en 9 april 2011 in een woning aan de [adres 2] te Dordrecht wederrechtelijk weggenomen een televisie, een vaas, een startonderbreker, een modem, een televisiekabel, een sleutelbos,sieraden, een munt en zegels. Deze goederen waren eigendom van aangever. Een raam was ver-, weg- of opengebroken. Door de UFO zijn twee afvormingen van werktuigsporen veiliggesteld bij het sporenonderzoek naar aanleiding van deze woninginbraak en gemerkt met sin-nummer AACJ8412NL [4] en sin-nummer AADU1982NL [5], onderzocht in relatie tot het breekijzer [A] en de schroevendraaier [B]. De UFO heeft geconcludeerd dat de afgevormde werktuigsporen [4] waarschijnlijk zijn veroorzaakt met breekijzer [A].

Door de UFO zijn twee schoenafdruksporen veiliggesteld bij het sporenonderzoek naar aanleiding van deze woninginbraak en wel op de vensterbank van binnenkomst, en gewaarmerkt met 2011030548/AACJ8413NL [2] en 2011030548/AACJ8414NL [3]. Deze sporen zijn onderzocht in relatie tot de Nikes. De Nikes zijn gewaarmerkt 2011024233/AACY9273NL [1]. De UFO heeft geconcludeerd dat de schoensporen [2] en [3] waarschijnlijk zijn veroorzaakt met de schoenen [1].

In samenhang met de werkwijze, pleegplaats en pleegdatum, zoals hiervoor is overwogen, is de rechtbank, op grond van de aangetroffen werktuigsporen, die waarschijnlijk zijn veroorzaakt met het breekijzer dat is gevonden in de auto die verdachte gebruikte, én de schoenafdruksporen die waarschijnlijk zijn veroorzaakt met de Nikes die zijn aangetroffen in de woning waarin verdachte verbleef, van oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan deze inbraak.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte ook de Peugeot 206 heeft gestolen. Omdat deze Peugeot op 6 april 2011 is teruggevonden, acht de rechtbank bewezen dat de woninginbraak in de periode van 4 tot en met 6 april 2011 heeft plaatsgevonden. Verdachte zal dan ook worden vrijgesproken van de diefstal van de Peugeot.

Feit 3

Op 16 of 17 april 2011 zijn in een woning aan de [adres 3] te Dordrecht wederrechtelijk weggenomen sieraden, spaarzegels, cadeaubonnen, een betaalpas en een geldbedrag. Deze goederen waren eigendom van [benadeelde partij 3] en [benadeelde partij 4]. Er was een raam aan de voorzijde van de woning geopend. Door de UFO is één afvorming van werktuigsporen, veiliggesteld bij het sporenonderzoek naar aanleiding van deze woninginbraak en gemerkt met sin-nummer ACJ8443NL[1], onderzocht in relatie tot het breekijzer [A] en de schroevendraaier [B]. De UFO heeft geconcludeerd dat de afgevormde werktuigsporen [1] zeer waarschijnlijk zijn veroorzaakt met breekijzer [A].

In samenhang met de werkwijze, pleegplaats en pleegdatum, zoals hiervoor is overwogen, is de rechtbank, op grond van de aangetroffen werktuigsporen, die zeer waarschijnlijk zijn veroorzaakt door het breekijzer dat is gevonden in de auto waarin verdachte reed, van oordeel dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan deze inbraak.

Feit 4

Volgens de [benadeelde partij 5] (hierna: aangever) zijn op of omstreeks 24 april 2011 in een woning aan de [adres 4] te Dordrecht wederrechtelijk weggenomen een laptop, een Ipad, een lasermouse, geldbedragen en sieraden. Deze goederen waren eigendom van aangever. Er was een erkerraam geforceerd. Door de UFO zijn twee afvormingen van werktuigsporen, veiliggesteld bij het sporenonderzoek naar aanleiding van deze woninginbraak en gemerkt met sin-nummer AACY9667NL[6] en met sin-nummer AADK9022NL[7], onderzocht in relatie tot het breekijzer [A] en de schroevendraaier [B]. De UFO heeft geconcludeerd dat de afgevormde indruksporen [6] mogelijk zijn veroorzaakt met schroevendraaier [B] en dat het afgevormde krasspoor [7] is veroorzaakt door schroevendraaier [B].

In samenhang met de werkwijze, pleegplaats en pleegdatum, zoals hiervoor is overwogen, is de rechtbank, op grond van de aangetroffen werktuigsporen, die zeer waarschijnlijk zijn veroorzaakt door de schroevendraaier die is gevonden in de auto van verdachte, van oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan deze inbraak.

Feit 5

In de periode tussen 8 en 11 april 2011 zijn in een woning aan de [adres 5] te Dordrecht wederrechtelijk weggenomen laptoptassen, een koffer, computers/mediaspelers, een computerbenodigdheid, kantoorartikelen, sieraden en geldbedragen. Deze goederen waren eigendom van [benadeelde partij 6] (hierna: aangever). Er was een klapraam in de keuken geforceerd. Door de UFO zijn twee afvormingen van werktuigsporen, veiliggesteld bij het sporenonderzoek naar aanleiding van deze woninginbraak en gemerkt met sin-nummer AADC9505NL [14] en sin-nummer AADA5011NL [15], onderzocht in relatie tot het breekijzer [A] en de schroevendraaier [B]. De UFO heeft geconcludeerd dat het afgevormde indrukspoor [14- met een breedte van circa 6 mm] mogelijk is veroorzaakt met schroevendraaier [B]en dat het afgevormde indrukspoor [15] waarschijnlijk is veroorzaakt met de beitelzijde van het breekijzer [A].

Bij de doorzoeking van de woning aan de [adres 12] te Dordrecht op 27 april 2011 is onder meer aangetroffen een zwarte laptoptas van het merk Targus met diverse visitekaartjes van [benadeelde partij 6], [functie en bedrijfsnaam], [adres] te Rotterdam. Hierbij zat een demonstratiezakje met kipkruiden en een rode pen met tekst van hetzelfde bedrijf. Op 30 april 2011 werden genoemde goederen door aangever herkend als zijn eigendom.

In samenhang met de werkwijze, pleegplaats en pleegdatum, zoals hiervoor is overwogen, is de rechtbank op grond van de aangetroffen werktuigsporen, die mogelijk respectievelijk waarschijnlijk zijn veroorzaakt door de schroevendraaier en het breekijzer die zijn gevonden in de auto waarin verdachte reed, en bij de inbraak ontvreemde goederen die zijn aangetroffen in de woning waar verdachte verbleef, van oordeel dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan deze inbraak.

Feit 6

[benadeelde partij 7] (hierna: aangever) heeft verklaard dat in de periode tussen 9 en 13 april 2011 is geprobeerd in te breken in zijn woning aan de [adres 6] te Dordrecht. Er is geprobeerd een scharnierraam van de keuken open te breken. Toen dit kennelijk niet lukte is de vaste ruit boven dit scharnierraam vernield. Door de UFO zijn twee afvormingen van werktuigsporen, veiliggesteld bij het sporenonderzoek naar aanleiding van deze poging woninginbraak en gemerkt met sin-nummer AABY9133NL [10] en sin-nummer AABY9132NL [11], onderzocht in relatie tot het breekijzer [A] en de schroevendraaier [B]. De UFO heeft geconcludeerd dat de afgevormde indruksporen [10] zijn veroorzaakt met breekijzer [A] en dat de afgevormde werktuigsporen [11] zijn veroorzaakt met breekijzer [A].

In samenhang met de werkwijze, pleegplaats en pleegdatum, zoals hiervoor is overwogen, is de rechtbank, op grond van de aangetroffen werktuigsporen, die zijn veroorzaakt door het breekijzer dat is gevonden in de auto waarin verdachte reed, van oordeel dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan deze poging tot inbraak.

Feit 7

In de periode tussen 8 en 11 april 2011 zijn in een woning aan de [adres 7] te Dordrecht wederrechtelijk weggenomen laptops, sieraden en een geldbedrag. Deze goederen waren eigendom van aangever [benadeelde partij 8] (hierna: aangever). Het slot van een dichtgekit raampje aan de achterzijde van de woning was geforceerd. Met behulp van een scherp voorwerp was het hout van het raam beschadigd. Ook was het hout waarin zich het slot van de achterdeur bevond kapot. Door de UFO is één afvorming van werktuigsporen, veiliggesteld bij het sporenonderzoek naar aanleiding van deze woninginbraak en gemerkt met sin-nummer AACY9645NL [13], onderzocht in relatie tot het breekijzer [A] en de schroevendraaier [B]. De UFO heeft geconcludeerd dat de afgevormde werktuigsporen [13] mogelijk zijn veroorzaakt met breekijzer [A].

Door de UFO zijn twee schoenafdruksporen veilig gesteld bij het sporenonderzoek naar aanleiding van deze woninginbraak en wel op het aanrechtblad onder het raam van de uitklim, gewaarmerkt met 2011032311/AACY9768NL [4] en op de vloer van de slaapkamer (groot), gewaarmerkt met 2011030548/AACY9769NL [5]. Deze sporen zijn onderzocht in relatie tot de Nikes. De UFO heeft geconcludeerd dat de schoensporen [4] en [5] mogelijk zijn veroorzaakt met de schoenen [1].

Bij de doorzoeking van de woning van verdachte op 27 april 2011 is onder meer aangetroffen een Laptop merk Compaq Presaria A 900. Door het Bureau Digitale Recherche van de UFO werd genoemde laptop nader onderzocht. Tijdens dit onderzoek van de harde schijf bleek dat meerdere e-mailberichten waren weggeschreven in de unallocated clusters van deze harde schijf, die niet van de verdachte konden zijn. Aangever herkende later de laptop als zijn eigendom.

In samenhang met de werkwijze, pleegplaats en pleegdatum, zoals hiervoor is overwogen, is de rechtbank, op grond van de aangetroffen werktuigsporen, die mogelijk zijn veroorzaakt door het breekijzer dat is gevonden in de auto, in gebruik bij verdachte, de schoenafdruksporen die mogelijk zijn veroorzaakt door de Nikes aangetroffen in de woning waar verdachte verbleef en het bij de inbraak ontvreemde goed dat is aangetroffen in diezelfde woning, van oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan deze inbraak.

Feit 8

[benadeelde partij 9] heeft verklaard dat op 6 april 2011 is geprobeerd in te breken in zijn woning aan de [adres 8] te Dordrecht. Er is geprobeerd een raam van het kantoorgedeelte in de woning open te breken. Door de UFO is op 6 april 2011 één afvorming van werktuigsporen, veiliggesteld bij het sporenonderzoek naar aanleiding van deze poging woninginbraak en gemerkt met sin-nummer AADC9503NL [12], onderzocht in relatie tot het breekijzer [A] en de schroevendraaier [B]. De UFO heeft geconcludeerd dat de afgevormde werktuigsporen [10]zijn veroorzaakt met breekijzer [A].

In samenhang met de werkwijze, pleegplaats en pleegdatum, zoals hiervoor is overwogen, is de rechtbank, op grond van de aangetroffen werktuigsporen, die zijn veroorzaakt door het breekijzer dat is gevonden in de auto in gebruik bij verdachte, van oordeel dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan deze poging tot inbraak.

Er heeft volgens aangever een tweede poging tot inbraak in de nacht van 7 op 8 april 2011 plaatsgevonden. Nu niet duidelijk is dat hiervan afzonderlijke werktuigsporen zijn veiliggesteld en onderzocht en andere bewijsmiddelen ontbreken, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen dat verdachte ook deze poging tot woninginbraak heeft gepleegd. Verdachte zal dan ook van dit gedeelte van de tenlastelegging worden vrijgesproken.

Feit 9

In de periode van 22 tot en met 25 april 2011 zijn in een woning aan de [adres 9] te Dordrecht wederrechtelijk weggenomen een laptop, een Ipad, een creditcard van de Bijenkorf, geldbedragen, sieraden en een verzorgingsproduct. Deze goederen waren eigendom van [benadeelde partij 10]. Er was een keukenraam geforceerd. Door de UFO zijn twee afvormingen van werktuigsporen, veiliggesteld bij het sporenonderzoek naar aanleiding van deze woninginbraak en gemerkt met sin-nummer AADK9020NL[8] en met sin-nummer AADK9021NL [9], onderzocht in relatie tot het breekijzer [A] en de schroevendraaier [B]. De UFO heeft geconcludeerd dat het afgevormde krasspoor [8] is veroorzaakt met schroevendraaier [B] en dat de afgevormde werktuigsporen [9] waarschijnlijk zijn veroorzaakt met breekijzer [A].

In samenhang met de werkwijze, pleegplaats en pleegdatum, zoals hiervoor is overwogen, is de rechtbank, op grond van de aangetroffen werktuigsporen, die zijn veroorzaakt door het breekijzer dat is gevonden in de auto waarin verdachte reed, van oordeel dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan deze inbraak.

Feit 10

[benadeelde partij 11] (hierna: aangever) heeft verklaard dat op 5 april 2011 is geprobeerd in te breken in haar woning aan de [adres 10] te Hendrik-Ido-Ambacht. Op die dag is een keukenraam opengebroken. Door de UFO zijn op 6 april 2011 twee afvormingen van werktuigsporen, veiliggesteld bij het sporenonderzoek naar aanleiding van deze poging woninginbraak en gemerkt met sin-nummer AADU1810NL [18] en met sin-nummer AADU1808NL [19] onderzocht in relatie tot het breekijzer [A] en de schroevendraaier [B]. De UFO heeft geconcludeerd dat de afgevormde indruksporen [18]waarschijnlijk zijn veroorzaakt met breekijzer [A] en dat het afgevormde indruksporen [19] mogelijk is veroorzaakt met schroevendraaier [B].

In samenhang met de werkwijze, pleegplaats en pleegdatum, zoals hiervoor is overwogen, is de rechtbank, op grond van de aangetroffen werktuigsporen, die zijn veroorzaakt door het breekijzer respectievelijk mogelijk zijn veroorzaakt door de schroevendraaier, beide gevonden in de auto waarin verdachte reed, van oordeel dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan deze poging tot inbraak.

Feit 11

In de periode tussen 22 en 24 april 2011 zijn in een woning aan de [adres 11] te Hendrik-Ido-Ambacht wederrechtelijk weggenomen kandelaars en een ketting. Deze goederen waren eigendom van [benadeelde partij 12]. De dader had een gat in een raam gemaakt en zo de hendels van een raam kunnen openen. Door de UFO zijn twee afvormingen van werktuigsporen, veiliggesteld bij het sporenonderzoek naar aanleiding van deze woninginbraak en gemerkt met sin-nummer AADC9187NL [16] en sin-nummer AADC9196NL [17], onderzocht in relatie tot het breekijzer [A] en de schroevendraaier [B]. De UFO heeft geconcludeerd dat de afgevormde indruksporen [16]waarschijnlijk zijn veroorzaakt met breekijzer [A] en dat de afgevormde indruksporen [17] mogelijk zijn veroorzaakt met breekijzer [A].

Door de UFO zijn twee schoenafdruksporen veiliggesteld bij het sporenonderzoek naar aanleiding van deze woninginbraak en wel op de waterslag van het raam aan de voorzijde van de woning, respectievelijk de waterslag van het raam op de plaats van binnenkomst, en gewaarmerkt met 2011036925/AADU2503NL [6] en 2011036925/AADU2504NL [7]. Deze sporen zijn onderzocht in relatie tot de Nikes. De UFO heeft geconcludeerd dat de schoensporen [6] en [7] mogelijk zijn veroorzaakt met de schoenen [1].

In samenhang met de werkwijze, pleegplaats en pleegdatum, zoals hiervoor is overwogen, is de rechtbank, op grond van de aangetroffen werktuigsporen, die zijn veroorzaakt respectievelijk mogelijk zijn veroorzaakt door het breekijzer dat is gevonden in de auto van verdachte, en de schoenafdruksporen die mogelijk zijn veroorzaakt door de Nikes aangetroffen in de woning waarin verdachte verbleef, van oordeel dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan deze inbraak.

Feit 12

Bij de doorzoeking van de woning van verdachte aan de [adres 12] te Dordrecht op 27 april 2011 op last van de rechter-commissaris is op de 1e verdieping en de 2e verdieping een in werking zijnde wietplantage aangetroffen. Deze plantage is op 27 april 2011 ontmanteld door Ecoloss Sevices BV, waarbij Ecoloss 296 hennepplanten telde. Door de Unit Forensische Opsporing, is een onderzoek ingesteld naar aanleiding van:

- 3 groene planten afkomstig vanuit de plantage op de zolderverdieping van de woning van verdachte;.

- 3 groene planten vanuit de plantage op de eerste verdieping van de woning van verdachte. De 6 aangeboden planten werden middels de Narcotest Disposakit nr. 8 getest.

De geteste planten reageerden positief op de aanwezigheid van hennep/THC, zijnde een

middel voorkomende op Lijst II van de Opiumwet.

Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij begin maart 2011 deze wietplantage met behulp van anderen heeft ingericht en vervolgens de plantjes heeft verzorgd.

Op grond van bovenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 26 en 27 april 2011 in Dordrecht een hoeveelheid van 296 hennepplanten aanwezig heeft gehad.

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

op 15 april 2011 of 16 april 2011 te Dordrecht

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in een woning, gelegen

aan de [adres 1] heeft weggenomen een laptop en/ meerdere

sieraden en serviesdelen eneen bloemenmandje ,

toebehorende aan [benadeelde partij 1], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft

door

middel van braak;

2.

in de periode van 04 april 2011 tot en met 06april 2011 te

Dordrecht

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in een woning, gelegen

aan de [adres 2] heeft weggenomen een televisie en een vaas en een

startonderbreker en een modem en een televisiekabel en een

sleutelbos en meerdere sieraden eneen munt en zegels,

toebehorende aan [benadeelde partij 2] of UPC, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft

door

middel van braak;

3.

op 16 april 2011 of 17 april 2011 te Dordrecht

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in een woning gelegen aan

de [adres 3] heeft weggenomen sieraden en

spaarzegels en (cadeau)bonnen eneen (betaal)pas en

een geldbedrag,

toebehorende aan [benadeelde partij 3] en [benadeelde partij 4], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft

door

middel van braak;

4.

op of omstreeks24 april 2011 te Dordrecht

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening ineen woning, gelegen

aan de [adres 4] heeft weggenomen een laptop eneen Ipad en een

lasermouse en meerdere geldbedragen en sieraden,

toebehorende aan [benadeelde partij 5],

waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft

door

middel van braak;

5.

in de periode van 08 april 2011 tot en met 11 april 2011 te

Dordrecht

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in een woning, gelegen

aan de [adres 5] heeft weggenomen (laptop)tassen, een

koffer encomputers/mediaspelers eneen computerbenodigdheid,en kantoorartikelen ensieradenengeldbedragen,

toebehorende aan [benadeelde partij 6],

waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft

door

middel van braak;

6.

in de periode van 09 april 2011 tot en met 13 april 2011 te

Dordrecht

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk

van wederrechtelijke toe-eigening ineen woning, gelegen aan de

[adres 6] weg te nemen een of meerdere goed(eren)/geldbedrag(en),

geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 7],

en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen door middel van

braak,

met dat oogmerk meerdere ramen (met behulp van een of meerdere

breekvoorwerp(en)) heeft geforceerd,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

7.

in de periode van 08 april 2011 tot en met 11 april 2011 te

Dordrecht

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening ineen woning, gelegen

aan de [adres 7] heeft weggenomen laptops en sieraden en een geldbedrag, toebehorende aan [benadeelde partij 8],

waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft

door

middel van braak;

8.

op 06 april

2011 te Dordrecht

ter uitvoering van het door verdachte

voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

in een woning gelegen aan de [adres 8] weg te nemen

goed(eren)/geldbedrag(en),

geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 9]en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen door middel van braak,

met dat oogmerk een raam (met behulp van een of meerdere

breekvoorwerp(en)) heeft geforceerd,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

9.

in de periode van 22 april 2011 tot en met 25 april 2011 te

Dordrecht

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening ineen woning, gelegen

aan de [adres 9] heeft weggenomen een laptop en een Ipad en een

(Bijenkorf) Visacard en geldbedragenensieraden

en verzorgingsprodukten, toebehorende aan [benadeelde partij 10], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft

door

middel van braak;

10.

op 05 april 2011 te Hendrik-Ido-Ambacht

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk

van wederrechtelijke toe-eigening ineen woning, gelegen aan de Gerrit

Hendrixlaan 24 weg te nemen goed(eren)/geldbedrag(en),

toebehorende aan [benadeelde partij 11], en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen door middel van braak,

met dat oogmerk een raam (met behulp van een of meerdere breekvoorwerp(en))

heeft geforceerd,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

11.

in de periode van 22 april 2011 tot en met 24 april 2011 te

Hendrik-Ido-Ambacht

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening ineen woning, gelegen

aan de [adres 11] heeft weggenomen een ketting en

meerdere kandelaars, toebehorende aan [benadeelde partij 12], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft

door

middel van braak;

12.

op 26 april 2011 en 27 april 2011 te Dordrecht

opzettelijk aanwezig heeft gehad,

een hoeveelheid van ongeveer 296 hennepplanten,

zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de bewezen verklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

1. + 2. + 3. + 4. + 5. + 7. + 9. + 11. (telkens)

DIEFSTAL, WAARBIJ DE SCHULDIGE ZICH TOEGANG TOT DE PLAATS VAN HET MISDRIJF HEEFT VERSCHAFT DOOR MIDDEL VAN BRAAK;

6. + 8. + 10. (telkens)

POGING TOT DIEFSTAL, WAARBIJ DE SCHULDIGE ZICH TOEGANG TOT DE PLAATS VAN HET MISDRIJF HEEFT VERSCHAFT DOOR MIDDEL VAN BRAAK;

12.

OPZETTELIJK HANDELEN IN STRIJD MET EEN IN ARTIKEL 3 ONDER B VAN DE OPIUMWET GEGEVEN VERBOD.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7 De strafoplegging

7.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

7.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft geen strafmaatverweer gevoerd.

7.3 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een groot aantal, namelijk acht, woninginbraken en een drietal pogingen daartoe.

Woninginbraken leiden tot veel onrust en ergernis in de samenleving, doordat eigendommen van slachtoffers worden vermist en doordat er veel geregeld moet worden na een inbraak. Bovendien wordt door een woninginbraak op een zeer ernstige manier inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer en het gevoel van veiligheid van de slachtoffers. Vaak ontstaat door een woninginbraak angst om in de woning te verblijven, vooral 's nachts. Het duurt soms maanden voordat slachtoffers deze angst te boven zijn. Dit geldt temeer voor degene die op het moment van een van de pogingen als bewoner thuis aanwezig was. Verdachte heeft bij deze ernstige gevolgen kennelijk niet stilgestaan en was enkel uit op zijn eigen geldelijke gewin. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan.

Ook heeft verdachte een hennepkwekerij in de door hem in gebruik zijnde woning aanwezig gehad. Het spreekt voor zich dat het kweken van een softdrug als hennep een strafbaar feit is dat overlast en schade voor de maatschappij kan veroorzaken. Ook hierbij lijkt verdachte zich alleen te hebben laten leiden door zijn eigen geldelijke gewin.

De rechtbank neemt het verdachte kwalijk dat hij van geen enkel geen enkel inzicht in zijn handelen blijk heeft gegeven. Hij heeft in plaats daarvan tijdens het onderzoek ter zitting het ene na het andere verhaal opgehangen. Dit bevestigt het beeld dat uit de gepleegde misdrijven naar voren komt, namelijk van een calculerende man, die er slechts op uit is voordeel voor zichzelf te behalen.

Volgens het uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister d.d. 21 september 2011 is verdachte veelvuldig eerder veroordeeld voor het plegen van soortgelijke feiten. Bovendien waren er nog twee proeftijden gaande ten tijde van het plegen van deze feiten, hetgeen hem er kennelijk niet van heeft kunnen weerhouden opnieuw fors de fout in te gaan.

Voor wat betreft de persoon van verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden heeft de rechtbank verder acht geslagen op de rapportage van Reclassering Nederland d.d. 11 juli 2011. Uit die rapportage blijkt dat het recidiverisico als hoog wordt ingeschat zolang verdachte niet is behandeld voor zijn antisociale persoonlijkheidsstoornis. Geadviseerd wordt een (gedeeltelijk) voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, met als bijzondere voorwaarde een meldingsgebod en deelname aan een behandelverplichting.

Volgens de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg van de Voorzitters van de Strafsectoren van rechtbanken en gerechtshoven (hierna: LOVS) wordt bij recidive voor een woninginbraak als uitgangspunt een gevangenisstraf van vijf maanden gehanteerd. Voor een poging daartoe wordt dit met een derde verminderd. De rechtbank ziet geen aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken. Daarbij overweegt zij dat de onder 10 bewezen verklaarde poging een hogere mate van ernst heeft, gelet op de aanwezigheid van de bewoonster thuis. De rechtbank zal hierbij aansluiting zoeken bij de strafmaat van een voltooide inbraak.

Voor het aanwezig hebben van een hennepkwekerij wordt, nu ook hier sprake is van recidive, in de regel als uitgangspunt een gevangenisstraf van twee maanden gehanteerd.

Alles bij elkaar genomen is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf van 4 jaar en 6 maanden een passende en gerechtvaardigde reactie vormt op de ernst en de gevolgen van de door verdachte gepleegde feiten. Zij zal die straf dan ook opleggen.

Reeds omdat de wet dit bij de duur van deze straf niet toestaat, komt de rechtbank er niet aan toe een deel van die straf voorwaardelijk op te leggen.

8 Het beslag

8.1 De bewaring ten behoeve van de rechthebbende

De rechtbank zal de bewaring ten behoeve van de rechthebbende gelasten van de in beslag genomen voorwerpen:

- het navigatiesysteem, Mio N254, registratienummer: BUHO3MO2030;

- 111 AH-spaarzegels in een oranje envelop, kleur blauw;

- 7 volle boekjes met PLUS-zegels, kleur paars;

aangezien niemand als rechthebbende kan worden aangemerkt.

9 De benadeelde partijen

9.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot integrale toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2].

De vordering van benadeelde partijen [benadeelde partij 3] en [benadeelde partij 4] dient, voor wat betreft de immateriële schade, te worden toegewezen. Nu niet duidelijk is welk bedrag van de materiële schade door de verzekering is of zal worden vergoed, dient de benadeelde partij in dit deel van de vordering niet ontvankelijk te worden verklaard.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 7], met uitzondering van de gevorderde reiskosten.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot integrale toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 8], nu het grootste deel van de materiële schade door een expert is begroot en voor het overige reëel is, hetgeen ook geldt voor de gevorderde vergoeding van immateriële schade.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot integrale toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 11].

De benadeelde partij [benadeelde partij 12] heeft alsnog afgezien van de door haar ingediende vordering. Deze vordering wordt daarom als ingetrokken beschouwd.

Met betrekking tot alle toe te wijzen vorderingen, heeft de officier van justitie geconcludeerd tot toewijzing van de wettelijke rente,voor zover gevorderd,met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

9.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2] moet worden afgewezen nu de vordering geen rechtstreekse schade betreft. De vordering van de benadeelde partijen [benadeelde partij 3] en De [benadeelde partij 4] moeten volgens de verdediging voor betreft de materiële schade wegens onvoldoende onderbouwing niet-ontvankelijk worden verklaard. Voor wat betreft de immateriële schade heeft de verdediging geen opmerkingen. De verdediging meent dat van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 7] de reiskosten niet dienen te worden toegewezen, nu dit geen schade is. Met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 8] stelt de verdediging zich op het standpunt dat deze onvoldoende is onderbouwd nu bonnen ontbreken en de schatting grof is. Deze vordering dient volgens de verdediging te worden afgewezen. Ten aanzien van de vordering van [benadeelde partij 11] heeft de verdediging geen opmerking.

9.3 Het oordeel van de rechtbank

Vordering benadeelde partij [benadeelde partij 2]

Benadeelde partij [benadeelde partij 2] vordert de vergoeding van materiële schade ad € 75,65 voor feit 2. Deze vordering bestaat uit de aanschaf van een alarminstallatie.

De rechtbank is van oordeel dat de gevorderde schade geen rechtstreeks gevolg is van het bewezen verklaarde feit en dat de benadeelde partij daarom niet ontvankelijk is.

Vordering van benadeelde partijen [benadeelde partij 4] en [benadeelde partij 3] (feit 3)

Benadeelde partijen [benadeelde partij 4] en [benadeelde partij 3] vorderen ieder een vergoeding van immateriële schade ten bedrage van € 225,00. Benadeelde partij [benadeelde partij 3] vordert daarnaast een vergoeding van materiële schade ten bedrage van € 6.270,00 ter zake van gestolen sieraden en geldopnames middels de gestolen Bijenkorfpas.

De rechtbank is van oordeel dat de gevorderde immateriële schade een rechtstreeks gevolg is van het bewezen verklaarde feit en dat de vorderingen ten aanzien hiervan voldoende is onderbouwd. Verdachte is hiervoor aansprakelijk. De rechtbank zal dan ook een bedrag van twee maal € 225,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 april 2011, toewijzen.

Voor het overige acht de rechtbank [benadeelde partij 3] niet-ontvankelijk in zijn vordering, omdat de behandeling van de vordering zonder dat deze onderbouwd is met nota's een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De rechtbank zal de benadeelde partij [benadeelde partij 3] voor dit deel van de vordering niet-ontvankelijk te verklaren. Voor dit deel zal de rechtbank bepalen dat [benadeelde partij 3] zijn vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Vordering benadeelde partij [benadeelde partij 7] (feit 6)

Benadeelde partij [benadeelde partij 7] vordert een vergoeding van materiële schade van € 798,40 en een vergoeding van immateriële schade van € 250,00. De vordering ter zake van de materiële schade bestaat uit gemaakte reiskosten ten bedrage van € 576,00 en een vergoeding tijdsverlet ten bedrage van € 272,40.

De rechtbank is van oordeel dat de gevorderde schade met betrekking tot de immateriële schade en de vergoeding voor het tijdsverlet een rechtstreeks gevolg is van het bewezen verklaarde feit en dat de vordering ten aanzien hiervan voldoende is onderbouwd. Verdachte is hiervoor aansprakelijk. De rechtbank zal dan ook een bedrag van € 522,40 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 13 april 2011toewijzen.

Voor het overige zal de rechtbank de vordering van de benadeelde partij afwijzen, omdat de reiskosten van een vakantiereis worden gevorderd, welke kosten naar inschatting van de rechtbank anders ook hadden moeten worden gemaakt.

Vordering benadeelde partij [benadeelde partij 8] (feit 7)

Benadeelde partij [benadeelde partij 8] vordert een vergoeding van materiële schade van € 7.273,00 en een vergoeding van immateriële schade van € 300,00. De vordering ter zake van de materiële schade bestaat uit audiovisuele apparatuur, lijfsieraden, een geldbedrag, verzamelingen en schade aan het kozijn.

De rechtbank is van oordeel dat de vordering met betrekking tot de materiële schade voor zover deze is opgenomen in het overgelegde expertiserapport voldoende is onderbouwd. De vordering is tot dat bedrag voldoende aannemelijk gemaakt en is een rechtstreeks gevolg van het bewezen verklaarde feit. De dader is hiervoor aansprakelijk. De rechtbank zal dan ook dit deel van de vordering tot een bedrag van € 7.138,80, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 11 april 2011, toewijzen.

De rechtbank is van oordeel dat de gevorderde schade met betrekking tot de immateriële schade voldoende is onderbouwd. De vordering is tot dat bedrag voldoende aannemelijk gemaakt en is een rechtstreeks gevolg van het bewezen verklaarde feit. De dader is hiervoor aansprakelijk. De rechtbank zal dan ook dit deel van de vordering te weten € 300,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 11 april 2011, toewijzen.

Voor het overige acht de rechtbank de benadeelde partij niet ontvankelijk in haar vordering. Verder onderzoek zou onevenredig belastend zijn voor het strafproces. Voor dat deel kan de benadeelde partij haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Vordering benadeelde partij [benadeelde partij 11] (feit 10)

Benadeelde partij [benadeelde partij 11] vordert een vergoeding van immateriële schade van € 225,00.

De rechtbank is van oordeel dat de gevorderde schade een rechtstreeks gevolg is van het bewezen verklaarde feit en dat de vordering ten aanzien hiervan voldoende is onderbouwd. Verdachte is hiervoor aansprakelijk. De rechtbank zal dan ook een bedrag van € 225,00 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 april 2011 toewijzen.

Met betrekking tot de toe te wijzen vorderingen zal de rechtbank telkens tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

Vordering benadeelde partij [benadeelde partij 12] (feit 11)

Nu benadeelde partij [benadeelde partij 12] zijn vordering niet heeft gehandhaafd nu de verzekering alle schade heeft vergoed, behoeft deze vordering geen verdere bespreking. De rechtbank beschouwt de vordering als ingetrokken.

10 De vorderingen na voorwaardelijke veroordeling

De officier van justitie heeft gevorderd dat de voorwaardelijke straf van drie maanden die aan verdachte is opgelegd bij vonnis van de politierechter te Rotterdam d.d. 17 februari 2010 onder parketnummer 10/693162-09 ten uitvoer zal worden gelegd.

De officier van justitie heeft gevorderd dat de voorwaardelijke straf van één maand die aan verdachte is opgelegd bij vonnis van de politierechter te Rotterdam d.d. 26 mei 2011 onder parketnummer 10/651023-10 ten uitvoer zal worden gelegd.

De verdediging heeft geen verweer gevoerd tegen deze vorderingen.

De rechtbank stelt vast dat verdachte zich voor het einde van beide proeftijden schuldig heeft gemaakt aan nieuwe strafbare feiten en daarmee telkens de algemene voorwaarde heeft overtreden. Gelet hierop zullen de vorderingen tot tenuitvoerlegging worden toegewezen.

11 De wettelijke voorschriften

De opgelegde straf en maatregelen berusten op de artikelen 36f, 45, 57 en 311 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

12 De beslissing

De rechtbank:

- verklaart het ten laste gelegde bewezen op de wijze als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

- verklaart dat het bewezen verklaarde de onder 5 vermelde strafbare feiten oplevert;

- verklaart verdachte strafbaar;

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 4 (vier) jaren en 6 (zes) maanden;

- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

- gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van de in beslag genomen voorwerpen, te weten:

- het navigatiesysteem, Mio N254, registratienummer: BUHO3MO2030 (PL1810-2011037786-107148);

- 111 AH-spaarzegels in een oranje envelop, kleur blauw (PL1860-2011034233-107263);

- 7 volle boekjes met PLUS-zegels, kleur paars (PL1860-2011034233-107266);

Benadeelde partij [benadeelde partij 2]

- verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 2] niet ontvankelijk in de vordering;

- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van verdachte, tot op heden begroot op nihil;

Benadeelde partijen [benadeelde partij 4] en [benadeelde partij 3]

-veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde partij 4], wonende aan de [adres 3], [te] Dordrecht, van € 225,00 ter zake van vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 17 april 2011 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij [benadeelde partij 4] tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 4], wonende aan de [adres 3], [te] Dordrecht, € 225,00 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 april 2011 tot aan de dag der algehele voldoening, bij niet betaling te vervangen door 4 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij [benadeelde partij 4] vervalt en omgekeerd;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde partij 3], wonende aan de [adres 3], [te] Dordrecht, van € 225,00 ter zake van vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 17 april 2011 tot aan de dag der algehele voldoening;

- verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 3] in het overige gedeelte van de vordering niet ontvankelijk en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij [benadeelde partij 3] ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 3], wonende aan de [adres 3], [te] Dordrecht, € 225,00 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 april 2011 tot aan de dag der algehele voldoening, bij niet betaling te vervangen door 4 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij [benadeelde partij 3] vervalt en omgekeerd;

Benadeelde partij [benadeelde partij 7]

-veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde partij 7], wonende aan de [adres 6], [te] Dordrecht, van € 272,40 ter zake van vergoeding van materiële schade en € 250,00 ter zake van vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 13 april 2011 tot aan de dag der algehele voldoening;

- bepaalt dat het overige gedeelte van de vordering van benadeelde partij [benadeelde partij 7] wordt afgewezen;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij [benadeelde partij 7] ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 7], wonende aan de [adres 6], [te] Dordrecht, € 522,40 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 13 april 2011 tot aan de dag der algehele voldoening, bij niet betaling te vervangen door 10 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij [benadeelde partij 7] vervalt en omgekeerd;

Benadeelde partij [benadeelde partij 8]

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde partij 8], wonende aan de [adres 7], [te] Dordrecht, van € 7.138,80 ter zake van vergoeding van materiële schade en € 300,00 ter zake van vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 11 april 2011 tot aan de dag der algehele voldoening;

- verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 8] in het overige gedeelte van de vordering niet ontvankelijk en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij [benadeelde partij 8] tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 8], wonende aan de [adres 7], [te] Dordrecht, € 7.438,80 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 11 april 2011 tot aan de dag der algehele voldoening, bij niet betaling te vervangen door 72 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij [benadeelde partij 8] vervalt en omgekeerd;

Benadeelde partij [benadeelde partij 11]

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde partij 11], wonende aan de [adres 10], [te] Hendrik-Ido-Ambacht, van € 225,00 ter zake van vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 5 april 2011 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij [benadeelde partij 11] tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 11], wonende aan de [adres 10], [te] Hendrik-Ido-Ambacht, € 225,00 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 april 2011 tot aan de dag der algehele voldoening, bij niet betaling te vervangen door 4 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij [benadeelde partij 11] vervalt en omgekeerd;

Vordering tenuitvoerlegging parketnummer 10/693162-09

- gelast dat de voorwaardelijke straf die bij vonnis d.d. 17 februari 2010 is opgelegd in de zaak onder parketnummer 10/693162-09 ten uitvoer zal worden gelegd, te weten een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden;

Vordering tenuitvoerlegging parketnummer 10/651023-10

- gelast dat de voorwaardelijke straf die bij vonnis d.d. 26 mei 2011 is opgelegd in de zaak onder parketnummer 10/651023-10 ten uitvoer zal worden gelegd, te weten een gevangenisstraf voor de duur van 1 (een) maand.

Dit vonnis is gewezen door mr. L.C. van Walree, voorzitter, mr. H.C.A. de Groot en mr. F. van Laanen, rechters, in tegenwoordigheid van D.J. Boogert, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 november 2011.

Mr. F. van Laanen is door afwezigheid buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

1.

hij op of omstreeks 15 april 2011 en/of 16 april 2011 te Dordrecht

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning, gelegen

aan [adres 1] heeft weggenomen een laptop en/of een of meerdere

siera(a)d(en) en/of serviesde(e)l(en) en/of een bloemenmandje en/of cosmetica,

in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 1], in elk geval aan een ander

of anderen dan aan verdachte,

waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft

en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door

middel van braak, verbreking en/of inklimming;

2.

hij in of omstreeks de periode van 04 april 2011 tot en met 09 april 2011 te

Dordrecht

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning, gelegen

aan de [adres 2] heeft weggenomen een televisie en/of een vaas en/of een

startonderbreker en/of een modem en/of een (televisie)kabel en/of een

sleutelbos en/of een of meerdere siera(a)d(en) en/of munt(en) en/of zegel(s),

in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 2] en/of UPC, in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte,

waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft

en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door

middel van braak, verbreking en/of inklimming;

en/of

hij in of omstreeks de periode van 04 april 2011 tot en met 09 april 2011 te

Dordrecht

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een

personenauto (Peugeot 206), in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 2], in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte,

waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft

en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door

middel van een valse sleutel, te weten een sleutel waarvan hij, verdachte,

niet de rechtematige eigenaar en/of gebruiker was;

3.

hij op of omstreeks 16 april 2011 en/of 17 april 2011 te Dordrecht

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning gelegen aan

de [adres 3] heeft weggenomen een of meerdere siera(a)d(en) en/of

spaarzegel(s) en/of (cadeau)bon(nen) en/of (bank/betaal/klanten)pas(sen) en/of

een geldbedrag, in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 3] en/of [benadeelde partij 4], in elk geval

aan een ander of anderen dan aan verdachte,

waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft

en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door

middel van braak, verbreking en/of inklimming;

4.

hij op of omstreeks 24 april 2011 te Dordrecht

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning, gelegen

aan de [adres 4] heeft weggenomen een laptop en/of een Ipad en/of een

lasermouse en/of een of meerdere geldbedrag(en) en/of siera(a)d(en), in elk

geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 5], in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte,

waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft

en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door

middel van braak, verbreking en/of inklimming;

5.

hij in of omstreeks de periode van 08 april 2011 tot en met 11 april 2011 te

Dordrecht

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning, gelegen

aan de [adres 5] heeft weggenomen een of meerdere (laptop)tas(sen)/

koffer(s) en/of computer(s)/mediaspeler(s) en/of computerbenodigdhe(i)d(en)

en/of kantoorartikel(en) en/of siera(a)d(en) en/of geldbedrag(en), in elk

geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 6], in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte,

waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft

en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door

middel van braak, verbreking en/of inklimming;

6.

hij in of omstreeks de periode van 09 april 2011 tot en met 13 april 2011 te

Dordrecht

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk

van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning, gelegen aan de

[adres 6] weg te nemen een of meerderen goed(eren)/geldbedrag(en),

geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 7], in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte

en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en/of die/dat weg te

nemen goed(eren)/geldbedrag(en) onder zijn bereik te brengen door middel van

braak, verbreking en/of inklimming,

met dat oogmerk een of meerdere ra(a)m(en) (met behulp van een of meerdere

breekvoorwerp(en)) heeft geforceerd,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

7.

hij in of omstreeks de periode van 08 april 2011 tot en met 11 april 2011 te

Dordrecht

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning, gelegen

aan de [adres 7] heeft weggenomen een of meerder laptop(s)/

computer(s) en/of siera(a)d(en) en/of een geldbedrag, in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 8], in elk geval aan een ander

of anderen dan aan verdachte,

waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft

en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door

middel van braak, verbreking en/of inklimming;

8.

hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 06 april

2011 tot en met 08 april 2011 te Dordrecht

meermalen, althans eenmaal, (telkens) ter uitvoering van het door verdachte

voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

in/uit een woning gelegen aan de [adres 8] weg te nemen

goed(eren)/geldbedrag(en),

(telkens) geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 9], in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte

en zich daarbij (telkens) de toegang tot die woning te verschaffen en/of

die/dat weg te nemen goed(eren)/geldbedrag(en) onder zijn bereik te brengen

door middel van braak, verbreking en/of inklimming,

met dat oogmerk een of meerdere ra(a)m(en) (met behulp van een of meerdere

breekvoorwerp(en)) heeft geforceerd,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf (telkens) niet is voltooid;

9.

hij in of omstreeks de periode van 22 april 2011 tot en met 25 april 2011 te

Dordrecht

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning, gelegen

aan de [adres 9] heeft weggenomen een laptop en/of een Ipad en/of een

(Beijenkorf) Visacard en/of een of meerdere geldbedrag(en) en/of siera(a)d(en)

en/of verzorgingsprodukt(en), in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 10], in elk geval aan een ander

of anderen dan aan verdachte,

waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft

en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door

middel van braak, verbreking en/of inklimming;

10.

hij op of omstreeks 05 april 2011 te Hendrik-Ido-Ambacht

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk

van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning, gelegen aan de [adres 10] weg te nemen goed(eren)/geldbedrag(en),

geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 11], in elk geval aan een ander

of anderen dan aan verdachte

en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en/of die/dat weg te

nemen goed(eren)/geldbedrag(en) onder zijn bereik te brengen door middel van

braak, verbreking en/of inklimming,

met dat oogmerk een raam (met behulp van een of meerdere breekvoorwerp(en))

heeft geforceerd,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

11.

hij in of omstreeks de periode van 22 april 2011 tot en met 24 april 2011 te

Hendrik-Ido-Ambacht

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning, gelegen

aan de [adres 11] heeft weggenomen een ketting en/of een of

meerdere kandelaar(s), in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 12], in elk geval aan een ander

of anderen dan aan verdachte,

waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft

en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door

middel van braak, verbreking en/of inklimming;

12.

hij op of omstreeks 26 april 2011 en/of 27 april 2011 te Dordrecht

opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval

opzettelijk aanwezig heeft gehad,

een hoeveelheid van ongeveer 296 hennepplanten, in elk geval een hoeveelheid

van meer dan 30 gram hennep,

zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;

Parketnummer: 11/860300-11

Vonnis d.d. 8 november 2011