Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2011:BR3402

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
04-08-2011
Datum publicatie
04-08-2011
Zaaknummer
93441 - KG ZA 11-124
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Afgifte Maserati, danwel schadevergoeding afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DORDRECHT

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 93441 / KG ZA 11-124

Vonnis in kort geding van 4 augustus 2011

in de zaak van

[Eiser]

wonende te Brandwijk,

eiser,

advocaat mr. T.V. Haster,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[x] AUTOBEDRIJVEN B.V.,

gevestigd te Utrecht,

gedaagde,

advocaat mr. Ch.M. de Ruiter Kardol.

Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding d.d. 30 juni 2011, met producties,

- de mondelinge behandeling ter openbare zitting van 20 juli 2011,

- de pleitnota van [gedaagde],

- de door beide partijen overgelegde producties.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Op 14 mei 2011 heeft [eiser] een bij [gedaagde] op de parkeerplaats geplaatste Maserati GT, bouwjaar mei 2008, kilometerstand ca. 47.209 km, kenteken [nummer] (verder: de Maserati) bezichtigd en daarin een proefrit gemaakt. Dezelfde dag heeft hij met een verkoper van [gedaagde] onderhandeld over (voorwaarden voor) de koop van de Maserati door [eiser]. Tussen hen is overeenstemming bereikt over een koopprijs van € 92.000,- met drie maanden garantie.

2.2. Ondanks aanmaningen daartoe heeft [gedaagde] de Maserati niet aan [eiser] geleverd.

3. Het geschil

3.1. [eiser] vordert na vermeerdering van eis samengevat -:

primair: [gedaagde] te bevelen binnen één week na betekening van dit vonnis de Maserati met drie maanden garantie in perfecte staat aan [eiser] af te geven tegen betaling van € 92.000,-, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom,

subsidiair: [gedaagde] te bevelen aan [eiser] een bedrag van € 10.000,- te betalen ten titel van voorschot op de schadevergoeding, of een zodanig ander bedrag als de voorzieningenrechter in goede justitie zal menen te behoren.

3.2. [gedaagde] voert verweer.

3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Door [gedaagde] is ter zitting overgelegd een e-mailwisseling tussen een medewerker van [gedaagde] en de leasemaatschappij Santander van 7 juli 2011 met het door laatstgenoemde bijgevoegde veilingbericht met betrekking tot de Maserati met veilingdatum 29 juni 2011. Voorts blijkt uit productie 16 van [eiser] dat de Maserati thans door een handelaar te Zwaag wordt aangeboden. Op grond van deze producties is voldoende aannemelijk dat de Maserati zich niet in de macht van [gedaagde] bevindt. De primaire vordering is derhalve niet toewijsbaar.

4.2. Met betrekking tot een voorziening in kort geding, bestaande in veroordeling tot betaling van een geldsom, is terughoudendheid op zijn plaats. De rechter zal daarbij niet alleen hebben te onderzoeken of het bestaan van een vordering van de eiser op de gedaagde voldoende aannemelijk is, maar ook of daarnaast sprake is van feiten en omstandigheden die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist, terwijl de rechter in de afweging van de belangen van partijen mede zal hebben te betrekken de vraag naar - kort gezegd - het risico van onmogelijkheid van terugbetaling, welk risico kan bijdragen tot weigering van de voorziening.

4.3. De producties van [eiser] zijn ontoereikend om tegenover de gemotiveerde betwisting van [gedaagde] te kunnen aannemen dat tussen partijen een (onvoorwaardelijke) koopovereenkomst tot stand is gekomen. Een en ander vergt een nader onderzoek, zoals een verhoor van getuigen, waarvoor het kort geding zich niet leent. Dit alsmede de omstandigheid dat enig spoedeisend belang bij de gevorderde schadevergoeding gesteld noch gebleken is, brengt mee dat de subsidiaire vordering evenmin toewijsbaar is.

4.4. [eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op:

- griffierecht EUR 568,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal EUR 1.384,00.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

wijst de primaire en subsidiaire vordering af;

veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op EUR 1.384,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.D. Rentema en in het openbaar uitgesproken op 4 augustus 2011.?