Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2011:BR0335

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
05-07-2011
Datum publicatie
05-07-2011
Zaaknummer
11-860368-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Gewapende overval op een supermarkt en een gewapende straatroof op twee personen, allebei in Dordrecht. Voor de straatroof is er onvoldoende wettig bewijs. Voor de overval op de supermarkt wordt verdachte veroordeeld tot 3 jaar cel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 11/860368-10

verkort vonnis van de meervoudige kamer d.d. 5 juli 2011

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats en datum verdachte],

wonende te [woonplaats en adres verdachte],

thans gedetineerd in de PI Haaglanden - Zoetermeer,

hierna: verdachte.

Raadsman mr. J.G.D. Rutten, advocaat te Amsterdam.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzittingen van 7, 8 en 21 juni 2011, waarbij de officier van justitie mr. D. van Hout, de verdachte en zijn raadsman hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. De rechtbank heeft kennis genomen van de vorderingen van de benadeelde partijen.

2 De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen in de dagvaarding is omschreven. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage 1 aan dit vonnis gehecht en maakt hiervan deel uit.

3 De voorvragen

De dagvaarding voldoet aan alle wettelijke eisen en is dus geldig.

De rechtbank is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit 1 - te weten een diefstal met geweld op twee personen in Dordrecht op 16 februari 2010 - en feit 2 - te weten een diefstal met geweld op supermarkt [slachtoffer 3] in Dordrecht op 27 maart 2010 - heeft begaan. Zij baseert zich daartoe voor feit 1 onder meer op de verklaring van [medeverdachte 1] die verdachte aanwijst als de vierde dader (de rijder), op een tapgesprek waaruit de betrokkenheid van verdachte bij de overval blijkt en tevens op het vermoeden dat verdachte bij de overval gebruik heeft gemaakt van de auto van zijn vriendin.

Het wettig en overtuigend bewijs voor betrokkenheid van verdachte bij feit 2 is naar de mening van de officier van justitie te vinden in de verklaring van [getuige 1] en de zendmastgegevens waaruit blijkt dat verdachte zich direct na de overval in de wijk de Staart bevond, alwaar de overval plaatsvond. De officier van justitie baseert zich tevens op de omstandigheid dat verdachte op dat vroege tijdstip meermalen en snel achter elkaar heeft gebeld met [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] en voorts op de verklaringen van [getuige 2] en [getuige 3] die verdachte herkennen op de beelden van de overval.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van feit 1 omdat het wettig en overtuigend bewijs voor dit feit ontbreekt. De voor verdachte belastende verklaring van [medeverdachte 1] wordt niet ondersteund door ander bewijs, terwijl deze verklaring ook onbetrouwbaar is. Voorts zijn de verklaringen van [getuige 4] en [getuige 5] en de zendmastgegevens ontlastend voor verdachte.

Ten aanzien van feit 2 heeft de verdediging eveneens vrijspraak bepleit wegens het ontbreken van bewijs. De verdediging heeft betoogd dat de herkenningen door [getuige 2] en [getuige 3] niet kunnen worden gebruikt voor het bewijs nu het vermeende herkenningen zijn en verdachte voorts een aannemelijke verklaring heeft gegeven voor zijn aanwezigheid op de Staart op de vroege ochtend van 27 maart 2010.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

4.3.1. De vrijspraak

Ten aanzien van feit 1

[Medeverdachte 1] heeft in zijn eerste politieverhoor op 13 juli 2010 verklaard dat de overval op de Dubbeldamseweg Zuid door hem, [medeverdachte 2], [medeverdachte 3] en ‘de rijder’ is gepleegd. Als hem een foto van verdachte wordt getoond, verklaart [medeverdachte 1] dat de ogen van de persoon op de foto lijken op ‘de rijder’ maar dat hij niet zeker weet of hij het is. Als [medeverdachte 1] op 30 juli 2010 door de politie wordt gehoord worden hem twee foto’s van verdachte getoond. Eén politiefoto en een foto van Hyves. [Medeverdachte 1] verklaart dan dat dit de persoon is die hij herkent als ‘de rijder’ en die bij de beroving op de Dubbeldamseweg Zuid aanwezig was.

Ten aanzien van het door de officier van justitie gebezigde tapgesprek overweegt de rechtbank dat de inhoud daarvan weliswaar aanwijzingen oplevert dat verdachte betrokken is bij zaken die het daglicht niet kunnen verdragen, maar gelet op de inhoud van het gesprek, waarin verdachte verwijst naar ‘de kleine broer die nog vastzit’, acht de rechtbank niet uitgesloten dat het gesprek ziet op een andere overval dan die op de Dubbeldamseweg Zuid en acht de rechtbank het onvoldoende specifiek om bij het onderhavige feit te gebruiken voor het bewijs.

Ten aanzien van het door de officier van justitie geopperde vermoeden dat verdachte bij de overval de auto van zijn vriendin heeft gebruikt, overweegt de rechtbank dat dit ook niet meer is dan een vermoeden van de officier van justitie. Het vermoeden wordt op geen enkele wijze onderbouwd. Integendeel. [Medeverdachte 1] spreekt in zijn verklaring duidelijk over een donkergroene auto terwijl de auto van de vriendin van verdachte blauw is. Verder hebben diverse getuigen verklaard dat het kenteken van de vluchtauto begint met de letter ‘T’ of de combinatie ‘TR’. De rechtbank stelt vast dat de vriendin van verdachte op 26 maart 2010 beschikte over een blauwe Daewoo Nexia met het kenteken RZ-PN-76.

Nu getuige [getuige 5], die uitgebreid heeft verklaard over het verdelen van de buit, verdachte niet aanwijst als één van de daarbij aanwezigen en de zendmastgegevens uitwijzen dat de telefoon van verdachte zich ten tijde van de overval in Barendrecht bevond, is de rechtbank op grond van het vorenstaande van oordeel dat niet wettig bewezen is dat verdachte het ten laste gelegde feit 1 heeft begaan en zal de rechtbank hem dan ook van dat feit vrijspreken.

4.3.2. De nadere bewijsoverweging

De verdediging heeft ten aanzien van feit 2 betoogd dat de herkenningen door [getuige 2] en [getuige 3] niet kunnen worden gebruikt voor het bewijs nu het vermeende herkenningen zou betreffen en verdachte voorts een aannemelijke verklaring heeft gegeven voor zijn aanwezigheid op de Staart op de vroege ochtend van 27 maart 2010.

[Getuige 2] heeft in zijn verhoor bij de politie van 17 juni 2010 verklaard dat hij verdachte op de beelden van Opsporing Verzocht als één van de daders van de overval op de Spar heeft herkend. [Getuige 2] noemt in dit verband de twee gouden tanden boven en het loopje waaraan hij verdachte heeft herkend.

Ook [getuige 3] herkende verdachte op de beelden. Op 8 juli 2010 verklaarde zij bij de politie – kort gezegd – dat ze de jongen die bij de overval op de Spar buiten loopt, een sukkel vindt. Toen haar een foto van verdachte werd getoond, bevestigde zij dat dit “[verdachte], die sukkel” was. Bij haar verhoor bij de rechter-commissaris op 21 februari 2011 verklaart getuige [getuige 3] opnieuw dat zij met “die sukkel” [verdachte] bedoelt en dat zij [verdachte] op de beelden had herkend als de jongen die buiten rende.

Zowel [getuige 2] als [getuige 3] kenden verdachte al langer en beiden hebben zij verklaard verdachte op de beelden te herkennen. [Getuige 2] heeft daarbij zelfs enkele specifieke uiterlijke kenmerken van verdachte genoemd. Gelet hierop verwerpt de rechtbank het verweer dat de herkenningen van [getuige 2] en [getuige 3] te algemeen zouden zijn om voor het bewijs te kunnen worden gebruikt.

Ten nadele van verdachte geldt voorts dat er kort na de overval op de Spar veelvuldig telefonisch contact is geweest met medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3]. Deze telefonische contacten vonden plaats vroeg in de ochtend van zaterdag 27 maart 2010. Daarbij is komen vast te staan dat (onder andere) verdachte zich ten tijde van deze telefonische contacten – en dus kort na de overval – in de directe omgeving van de plaats delict bevond. Dit laatste wordt bevestigd door getuige [getuige 1], die verklaarde dat zij verdachte die ochtend kwam ophalen en toen blauwe zwaailichten zag. Voor voormelde telefonische contacten hebben verdachte noch zijn medeverdachten een (geloofwaardige) verklaring gegeven. Mede in het licht van voornoemde belastende verklaringen en omstandigheden acht de rechtbank de verklaring van verdachte dat hij op de vroege ochtend van 27 maart 2010 op ‘de Staart’ in Dordrecht was omdat hij onder de brug een afspraak had met een niet nader genoemd meisje, ongeloofwaardig.

Al met al acht de rechtbank op basis van het voorgaande wettig en overtuigend bewezen dat verdachte bij de overval op de Spar betrokken is geweest.

4.3.3. De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

2.

(BUFFALO)

op 27 maart 2010 te Dordrecht tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag en een tas (met inhoud) en een laptop, toebehorende aan [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 4], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte en/of zijn mededaders:

- op die [slachtoffer 4] zijn afgerend toen zij met de opening van de winkel bezig was en

- (daarbij) een (nep)vuurwapen hebben getoond aan die [slachtoffer 4] en

- die [slachtoffer 4] (onder bedreiging van een (nep)vuurwapen) hebben gezegd/gedwongen het alarm uit te zetten en de kluis te openen en

- die [slachtoffer 3] achterna zijn gerend.

Hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

Voor zover in de bewezenverklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

4.3.4 De bewijsmiddelen

De rechtbank grondt haar overtuiging dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

De bewijsmiddelen zullen in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis met de bewijsmiddelen vereist, dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, in een aan dit vonnis gehechte bijlage worden opgenomen.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 2

DIEFSTAL, VOORAFGEGAAN EN VERGEZELD VAN BEDREIGING MET GEWELD TEGEN PERSONEN, GEPLEEGD MET HET OOGMERK OM DIE DIEFSTAL VOOR TE BEREIDEN EN GEMAKKELIJK TE MAKEN, TERWIJL HET FEIT WORDT GEPLEEGD DOOR TWEE OF MEER VERENIGDE PERSONEN.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7 De strafoplegging

7.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht, gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 8 jaren, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

7.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft geen strafmaatverweer gevoerd.

7.3 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit feit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

In de eerste drie maanden van 2010 is in Dordrecht een reeks van overvallen gepleegd, waaronder de overval op de supermarkt [slachtoffer 3] in de vroege ochtend van 27 maart 2010 waaraan verdachte zich heeft schuldig gemaakt. De winkelier van [slachtoffer 3] en zijn medewerkster vingen hun werkdag aan toen zij door gemaskerde en gewapende mannen van geld en goederen werden ontdaan. Dat dit voor de slachtoffers een nare en angstige ervaring moet zijn geweest, staat buiten kijf. De slachtoffers moeten verder leven met de gevolgen van dit gewelddadige feit. Delicten zoals de bewezen verklaarde roofoverval dragen ook bij aan een gevoel van onveiligheid in de maatschappij in het algemeen, maar zeker ook in de wijk waar het feit is gepleegd.

Verdachte heeft niet willen verklaren over zijn aandeel in de roofoverval en heeft tevens verzuimd om inzicht te geven in de drijfveren voor zijn handelen. De rechtbank kan uitgaande van het dossier niet anders concluderen dan dat verdachte zich heeft laten leiden door zijn eigen materiële behoeften. Verdachte heeft zich hierbij weinig rekenschap gegeven van de verstrekkende gevolgen van de gepleegde feiten voor de slachtoffers, zoals naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit de grove manier waarop hij en zijn mededaders de slachtoffers hebben benaderd.

Bij de straftoemeting heeft de rechtbank rekening gehouden met de navolgende uitgangspunten.

Wat betreft de op te leggen straf heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij de straffen die door deze rechtbank in grosso modo met de onderhavige feiten vergelijkbare gevallen worden opgelegd. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat bij een voltooide gekwalificeerde diefstal in de regel niet kan worden volstaan met een lagere straf dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee jaren en zes maanden.

Onder de omstandigheid dat bij de hier bewezen verklaarde overval gebruik is gemaakt van een (nep)vuurwapen, ziet de rechtbank aanleiding het voornoemde uitgangspunt te verhogen met zes maanden.

De rechtbank ziet geen ruimte voor een voorwaardelijk strafdeel.

De rechtbank is aldus van oordeel dat met betrekking tot het bewezen verklaarde een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie jaren als passend en geboden kan worden beschouwd.

De rechtbank acht de gemaakte keuzes met betrekking tot strafsoort en strafmaat het meest passend bij de persoon van de verdachte en de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is gepleegd.

8 De benadeelde partijen

[slachtoffer 1]

Als benadeelde partij heeft zich schriftelijk in het geding gevoegd [slachtoffer 1]. Hij vordert verdachte te veroordelen aan hem te betalen een bedrag van € 1.900,- , ter zake van materiële schadevergoeding in verband met feit 1.

Verdachte zal worden vrijgesproken van het feit waaruit de schade zou zijn ontstaan.

De rechtbank zal daarom de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering.

[slachtoffer 2]

Als benadeelde partij heeft zich voorts schriftelijk in het geding gevoegd [slachtoffer 2]. Zij vordert verdachte te veroordelen aan haar te betalen een bedrag van € 1.225,- , ter zake van materiële schadevergoeding in verband met feit 1.

Verdachte zal worden vrijgesproken van het feit waaruit de schade zou zijn ontstaan.

De rechtbank zal daarom de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering.

[slachtoffer 3] h.o.d.n. [slachtoffer 3]

Als benadeelde partij heeft zich voorts schriftelijk in het geding gevoegd [slachtoffer 3] h.o.d.n. [slachtoffer 3]. Hij vordert verdachte te veroordelen aan hem te betalen een bedrag van € 450,- ter zake van materiële schadevergoeding in verband met feit 2, alsmede de wettelijke rente vanaf het moment van het ontstaan van de schade.

De verdediging heeft de hoogte van de schade niet betwist, wel de aansprakelijkheid voor die schade.

De benadeelde partij is ontvankelijk in de vordering, nu aan verdachte een straf wordt opgelegd en aan de benadeelde partij rechtstreeks schade is toegebracht door het onder feit 2 bewezen verklaarde feit.

Naar het oordeel van de rechtbank is de gevorderde schade voldoende aannemelijk gemaakt zodat de vordering zal worden toegewezen.

Naast toewijzing van deze civiele vordering zal de rechtbank als extra waarborg voor de schadevergoeding tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen.

[slachtoffer 4]

Als benadeelde partij heeft zich schriftelijk in het geding gevoegd [slachtoffer 4]. Zij vordert verdachte te veroordelen aan haar te betalen een bedrag van € 1.650,- ter zake van immateriële schadevergoeding in verband met feit 2, alsmede de wettelijke rente vanaf het moment van het ontstaan van de schade.

De verdediging heeft de hoogte van de schade niet betwist, wel de aansprakelijkheid voor die schade.

De benadeelde partij is ontvankelijk in de vordering, nu aan verdachte een straf wordt opgelegd en aan de benadeelde partij rechtstreeks schade is toegebracht door het onder feit 2 bewezen verklaarde feit.

Naar het oordeel van de rechtbank is de gevorderde schade voldoende aannemelijk gemaakt zodat de vordering zal worden toegewezen.

Naast toewijzing van deze civiele vordering zal de rechtbank als extra waarborg voor de schadevergoeding tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen.

9 De wettelijke voorschriften

De opgelegde straf berust op de artikelen 24c, 36f, 63, 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

10 De beslissing

De rechtbank:

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder feit 1 ten laste is gelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;

- verklaart het ten laste gelegde bewezen op de wijze als hierboven onder 4.3.3 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

- verklaart dat het bewezenverklaarde het onder 5 vermelde strafbare feit oplevert;

- verklaart verdachte strafbaar;

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 3 (drie) jaren;

- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Benadeelde partijen

[slachtoffer 1]

- verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk in haar vordering;

- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten, aan de zijde van verdachte tot op heden begroot op nihil;

[slachtoffer 2]

- verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk in haar vordering;

- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten, aan de zijde van verdachte tot op heden begroot op nihil;

[slachtoffer 3] h.o.d.n.[slachtoffer 3]

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 3] h.o.d.n. [slachtoffer 3], [adres slachtoffer 3], van € 450,- ter zake van materiële schadevergoeding, vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 27 maart 2010 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- bepaalt dat, voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 3] h.o.d.n. [slachtoffer 3], [adres slachtoffer 3], € 450,- te betalen, bij niet betaling te vervangen door 9 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 maart 2010 tot aan de dag der algehele voldoening;

- bepaalt dat, voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;

[slachtoffer 4]

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 4], [adres slachtoffer 4] van € 1.650,- ter zake van immateriële schadevergoeding, vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 27 maart 2010 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- bepaalt dat, voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer

[slachtoffer 4], [adres slachtoffer 4], € 1.650,- te betalen, bij niet betaling te vervangen door 26 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 maart 2010 tot aan de dag der algehele voldoening;

- bepaalt dat, voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door mr. P. Joele, voorzitter, mr. M.A. Waals en

mr. G.J. Schiffers-Hanssen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.Y. de Lange, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 juli 2011.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

1.

(LAS VEGAS)

hij op of omstreeks 16 februari 2010 te Dordrecht tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen:

- een (attaché)koffer (merk Delsey) met daarin onder meer één of meerdere I-pod(s) en/of een oplader en/of een agenda (merk Cartier) en/of een zwarte map en/of een portemonnee (merk Cartier) met daarin onder meer de dagopbrengst en/of

- een tas (merk Compaq) met daarin onder meer een laptop (merk Compaq CQ60) en/of een rugzak met daarin onder meer een portemonnee (merk D&G) en/of identiteitspapieren en/of (een) geld(bedrag), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan (een) ander(en) dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of

gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld

hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s):

- die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] een (nep) vuurwapen heeft/hebben getoond en/of voorgehouden en/of

- die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] (met kracht en/of met gebalde vuist) meermalen, althans één maal, (in zijn/haar gezicht en/of in zijn/haar buik en/of op zijn/haar gehele lichaam) heeft/hebben geslagen en/of geschopt waardoor

hij/zij op de grond viel(en) en/of terwijl hij/zij op de grond lag(en) en/of

- de koffer van die [slachtoffer 1] uit zijn handen heeft/hebben getrokken en/of

- de portemonnee van die [slachtoffer 1] uit zijn jaszak heeft/hebben gepakt en/of

- die [slachtoffer 2] heeft/hebben vastgehouden en/of

- die [slachtoffer 2] (met kracht) (aan haar haren) (over de straat) heeft/hebben meegesleurd/meegesleept en/of

- die [slachtoffer 2] (hard) heeft/hebben geduwd waardoor zij ten val kwam en/of

- (vervolgens) een hand op/over de mond en/of de neus van die [slachtoffer 2] heeft/hebben geduwd/gedrukt en/of

- het hoofd van die [slachtoffer 1] tegen de grond heeft/hebben geslagen en/of

- die laptoptas en/of die rugzak van die [slachtoffer 1] uit haar handen heeft/hebben getrokken en/of gerukt

en/of

hij op of omstreeks 16 februari 2010 te Dordrecht tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer1] en/of [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van:

- een (attaché)koffer (merk Delsey) met daarin onder meer één of meerdere I-pod(s) en/of een oplader en/of een agenda (merk Cartier) en/of een zwarte map en/of een portemonnee (merk Cartier) met daarin onder meer de dagopbrengst en/of

- een tas (merk Compaq) met daarin onder meer een laptop (merk Compaq CQ60) en/of een rugzak met daarin onder meer een portemonnee (merk D&G) en/of identiteitspapieren en/of (een)geld(bedrag), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2], in elk geval aan (een) ander(en) dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s):

- die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] een (nep) vuurwapen heeft/hebben getoond en/of voorgehouden en/of

- die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] (met kracht en/of met gebalde vuist) meermalen, althans één maal, (in zijn/haar gezicht en/of in zijn/haar buik en/of op zijn/haar gehele lichaam) heeft/hebben geslagen en/of geschopt waardoor hij/zij op de grond viel(en) en/of terwijl hij/zij op de grond lag(en) en/of

- de koffer van die [slachtoffer 1] uit zijn handen heeft/hebben getrokken en/of

- de portemonnee van die [slachtoffer 1] uit zijn jaszak heeft/hebben gepakt en/of

- die [slachtoffer 2] heeft/hebben vastgehouden en/of

- die [slachtoffer 2] (met kracht) (aan haar haren) (over de straat) heeft/hebben meegesleurd/meegesleept en/of

- die [slachtoffer 2] (hard) heeft/hebben geduwd waardoor zij ten val kwam en/of

- (vervolgens) een hand op/over de mond en/of de neus van die [slachtoffer 2] heeft/hebben geduwd/gedrukt en/of

- het hoofd van die [slachtoffer 2] tegen de grond heeft/hebben geslagen en/of

- die laptoptas en/of die rugzak van die [slachtoffer 2] uit haar handen heeft/hebben getrokken en/of gerukt;

2.

(BUFFALO)

hij op of omstreeks 27 maart 2010 te Dordrecht tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (groot) geldbedrag en/of een tas (met inhoud) en/of een laptop, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4], in elk geval aan (een) ander(en) dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 4], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk

geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s):

- op die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 4] is/zijn afgerend toen hij/zij met de opening van de winkel bezig was/waren en/of

- (daarbij) een (nep)vuurwapen heeft/hebben getoond en/of voorgehouden aan die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 4] en/of

- die [slachtoffer 4] (onder bedreiging van een (nep)vuurwapen) heeft/hebben gezegd/gedwongen het alarm af/uit te zetten en/of de kluis te openen en/of

- die [slachtoffer 3] achterna is/zijn gerend

en/of

hij op of omstreeks 27 maart 2010 te Dordrecht tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] heeft gedwongen tot de afgifte van een (groot) geldbedrag en/of een tas (met inhoud) en/of een laptop, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4], in elk geval aan (een) ander(en) dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s):

- op die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 4] is/zijn afgerend toen hij/zij met de opening van de winkel bezig was/waren en/of

- (daarbij) een (nep)vuurwapen heeft/hebben getoond en/of voorgehouden aan die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 4] en/of

- die [slachtoffer 4] (onder bedreiging van een (nep)vuurwapen) heeft/hebben gezegd/gedwongen het alarm af/uit te zetten en/of de kluis te openen en/of

- die [slachtoffer 3] achterna is/zijn gerend;