Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2011:BR5318

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
18-08-2011
Datum publicatie
18-08-2011
Zaaknummer
11/860126-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Rechtbank spreekt vrij van schuldwitwassen. Direct bewijs dat het bewuste geldbedrag -onmiddellijk of middellijk- afkomstig is uit enig misdrijf ontbreekt. Ook van feiten en omstandigheden die maken dat het niet anders kan, dan dat het geldbedrag uit misdrijf afkomstig is, is de rechtbank niet gebleken.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht
Wetboek van Strafrecht 420quater
Wetboek van Strafvordering
Wetboek van Strafvordering 352
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NS 2011, 288
NBSTRAF 2011/288
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 11/860126-11 [Promis]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 18 augustus 2011

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [plaats] [in] 1966,

niet als ingezetene ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens,

zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland,

thans uit andere hoofde gedetineerd in de PI Midden Holland, HvB Haarlem, te Haarlem,

hierna: verdachte.

Raadsman mr. R. Bonis, advocaat te Dordrecht.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 4 augustus 2011. Verdachte is niet verschenen. Wel is verschenen zijn gemachtigde raadsman. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

op 3 november 2010 te Meerkerk, gemeente Zederik, zich schuldig heeft gemaakt aan schuldwitwassen doordat hij een geldbedrag van € 16.630,= voorhanden heeft gehad waarvan hij redelijkerwijs moest vermoeden dat dit geldbedrag van een misdrijf afkomstig was.

3 De voorvragen

De dagvaarding voldoet aan alle wettelijke eisen en is dus geldig.

De rechtbank is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen. Hij baseert dit standpunt op de bevindingen van de politie ten aanzien van de controle van het voertuig, waarvan verdachte de bestuurder was, het aantreffen van het geldbedrag in de handtas van de passagier, de coupures waarin het geldbedrag was samengesteld, evenals de wisselende verklaringen van verdachte en zijn medeverdachte over de herkomst van het geldbedrag. Het is niet noodzakelijk dat wordt bewezen uit welk misdrijf het geld afkomstig is, voldoende is dat het niet anders kan dan dat het geld van enig misdrijf afkomstig is, aldus de officier van justitie.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit, omdat het bewijs ontbreekt dat het aangetroffen geldbedrag afkomstig was uit enig misdrijf. Het Openbaar Ministerie heeft hiernaar ook geen onderzoek gedaan. Daarnaast heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat er geen aanwijzingen zijn dat verdachte het vermoeden moet hebben gehad dat dit geldbedrag afkomstig was uit een misdrijf. De wijze van verpakking van het geld, de hoogte en de samenstelling van de coupures alsmede het cash overhandigen van het geld passen bij de intentie waarmee het geld aan verdachte beschikbaar is gesteld, te weten de aanschaf van verdovende middelen, maar wijzen niet op een illegale herkomst van het geld.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

Door verdachte wordt niet betwist dat hij samen met een ander op 3 november 2010 te Meerkerk in de gemeente Zederik een geldbedrag van € 16.630,= voorhanden heeft gehad. Verdachte en zijn medeverdachte, verdachtes vriendin, zaten net voordat zij werden aangehouden in een auto, die door verdachte werd bestuurd. Het geldbedrag van € 16.630,= bevond zich in de handtas van de medeverdachte.

Verdachte ontkent dat hij redelijkerwijs had moeten vermoeden dat genoemd geldbedrag door misdrijf was verkregen of van misdrijf afkomstig was. Verdachte bevestigt de verklaring van zijn medeverdachte dat hij het geld heeft ontvangen van twee mannen, die hij "zware jongens" noemt. Hij wil hun namen niet noemen. De medeverdachte heeft verklaard dat de overdracht van het geld, oorspronkelijk € 20.000,=, heeft plaatsgevonden in de gemeente Sluis in Zeeland met als doel om verdovende middelen in Spanje te kopen.

De rechtbank stelt vast dat het dossier in de onderhavige zaak geen direct bewijs bevat dat het geldbedrag uit enig misdrijf afkomstig is. Op grond van vaste rechtspraak kan voornoemd bestanddeel "uit enig misdrijf" niettemin bewezen worden geacht indien het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan, dan dat het geld uit enig misdrijf afkomstig is. Anders dan de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat van een dergelijke situatie in dit geval geen sprake is. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt.

De overhandiging van een geldbedrag van € 20.000,= in cash, ook al is dat met het doel illegale activiteiten te financieren, zegt niets over de herkomst van het geld. Dat het bedrag onder meer uit een briefje van € 500,=, en twintig briefjes van € 100,= heeft bestaan, en verdachte dit naar eigen zeggen van "zware jongens" overhandigd kreeg, zijn factoren die verdachte aan het denken zouden moeten zetten indien de criminele herkomst een gegeven is (en betreft dus de schuldvraag), maar leveren geen feiten en omstandigheden op die maken dat het niet anders kan, dan dat het geld van misdrijf afkomstig is.

Nu voor de illegale herkomst van het geldbedrag geen bewijs voorhanden is, is naar het oordeel van de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte is tenlastegelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

5 De beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen wat aan verdachte ten laste is gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door mr. L.C. van Walree, voorzitter, mr. A.M.G. van de Kragt en mr. H.C.A. de Groot, rechters, in tegenwoordigheid van A. Gaal griffier en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 augustus 2011.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

hij op of omstreeks 03 november 2010, te Meerkerk, gemeente Zederik,, althans

in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander een voorwerp, te weten

een geldbedrag (van ongeveer euro 16.630), voorhanden heeft gehad, terwijl hij

redelijkerwijs moest vermoeden dat bovenomschreven voorwerp - onmiddellijk of

middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf

Parketnummer: 11/860126-11

Vonnis d.d. 18 augustus 2011