Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2011:BT7284

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
11-10-2011
Datum publicatie
11-10-2011
Zaaknummer
11/860243-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Dordrecht heeft bewezen verklaard dat verdachte heeft geprobeerd een AC Restaurant in Hendrik-Ido-Ambacht te beroven. De verdediging heeft betoogd dat verdachte niet de bedoeling had om dit te doen. Bovendien zou hij door gebruik van cocaïne en alcohol en door slaapgebrek niet in staat zijn geweest de beroving te plegen. De rechtbank heeft het verweer van de verdediging verworpen en verdachte veroordeeld tot een gedeeltelijk voorwaardelijke gevangenisstraf en een werkstraf. Ook moet verdachte een behandeling ondergaan en dient hij de schade van het slachtoffer te vergoeden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 11/860243-11 [Promis]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 11 oktober 2011

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [plaats en datum] [in] 1970,

wonende te [adres en woonplaats],

hierna: verdachte.

Raadsman mr. G.J. van Oosten, advocaat te Amsterdam.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzittingen van 7 juli 2011 en 27 september 2011, waarbij de officier van justitie mr. S. Polderman, de verdachte en zijn raadsman hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de benadeelde partij.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is ter terechtzitting van 27 september 2011 overeenkomstig de vordering van de officier van justitie gewijzigd. De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage 1 aan dit vonnis gehecht en maakt hiervan deel uit. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

primair: op 28 maart 2011 te Hendrik-Ido-Ambacht heeft geprobeerd door geweld en bedreiging met geweld [aangever] te dwingen een geldbedrag af te geven en een geldbedrag van die [aangever] te stelen, althans

subsidiair: op 28 maart 2011 te Hendrik-Ido-Ambacht [aangever] opzettelijk heeft mishandeld, waardoor deze pijn en letsel heeft bekomen.

3 De voorvragen

De dagvaarding voldoet aan alle wettelijke eisen en is dus geldig.

De rechtbank is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen. Zij baseert zich daarbij op:

- de aangifte en de verklaringen van [aangever], bij de politie en de rechter-commissaris;

- de FARR Medische Informatie/Letselbeschrijving;

- een proces-verbaal van bevindingen (melding overval);

- een proces-verbaal van bevindingen (bewakingsbeelden Shell station);

- een proces-verbaal van bevindingen (aanhouding verdachte);

- de verklaringen van getuige [getuige 1], bij de politie en de rechter-commissaris;

- de verklaringen van getuige [getuige 2], bij de politie en de rechter-commissaris;

- de verklaring van getuige [getuige 3];

- de verklaringen van getuige [getuige 4], bij de politie en de rechter-commissaris;

- de verklaringen van getuige [getuige 5], bij de politie en de rechter-commissaris;

- de verklaringen van getuige [getuige 6], bij de politie en de rechter-commissaris;

- de verklaring van getuige [getuige 7].

- de verklaringen van verdachte.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft betoogd dat verdachte van het primair ten laste gelegde (beide varianten) dient te worden vrijgesproken. Verdachte beoogde noch een overval, noch een diefstal te plegen. Hij was daartoe door cocaïne, alcohol en slaapgebrek niet in staat. De rechtbank begrijpt dat de verdediging zich op het standpunt stelt dat ten aanzien van het subsidiair ten laste gelegde een bewezenverklaring kan volgen.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

Op 28 maart 2011 heeft de Regionale Meldkamer van de politie Zuid-Holland-Zuid een melding ontvangen, inhoudende dat in het AC Restaurant aan de Rijksweg A16 te Hendrik-Ido-Ambacht iemand door het lint was gegaan. Tevens kwam bij de alarmcentrale een overvalalarm binnen. In het restaurant trof de politie de assistent-manager, [aangever] (hierna: aangever), aan. Aangever verklaarde dat hij om 20.45 uur van een medewerkster had gehoord dat er een man bij de kassa stond en dat zij het niet vertrouwde. Aangever is naar de man toegelopen. Aangever zag dat de kassa verplaatst was. Op zijn vraag of er een probleem was, gaf de man geen antwoord. Hij begon direct heel hard te schelden. De man vroeg aangever op dwingende toon: "Geld, geld of anders...". De man trapte en schopte in de richting van aangever. Hij bleef vragen om geld. Hij gooide meerdere messen en vorken in de richting van aangever. Ook schopte hij aangever met een karatetrap. Aangever voelde dat de trappen in zijn zij en op zijn rug terechtkwamen. De man raakte de rechterarm van aangever meerdere keren met een trap met zijn schoen. De man bleef op dwingende toon roepen om geld. Hij pakte manden waarin fruit, mayonaise en appelmoescups lagen en gooide de gevulde manden in de richting van aangever. Hij bleef roepen: "Hier met dat geld, hier ermee". Vervolgens liep de man het restaurant uit.

Aangever heeft voorts verklaard dat de man hem een klap op zijn lippen heeft gegeven.

Getuige [getuige 1] (hierna: [getuige 1]) heeft verklaard dat zij om 20.40 uur een man het restaurant zag binnenkomen. De man liep direct in de richting van de kassa. Zij zag en hoorde dat de man hard tegen de zijkant van de kassa sloeg. [getuige 1] had de indruk dat de man de kassa open wilde hebben. Zij heeft aangever erbij gehaald. [getuige 1] zag en hoorde dat de man zich agressief opstelde en aangever aanviel. Zij hoorde de man roepen dat hij het geld uit de kassa wilde hebben. [getuige 1] heeft voorts verklaard dat, toen zij aangever haalde, de man aan de "foute kant" van de kassa stond, te weten bij het beeldscherm van de kassa. Zij zag toen ook dat de man probeerde kracht te zetten tegen de onderkant van het beeldscherm van de kassa.

Getuige [getuige 2] (hierna: [getuige 2]) heeft verklaard dat zij haar collega hoorde roepen dat er een klant bij de kassa stond. Zij zag vervolgens een manspersoon achter de kassa staan. Zij zag dat hij aan de kassa stond te trekken. De man riep: "Geld, geef me het geld." [getuige 2] heeft daarop, met haar collega, aangever gehaald. [getuige 2] heeft voorts verklaard gezien te hebben dat de man in de richting van het gezicht van aangever sloeg. Zij zag dat de man met gebalde vuisten sloeg en dat hij aangever raakte. Zij zag ook dat hij meerdere keren sloeg.

Getuige [getuige 5] (hierna: [getuige 5]) heeft verklaard dat hij een man zag binnenkomen en dat deze naar de kassa liep. Vervolgens zag hij dat een oudere medewerker van het AC Restaurant naar de man toeliep. [getuige 5] zag dat de man direct boos werd en dat er een soort van handgemeen ontstond. Hij hoorde de man schreeuwen: "Ik wil eten, ik wil geld!!!" De man liep daarbij telkens op de kassa af waar de medewerker bij stond. Die verdedigde met hand en tand de kassa en verhinderde daardoor dat de man er bij kon komen. De man was in de ogen van [getuige 5] duidelijk gericht op de kassa. Toen de medewerker "Help, help" riep, heeft [getuige 5] 112 gebeld en is zijn tafelgenoot [getuige 6] in de richting van de man en de medewerker gelopen. [getuige 5] had de indruk dat de man pas stopte toen hij zag en doorkreeg dat [getuige 5] ging bellen en [getuige 6] naar de man en de medewerker toekwam. Toen liep de man weg.

Getuige [getuige 6] (hierna: [getuige 6]) heeft verklaard dat een man de man van het restaurant bedreigde en dat de man van het restaurant de kassa tot het uiterste verdedigde. De man zei: "ik wil geld, ik wil geld". Toen de manager om hulp vroeg, heeft [getuige 6] [getuige 5] gevraagd om te bellen. [getuige 6] is zelf omgelopen omdat hij de weg wilde afsluiten voor de man. Toen de man hem zag, nam hij snel de benen, aldus [getuige 6].

Verdachte heeft verklaard dat hij op 28 maart 2011 in het AC-restaurant aan de Rijksweg A16 in Hendrik-Ido-Ambacht is geweest. Hij heeft een bak met sinaasappelen omgetrapt en er heeft een worsteling met de manager plaatsgevonden. Daarbij heeft hij waarschijnlijk ook geslagen. Hij heeft voorts een en ander wat voorhanden was in de richting van de manager gegooid en een trappende beweging in de richting van die manager gemaakt.

Getuige [getuige 3] (hierna: [getuige 3]) heeft verklaard dat hij die avond met verdachte op stap was. Hij is in de auto blijven wachten toen verdachte het AC- restaurant binnen ging. Verdachte kwam na een tijdje weer naar buiten, stapte in de auto en wilde dat [getuige 3] snel wegreed.

De rechtbank overweegt als volgt.

De verklaring van aangever dat verdachte om geld heeft geroepen, is bevestigd door getuigen [getuige 1], [getuige 2], [getuige 5] en [getuige 6] alsmede door getuige [getuige 4] (verklaring d.d. 5 april 2011; bijlage GE 1.4 bij het onder voetnoot 1 genoemde proces-verbaal). Dat verdachte zou hebben gezegd: "Ik heb geld" is - voor zover daarnaar gevraagd - door geen van de getuigen bevestigd en wordt ook niet bevestigd door andere bewijsmiddelen. Verder hebben [getuige 1] en [getuige 2] verklaard dat verdachte aan de kassa zat en hebben [getuige 5] en [getuige 6] verklaard dat aangever deze kassa moest verdedigen tegen verdachte. Aangever [aangever] heeft gezien dat de kassa was verplaatst.

Op grond van deze verklaringen, in onderlinge samenhang bezien, staat voor de rechtbank vast dat verdachte op 28 maart 2011 in het AC Restaurant te Hendrik-Ido-Ambacht geprobeerd heeft door geweld en bedreiging met geweld aangever te dwingen om geld aan hem af te geven en dat hij geprobeerd heeft om met geweld en bedreiging met geweld bij de kassa te komen om geld weg te nemen. Deze gedragingen zijn van een dusdanige aard dat verdachte moet worden geacht beseft te hebben dat zijn handelen, als noodzakelijk en door hem gewild gevolg, met zich bracht dat hij zou worden bevoordeeld doordat hij geld zou ontvangen dan wel verkrijgen zonder dat hij daar recht op had. Voor zover de verdediging zich erop beroept dat bij verdachte sprake was van een zodanige ernstige geestelijke afwijking dat verdachte dientengevolge van elk inzicht (cursivering rb.) in de draagwijdte van zijn gedragingen en de mogelijke gevolgen daarvan verstoken was, wordt dit standpunt verworpen. De processtukken bieden geen aanknopingspunten dat van een dergelijke geestestoestand sprake zou zijn geweest. Dit volgt met name ook niet uit de rapporten van psychiater drs. P.C.A. van der Graaff van 29 juli 2011 en psycholoog prof. dr. J.J. Baneke van 4 september 2011, die verdachte als sterk verminderd respectievelijk als verminderd toerekeningsvatbaar beschouwen. Wellicht ten overvloede overweegt de rechtbank in dit verband dat voormelde geestestoestand ook niet volgt uit de door drs. Van der Graaff genoemde omstandigheid dat verdachte geen grip meer had op zijn handelen en nauwelijks nog grip op zijn impulsen.

De omstandigheid dat verdachte kennelijk wilde voorkomen dat [getuige 6] hem zou tegenhouden en vervolgens tegen [getuige 3] heeft gezegd dat deze "snel" moest wegrijden, dat hij ruzie had gehad en iets kapot had gemaakt, levert naar het oordeel van de rechtbank juist een indicatie dat verdachte (wel) - in elk geval enig - besef had van zijn handelen en wat daarvan het noodzakelijke en door hem gewilde gevolg zou zijn.

Het voorgaande brengt met zich dat naar het oordeel van de rechtbank verdachte bij zijn handelingen moet worden geacht het oogmerk te hebben gehad tot wederrechtelijke bevoordeling respectievelijk wederrechtelijke toe-eigening van een geldbedrag, terwijl hij tevens bij de/het door hem toegepaste (bedreiging met) geweld geacht moet worden het oogmerk te hebben gehad om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken. Dat verdachte geen geld nodig zou hebben, zoals hij heeft verklaard, doet daaraan niet af. Voor het hebben van een oogmerk in vorenbedoelde zin is niet bepalend of verdachte al dan niet een motief had voor zijn handelen.

Het desbetreffende verweer wordt derhalve verworpen.

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1. (primair)

A.

op 28 maart 2011 te Hendrik-Ido-Ambacht, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met

het oogmerk om zichzelf wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en

bedreiging met geweld [aangever] te dwingen tot de afgifte van een

geldbedrag, toebehorende aan een ander dan aan verdachte,

en

B.

op 28 maart 2011 te Hendrik-Ido-Ambacht, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met

het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een geldbedrag,

toebehorende aan een ander dan aan verdachte, welke poging tot diefstal werd voorafgegaan en

vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen

[aangever], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken ,

welk geweld en bedreiging met geweld hierin bestonden dat hij, verdachte:

- op dwingende toon heeft geroepen: "Geld, geld of anders..."

en

- die [aangever] tegen de arm heeft getrapt

en

- die [aangever] (met gebalde vuist) in/tegen/op het gezicht

heeft gestompt en/of geslagen en

- messen en vorken en andere voorwerpen in de

richting van die [aangever] heeft gegooid en

- die [aangever] een zogenoemde karatetrap in/tegen de zij en de rug heeft gegeven en heeft geroepen: "Hier met dat

geld, hier ermee" en- tegen de kassa heeft geslagen

en aan de kassa heeft getrokken,

terwijl de uitvoering van die voorgenomen misdrijven niet is voltooid.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de bewezen verklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

(primair):

Voortgezette handeling van

POGING TOT AFPERSING

en

POGING TOT DIEFSTAL, VOORAFGEGAAN EN VERGEZELD VAN GEWELD EN BEDREIGING MET GEWELD TEGEN PERSONEN, GEPLEEGD MET HET OOGMERK OM DIE DIEFSTAL VOOR TE BEREIDEN EN GEMAKKELIJK TE MAKEN.

6 De strafbaarheid van de verdachte

6.1 De rapporten van de deskundigen

In het over verdachte uitgebrachte rapport van psychiater drs. P.C.A. van der Graaff van 29 juli 2011 staat onder andere het volgende vermeld:

Bij betrokkene is er sprake van een ziekelijke stoornis in de vorm van ADHD (aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit) en van een bipolaire stemmingsstoornis met depressieve en hypomane episodes. Tevens is er sprake van misbruik van alcohol, cocaïne en XTC. Ten tijde van het tenlastegelegde was er eveneens sprake van deze ziekelijke stoornissen en was betrokkene tevens onder forse invloed van cocaïne, alcohol en andere drugs en ook nog ernstig oververmoeid. Betrokkene was gedesoriënteerd in plaats en tijd en had geen grip meer op zijn handelen en had nauwelijks nog grip op zijn impulsen. Op grond van het bovenstaande moet betrokkene als sterk verminderd toerekeningsvatbaar worden beschouwd voor het tenlastegelegde, mits bewezen.

Het over verdachte uitgebrachte rapport van forensisch psycholoog prof. dr. J.J. Baneke van 4 september 2011 van der Graaff van 29 juli 2011 vermeldt onder andere het volgende:

Bij betrokkene is sprake van een ziekelijke stoornis en een gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens, i.c. van een bipolaire II stoornis met depressieve en manische episodes, een persoonlijkheidsstoornis met oppositionele, narcistische, borderline, achterdochtige en dwangmatige trekken, misbruik (mogelijk afhankelijkheid) van cocaïne en alcohol. Tevens zijn er psychosociale stressoren, zoals conflicten in relatie(s) en werk, waarbij betrokkene momenteel in diverse tuchtrechtelijke en/of andere procedures is verwikkeld.

De combinatie van stoornissen alsmede van de zich opstapelende gebeurtenissen hebben ertoe bijgedragen dat betrokkene zich onvoldoende bewust was van zijn eigen gedrag en de invloed van zijn uiterlijk en gedrag op anderen. Op basis van dit onderzoek wordt geadviseerd betrokkene in deze als verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen.

6.2 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank neemt voormelde overwegingen en conclusies van de deskundigen over en maakt deze tot de hare, zij het met de volgende kanttekening:

Uit de rapporten van psychiater drs. Van der Graaff en psycholoog prof. dr. Baneke volgt dat de gedragskeuzes en gedragingen van verdachte ten tijde van het bewezen verklaarde in overwegende mate dan wel ten dele zijn beïnvloed doordat verdachte gedurende een periode van twee dagen en nachten, waarin hij niet of nauwelijks had geslapen, veel cocaïne, alcohol en andere middelen had gebruikt. Op dit punt overweegt de rechtbank dat verdachte bekend was met cocaïne en XTC en dat hij tevens bekend verondersteld kan worden met de effecten van het gelijktijdige gebruik van cocaïne, XTC en alcohol alsmede met de gevolgen van de combinatie van dit gebruik met oververmoeidheid als gevolg van slaapgebrek. Verdachte heeft er aldus zelf verwijtbaar toe bijgedragen dat hij in een toestand is komen te verkeren waarin sprake was van een ziekelijke stoornis en/of gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Voor zover de conclusie van de deskundigen dat verdachte als (sterk) verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen valt, gebaseerd is op genoemde omstandigheden, deelt de rechtbank deze niet en is zij van oordeel dat verdachte in zoverre aansprakelijk kan worden gehouden voor de tijdens bedoelde geestestoestand bedreven handelingen.

Nu ook overigens uit het onderzoek ter terechtzitting geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten, is verdachte strafbaar voor het door hem gepleegde strafbare feit.

7 De strafoplegging

7.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht, gevorderd aan verdachte op te leggen een werkstraf voor de duur van 180 uur, subsidiair 90 dagen vervangende hechtenis, alsmede een gevangenisstraf voor de duur van 189 dagen, waarvan 90 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Als bijzondere voorwaarde heeft de officier van justitie gevorderd dat aan verdachte reclasseringstoezicht zal worden opgelegd, ook als dit inhoudt een meldingsgebod en een behandelverplichting bij De Waag dan wel Solutions.

7.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft ten aanzien van de gevorderde straf geen verweer gevoerd.

7.3 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank heeft de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit feit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte is op 28 maart 2011 in het AC Restaurant te Hendrik-Ido-Ambacht binnen gekomen en heeft op dwingende toon om geld gevraagd. De manager kreeg hem niet tot bedaren en heeft dat moeten bezuren met - onder andere - een trap tegen zijn arm, een stomp tegen zijn gezicht en een karatetrap. Verdachte heeft ook diverse voorwerpen, waaronder messen en vorken, naar de manager gegooid. Hij bleef roepen om geld en probeerde bij de kassa te komen. Alleen omdat de manager dit heeft verhinderd, is verdachte daar niet in geslaagd. Toen hij zag dat één van de aanwezige gasten naar de deur liep om de weg voor hem af te sluiten, is hij er vandoor gegaan. Hij liet de gewonde manager en een chaos in het restaurant achter.

Het spreekt voor zich dat dit incident voor de manager, maar ook voor de overige aanwezigen, een traumatische ervaring moet zijn geweest. Hierbij heeft verdachte kennelijk in het geheel niet stilgestaan. Het heeft hem er in elk geval niet van weerhouden zich op genoemde wijze te misdragen. Dit wordt hem door de rechtbank ernstig aangerekend.

Voor wat betreft de persoon van de verdachte heeft de rechtbank acht geslagen op het reclasseringsadvies van GGZ Bouman reclassering Dordrecht d.d. 25 augustus 2011 en de reeds genoemde rapporten van psychiater drs. Van der Graaff en psycholoog prof. dr. Baneke. Allen zijn van mening dat het van belang is dat verdachte wordt behandeld voor zijn verslavings- en andere problematiek en dat dit zou kunnen geschieden bij verslavingsinstelling Solutions en/of bij de forensische polikliniek De Waag.

De rechtbank heeft voorts kennis genomen van het Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 19 augustus 2011. Hieruit blijkt dat verdachte eerder met justitie in aanraking is geweest, zij het nog niet eerder in verband met geweldsdelicten.

De rechtbank merkt het als positief aan dat verdachte spijt heeft betuigd en het slachtoffer een excuusbrief heeft geschreven.

Al het voorgaande in aanmerking genomen en mede gelet op de straffen die gebruikelijk worden opgelegd voor feiten als het onderhavige, is de rechtbank van oordeel dat de door de officier van justitie gevorderde straf passend en geboden is. Verdachte zal daarom een werkstraf voor de duur van 180 uur worden opgelegd alsmede een gevangenisstraf voor de duur van 189 dagen, waarvan 90 dagen voorwaardelijk, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht en met een proeftijd van 2 jaar. Als bijzondere voorwaarde zal worden bepaald dat verdachte zich dient te gedragen naar de aanwijzingen, hem te geven door of namens de reclassering, ook als die inhouden dat verdachte dient deel te nemen aan een behandeling bij De Waag en/of Solutions. Het voorwaardelijke strafdeel dient als waarschuwing aan verdachte zich in de toekomst van strafbare feiten te onthouden en om de noodzakelijk geachte begeleiding door de reclassering mogelijk te maken.

8 De benadeelde partij

De benadeelde partij [aangever] vordert ter zake van immateriële en materiële schade een bedrag van € 380,07, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf het ontstaan van de schade.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot integrale toewijzing van de vordering alsmede tot oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Verdachte heeft zich bereid verklaard de gevorderde schade te vergoeden.

De rechtbank is van oordeel dat de schade een rechtstreeks gevolg is van het bewezen verklaarde feit en acht verdachte aansprakelijk voor die schade. Het gevorderde bedrag is voldoende aannemelijk gemaakt zodat de vordering integraal zal worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 maart 2011.

Met betrekking tot de toegekende vordering van de benadeelde partij zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

9 De wettelijke voorschriften

De opgelegde straffen en maatregel berusten op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 24c, 36f, 45, 56, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

10 De beslissing

De rechtbank:

- verklaart het ten laste gelegde bewezen op de wijze als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van hetgeen meer of anders is ten laste gelegd;

- verklaart dat het bewezenverklaarde het onder 5 vermelde strafbare feit oplevert;

- verklaart verdachte strafbaar;

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 189 (EENHONDERD NEGENENTACHTIG) dagen, waarvan 90 (NEGENTIG) dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 (twee) jaar;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:

* omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

* omdat verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of niet een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

* omdat verdachte tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

- stelt als bijzondere voorwaarde:

* dat verdachte zich tijdens de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die hem worden gegeven door of namens GGZ Bouman reclassering Dordrecht, ook als die inhouden dat verdachte dient deel te nemen aan een behandeling bij De Waag of Solutions;

- draagt deze reclasseringsinstelling op om aan verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze voorwaarde;

- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde gevangenisstraf;

- heft op het bevel tot voorlopige hechtenis, dat bij eerdere beslissing is geschorst;

- veroordeelt verdachte tot een werkstraf van 180 (EENHONDERDTACHTIG) uren;

- beveelt dat indien verdachte de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 90 (NEGENTIG) dagen;

Benadeelde partij

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [aangever], [adres en woonplaats], van € 380,07, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 28 maart 2011 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij, tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [aangever], [adres en woonplaats], € 380,07 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 28 maart 2011 tot aan de dag der algehele voldoening, bij niet betaling te vervangen door 7 (zeven) dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door mr. P. Joele, voorzitter, mr. G.J. Schiffers-Hanssen en mr. A.M. van Kalmthout, rechters, in tegenwoordigheid van D.J. Boogert, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 oktober 2011.

BIJLAGE I: De gewijzigde tenlastelegging

1.

A.

hij op of omstreeks 28 maart 2011 te Hendrik-Ido-Ambacht, althans in

Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met

het oogmerk om zichzelf wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of

bedreiging met geweld [aangever] te dwingen tot de afgifte van een

geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

[aangever], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

en/of/althans

B.

hij op of omstreeks 28 maart 2011 te Hendrik-Ido-Ambacht, althans in

Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met

het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een geldbedrag,

geheel of ten dele toebehorende aan [aangever], in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte, welke poging tot diefstal werd voorafgegaan en/of

vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die

[aangever], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en/of

om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te

maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte:

- (op dwingende toon) heeft gezegd en/of geroepen: "Geld, geld of anders..."

en/of

- die [aangever] tegen de arm, althans het lichaam heeft getrapt en/of geschopt

en/of

- die [aangever] (met gebalde vuist) in/tegen/op het gezicht, althans het lichaam

heeft gestompt en/of geslagen en/of

- een of meerdere mes(sen) en/of een vork(en) en/of andere voorwerpen in de

richting van die [aangever] heeft gegooid en/of

- die [aangever] een zogenoemde karatetrap in/tegen de zij en/of de rug, althans

het lichaam heeft gegeven en/of heeft gezegd en/of geroepen: "Hier met dat

geld, hier ermee", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of

strekking(een) en/of

- klap(pen) op de kassa heeft gegeven en/of op/tegen de kassa heeft geslagen

en/of aan de kassa heeft getrokken,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

SUBSIDIAIR: voorzover het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht

of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 28 maart 2011 te Hendrik-Ido-Ambacht opzettelijk

mishandelend een persoon (te weten [aangever]), meermalen, althans eenmaal,

- tegen de arm, althans het lichaam heeft getrapt en/of geschopt en/of

- (met gebalde vuist) in/tegen/op het gezicht, althans het lichaam heeft

gestompt en/of geslagen en/of

- een of meerdere mes(sen) en/of een vork(en)

en/of andere voorwerpen in de richting van die [aangever] heeft gegooid en/of

- een zogenoemde karatetrap in/tegen de zij en/of de rug, althans het lichaam

heeft gegeven,

waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

Parketnummer: 11/860243-11

Vonnis d.d. 11 oktober 2011