Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2011:BR2513

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
05-07-2011
Datum publicatie
21-07-2011
Zaaknummer
92631 FT-RK 11/5162
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

afwijzing WSNP: niet aannemelijk dat verzoeker niet kan voortgaan met betalen van zijn schulden

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

Sector civiel recht

zaaknummer: 92631 FT-RK 11/5162

afwijzing schuldsanering

Op 3 mei 2011 is ter griffie binnengekomen een verzoekschrift met bijlagen van

[verzoeker],

wonende te [adres]

Het verzoekschrift is behandeld ter terechtzitting van 5 juli 2011. Daarbij is verzoeker gehoord. Namens de afdeling schuldhulpverlening van de Regionale Sociale Dienst Hoeksche Waard is verschenen mevrouw Y. Uyterlinde.

Verzoeker heeft twee schuldeisers. De Regionale Sociale Dienst Hoeksche Waard heeft een preferente vordering van € 778,65 op verzoeker en ING heeft een concurrente vordering van

€ 101.464,47 op verzoeker.

Gebleken is dat verzoeker thans een WWB-uitkering heeft en dat hij ING een akkoord heeft aangeboden inhoudende dat ING na drie jaar, bij een gelijkblijvend inkomen van verzoeker, 2,06% van haar vordering krijgt uitbetaald. ING heeft niet ingestemd met dit akkoord aangezien ING de verwachting heeft dat verzoeker op korte termijn zal kunnen re-integreren op de arbeidsmarkt waardoor zijn afloscapaciteit zal toenemen. Ter zitting heeft verzoeker verklaard dat hij thans bezig is met een re-integratietraject, dat hij solliciteert en dat hij nog steeds een betalingsregeling wil treffen met ING zodra hij werk heeft en zodra hij zijn schuld aan de Regionale Sociale Dienst heeft afgelost. Namens ING heeft mevrouw I.M. Staphorius verklaard dat ING bereid is om alsdan met verzoeker een betalingsregeling te treffen.

De rechtbank overweegt als volgt. Uit artikel 288 lid 1 sub a Fw volgt, dat indien onvoldoende aannemelijk is dat de schuldenaar niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden, het onderhavige verzoek zal moeten worden afgewezen. Nu verzoeker ter zitting heeft verklaard dat hij een betalingsregeling wil treffen met ING zodra hij werk heeft en hij zijn, relatief geringe, schuld aan de Regionale Sociale Dienst heeft afgelost en ING eveneens ter zitting heeft verklaard bereid te zijn alsdan een betalingsregeling te treffen, is de rechtbank van oordeel dat thans onvoldoende aannemelijk is dat verzoeker niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden.

Beslissing

De rechtbank:

wijst het verzoek af.

Gewezen door mr. A.J. van Spengen en uitge¬spro¬ken ter open¬bare te¬rechtzit¬ting van 5 juli 2011 in tegen¬woor¬dig¬heid van de grif¬fier .