Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2011:BR0329

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
05-07-2011
Datum publicatie
05-07-2011
Zaaknummer
11-870286-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Gewapende overvallen op een snackbar, een supermarkt en een schoenenwinkel in Dordrecht en een gewapende straatroof op twee personen, eveneens in Dordrecht. Verdachte wordt, conform de vordering van de officier van justitie en het standpunt van de verdediging, vrijgesproken van de overval op de schoenenwinkel. Ook voor de overval op de snackbar is er onvoldoende wettig bewijs. Voor de overval op de supermarkt en de straatroof wordt verdachte veroordeeld tot 5 jaar cel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 11/870286-10

verkort vonnis van de meervoudige kamer d.d. 5 juli 2011

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats en datum verdachte],

wonende te [woonplaats en adres verdachte],

thans gedetineerd in de PI Middelburg,

hierna: verdachte.

Raadsvrouw mr. E.M. van den Oudenaller, advocaat te Dordrecht.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzittingen van 7, 8 en 21 juni 2011, waarbij de officier van justitie mr. D. van Hout, de verdachte en zijn raadsvrouw hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. De rechtbank heeft kennis genomen van de vorderingen van de benadeelde partijen.

2 De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen in de dagvaarding is omschreven. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage 1 aan dit vonnis gehecht en maakt hiervan deel uit.

3 De voorvragen

De dagvaarding voldoet aan alle wettelijke eisen en is dus geldig.

De rechtbank is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit 1 – te weten een diefstal met geweld en afpersing op een snackbar in Dordrecht op 16 januari 2010 –, feit 2 – te weten een diefstal met geweld op twee personen in Dordrecht op 16 februari 2010 – en feit 4 – te weten een diefstal met geweld op de Spar in Dordrecht op 27 maart 2010 – heeft begaan. Zij baseert zich daarbij voor feit 1 onder meer op de vondst van twee bivakmutsen in het huis van de oma van verdachte, op de verklaring van [getuige/medeverdachte 1] dat verdachte en [medeverdachte 2] de overval op de snackbar hebben gepleegd, op zendmastgegevens waaruit blijkt dat de telefoon van verdachte in het uur na de overval een zendmast in de buurt van het Rivierenplein aanstraalt en de omstandigheid dat verdachte voldoet aan het signalement (mollig) van één van de daders.

Het wettig en overtuigend bewijs voor betrokkenheid van verdachte bij feit 2 volgt uit de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting alsmede uit de verklaringen van [getuige/medeverdachte 1] en [getuige 3].

Voor feit 4 baseert de officier van justitie zich op het veelvuldige telefooncontact tussen verdachte en twee medeverdachten op de vroege ochtend van deze overval, de verklaring van [getuige 4] naar aanleiding van de getoonde beelden bij het programma Opsporing Verzocht, de verklaring van [getuige 3] die verdachte meent te herkennen op de beelden, de verklaring van [getuige/medeverdachte 1], het aantreffen van 2 bivakmutsen in de woning van de oma van verdachte en de omstandigheid dat verdachte in het signalement past van dader 2.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat er geen wettig en overtuigend bewijs is voor betrokkenheid van verdachte bij feit 3. Zij heeft gevorderd dat verdachte wordt vrijgesproken van dat feit.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van de ten laste gelegde feiten 1, 3 en 4 omdat het wettig en overtuigend bewijs voor die feiten ontbreekt.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

4.3.1. De vrijspraak

Ten aanzien van feit 1

De officier van justitie baseert zich voor het bewijs van dit feit op de verklaring van [getuige/medeverdachte 1] (medeverdachte bij een ander feit) die zou hebben verklaard dat [medeverdachte 2] en [verdachte] (verdachte) de overval op de snackbar Het Ruitje hebben gepleegd. De rechtbank stelt vast dat [getuige/medeverdachte 1] letterlijk het volgende heeft verklaard: “Snackbar op de Staart is ook gewoon door [medeverdachte 2] en [verdachte] gedaan omdat [getuige 5] dat geld heeft en dat [medeverdachte 2] het ook tegen mij verteld had dat hij dat gedaan heeft”. Naar het oordeel van de rechtbank kan de bovenstaande verklaring niet worden gebezigd als bewijs voor de betrokkenheid van verdachte bij de overval op de snackbar omdat de rechtbank niet kan uitsluiten dat de genoemde betrokkenheid van verdachte een eigen invulling is door [getuige/medeverdachte 1] naar aanleiding van hetgeen [medeverdachte 2] hem heeft verteld.

Naast de voormelde verklaring bevat het dossier zendmastgegevens waaruit blijkt dat de GSM van verdachte zich kort (enkele minuten) na de overval in het bereik van de zendmast aan de Kerkeplaat te Dordrecht bevond. Deze zendmast staat in de omgeving van de plaats van de overval.

De rechtbank stelt vast – op grond van eigen waarneming ter terechtzitting – dat verdachte voldoet aan het door één van de slachtoffers gegeven signalement van de dader die hem buiten heeft achtervolgd en heeft geslagen. Het slachtoffer beschrijft deze dader als ‘mollig’. Hoewel de vorenstaande stukken aanwijzingen bevatten in de richting van verdachte kan hieruit niet onomstotelijk zijn betrokkenheid bij de overval volgen.

De rechtbank acht op grond van het vorenstaande niet wettig bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit 1 heeft begaan en zal hem dan ook van dat feit vrijspreken.

Ten aanzien van feit 3

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het wettig bewijs ontbreekt voor betrokkenheid van verdachte bij feit 3 zodat de rechtbank verdachte zal vrijspreken van dat feit.

4.3.2. De nadere bewijsoverweging

Ten aanzien van feit 2

Voor zover de verdediging heeft betoogd dat niet al het in de tenlastelegging opgenomen geweld tegen aangeefster [slachtoffer 1] bewezen kan worden verklaard, overweegt de rechtbank dat zij het geweld tegen [slachtoffer 1], waaronder het schoppen en slaan, wettig en overtuigend bewezen acht op de wijze als hierna opgenomen. Aangeefster heeft onder meer verklaard (04.AG.2.1) dat er twee mannen op haar afkwamen die haar duwden waardoor zij op haar knie op de grond viel. Ook kreeg aangeefster een hand voor haar mond en neus gedrukt waardoor zij niet meer kon ademen. Aangeefster heeft verklaard dat zij vervolgens aan haar kleren en haar haren over de grond naar een steegje werd gesleurd waar zij werd geslagen en geschopt. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij ‘de vrouw heeft gepakt in de steeg’. Het andere slachtoffer, de heer [slachtoffer 2], bevestigt in zijn aangifte (04.AG.1.1 , pag. 3) dat aangeefster gedurende de overval ook werd geslagen. De rechtbank gaat er op grond van de verklaringen van aangeefster en [getuige/medeverdachte 1] vanuit dat verdachte samen met een ander het vrouwelijke slachtoffer [slachtoffer 1] onder handen heeft genomen. Ook gaat de rechtbank er op grond van de verklaring van [getuige/medeverdachte 1] vanuit dat er voor de overval is gesproken over het gebruik van fysiek geweld. De rechtbank heeft geen reden om te twijfelen aan de lezing van het slachtoffer dat er is geslagen en geschopt. Verdachte wenst niet te verklaren over het aandeel in het geweld van zijn mededader. Verdachte heeft zich echter – hoewel het toepassen van geweld vooraf was besproken – niet gedistantieerd van dit geweld. De rechtbank verwerpt het verweer.

Ten aanzien van feit 4

De verdediging heeft betoogd dat verdachte niet voldoet aan het door de getuigen [getuige 6], [getuige 7] en [getuige 8] opgegeven signalement. Voorts is aangevoerd dat dader twee op de beelden van Opsporing Verzocht geen bivakmuts droeg, terwijl er geen bewijs voorhanden is dat de bivakmuts die door dader één op de beelden werd gedragen, één van de bij de oma van verdachte aangetroffen bivakmutsen betreft. De verdediging voert verder aan dat verdachte stellig ontkent dat hij aan [getuige 3] heeft verteld dat hij, verdachte, de overval op de Spar heeft gedaan. Ten slotte geldt voor de door [getuige/medeverdachte 1] en [getuige 4] aangevoerde verklaringen dat die niet op eigen waarneming berusten en om die reden niet voldoen aan de eisen die artikel 342 van het Wetboek van Strafvordering stelt aan een door een getuige af te leggen verklaring, aldus de raadsvrouw.

Dienaangaande overweegt de rechtbank als volgt. [getuige/medeverdachte] heeft in zijn verhoor bij de politie van 13 juli 2010 verklaard dat hij op de beelden van Opsporing Verzocht [medeverdachte 2] en [verdachte] heeft herkend en ook hoe en waaraan hij [medeverdachte 2] en [verdachte] herkende. Hij heeft voorts verklaard dat “hun” er zelf over hebben gepraat. Bij zijn verhoor ten overstaan van de rechter-commissaris van 14 maart 2011 heeft [getuige/medeverdachte] meermalen gezegd dat [medeverdachte 2] hem heeft verteld dat hij, [medeverdachte 2], de overval op de Spar heeft gedaan en dat hij altijd alles samen met [verdachte] deed. Dat [getuige/medeverdachte] in zijn laatste verhoor bij de rechter-commissaris een en ander heeft afgezwakt of zelfs teruggenomen doet naar het oordeel van de rechtbank niet af aan de bewijswaarde van [getuige/medeverdachte] eerdere verklaringen, dit temeer gelet op het hierna nog te bespreken overige bewijsmateriaal, dat [getuige/medeverdachte] eerdere verklaringen ondersteunt. De rechtbank overweegt nog dat de herkenning door [getuige/medeverdachte] van onder andere [verdachte] op de beelden van Opsporing Verzocht en hetgeen [getuige/medeverdachte] zegt van [medeverdachte 2] te hebben gehoord, eigen waarnemingen van [getuige/medeverdachte] zijn. Diens verklaringen voldoen derhalve aan de door artikel 342 van het Wetboek van Strafvordering gestelde eisen.

De verklaring van [getuige/medeverdachte] zoals in de vorige overweging genoemd, wordt ondersteund door die van [getuige 3]. Laatstgenoemde heeft in zijn eerste verhoor bij de politie op 15 juli 2010 verklaard dat hij [verdachte] (verdachte) op de beelden van Opsporing Verzocht heeft herkend. [Getuige 3] noemt in dit verband niet alleen het postuur van de persoon op de beelden, maar ook diens houding. [Getuige 3] heeft hierbij voorts verklaard dat hij [verdachte] al best wel lang kent en herkende dat hij het was. Daar komt nog bij dat [getuige 3] ook heeft verklaard dat hij zelf van [verdachte] had gehoord dat (onder andere) [verdachte] en [medeverdachte 2] de overval op de Spar hadden gedaan. De rechtbank gaat uit van hetgeen [getuige 3] in voormeld verhoor bij de politie heeft gezegd, nu deze verklaring strookt met hetgeen [getuige/medeverdachte] in zijn eerste verklaringen heeft verteld.

Ten slotte blijkt uit het dossier dat er kort na de overval op de Spar telefonisch contact is geweest tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte 2] en - veelvuldig - tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte 3] en dat er kort na de overval telefonisch contact is geweest tussen [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] onderling. Deze telefonische contacten vonden plaats vroeg in de ochtend van zaterdag 27 maart 2010. Daarbij is komen vast te staan dat (onder andere) medeverdachte [medeverdachte 3] zich ten tijde van deze telefonische contacten – en dus kort na de overval – in de directe omgeving van de plaats delict bevond. Voor voormelde telefonische contacten hebben verdachte noch zijn medeverdachten een (geloofwaardige) verklaring gegeven.

Al met al acht de rechtbank op basis van het voorgaande wettig en overtuigend bewezen dat verdachte bij de overval op de Spar betrokken is geweest.

4.3.3. De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

2.

(LAS VEGAS)

op 16 februari 2010 te Dordrecht tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen:

- een attachékoffer (merk Delsey) met daarin onder meer I-pods en een oplader en een agenda (merk Cartier) en een zwarte map en een portemonnee (merk Cartier) met daarin onder meer de dagopbrengst en

- een tas (merk Compaq) met daarin onder meer een laptop (merk Compaq CQ60) en een rugzak met daarin onder meer een portemonnee (merk D&G) en identiteitspapieren en geld, toebehorende aan die [slachtoffer ]en/of [slachtoffer 1], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2] en die [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte en/of zijn mededader(s):

- die [slachtoffer 2]een (nep) vuurwapen hebben getoond en voorgehouden en

- die [slachtoffer 2] en die [slachtoffer 1] (met kracht en/of met gebalde vuist) (in zijn/haar gezicht en/of in zijn/haar buik en/of op zijn/haar gehele lichaam) hebben geslagen en/of geschopt waardoor hij/zij op de grond viel en terwijl hij/zij op de grond lag

- de koffer van die [slachtoffer 2] uit zijn handen hebben getrokken en

- de portemonnee van die [slachtoffer 2] uit zijn zak hebben gepakt en

- die [slachtoffer 1] hebben vastgehouden en

- die [slachtoffer 1] (met kracht) (aan haar haren) (over de straat) hebben meegesleurd/meegesleept en

- die [slachtoffer 1] (hard) hebben geduwd waardoor zij ten val kwam en

- (vervolgens) een hand op/over de mond en de neus van die [slachtoffer 1] hebben geduwd/gedrukt en

- het hoofd van die [slachtoffer 1] tegen de grond hebben geslagen en

- die laptoptas en die rugzak van die [slachtoffer1] uit haar handen/van haar rug hebben getrokken;

4.

(BUFFALO)

op 27 maart 2010 te Dordrecht tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag en een tas (met

inhoud) en een laptop, toebehorende aan [slachtoffer 6] en/of [[slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met

geweld tegen die [slachtoffer 7], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte

en/of zijn mededaders:

- op die [slachtoffer 7] zijn afgerend toen zij met de opening van de winkel bezig was en

- (daarbij) een (nep)vuurwapen hebben getoond aan die [slachtoffer 7] en

- die [slachtoffer 7] (onder bedreiging van een (nep)vuurwapen) hebben gezegd/gedwongen het alarm uit te zetten en de kluis te openen en

- die [slachtoffer 6] achterna zijn gerend.

Hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

Voor zover in de bewezenverklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

4.3.4 De bewijsmiddelen

De rechtbank grondt haar overtuiging dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

De rechtbank bezigt ieder bewijsmiddel, ook in onderdelen, telkens slechts voor het bewijs van het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

De bewijsmiddelen zullen in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis met de bewijsmiddelen vereist, dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, in een aan dit vonnis gehechte bijlage worden opgenomen.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

Feit 2

DIEFSTAL, VOORAFGEGAAN EN VERGEZELD VAN GEWELD EN BEDREIGING MET GEWELD TEGEN PERSONEN, GEPLEEGD MET HET OOGMERK OM DIE DIEFSTAL VOOR TE BEREIDEN EN GEMAKKELIJK TE MAKEN, TERWIJL HET FEIT WORDT GEPLEEGD DOOR TWEE OF MEER VERENIGDE PERSONEN.

Feit 4

DIEFSTAL, VOORAFGEGAAN EN VERGEZELD VAN BEDREIGING MET GEWELD TEGEN PERSONEN, GEPLEEGD MET HET OOGMERK OM DIE DIEFSTAL VOOR TE BEREIDEN EN GEMAKKELIJK TE MAKEN, TERWIJL HET FEIT WORDT GEPLEEGD DOOR TWEE OF MEER VERENIGDE PERSONEN.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7 De strafoplegging

7.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht, gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 11 jaren, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

7.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging acht de door de officier van justitie gevorderde straf – mede gelet op de bepleite vrijspraak voor 3 feiten – buitensporig hoog. De verdediging verzoekt de rechtbank een veel lagere straf op te leggen en daarbij rekening te houden met de omstandigheid dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor diefstal met geweld. De verdediging verzoekt de rechtbank voorts rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte zoals die mogen blijken uit het reclasseringsrapport.

7.3 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

In de eerste drie maanden van 2010 is in Dordrecht een supermarkt overvallen en zijn twee personen op straat beroofd. In beide gevallen is gebruik gemaakt van een (nep)vuurwapen en bij de straatroof werd grof lichamelijk geweld gebruikt tegen de slachtoffers. De buit bestond ondermeer uit geldbedragen. De roofovervallen werden in wisselende samenstelling gepleegd door een aantal jonge mannen. Verdachte was één van die mannen en hij heeft zich schuldig gemaakt aan de twee voornoemde roofovervallen.

De winkelier van de [slachtoffer 6] en zijn medewerkster vingen hun werkdag aan toen zij door gemaskerde en gewapende mannen van geld en goederen werden ontdaan. De twee personen die ’s avonds laat op straat werden overvallen, werden door de daders ook nog eens afgetuigd. Dat dit voor de slachtoffers een nare en angstige ervaring moet zijn geweest, staat buiten kijf. De slachtoffers moeten verder leven met de gevolgen van de gewelddadige feiten. Delicten zoals de bewezen verklaarde roofovervallen dragen ook bij aan een gevoel van onveiligheid in de maatschappij in het algemeen, maar zeker ook in de wijken waar de feiten zijn gepleegd.

Verdachte heeft ter terechtzitting summier verklaard over zijn aandeel in de overval op straat maar heeft verzuimd om inzicht te geven in de drijfveren voor zijn handelen. De rechtbank kan uitgaande van het dossier niet anders concluderen dan dat verdachte zich heeft laten leiden door zijn eigen materiële behoeften. Verdachte heeft zich hierbij weinig rekenschap gegeven van de verstrekkende gevolgen van de gepleegde feiten voor de slachtoffers, zoals naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit de grove manier waarop hij en zijn mededaders de slachtoffers hebben benaderd.

Bij de straftoemeting heeft de rechtbank rekening gehouden met de navolgende uitgangspunten:

Wat betreft de op te leggen straf heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij de straffen die door deze rechtbank in grosso modo met de onderhavige feiten vergelijkbare gevallen worden opgelegd. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat bij een voltooide gekwalificeerde diefstal in de regel niet kan worden volstaan met een lagere straf dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van twee jaren en zes maanden. Op gelijke wijze aansluiting zoekend is de rechtbank van oordeel dat bij een voltooide straatroof in de regel niet kan worden volstaan met een lagere straf dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee jaren.

Onder de omstandigheid dat bij de hier bewezen verklaarde overvallen gebruik is gemaakt van een (nep)vuurwapen en er in het geval van de straatroof daarnaast grof geweld is gebruikt, ziet de rechtbank aanleiding voornoemde uitgangspunten te verhogen met zes maanden per overval/straatroof.

De rechtbank ziet aanleiding in strafmatigende zin rekening te houden met de leeftijd van verdachte en overige persoonlijke omstandigheden, voor zover deze ter terechtzitting zijn aangevoerd, en de totale straf te verlagen met zes maanden.

De rechtbank ziet geen ruimte voor een voorwaardelijk strafdeel.

De rechtbank is aldus van oordeel dat met betrekking tot het onder 2 en 4 bewezen verklaarde een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vijf jaar als passend en geboden kan worden beschouwd.

De rechtbank acht de gemaakte keuzes met betrekking tot strafsoort en strafmaat het meest passend bij de persoon van de verdachte en de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn gepleegd.

8 De benadeelde partijen

(in verband met feit 1)

[slachtoffer 3]

Als benadeelde partij heeft zich schriftelijk in het geding gevoegd [slachtoffer 3]. Hij vordert verdachte te veroordelen aan hem te betalen een bedrag van € 230,- ter zake van materiële schadevergoeding en een bedrag van € 500,- ter zake van immateriële schadevergoeding in verband met feit 1, alsmede de wettelijke rente vanaf het moment van het ontstaan van de schade.

Verdachte zal worden vrijgesproken van het feit waaruit de schade zou zijn ontstaan.

De rechtbank zal daarom de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering.

[slachtoffer 4]

Als benadeelde partij heeft zich schriftelijk in het geding gevoegd [slachtoffer 4]. Zij vordert verdachte te veroordelen aan haar te betalen een bedrag van € 1.348,55 ter zake van materiële schadevergoeding en een bedrag van € 1.950,- ter zake van immateriële schadevergoeding in verband met feit 1, alsmede de wettelijke rente vanaf het moment van het ontstaan van de schade.

Verdachte zal worden vrijgesproken van het feit waaruit de schade zou zijn ontstaan.

De rechtbank zal daarom de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering.

(in verband met feit 2)

[slachtoffer 2]

Als benadeelde partij heeft zich schriftelijk in het geding gevoegd [slachtoffer 2]. Hij vordert verdachte te veroordelen aan hem te betalen een bedrag van € 1.900,- , ter zake van materiële schadevergoeding in verband met feit 2.

De verdediging heeft de hoogte van de schade, voor zover het betreft de schade aan het horloge, betwist.

De benadeelde partij is ontvankelijk in de vordering, nu aan verdachte een straf wordt opgelegd en aan de benadeelde partij rechtstreeks schade is toegebracht door het onder 2 bewezen verklaarde feit.

De rechtbank acht de vordering tot een bedrag van € 1.100,- (dagopbrengst) voldoende onderbouwd en de vordering komt de rechtbank tot dit bedrag juist voor. De andere schadepost (schade aan horloge) is onvoldoende onderbouwd zodat de benadeelde partij voor dat gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk zal worden verklaard omdat de behandeling van dat gedeelte van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert.

Naast toewijzing van deze civiele vordering zal de rechtbank als extra waarborg voor de schadevergoeding tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen.

[slachtoffer 1]

Als benadeelde partij heeft zich voorts schriftelijk in het geding gevoegd [slachtoffer 1]. Zij vordert verdachte te veroordelen aan haar te betalen een bedrag van € 1.225,- , ter zake van materiële schadevergoeding, in verband met feit 2.

De benadeelde partij is ontvankelijk in de vordering, nu aan verdachte een straf of maatregel wordt opgelegd en aan de benadeelde partij rechtstreeks schade is toegebracht door het onder feit 2 bewezen verklaarde feit.

De rechtbank acht de vordering tot een bedrag van € 1.150,- voldoende onderbouwd en de vordering komt de rechtbank tot dit bedrag juist voor. De schadepost ‘parfum’ volgt niet uit de aangifte en is anderszins eveneens onvoldoende onderbouwd zodat de benadeelde partij voor dat gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk zal worden verklaard omdat de behandeling van dat gedeelte van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De schade van de portemonnee schat de rechtbank op €70,-.

Naast toewijzing van deze civiele vordering zal de rechtbank als extra waarborg voor de schadevergoeding tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen.

(in verband met feit 4)

[slachtoffer 6] h.o.d.n. [slachtoffer 6]

Als benadeelde partij heeft zich schriftelijk in het geding gevoegd [slachtoffer 6] h.o.d.n. [slachtoffer 6]. Hij vordert verdachte te veroordelen aan hem te betalen een bedrag van € 450,- ter zake van materiële schadevergoeding in verband met feit 4, alsmede de wettelijke rente vanaf het moment van het ontstaan van de schade.

De verdediging heeft de hoogte van de schade niet betwist, wel de aansprakelijkheid voor die schade.

De benadeelde partij is ontvankelijk in de vordering, nu aan verdachte een straf wordt opgelegd en aan de benadeelde partij rechtstreeks schade is toegebracht door het onder feit 4 bewezen verklaarde feit.

Naar het oordeel van de rechtbank is de gevorderde schade voldoende aannemelijk gemaakt zodat de vordering zal worden toegewezen.

Naast toewijzing van deze civiele vordering zal de rechtbank als extra waarborg voor de schadevergoeding tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen.

[slachtoffer 7]

Als benadeelde partij heeft zich schriftelijk in het geding gevoegd [slachtoffer 7]. Zij vordert verdachte te veroordelen aan haar te betalen een bedrag van € 1.650,- ter zake van immateriële schadevergoeding in verband met feit 4, alsmede de wettelijke rente vanaf het moment van het ontstaan van de schade.

De verdediging heeft de hoogte van de schade niet betwist, wel de aansprakelijkheid voor die schade.

De benadeelde partij is ontvankelijk in de vordering, nu aan verdachte een straf wordt opgelegd en aan de benadeelde partij rechtstreeks schade is toegebracht door het onder feit 4 bewezen verklaarde feit.

Naar het oordeel van de rechtbank is de gevorderde schade voldoende aannemelijk gemaakt zodat de vordering zal worden toegewezen.

Naast toewijzing van deze civiele vordering zal de rechtbank als extra waarborg voor de schadevergoeding tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen.

9 De toepasselijke wettelijke voorschriften

De opgelegde straf berust op de artikelen 24c, 36f, 57, 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

10 De beslissing

De rechtbank:

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder feit 1 en feit 3 ten laste is gelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;

- verklaart het ten laste gelegde bewezen op de wijze als hierboven onder 4.3.3 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

- verklaart dat het bewezenverklaarde de onder 5 vermelde strafbare feiten oplevert;

- verklaart de verdachte strafbaar;

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 5 (vijf) jaren;

- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Benadeelde partijen

[slachtoffer 3]

- verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 3] niet-ontvankelijk in haar vordering;

- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten, aan de zijde van verdachte tot op heden begroot op nihil;

[slachtoffer 4]

- verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 4] niet-ontvankelijk in haar vordering;

- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten, aan de zijde van verdachte tot op heden begroot op nihil;

[slachtoffer 2]

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2], [adres slachtoffer 2] van € 1.100,- ter zake van materiële schadevergoeding;

- bepaalt dat, voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;

- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2], [adres slachtoffer 2], € 1.100,- te betalen, bij niet betaling te vervangen door 21 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat, voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;

[slachtoffer 1]

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1], [adres slachtoffer 1] van € 1.150,- ter zake van materiële schadevergoeding;

- bepaalt dat, voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;

- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1], [adres slachtoffer 1], € 1.150,- te betalen, bij niet betaling te vervangen door 21 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat, voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.

[slachtoffer 6] h.o.d.n.[slachtoffer 6]

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 6] h.o.d.n. [slachtoffer 6], [adres slachtoffer 6], van € 450,- ter zake van materiële schadevergoeding, vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 27 maart 2010 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- bepaalt dat, voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 6] h.o.d.n. [slachtoffer 6], [adres slachtoffer 6], € 450,- te betalen, bij niet betaling te vervangen door 9 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 maart 2010 tot aan de dag der algehele voldoening;

- bepaalt dat, voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;

[slachtoffer 7]

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 7], adres slachtoffer 7] van € 1.650,- ter zake van immateriële schadevergoeding, vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 27 maart 2010 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- bepaalt dat, voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer

[slachtoffer 7], [adres slachtoffer 7], € 1.650,- te betalen, bij niet betaling te vervangen door 26 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 maart 2010 tot aan de dag der algehele voldoening;

- bepaalt dat, voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door mr. P. Joele, voorzitter, mr. M.A. Waals en

mr. G.J. Schiffers-Hanssen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.Y. de Lange, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 juli 2011.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

1.

(DALLAS)

hij op of omstreeks 16 januari 2010 te Dordrecht tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag en/of een tas (met inhoud), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5], in elk geval aan (een) ander(en) dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5], gepleegd met het

oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s):

- op die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] af is/zijn gerend/gelopen en/of heeft/hebben geroepen:"Binnen,binnen!" en/of - die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 4] en/of die [slachtoffer 5] een (nep)vuurwapen heeft/hebben getoond en/of voorgehouden en/of een (nep)vuurwapen op die [slachtoffer 4] en/of die [slachtoffer 5] heeft/hebben gericht en/of

- die [slachtoffer 5] naar binnen (de snackbar in) heeft/hebben geduwd en/of heeft/hebben gezegd: Waar is het geld!" en/of (toen die [slachtoffer 3] was weggerend) die [slachtoffer 3] op zijn hoofd heeft/hebben geslagen

en/of

hij op of omstreeks 16 januari 2010 te Dordrecht tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag en/of een tas (met inhoud), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met

geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s):

- op die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] af is/zijn gerend/gelopen en/of heeft/hebben geroepen:"Binnen, binnen!" en/of - die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 5] en/of die [slachtoffer 4] een(nep)vuurwapen heeft/hebben getoond en/of voorgehouden en/of een (nep)vuurwapen op die [slachtoffer 4] en/of die [slachtoffer 5] heeft/hebben gericht en/of

- die [slachtoffer 5] naar binnen (de snackbar in) heeft/hebben geduwd en/of heeft/hebben gezegd: Waar is het geld!" en/of (toen die [slachtoffer 3] was weggerend) die [slachtoffer 3] op zijn hoofd heeft/hebben geslagen;

2.

(LAS VEGAS)

hij op of omstreeks 16 februari 2010 te Dordrecht tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen:

- een (attaché)koffer (merk Delsey) met daarin onder meer één of meerdere I-pod(s) en/of een oplader en/of een agenda (merk Cartier) en/of een zwarte map en/of een portemonnee (merk Cartier) met daarin onder meer de dagopbrengst en/of

- een tas (merk Compaq) met daarin onder meer een laptop (merk Compaq CQ60) en/of een rugzak met daarin onder meer een portemonnee (merk D&G) en/of identiteitspapieren en/of (een) geld(bedrag), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1], in elk geval aan (een) ander(en) dan aan verdachte

en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2] en die [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of

gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld

hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s):

- die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 1] een (nep) vuurwapen heeft/hebben getoond en/of voorgehouden en/of

- die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 1] (met kracht en/of met gebalde vuist) meermalen, althans één maal, (in zijn/haar gezicht en/of in zijn/haar buik en/of op zijn/haar gehele lichaam) heeft/hebben geslagen en/of geschopt waardoor hij/zij op de grond viel(en) en/of terwijl hij/zij op de grond lag(en) en/of

- de koffer van die [slachtoffer 2] uit zijn handen heeft/hebben getrokken en/of

- de portemonnee van die [slachtoffer 2] uit zijn jaszak heeft/hebben gepakt en/of

- die [slachtoffer 1] heeft/hebben vastgehouden en/of

- die [slachtoffer 1] (met kracht) (aan haar haren) (over de straat) heeft/hebben meegesleurd/meegesleept en/of

- die [slachtoffer 1] (hard) heeft/hebben geduwd waardoor zij ten val kwam en/of

- (vervolgens) een hand op/over de mond en/of de neus van die [slachtoffer 1] heeft/hebben geduwd/gedrukt en/of

- het hoofd van die [slachtoffer 4] tegen de grond heeft/hebben geslagen en/of

- die laptoptas en/of die rugzak van die [slachtoffer 1] uit haar handen/van haar rug heeft/hebben getrokken en/of gerukt

en/of

hij op of omstreeks 16 februari 2010 te Dordrecht tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van:

- een (attaché)koffer (merk Delsey) met daarin onder meer één of meerdere I-pod(s) en/of een oplader en/of een agenda (merk Cartier) en/of een zwarte map en/of een portemonnee (merk Cartier) met daarin onder meer de dagopbrengst en/of

- een tas (merk Compaq) met daarin onder meer een laptop (merk Compaq CQ60) en/of een rugzak met daarin onder meer een portemonnee (merk D&G) en/of identiteitspapieren en/of (een)geld(bedrag), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 1], in elk geval aan (een) ander(en) dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s):

- die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 1] een (nep) vuurwapen heeft/hebben getoond en/of voorgehouden en/of

- die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 1] (met kracht en/of met gebalde vuist) meermalen, althans één maal, (in zijn/haar gezicht en/of in zijn/haar buik en/of op zijn/haar gehele lichaam) heeft/hebben geslagen en/of geschopt waardoor

hij/zij op de grond viel(en) en/of terwijl hij/zij op de grond lag(en) en/of

- de koffer van die [slachtoffer 2] uit zijn handen heeft/hebben getrokken en/of

- de portemonnee van die [slachtoffer 2] uit zijn jaszak heeft/hebben gepakt en/of

- die [slachtoffer 1] heeft/hebben vastgehouden en/of

- die [slachtoffer 1] (met kracht) (aan haar haren) (over de straat) heeft/hebben meegesleurd/meegesleept en/of

- die [slachtoffer 1] (hard) heeft/hebben geduwd waardoor zij ten val kwam en/of

- (vervolgens) een hand op/over de mond en/of de neus van die slachtoffer 4] heeft/hebben geduwd/gedrukt en/of

- het hoofd van die [slachtoffer 1] tegen de grond heeft/hebben geslagen en/of

- die laptoptas en/of die rugzak van die [slachtoffer 1] uit haar handen heeft/hebben getrokken en/of gerukt;

3.

(TOPEKA)

hij op of omstreeks 11 maart 2010 te Dordrecht tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen:

- één of meerdere envelop(pen) met geld en/of (een) rolletje(s) met geld en/of

- een (zilverkleurige) portemonnee met daarin onder meer één of meerdere bankpas(sen) en/of een creditcard en/of (een) geld(bedrag) en/of

- een tas met daarin onder meer een agenda en/of een mobiele telefoon (merk Samsung Sgh-480) en/of identiteitspapieren en/of een rijbewijs en/of (een bankpas(sen) en/of een creditcard en/of (een) geld(bedrag)

- een tas met daarin onder meer een agenda en/of een mobiele telefoon (merk Samsung) en/of een lederen (telefoon)hoesje en/of een portemonnee met daarin onder meer een rijbewijs en/of één of meerdere bankpas(sen) en/of (een) geld(bedrag), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de [slachtoffer 8] en/of aan [slachtoffer 9] en/of [slachtoffer 10] en/of [slachtoffer 11] in elk geval aan (een) ander(en) dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met

geweld tegen die [slachtoffer 9] en/of die [slachtoffer 10] en/of die [slachtoffer 11] en/of [slachtoffer 12], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s) (meermalen):

- op die [slachtoffer9] en/of die [slachtoffer 10] en/of die [slachtoffer11] en/of die [slachtoffer 12] is/zijn afgerend en/of

- (daarbij) aan die [slachtoffer 9] en/of die [slachtoffer 10] en/of die [slachtoffer 11] en/of die [slachtoffer 12] een (nep)vuurwapen heeft/hebben getoond en/of voorgehouden en/of

- die [slachtoffer 9]en /of die [slachtoffer 10] en/of die [slachtoffer 11] heeft/hebben vastgepakt en/of

- die [slachtoffer 9] en/of die [slachtoffer 10] en/of die [slachtoffer 11] op/tegen de grond heeft/hebben geduwd en/of gegooid en/of

- die [slachtoffer 9] en/of die [slachtoffer 10] en/of die [slachtoffer 11] door de winkel naar het kantoor heeft/hebben geduwd en/of getrokken en/of

- een (nep)vuurwapen in de nek van die [slachtoffer 9] heeft/hebben gedrukt en/of

- de tas van die [slachtoffer 9] heeft/hebben afgepakt en/of

- geld uit de kassa heeft/hebben gegraaid/gepakt en/of (daarbij) (luid) (meermalen) heeft/hebben geschreeuwd:

- dat ze op de grond moest(en) gaan liggen en/of

- dat ze niet mocht(en) kijken en/of

- dat ze moest(en) opstaan en/of moest(en) meekomen/meelopen en/of

- dat ze de kluis en/of de kassa open moest(en) maken en/of

- dat ze dood gemaakt zou(den) worden en/of

- "Waar is de kluis, waar is de kluis?" en/of "Doe de kluis open, snel, snel" en/of "Blijf rustig, dan doe ik jou niks" en/of "Lopen!" en/of "Opschieten!", althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking

en/of

hij op of omstreeks 11 maart 2010 te Dordrecht tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 9] en/of [slachtoffer 10] en/of [slachtoffer 11] heeft gedwongen tot de afgifte van:

- één of meerdere envelop(pen) met geld en/of (een) rolletje(s) met geld en/of

- een (zilverkleurige) portemonnee met daarin onder meer één of meerdere bankpas(sen) en/of een creditcard en/of (een) geld(bedrag) en/of

- een tas met daarin onder meer een agenda en/of een mobiele telefoon (merk Samsung Sgh-480) en/of identiteitspapieren en/of een rijbewijs en/of (een) bankpas(sen) en/of een creditcard en/of (een) geld(bedrag)

- een tas met daarin onder meer een agenda en/of een mobiele telefoon (merk Samsung) en/of een lederen (telefoon)hoesje en/of een portemonnee met daarin onder meer een rijbewijs en/of één of meerdere bankpas(sen) en/of (een) geld(bedrag) en/of, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de [slachtoffer 8 en/of aan die [slachtoffer 9] en/of die [slachtoffer 10] en/of die [slachtoffer 11], in elk geval aan (een) ander(en) dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s) (meermalen):

- op die [slachtoffer 9] en/of die [slachtoffer 10] en/of die [slachtoffer 11] en/of die [slachtoffer 12] is/zijn afgerend en/of

- (daarbij) aan die [slachtoffer 9] en/of die [slachtoffer 10] en/of die [slachtoffer 11] en/of die [slachtroffer 12] een (nep)vuurwapen heeft/hebben getoond en/of voorgehouden en/of

- die [slachtoffer 9] en/of die [slachtoffer 10] en/of die [slachtoffer 11]heeft/hebben vastgepakt en/of

- die [slachtoffer 9] en/of die [slachtoffer 10] en/of die [slachtoffer 11] op/tegen de grond heeft/hebben geduwd en/of gegooid en/of

- die [slachtoffer 9] en/of die [slachtoffer 10] en/of die [slachtoffer 11] door de winkel naar het kantoor heeft/hebben geduwd en/of getrokken en/of

- een (nep)vuurwapen in de nek van die [slachtoffer 9] heeft/hebben gedrukt en/of

- de tas van die [slachtoffer 9] heeft/hebben afgepakt en/of

- geld uit de kassa heeft/hebben gegraaid/gepakt en/of (daarbij) (luid) (meermalen) heeft/hebben geschreeuwd:

- dat ze op de grond moest(en) gaan liggen en/of

- dat ze niet mocht(en) kijken en/of

- dat ze moest(en) opstaan en/of moest(en) meekomen/meelopen en/of

- dat ze de kluis en/of de kassa open moest(en) maken en/of

- dat ze dood gemaakt zou(den) worden en/of

- "Waar is de kluis, waar is de kluis?" en/of "Doe de kluis open, snel, snel" en/of "Blijf rustig, dan doe ik jou niks" en/of "Lopen!" en/of "Opschieten!", althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking;

4.

(BUFFALO)

hij op of omstreeks 27 maart 2010 te Dordrecht tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (groot) geldbedrag en/of een tas (met inhoud) en/of een laptop, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7], in elk geval aan (een) ander(en) dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 6] en/of die [slachtoffer 7], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk

geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s):

- op die [slachtoffer 6] en/of die [slachtoffer 7] is/zijn afgerend toen hij/zij met de opening van de winkel bezig was/waren en/of

- (daarbij) een (nep)vuurwapen heeft/hebben getoond en/of voorgehouden aan die [slachtoffer 6] en/of die [slachtoffer 7] en/of

- die [slachtoffer 7] (onder bedreiging van een (nep)vuurwapen) heeft/hebben gezegd/gedwongen het alarm af/uit te zetten en/of de kluis te openen en/of

- die [slachtoffer 6] achterna is/zijn gerend

en/of

hij op of omstreeks 27 maart 2010 te Dordrecht tezamen en in vereniging met(een) ander(en), althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] heeft gedwongen tot de afgifte van een (groot) geldbedrag en/of een tas (met inhoud) en/of een laptop, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7 ], in elk geval aan (een) ander(en) dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s):

- op die [slachtoffer 6] en/of die [slachtoffer 7] is/zijn afgerend toen hij/zij met de opening van de winkel bezig was/waren en/of

- (daarbij) een (nep)vuurwapen heeft/hebben getoond en/of voorgehouden aan die [slachtoffer 6] en/of die [slachtoffer 7] en/of

- die [slachtoffer 6] (onder bedreiging van een (nep)vuurwapen) heeft/hebben gezegd/gedwongen het alarm af/uit te zetten en/of de kluis te openen en/of- die [slachtoffer 6] achterna is/zijn gerend;