Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2011:BS1157

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
07-09-2011
Datum publicatie
09-09-2011
Zaaknummer
90439 - HA ZA 10-2958
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bestuurder B.V. geeft i.s.m. bepalingen pandakte (die bij lening hoort) geen debiteurengegevens aan geldverstrekker.

Bestuurder is gelet op de omstandigheden van dit geval aansprakelijk jegens geldverstrekker. Nader debat over de (omvang van) de schade.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

Sector civiel recht

zaaknummer: 90439 / HA ZA 10-2958

vonnis van 7 september 2011

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[X] Holding B.V.,

gevestigd te Numansdorp,

eiseres,

advocaat: mr. J.G.M. Roijers,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Negroma B.V.,

gevestigd te Numansdorp,

gedaagde,

niet verschenen,

2. [gedaagde 2]

wonende te Oosterhout,

gedaagde,

advocaat: mr. E. Osinga,

Partijen worden hierna aangeduid als respectievelijk [X] Holding, Negroma en [gedaagde 2].

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaardingen van 6 december 2010;

- de akte vermeerdering van eis;

- de conclusie van antwoord tevens houdende antwoordakte vermeerdering eis;

- het tussenvonnis van 16 maart 2011 waarbij een comparitie van partijen is bevolen;

- het proces-verbaal van comparitie van partijen van 17 mei 2011 met de daarin genoemde stukken;

- de door partijen overgelegde producties.

1.2 De procedure tegen Negroma is van rechtswege geschorst. In dit vonnis wordt alleen beslist in de procedure tussen [X] Holding en [gedaagde 2].

2. De feiten

2.1. Aandeelhouders van Negroma zijn (indirect) de heer [betrokkene 1], diens broer de heer [betrokkene 2] en [gedaagde 2]. Laatstgenoemde is van Negroma tevens bestuurder.

2.2. [X] Bouwmachines B.V. (hierna: [X] Bouwmachines) heeft in januari

2009 als geldgever aan Negroma als geldnemer een bedrag van € 265.147,-- geleend. De overeenkomst van geldlening bepaalt (onder meer):

”- de aflossing van de lening geschiedt zo snel mogelijk en in onderling overleg;

- de lening of het niet afgeloste deel daarvan met de alsdan daarover verschuldigde rente en kosten is zonder voorafgaande opzegging onmiddellijk opeisbaar indien de rente niet uiterlijk op de vervaldag is betaald, (…);

- de over de lening verschuldigde rente bedraagt 7,0% per jaar, in kwartaaltermijnen achteraf te voldoen over het alsdan verstreken kalenderkwartaal. (…)”

2.3. Als zekerheid voor de nakoming van haar verplichtingen uit deze lening heeft Negroma bij overeenkomst(en) van januari 2009, geregistreerd op 5 februari 2000, haar vorderingen, bedrijfsvoorraden en bedrijfsinventaris aan [X] Bouwmachines verpand. Deze overeenkomsten zijn aan de kant van Negroma getekend door [gedaagde 2]. De pandovereenkomst met betrekking tot de vorderingen bepaalt in artikel 2:

”Gelet op het bepaalde in artikel 1. is de pandgever bij voortduring verplicht om aan [X] schriftelijk opgave te doen van alle vorderingen op derden, zulks ter verpanding. (…)”.

2.4. Door middel van een combi-pandakte met opgave vorderingen en voorraden van 19 oktober 2009, geregistreerd op 21 oktober 2009, heeft [X] Bouwmachines haar vorderingen, voorraden en inventaris aan ABN AMRO Bank N.V. verpand. Zulks als zekerheid voor de terugbetaling van een door de bank aan haar verstrekt krediet.

2.5. Bij overeenkomst van 20 oktober 2009 heeft ABN AMRO Bank N.V. haar vordering op [X] Bouwmachines met alle daaraan verbonden accessoire rechten aan [X] Holding verkocht en geleverd. Deze overeenkomst bepaalt in artikel 5:

”De vordering wordt verkocht en geleverd met alle daaraan verbonden accessoire rechten en alle daaruit voortvloeiende rechten, panden en voorrechten, borgtochten en rechten uit executoriale titels (….).”

2.6. Op 27 oktober 2009 is [X] Bouwmachines in staat van faillissement verklaard.

2.7. Negroma heeft op de onder 2.2 genoemde lening noch aflossingen gedaan noch rente betaald. Ten kantore van de advocaat van [X] Holding hebben partijen daarover op 14 april 2010 en 1 december 2010 met elkaar gesproken. Ook nadien heeft Negroma op de leningen geen betalingen gedaan.

2.8. Negroma is op 26 april 2011 in staat van faillissement verklaard.

3. Het geschil

3.1. [X] Holding vordert, na vermeerdering van eis, dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

- voor recht verklaart dat [gedaagde 2] jegens [X] Holding onrechtmatig heeft gehandeld en dat hij aansprakelijk is voor de schade die [X] Holding als gevolg daarvan heeft geleden;

- Negroma en [gedaagde 2] hoofdelijk veroordeelt tot betaling aan [X] Holding van € 265.147,-- vermeerderd met de contractuele rente van 7% per jaar vanaf 1 januari 2008;

- Negroma en [gedaagde 2] hoofdelijk veroordeelt tot betaling van de buitengerechtelijke kosten ter hoogte van € 1.395,31;

- Negroma en [gedaagde 2] hoofdelijk veroordeelt in de kosten van de procedure, waaronder de kosten van de door [X] Holding ten laste van respectievelijk Negroma en [gedaagde 2] gelegde conservatoire beslagen, en de wettelijke rente daarover.

3.2 Aan haar vordering op Negroma legt [X] Holding ten grondslag dat de onder 2.2 weergegeven lening vanwege het uitblijven van rentebetalingen direct opeisbaar is en dat zij gelet op de met ABN AMRO Bank N.V. op 20 oktober 2009 gesloten overeenkomst bevoegd is de lening op te eisen en te innen.

3.3 [X] Holding baseert haar vordering op [gedaagde 2] op persoonlijke aansprakelijkheid van [gedaagde 2] uit hoofde van onrechtmatige daad nu [gedaagde 2], aldus [X] Holding, als bestuurder van Negroma de toezegging heeft gedaan een aanzienlijk deel van de lening af te lossen terwijl hij wist althans behoorde te weten dat Negroma niet tot betaling in staat zou zijn. Voorts legt [X] Holding aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde 2] onrechtmatig heeft gehandeld door bedrijfsmiddelen van Negroma te verkopen en vorderingen van Negroma te incasseren zonder de opbrengst daarvan aan [X] Holding af te dragen. Daardoor heeft hij, aldus [X] Holding, verpande goederen aan het verpande actief van Negroma onttrokken. Ook stelt [X] Holding dat [gedaagde 2] heeft gehandeld in strijd met artikel 2 van de pandovereenkomst van januari 2009 door ondanks [X] Holding’s verzoek daartoe op 25 januari 2011 aan [X] Holding geen opgave te doen van de vorderingen van Negroma op derden.

3.4 [gedaagde 2] voert verweer. Hij bewist dat hij aan [X] Holding betalingstoezeggingen heeft gedaan en voert aan dat [X] Holding zeer wel op de hoogte was van de financiële moeilijkheden bij Negroma en de hieruit voortvloeiende problemen voor Negroma om aan haar betalingsverplichtingen uit de lening te voldoen. Hij betwist voorts dat hij heeft gehandeld in strijd met enige verplichting uit de pandakte(n) of anderszins jegens [X] Holding onrechtmatig heeft gehandeld.

4. De beoordeling

4.1 [gedaagde 2] heeft voldoende gelegenheid gehad om op de gewijzigde eis te reageren, zodat deze eis zal worden beoordeeld.

Onrechtmatigheid?

4.2 [X] Holding baseert haar vordering op [gedaagde 2] op onrechtmatige daad. De door

haar aan [gedaagde 2] in dit verband gemaakte verwijten zijn drieërlei:

a. [gedaagde 2] heeft aan [X] Holding op 14 april 2010 toegezegd € 75.000,-- op de lening te voldoen terwijl hij wist althans behoorde te weten dat Negroma daartoe niet in staat zou zijn;

b. [gedaagde 2] heeft geïncasseerde opbrengsten uit de verkoop van schroot en de verkoop van een kraan niet aan [X] Holding afgedragen. Hetzelfde geldt voor door [gedaagde 2] geïncasseerde vorderingen van Negroma die evenmin aan [X] Holding zijn afgedragen;

c. ondanks verzoek daartoe op 25 januari 2011 heeft [gedaagde 2] aan [X] Holding geen opgave gedaan van de vorderingen van Negroma op derden.

Ad a.

4.3 [gedaagde 2] heeft betwist dat hij aan [X] Holding een toezegging tot betaling van € 75.000,-- heeft gedaan. Hij heeft aangevoerd dat hij tijdens de bespreking op 14 april 2010 heeft gezegd dat hij zou proberen op de lening een deelbetaling te verrichten als een project van Negroma in Frans Guyana genoeg rendement zou opleveren.

4.4 Of er sprake is geweest van een toezegging tot betaling van € 75.000,-- of, zoals [gedaagde 2] aanvoert, slechts van een inspanningsverbintenis kan in het midden blijven. Gesteld noch gebleken is dat [X] Holding op basis van de bespreking op 14 april 2010, tijdens welke bespreking de bewuste toezegging tot betaling van € 75.000,-- zou zijn gedaan, een prestatie heeft verricht die onbetaald is gebleven of anderszins iets heeft gedaan of nagelaten waardoor zij in een nadeliger positie is komen te verkeren dan waarin zij zou zijn geweest zonder die (door haar gestelde) toezegging. Van schade als gevolg van de door [X] Holding gestelde toezegging is daarom geen sprake. Weliswaar heeft [X] Holding gesteld dat zij naar aanleiding van de bespreking op 14 april 2010 rechtsmaatregelen jegens Negroma heeft opgeschort maar noch gesteld noch gebleken is dat dergelijke maatregelen toen daadwerkelijk tot verhaal van [X] Holding’s vordering op Negroma zouden hebben geleid. Gelet op de financiële problemen waarmee Negroma te kampen had, en die door [X] Holding zijn onderkend (dagvaarding punt 22), had het op de weg van [X] Holding gelegen om met feiten onderbouwd te stellen, en bij betwisting te bewijzen, dat rechtsmaatregelen tegen Negroma in de betreffende periode zouden hebben geresulteerd in verhaal van haar vordering.

4.5 Het bovenstaande betekent dat de tegen [gedaagde 2] ingestelde vordering niet toewijsbaar is op de hierboven onder a. genoemde grondslag.

Ad b.

4.6 [gedaagde 2] heeft betwist dat hij van het schroot een opbrengst heeft genoten. Hij heeft ter comparitie verklaard dat het schroot, gedemonteerde oude machines van SBT, eigendom is van Negroma en nog op locatie in Frans Guyana staat. Tegenover deze gemotiveerde betwisting heeft [X] Holding haar stelling dat [gedaagde 2] voor de betreffende hoeveelheid schroot een opbrengst heeft ontvangen (en niet heeft afgedragen) onvoldoende onderbouwd. Voor zover [X] Holding het oog heeft op door Negroma verkocht ander schroot heeft zij niet althans onvoldoende concreet gemaakt om welk schroot het gaat en welke opbrengst daarmee door Negroma zou zijn gerealiseerd.

4.7 [gedaagde 2] heeft ter comparitie verklaard dat de kraan, waarover [X] Holding spreekt, eigendom is van het in Suriname gevestigde RDM. Volgens [gedaagde 2] had Negroma de kraan van RDM gehuurd en verrekende Negroma de huurprijs met een vordering op RDM. Van verkoop is, aldus [gedaagde 2], geen sprake geweest. Ook tegenover deze gemotiveerde betwisting heeft [X] Holding haar stelling dat [gedaagde 2] een kraan heeft verkocht en de opbrengst daarvan niet heeft verantwoord c.q. aan [X] Holding heeft afgedragen onvoldoende onderbouwd.

4.8 De door [gedaagde 2] gemotiveerd betwiste stelling dat hij aan Negroma toekomende vorderingen heeft geïncasseerd en ten onrechte niet aan [X] Holding heeft afgedragen is door [X] Holding evenmin voldoende onderbouwd of geconcretiseerd. Daarom zal ook aan deze stelling voorbij worden gegaan.

4.9 Dit betekent dat de tegen [gedaagde 2] ingestelde vordering evenmin toewijsbaar is op de grondslag genoemd onder b.

Ad c.

4.10 Partijen gaan er vanuit dat [X] Holding een beroep kan doen op de onder 2.3 weergegeven overeenkomsten van januari 2009, waaronder de pandovereenkomst met betrekking tot Negroma’s vorderingen. In dit verband staat tussen partijen vast dat [X] Holding [gedaagde 2] op 25 januari 2011 om opgave van Negroma’s vorderingen heeft gevraagd. Ter comparitie heeft [gedaagde 2] verklaard dat de gevraagde debiteurengegevens door de curator van Negroma aan [X] Holding kunnen worden verstrekt. Hij miskent hierbij echter dat [X] Holding debiteurengegevens, of pandlijsten zoals [gedaagde 2] de gegevens ter comparitie heeft genoemd, nodig had om door middel van registratie van die gegevens de verpanding van de betreffende vorderingen te realiseren. Door het, ondanks verzoek daartoe, niet verstrekken van de debiteurengegevens heeft [gedaagde 2] als bestuurder van Negroma in strijd gehandeld met artikel 2 van de pandovereenkomst van januari 2009, welk artikel bepaalt dat aan de pandhouder schriftelijk opgave van de vorderingen op derden moet worden gedaan. Gelet op de gesprekken omtrent de geldlening die tussen partijen gaande waren, waaronder de gesprekken op 14 april 2010 en 1 december 2010, en het belang van [X] Holding bij de debiteurengegevens kan [gedaagde 2] er persoonlijk een ernstig verwijt van worden gemaakt dat hij deze gegevens (pandlijsten) niet aan [X] Holding heeft verstrekt.

4.11 [X] Holding heeft niets concreets gesteld omtrent vorderingen van Negroma die op de voet van artikel 2 van de pandovereenkomst aan haar verpand hadden kunnen worden en die, nu verpanding niet heeft plaatsgehad, na 25 januari 2011 mogelijk op de rekening van Negroma zijn binnengekomen of in de boedel vloeien. De rechtbank zal echter rekening houden met het feit dat het faillissement van Negroma is uitgesproken kort voorafgaande aan de comparitie van partijen op 17 mei 2011 en [X] Holding geen of beperkt gelegenheid zal hebben gehad om dienaangaande van de curator gegevens in te winnen. [X] Holding zal daarom in de gelegenheid worden gesteld nader te onderbouwen welke vorderingen van Negroma op 25 januari 2011 bestonden of nadien zijn ontstaan en aan haar ([X] Holding) verpand zouden zijn als van die vorderingen vanaf 25 januari 2011 aan haar opgave was gedaan. Vervolgens zal [X] Holding zich kunnen uitlaten over de vraag of een en ander tot schade aan de kant van [X] Holding heeft geleid en zo ja tot welk bedrag. Hierbij wordt aangetekend dat het bedrag van de na 25 januari 2011 niet aan [X] Holding verpande vorderingen niet zonder meer gelijk is aan de schade die [X] Holding dientengevolge heeft geleden omdat tevens in aanmerking zal moeten worden genomen of die vorderingen verhaalbaar zijn en wat de daarmee gemoeide kosten zijn. De zaak zal naar de rol worden verwezen, zodat [X] Holding zich over deze punten nader kan uitlaten. [gedaagde 2] zal hierop mogen reageren.

5. De beslissing

De rechtbank:

verwijst de zaak naar de rol van 5 oktober 2011 voor het nemen van een conclusie na tussenvonnis door [X] Holding (zie 4.11);

verstaat dat [gedaagde 2] daarop zal mogen reageren.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.W. Langeler en door de rolrechter uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 7 september 2011.