Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2011:BR0316

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
05-07-2011
Datum publicatie
05-07-2011
Zaaknummer
11-870287-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Gewapende overvallen op een snackbar, een supermarkt en een schoenenwinkel in Dordrecht en een gewapende straatroof op twee personen, eveneens in Dordrecht. Verdachte wordt, conform de vordering van de officier van justitie en het standpunt van de verdediging, vrijgesproken van de overval op de schoenenwinkel. Voor de andere overvallen en de straatroof wordt hij veroordeeld tot 8 jaar cel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 11/870287-10

verkort vonnis van de meervoudige kamer d.d. 5 juli 2011

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats en datum verdachte],

wonende te [woonplaats en adres verdachte],

thans gedetineerd in de PI Rijnmond - HvB De IJssel,

hierna: verdachte.

Raadsman mr. A. Jhingoer, advocaat te Rotterdam.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzittingen van 7, 8 en 21 juni, waarbij de officier van justitie mr. D. van Hout, de verdachte en zijn raadsman hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. De rechtbank heeft kennis genomen van de vorderingen van de benadeelde partijen.

2 De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen in de dagvaarding is omschreven. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht en maakt hiervan deel uit.

3 De voorvragen

De dagvaarding voldoet aan alle wettelijke eisen en is dus geldig.

De rechtbank is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit 1 – te weten een diefstal met geweld op Spar Nuis in Dordrecht op 27 maart 2010 –, feit 3 – te weten een diefstal met geweld in Dordrecht op twee personen op 16 februari 2010 – en feit 4 – te weten een diefstal met geweld en afpersing in Dordrecht op een snackbar op 16 januari 2010 – heeft begaan. Zij baseert zich daarbij voor feit 1 onder meer op de herkenning door een getuige van verdachte op videobeelden van de overval, twee getuigen die verklaren dat verdachte tegenover hen de overval heeft bekend, de verklaring van het jongere broertje van verdachte over het gedrag van verdachte na de overval en de overeenkomst tussen verdachte en het door het slachtoffer gegeven signalement van één van de daders.

Het wettig en overtuigend bewijs voor betrokkenheid van verdachte bij feit 3 is – naast de aangiftes van de slachtoffers – naar de mening van de officier van justitie vooral te vinden in de verklaringen van [medeverdachte 1] en [getuigen 1].

Voor feit 4 ten slotte baseert de officier van justitie zich op de in de woning van verdachte aangetroffen USB-stick, die afkomstig is van de overval, alsmede op de verklaringen van [medeverdachte 1] en het jongere broertje van verdachte.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat er geen wettig en overtuigend bewijs is voor betrokkenheid van verdachte bij feit 2. Zij heeft gevorderd dat verdachte wordt vrijgesproken van dat feit.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft betoogd dat er voor geen van de tenlastegelegde feiten voldoende wettig en overtuigend bewijs is zodat verdachte integraal moet worden vrijgesproken.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

4.3.1 De vrijspraak

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het wettig bewijs ontbreekt voor betrokkenheid van verdachte bij feit 2 zodat de rechtbank verdachte zal vrijspreken van dat feit.

4.3.2 De nadere bewijsoverweging

Ten aanzien van feit 3

De verdediging heeft gesteld dat de verklaring van [medeverdachte 1] onbetrouwbaar is en dus niet kan worden gebruikt voor het bewijs. De raadsman heeft daartoe betoogd dat [medeverdachte 1] immers heeft verklaard dat verdachte hem vóór 16 februari 2010 tijdens een MSN-contact niet alleen het wapen voor de overval op de Dubbeldamseweg Zuid heeft laten zien, maar ook de camerabeelden van de overval op de Spar, terwijl de Spar pas op 27 maart 2010 is overvallen.

De rechtbank overweegt daarover het volgende. [medeverdachte 1] is op 24 mei 2011 als getuige gehoord door de rechter-commissaris en heeft aldaar verklaard dat verdachte hem in een MSN-contact – waarbij de eerste plannen voor de overval op de Dubbeldamseweg Zuid werden gemaakt – een wapen heeft getoond en de camerabeelden van de overval op de Spar. De rechtbank stelt vast dat deze verklaring – gelet op de omstandigheid dat de overval op de Dubbeldamseweg Zuid plaatsvond op 16 februari 2010 en de overval op de Spar eerst op 27 maart 2010 – onjuist is. De rechtbank constateert voorts dat [medeverdachte 1] in zijn politieverhoor eerder heeft verklaard dat verdachte hem een wapen heeft laten zien op MSN. Elders in het politieverhoor verklaart [medeverdachte 1] eveneens over een gebeurtenis waarbij verdachte hem de beelden van de overval op de Spar heeft laten zien. De rechtbank acht het niet uitgesloten dat [medeverdachte 1] zich – mede gelet op het grote tijdsverloop tussen de politieverhoren en het verhoor bij de rechter-commissaris – ten aanzien van dit element mogelijk heeft vergist. Dit leidt er naar het oordeel van de rechtbank niet toe dat zijn gehele verklaring over de overval op de Dubbeldamseweg Zuid – die zeer gedetailleerd is en op meerdere onderdelen wordt ondersteund door andere bewijsmiddelen en waarbij [medeverdachte 1] zichzelf in ernstige mate belast – onbetrouwbaar zou zijn en zou moeten worden uitgesloten van het bewijs. De rechtbank verwerpt het verweer.

De verdediging heeft voorts betoogd dat de verklaring van [getuige 1] – waarin deze verklaart dat [verdachte], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] ‘begin van het jaar’ (2010) op een avond rond 22:00 uur, in de portiek van zijn woning de buit van een overval hebben verdeeld – niet kan worden meegenomen omdat niet duidelijk zou zijn met betrekking tot welke overval hij dit heeft verklaard. De rechtbank verwerpt dit verweer omdat de door de verdediging bedoelde passage uit de verklaring van [getuige 1] (04.VH.6.1 – blad 12 t/m 14), bezien in samenhang met de verklaring van [medeverdachte 1], naar haar oordeel zonder meer ziet op de avond van 16 februari 2010.

Ten aanzien van feit 4

De verdediging heeft betoogd dat de verklaring van [getuige 2] (hierna: [getuige 2]) (het jongere broertje van verdachte) zoals die is afgelegd bij de politie, niet mag worden gebruikt voor het bewijs omdat hij niet is gewezen op zijn verschoningsrecht en [getuige 2] inmiddels een schriftelijke verklaring heeft afgelegd waarin hij de herkomst van het geld duidt als afkomstig van de verkoop van een scooter. De rechtbank verwerpt het verweer. [getuige 2] is na zijn aanhouding op 10 juni 2010 meerdere keren in aanwezigheid van zijn moeder als verdachte verhoord in het onderzoek naar de overval op de snackbar. In dat kader is hij ook steeds gewezen op zijn zwijgrecht. In het tweede verhoor (op 12 juni 2010) is [getuige 2] op eigen initiatief gaan verklaren over de betrokkenheid van verdachte bij de desbetreffende overval. Niet is gebleken van enige op [getuige 2] uitgeoefende ongeoorloofde druk. De rechtbank ziet geen aanleiding om zijn verklaring om die reden buiten beschouwing te laten.

Overigens ziet de rechtbank geen aanleiding om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de eerdere (belastende) verklaringen van [getuige 2] zoals afgelegd bij de politie. [Getuige 2] heeft in de verhoren van respectievelijk 12 en 17 juni 2010 verklaard dat verdachte op de avond van 16 januari 2010 thuis kwam, dat hij zenuwachtig was en vertelde dat hij de snackbar had overvallen. Verdachte zou [getuige 2] toen een zakje met kleingeld hebben gegeven. [Getuige 2] heeft verklaard dat [getuige 3] (zijn andere broer) bij het gebeuren aanwezig was en dat hij, [getuige 2], het aan zijn zus [getuige 4] heeft verteld. De zus van [getuige 2] (en verdachte) bevestigt in haar verklaring bij de politie dat [getuige 2] dit aan haar heeft verteld (01.G.11.1, blad 2). [Getuige 3] bevestigt dat verdachte aan [getuige 2] los geld heeft gegeven (01.G.13.1). [Getuige 2] heeft verder verklaard dat het die avond sneeuwde (01.VH.2.2, blad 20), hetgeen wordt bevestigd in het proces-verbaal van bevindingen 01.AH.01. [Getuige 2] heeft derhalve bij de politie gedetailleerd en controleerbaar juist verklaard over die avond.

Enkele dagen voor de behandeling ter terechtzitting heeft de rechtbank via de raadsman van verdachte een brief ontvangen waarin [getuige 2] – kort samengevat – verklaart dat het geld dat hij van verdachte heeft ontvangen op de avond van 16 januari 2010 afkomstig was van de verkoop van een scooter. Gelet op het grote tijdsverloop tussen het politieverhoor en de recente schriftelijke verklaring en tevens gelet op de bevestiging van de eerdere verklaringen door de zus en broer van [getuige 2] en ten slotte op de omstandigheid dat [getuige 2] – gehoord bij de rechter-commissaris – zich heeft beroepen op zijn verschoningsrecht, acht de rechtbank de eerdere verklaringen van [getuige 2] betrouwbaarder dan de recente schriftelijke verklaring.

De verdediging heeft ten slotte betoogd dat de slachtoffers hebben verklaard dat de daders blanke mannen waren, hetgeen niet overeenkomt met het uiterlijk van verdachte. De rechtbank overweegt het volgende. De slachtoffers van de overval hebben enerzijds verklaard dat zij dachten dat de overvallers blank waren. Eén van de slachtoffers heeft evenwel ook verklaard dat van de bivakmutsen die de daders droegen, alleen het gedeelte van de ogen was uitgeknipt en dat zij van de man die op haar afkwam niet kon zien of hij zwart of bruin was maar dat hij in ieder geval geen blauwe ogen had. In de omstandigheid dat er sprake was van 3 overvallers en de waarneming van de slachtoffers slechts gebaseerd is op het waargenomen gebied rond de ogen ziet de rechtbank hierin geen aanleiding om dit in voor verdachte ontlastende zin mee te nemen in de besluitvorming.

4.3.3 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte

1.

(BUFFALO)

op 27 maart 2010 te Dordrecht tezamen en in vereniging met

anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag en een tas (met inhoud) en een laptop,toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om diediefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte en/of zijn mededaders:

- op die [slachtoffer 2] zijn afgerend toen zij met de opening van de winkel bezig was en

- (daarbij) een (nep)vuurwapen hebben getoond aan die [slachtoffer2] en

- die [slachtoffer 2] (onder bedreiging van een (nep)vuurwapen) hebben gezegd/gedwongen het alarm uit te zetten en de kluis te openen en

- die [slachtoffer 1] achterna zijn gerend.

3.

(LAS VEGAS)

op 16 februari 2010 te Dordrecht tezamen en in vereniging met

anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen:

- een attachékoffer (merk Delsey) met daarin onder meer I-pods en een oplader en een agenda (merk Cartier) en een zwarte map en een portemonnee (merk Cartier) met daarin onder meer de dagopbrengst en

- een tas (merk Compaq) met daarin onder meer een laptop (merk Compaq CQ60) en een rugzak met daarin onder meer een portemonnee (merk D&G) en identiteitspapieren en geld toebehorende aan die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 3] en die [slachtoffer 4], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte en/of zijn mededader(s):

- die [slachtoffer 3] een (nep) vuurwapen hebben getoond en voorgehouden en

- die [slachtoffer 3] en die [slachtoffer 4] (met kracht en/of met gebalde vuist), (in zijn/haar gezicht en/of in zijn/haar buik en/of op zijn/haar gehele lichaam) hebben geslagen en/of geschopt waardoor hij/zij op de grond viel en terwijl hij/zij op de grond lag

- de koffer van die [slachtoffer 3] uit zijn handen hebben getrokken en

- de portemonnee van die[slachtoffer 3] uit zijn zak hebben gepakt en

- die [slachtoffer 4] hebben vastgehouden en die [slachtoffer 4] (met kracht) (aan haar haren) (over de straat) hebben meegesleurd/meegesleept en

- die [slachtoffer 4] (hard) hebben geduwd waardoor zij ten val kwam en (vervolgens) een hand op/over de mond en de neus van die [slachtoffer 4] hebben geduwd/gedrukt en

- het hoofd van die [slachtoffer4] tegen de grond hebben geslagen en

- die laptoptas en die rugzak van die –[slachtoffer 4] uit haar handen/van haar rug hebben

getrokken.

4.

(DALLAS)

op 16 januari 2010 te Dordrecht tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag toebehorende aan [slachtoffer 5], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte en/of zijn mededaders:

- op die [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] af zijn gerend/gelopen en hebben geroepen:"Binnen,binnen!" en

- die [slachtoffer 5] en die [slachtoffer 7] en die [slachtoffer 6] een

(nep)vuurwapen hebben getoond en een (nep)vuurwapen op die [slachtoffer 6] en die

[slachtoffer 7] hebben gericht en

- die [slachtoffer 7] naar binnen (de snackbar in) hebben geduwd en hebben gezegd: Waar is het geld!" en (toen die [slachtoffer 5] was weggerend) die [slachtoffer 5] op zijn hoofd hebben geslagen

en

op 16 januari 2010 te Dordrecht tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer 6] heeft gedwongen tot de afgifte van een tas (met inhoud), toebehorende aan [slachtoffer 6], welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte en/of zijn mededaders:

- op die [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] af zijn gerend/gelopen en hebben geroepen: "Binnen,binnen!" en - die [slachtoffer 5] en die [slachtoffer 7]en die [slachtoffer 6] een (nep)vuurwapen hebben getoond en een (nep)vuurwapen op die [slachtoffer 6] en die [slachtoffer 7] hebben gericht en

- die [slachtoffer 7] naar binnen (de snackbar in) hebben geduwd en hebben gezegd: Waar is het geld!" en (toen die [slachtoffer 5] was weggerend) die [slachtoffer 5] op zijn hoofd hebben geslagen.

Hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

Voor zover in de bewezenverklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

4.3.4 De bewijsmiddelen

De rechtbank grondt haar overtuiging dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

De rechtbank bezigt ieder bewijsmiddel, ook in onderdelen, telkens slechts voor het bewijs van het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

De bewijsmiddelen zullen in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis met de bewijsmiddelen vereist, dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, in een aan dit vonnis gehechte bijlage worden opgenomen.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

Feit 1

DIEFSTAL, VOORAFGEGAAN EN VERGEZELD VAN BEDREIGING MET GEWELD TEGEN PERSONEN, GEPLEEGD MET HET OOGMERK OM DIE DIEFSTAL VOOR TE BEREIDEN EN GEMAKKELIJK TE MAKEN, TERWIJL HET FEIT WORDT GEPLEEGD DOOR TWEE OF MEER VERENIGDE PERSONEN;

Feit 3

DIEFSTAL, VOORAFGEGAAN EN VERGEZELD VAN GEWELD EN BEDREIGING MET GEWELD TEGEN PERSONEN, GEPLEEGD MET HET OOGMERK OM DIE DIEFSTAL VOOR TE BEREIDEN EN GEMAKKELIJK TE MAKEN, TERWIJL HET FEIT WORDT GEPLEEGD DOOR TWEE OF MEER VERENIGDE PERSONEN;

Feit 4:

VOORTGEZETTE HANDELING VAN:

DIEFSTAL, VOORAFGEGAAN EN VERGEZELD VAN GEWELD EN BEDREIGING MET GEWELD TEGEN PERSONEN, GEPLEEGD MET HET OOGMERK OM DIE DIEFSTAL VOOR TE BEREIDEN EN GEMAKKELIJK TE MAKEN, TERWIJL HET FEIT WORDT GEPLEEGD DOOR TWEE OF MEER VERENIGDE PERSONEN

EN

AFPERSING, TERWIJL HET FEIT WORDT GEPLEEGD DOOR TWEE OF MEER VERENIGDE PERSONEN.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7 De strafoplegging

7.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht, gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 11 jaren, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

7.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft betoogd dat de eis van de officier van justitie absurd is nu voor een standaard straatroof in de regel 12 weken gevangenisstraf wordt opgelegd.

7.3 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

In de eerste drie maanden van 2010 zijn in Dordrecht een snackbar en een supermarkt overvallen en zijn twee personen op straat beroofd. In alle gevallen is gebruik gemaakt van een (nep)vuurwapen en bij de straatroof werd grof lichamelijk geweld gebruikt tegen de slachtoffers. De buit bestond onder meer uit geldbedragen. Deze roofovervallen werden in wisselende samenstelling gepleegd door een aantal jonge mannen. Verdachte was één van die mannen en hij heeft zich schuldig gemaakt aan de drie voornoemde roofovervallen.

De uitbater van de snackbar en zijn dochters, de winkelier van de [slachtoffer 1] en zijn medewerkster rondden hun werkdag af of vingen daarmee aan toen zij door gemaskerde en gewapende mannen van geld en goederen werden ontdaan of door deze mannen werden gedwongen geld of goederen af te geven. De twee personen die ’s avonds laat op straat werden overvallen, werden door de daders ook nog eens afgetuigd. Dat dit voor de slachtoffers een nare en angstige ervaring moet zijn geweest, staat buiten kijf. De slachtoffers moeten verder leven met de gevolgen van de gewelddadige feiten. Delicten zoals de bewezen verklaarde roofovervallen dragen ook bij aan een gevoel van onveiligheid in de maatschappij in het algemeen, maar zeker ook in de wijken waar de feiten zijn gepleegd. De snackbar en de [slachtoffer 1] zijn beide gevestigd in de buurt waar verdachte woont.

Verdachte heeft niet willen verklaren over zijn aandeel in de overvallen en heeft ook geen inzicht gegeven in de drijfveren voor zijn handelen. De rechtbank kan uitgaande van het dossier niet anders concluderen dan dat verdachte zich heeft laten leiden door zijn eigen materiële behoeften. Verdachte heeft zich hierbij weinig rekenschap gegeven van de verstrekkende gevolgen van de gepleegde feiten voor de slachtoffers, zoals naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit de grove manier waarop hij en zijn mededaders de slachtoffers hebben benaderd.

Bij de straftoemeting heeft de rechtbank rekening gehouden met de navolgende uitgangspunten:

Wat betreft de op te leggen straf heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij de straffen die door deze rechtbank in grosso modo met de onderhavige feiten vergelijkbare gevallen worden opgelegd. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat bij een voltooide gekwalificeerde diefstal en/of afpersing in de regel niet kan worden volstaan met een lagere straf dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van twee jaren en zes maanden. Op gelijke wijze aansluiting zoekend is de rechtbank van oordeel dat bij een voltooide straatroof in de regel niet kan worden volstaan met een lagere straf dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee jaren.

In de omstandigheden dat bij de hier bewezen verklaarde overvallen gebruik is gemaakt van een (nep)vuurwapen en er in het geval van de straatroof daarnaast grof geweld is gebruikt, ziet de rechtbank aanleiding voornoemde uitgangspunten te verhogen met zes maanden per overval/straatroof.

De rechtbank ziet aanleiding in strafmatigende zin rekening te houden met de leeftijd van verdachte en overige persoonlijke omstandigheden, voor zover deze ter terechtzitting zijn aangevoerd, en de totale straf te verlagen met zes maanden.

De rechtbank ziet geen ruimte voor een voorwaardelijk strafdeel.

De rechtbank is aldus van oordeel dat met betrekking tot het onder 1, 3 en 4 bewezen verklaarde een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van acht jaar als passend en geboden kan worden beschouwd.

De rechtbank acht de gemaakte keuzes met betrekking tot strafsoort en strafmaat het meest passend bij de persoon van de verdachte en de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn gepleegd.

8 De benadeelde partijen

(feit 1)

[slachtoffer 1] h.o.d.n. [slachtoffer 1]

Als benadeelde partij heeft zich schriftelijk in het geding gevoegd [slachtoffer 1] h.o.d.n. [slachtoffer 1]. Hij vordert verdachte te veroordelen aan hem te betalen een bedrag van € 450,- ter zake van materiële schadevergoeding in verband met feit 1, alsmede de wettelijke rente vanaf het moment van het ontstaan van de schade.

De verdediging heeft de hoogte van de schade niet betwist, wel de aansprakelijkheid voor die schade.

De benadeelde partij is ontvankelijk in de vordering, nu aan verdachte een straf wordt opgelegd en aan de benadeelde partij rechtstreeks schade is toegebracht door het onder feit 1 bewezen verklaarde feit.

Naar het oordeel van de rechtbank is de gevorderde schade voldoende aannemelijk gemaakt zodat de vordering zal worden toegewezen.

Naast toewijzing van deze civiele vordering zal de rechtbank als extra waarborg voor de schadevergoeding tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen.

[slachtoffer 2]

Als benadeelde partij heeft zich schriftelijk in het geding gevoegd [slachtoffer 2]. Zij vordert verdachte te veroordelen aan haar te betalen een bedrag van € 1.650,- ter zake van immateriële schadevergoeding in verband met feit 1, alsmede de wettelijke rente vanaf het moment van het ontstaan van de schade.

De verdediging heeft de hoogte van de schade niet betwist, wel de aansprakelijkheid voor die schade.

De benadeelde partij is ontvankelijk in de vordering, nu aan verdachte een straf wordt opgelegd en aan de benadeelde partij rechtstreeks schade is toegebracht door het onder feit 1 bewezen verklaarde feit.

Naar het oordeel van de rechtbank is de gevorderde schade voldoende aannemelijk gemaakt zodat de vordering zal worden toegewezen.

Naast toewijzing van deze civiele vordering zal de rechtbank als extra waarborg voor de schadevergoeding tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen.

(feit 3)

[slachtoffer 3]

Als benadeelde partij heeft zich schriftelijk in het geding gevoegd [slachtoffer 3]. Hij vordert verdachte te veroordelen aan hem te betalen een bedrag van € 1.900,- , ter zake van materiële schadevergoeding in verband met feit 3.

De verdediging heeft de hoogte van de schade niet betwist, wel de aansprakelijkheid voor die schade.

De benadeelde partij is ontvankelijk in de vordering, nu aan verdachte een straf wordt opgelegd en aan de benadeelde partij rechtstreeks schade is toegebracht door het onder feit 3 bewezen verklaarde feit.

De rechtbank acht de vordering tot een bedrag van € 1.100,- (dagopbrengst) voldoende onderbouwd en de vordering komt de rechtbank tot dit bedrag juist voor. De andere schadepost (schade aan horloge) is onvoldoende onderbouwd zodat de benadeelde partij voor dat gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk zal worden verklaard omdat de behandeling van dat gedeelte van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert.

Naast toewijzing van deze civiele vordering zal de rechtbank als extra waarborg voor de schadevergoeding tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen.

[slachtoffer 4]

Als benadeelde partij heeft zich voorts schriftelijk in het geding gevoegd [slachtoffer 4]. Zij vordert verdachte te veroordelen aan haar te betalen een bedrag van € 1.225,- , ter zake van materiële schadevergoeding, in verband met feit 3.

De verdediging heeft de hoogte van de schade niet betwist, wel de aansprakelijkheid voor die schade.

De benadeelde partij is ontvankelijk in de vordering, nu aan verdachte een straf of maatregel wordt opgelegd en aan de benadeelde partij rechtstreeks schade is toegebracht door het onder feit 3 bewezen verklaarde feit.

De rechtbank acht de vordering tot een bedrag van € 1.150,- voldoende onderbouwd en de vordering komt de rechtbank tot dit bedrag juist voor. De schadepost ‘parfum’ volgt niet uit de aangifte en is anderszins eveneens onvoldoende onderbouwd zodat de benadeelde partij voor dat gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk zal worden verklaard omdat de behandeling van dat gedeelte van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De schade van de portemonnee heeft de rechtbank geschat op €70,-.

Naast toewijzing van deze civiele vordering zal de rechtbank als extra waarborg voor de schadevergoeding tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen.

(feit 4)

[slachtoffer 5]

Als benadeelde partij heeft zich voorts schriftelijk in het geding gevoegd [slachtoffer 5]. Hij vordert verdachte te veroordelen aan hem te betalen een bedrag van € 230,- ter zake van materiële schadevergoeding en een bedrag van € 500,- ter zake van immateriële schadevergoeding, in verband met feit 4, alsmede de wettelijke rente vanaf het moment van het ontstaan van de schade.

De verdediging heeft de hoogte van de schade niet betwist, wel de aansprakelijkheid voor die schade.

De benadeelde partij is ontvankelijk in de vordering, nu aan verdachte een straf of maatregel wordt opgelegd en aan de benadeelde partij rechtstreeks schade is toegebracht door het onder feit 4 bewezen verklaarde feit.

Het gevorderde is voldoende aannemelijk gemaakt zodat de vordering zal worden toegewezen.

Naast toewijzing van deze civiele vordering zal de rechtbank als extra waarborg voor de schadevergoeding tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen.

[slachtoffer 6]

Als benadeelde partij heeft zich voorts schriftelijk in het geding gevoegd [slachtoffer 6]. Zij vordert verdachte te veroordelen aan haar te betalen een bedrag van € 1.348,55 ter zake van materiële schadevergoeding en een bedrag van € 1.950,- ter zake van immateriële schadevergoeding, in verband met feit 4, alsmede de wettelijke rente vanaf het moment van het ontstaan van de schade.

De verdediging heeft de hoogte van de schade niet betwist, wel de aansprakelijkheid voor die schade.

De benadeelde partij is ontvankelijk in de vordering, nu aan verdachte een straf of maatregel wordt opgelegd en aan de benadeelde partij rechtstreeks schade is toegebracht door het onder feit 4 bewezen verklaarde feit.

Het gevorderde is voldoende aannemelijk gemaakt zodat de vordering zal worden toegewezen.

Naast toewijzing van deze civiele vordering zal de rechtbank als extra waarborg voor de schadevergoeding tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen.

9 De wettelijke voorschriften

De opgelegde straf berust op de artikelen 24c, 36f, 56, 57, 310, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

10 De beslissing

De rechtbank:

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder feit 2 ten laste is gelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;

- verklaart het ten laste gelegde bewezen op de wijze als hierboven onder 4.3.3 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

- verklaart dat het bewezenverklaarde de onder 5 vermelde strafbare feiten oplevert;

- verklaart verdachte strafbaar;

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 8 (acht) jaren;

- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Benadeelde partijen

[slachtoffer 1] h.o.d.n.[slachtoffer 1]

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] h.o.d.n. [slachtoffer 1], [adres slachtoffer 1, van € 450,- ter zake van materiële schadevergoeding, vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 27 maart 2010 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- bepaalt dat, voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] h.o.d.n. [slachtoffer 1], [adres slachtoffer 1], € 450,- te betalen, bij niet betaling te vervangen door 9 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 maart 2010 tot aan de dag der algehele voldoening;

- bepaalt dat, voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;

[slachtoffer 2]

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2], [adres slachtoffer 2] van € 1.650,- ter zake van immateriële schadevergoeding, vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 27 maart 2010 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- bepaalt dat, voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer

[slachtoffer 2], [adres slachtoffer 2], € 1.650,- te betalen, bij niet betaling te vervangen door 26 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 maart 2010 tot aan de dag der algehele voldoening;

- bepaalt dat, voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.

[slachtoffer 3]

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 3], [adres slachtoffer 3] van € 1.100,- ter zake van materiële schadevergoeding;

- bepaalt dat, voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;

- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 3], [adres slachtoffer 3], € 1.100,- te betalen, bij niet betaling te vervangen door 21 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat, voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;

[slachtoffer 4]

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 4], [adres slachtoffer 4] van € 1.150,- ter zake van materiële schadevergoeding;

- bepaalt dat, voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;

- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 4], [adres slachtoffer 4], € 1.150,- te betalen, bij niet betaling te vervangen door 21 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat, voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;

[slachtoffer 5]

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 5], [adres slachtoffer 5] van € 730, waarvan € 230,- ter zake van materiële schadevergoeding en € 500,- ter zake van immateriële schadevergoeding, vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 16 januari 2010 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer

[slachtoffer 5], [adres slachtoffer 5], € 730,- te betalen, bij niet betaling te vervangen door 14 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 januari 2010 tot aan de dag der algehele voldoening;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;

[Slachtoffer 6]

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 6],

[adres slachtoffer 6] van € 3.298,55, waarvan € 1.348,55,- ter zake van materiële schadevergoeding en € 1.950,- ter zake van immateriële schadevergoeding, vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 16 januari 2010 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer

[slachtoffer 6], [adres slachtoffer 6], € 3.298,55,- te betalen, bij niet betaling te vervangen door 42 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 januari 2010 tot aan de dag der algehele voldoening;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door mr. P. Joele, voorzitter, mr. M.A. Waals en

mr. G.J. Schiffers-Hanssen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.Y. de Lange, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 juli 2011.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

1.

(BUFFALO)

hij op of omstreeks 27 maart 2010 te Dordrecht tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (groot) geldbedrag en/of een tas (met inhoud) en/of een laptop, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan (een) ander(en) dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk

geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s):

- op die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] is/zijn afgerend toen hij/zij met de openingvan de winkel bezig was/waren en/of

- (daarbij) een (nep)vuurwapen heeft/hebben getoond en/of voorgehouden aan die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of

- die [slachtoffer 2] (onder bedreiging van een (nep)vuurwapen) heeft/hebbengezegd/gedwongen het alarm af/uit te zetten en/of de kluis te openen en/of

- die [slachtoffer 1] achterna is/zijn gerend

en/of

hij op of omstreeks 27 maart 2010 te Dordrecht tezamen en in vereniging met(een) ander(en), althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van een (groot) geldbedrag en/of een tas (met inhoud) en/of een laptop, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan (een) ander(en) dan aan verdachte en/of zijnmededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s):

- op die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] is/zijn afgerend toen hij/zij met de openingvan de winkel bezig was/waren en/of

- (daarbij) een (nep)vuurwapen heeft/hebben getoond en/of voorgehouden aan die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of

- die [slachtoffer 2] (onder bedreiging van een (nep)vuurwapen) heeft/hebben gezegd/gedwongen het alarm af/uit te zetten en/of de kluis te openen en/of

- die [slachtoffer 1] achterna is/zijn gerend;

2.

(TOPEKA)

hij op of omstreeks 11 maart 2010 te Dordrecht tezamen en in vereniging met(een) ander(en), althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen:

- één of meerdere envelop(pen) met geld en/of (een) rolletje(s) met geld en/of

- een (zilverkleurige) portemonnee met daarin onder meer één of meerdere bankpas(sen) en/of een creditcard en/of (een) geld(bedrag) en/of

- een tas met daarin onder meer een agenda en/of een mobiele telefoon (merk Samsung Sgh-480) en/of identiteitspapieren en/of een rijbewijs en/of (een) bankpas(sen) en/of een creditcard en/of (een) geld(bedrag)

- een tas met daarin onder meer een agenda en/of een mobiele telefoon (merk Samsung) en/of een lederen (telefoon)hoesje en/of een portemonnee met daarin onder meer een rijbewijs en/of één of meerdere bankpas(sen) en/of (een) geld(bedrag), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de [slachtoffer 8] en/of aan [slachtoffer 9] en/of [slachtoffer 10] en/of [slachtoffer 11] in elk geval aan (een)ander(en) dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 9] en/of die [slachtoffer 10] en/of die [slachtoffer 11] en/of [slachtoffer 12], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s) (meermalen):

- op die [slachtoffer9] en/of die [slachtoffer 10] en/of die [slachtoffer11] en/of die [slachtoffer 12]

is/zijn afgerend en/of

- (daarbij) aan die [slachtoffer 9] en/of die [slachtoffer 10] en/of die [slachtoffer 11] en/of die [slachtoffer 12] een (nep)vuurwapen heeft/hebben getoond en/of voorgehouden en/of

- die [slachtoffer 9]en /of die [slachtoffer 10] en/of die [slachtoffer 11] heeft/hebben vastgepakt en/of

- die [slachtoffer 9] en/of die [slachtoffer 10] en/of die [slachtoffer 11] op/tegen de grond heeft/hebben geduwd en/of gegooid en/of

- die [slachtoffer 9] en/of die [slachtoffer 10] en/of die [slachtoffer 11] door de winkel naar het kantoor heeft/hebben geduwd en/of getrokken en/of

- een (nep)vuurwapen in de nek van die [slachtoffer 9] heeft/hebben gedrukt en/of

- de tas van die [slachtoffer 9] heeft/hebben afgepakt en/of

- geld uit de kassa heeft/hebben gegraaid/gepakt en/of (daarbij) (luid) (meermalen) heeft/hebben geschreeuwd:

- dat ze op de grond moest(en) gaan liggen en/of

- dat ze niet mocht(en) kijken en/of

- dat ze moest(en) opstaan en/of moest(en) meekomen/meelopen en/of

- dat ze de kluis en/of de kassa open moest(en) maken en/of

- dat ze dood gemaakt zou(den) worden en/of

- "Waar is de kluis, waar is de kluis?" en/of "Doe de kluis open, snel, snel" en/of "Blijf rustig, dan doe ik jou niks" en/of "Lopen!" en/of "Opschieten!", althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking

en/of

hij op of omstreeks 11 maart 2010 te Dordrecht tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 9] en/of [slachtoffer 10] en/of [slachtoffer 11] heeft gedwongen tot de afgifte van:

- één of meerdere envelop(pen) met geld en/of (een) rolletje(s) met geld en/of

- een (zilverkleurige) portemonnee met daarin onder meer één of meerdere bankpas(sen) en/of een creditcard en/of (een) geld(bedrag) en/of

- een tas met daarin onder meer een agenda en/of een mobiele telefoon (merk Samsung Sgh-480) en/of identiteitspapieren en/of een rijbewijs en/of (een) bankpas(sen) en/of een creditcard en/of (een) geld(bedrag)

- een tas met daarin onder meer een agenda en/of een mobiele telefoon (merk Samsung) en/of een lederen (telefoon)hoesje en/of een portemonnee met daarin onder meer een rijbewijs en/of één of meerdere bankpas(sen) en/of (een) geld(bedrag) en/of,in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de

[slachtoffer 8 en/of aan die [slachtoffer 9] en/of die [slachtoffer 10] en/of die [slachtoffer 11], in elk geval aan (een) ander(en) dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s) (meermalen):

- op die [slachtoffer 9] en/of die [slachtoffer 10] en/of die [slachtoffer 11] en/of die [slachtoffer 12] is/zijn afgerend en/of

- (daarbij) aan die [slachtoffer 9] en/of die [slachtoffer 10] en/of die [slachtoffer 11] en/of die [slachtroffer 12] een (nep)vuurwapen heeft/hebben getoond en/of voorgehouden en/of

- die [slachtoffer 9] en/of die [slachtoffer 10] en/of die [slachtoffer 11]heeft/hebben vastgepakt en/of

- die [slachtoffer 9] en/of die [slachtoffer 10] en/of die [slachtoffer 11] op/tegen de grond heeft/hebben geduwd en/of gegooid en/of

- die [slachtoffer 9] en/of die [slachtoffer 10] en/of die [slachtoffer 11] door de winkel naar het

kantoor heeft/hebben geduwd en/of getrokken en/of

- een (nep)vuurwapen in de nek van die [slachtoffer 9] heeft/hebben gedrukt en/of

- de tas van die [slachtoffer 9] heeft/hebben afgepakt en/of

- geld uit de kassa heeft/hebben gegraaid/gepakt en/of (daarbij) (luid) (meermalen) heeft/hebben geschreeuwd:

- dat ze op de grond moest(en) gaan liggen en/of

- dat ze niet mocht(en) kijken en/of

- dat ze moest(en) opstaan en/of moest(en) meekomen/meelopen en/of

- dat ze de kluis en/of de kassa open moest(en) maken en/of

- dat ze dood gemaakt zou(den) worden en/of

- "Waar is de kluis, waar is de kluis?" en/of "Doe de kluis open, snel, snel" en/of "Blijf rustig, dan doe ik jou niks" en/of "Lopen!" en/of "Opschieten!", althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking;

3.

(LAS VEGAS)

hij op of omstreeks 16 februari 2010 te Dordrecht tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen:

- een (attaché)koffer (merk Delsey) met daarin onder meer één of meerdere I-pod(s) en/of een oplader en/of een agenda (merk Cartier) en/of een zwarte map en/of een portemonnee (merk Cartier) met daarin onder meer de dagopbrengst en/of

- een tas (merk Compaq) met daarin onder meer een laptop (merk Compaq CQ60) en/of een rugzak met daarin onder meer een portemonnee (merk D&G) en/of identiteitspapieren en/of (een) geld(bedrag), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4], in elk geval aan (een) ander(en) dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 3] en die [slachtoffer 4], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of

gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld

hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s):

- die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 4] een (nep) vuurwapen heeft/hebben getoond en/of voorgehouden en/of

- die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 4] (met kracht en/of met gebalde vuist) meermalen, althans één maal, (in zijn/haar gezicht en/of in zijn/haar buik en/of op zijn/haar gehele lichaam) heeft/hebben geslagen en/of geschopt waardoor

hij/zij op de grond viel(en) en/of terwijl hij/zij op de grond lag(en) en/of

- de koffer van die [slachtoffer 3] uit zijn handen heeft/hebben getrokken en/of

- de portemonnee van die [slachtoffer 3] uit zijn jaszak heeft/hebben gepakt en/of

- die [slachtoffer 4] heeft/hebben vastgehouden en/of

- die [slachtoffer 4] (met kracht) (aan haar haren) (over de straat) heeft/hebben meegesleurd/meegesleept en/of

- die [slachtoffer 4] (hard) heeft/hebben geduwd waardoor zij ten val kwam en/of

- (vervolgens) een hand op/over de mond en/of de neus van die [slachtoffer 4] heeft/hebben geduwd/gedrukt en/of

- het hoofd van die [slachtoffer 4] tegen de grond heeft/hebben geslagen en/of

- die laptoptas en/of die rugzak van die [slachtoffer 4] uit haar handen/van haar rug heeft/hebben getrokken en/of gerukt

en/of

hij op of omstreeks 16 februari 2010 te Dordrecht tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] heeft gedwongen tot de afgifte van:

- een (attaché)koffer (merk Delsey) met daarin onder meer één of meerdere I-pod(s) en/of een oplader en/of een agenda (merk Cartier) en/of een zwarte map en/of een portemonnee (merk Cartier) met daarin onder meer de dagopbrengst en/of

- een tas (merk Compaq) met daarin onder meer een laptop (merk Compaq CQ60) en/of een rugzak met daarin onder meer een portemonnee (merk D&G) en/of identiteitspapieren en/of (een)geld(bedrag),in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 3] en/of die slachtoffer 4], in elk geval aan (een) ander(en) dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s):

- die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 4] een (nep) vuurwapen heeft/hebben getoond en/of voorgehouden en/of

- die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 4] (met kracht en/of met gebalde vuist) meermalen, althans één maal, (in zijn/haar gezicht en/of in zijn/haar buik en/of op zijn/haar gehele lichaam) heeft/hebben geslagen en/of geschopt waardoor

hij/zij op de grond viel(en) en/of terwijl hij/zij op de grond lag(en) en/of

- de koffer van die [slachtoffer 3] uit zijn handen heeft/hebben getrokken en/of

- de portemonnee van die [slachtoffer 3] uit zijn jaszak heeft/hebben gepakt en/of

- die [slachtoffer 4] heeft/hebben vastgehouden en/of

- die [slachtoffer 4] (met kracht) (aan haar haren) (over de straat) heeft/hebben meegesleurd/meegesleept en/of

- die [slachtoffer 4] (hard) heeft/hebben geduwd waardoor zij ten val kwam en/of

- (vervolgens) een hand op/over de mond en/of de neus van die slachtoffer 4] heeft/hebben geduwd/gedrukt en/of

- het hoofd van die [slachtoffer 4] tegen de grond heeft/hebben geslagen en/of

- die laptoptas en/of die rugzak van die [slachtoffer 4] uit haar handen heeft/hebben getrokken en/of gerukt;

4.

(DALLAS)

hij op of omstreeks 16 januari 2010 te Dordrecht tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijketoe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag en/of een tas (met inhoud), in

elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7], in elk geval aan (een) ander(en) dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of

vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om

bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte

en/of zijn mededader(s):

- op die [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] af is/zijn gerend/gelopen en/of heeft/hebben geroepen:"Binnen,binnen!" en/of

- die [slachtoffer 5] en/of die [slachtoffer 6] en/of die [slachtoffer 7] een (nep)vuurwapen heeft/hebben getoond en/of voorgehouden en/of een (nep)vuurwapen op die [slachtoffer 6] en/of die [slachtoffer 7] heeft/hebben

gericht en/of

- die [slachtoffer 7] naar binnen (de snackbar in) heeft/hebben geduwd en/of heeft/hebben gezegd: Waar is het geld!" en/of (toen die [slachtoffer 5] wasweggerend) die [slachtoffer 5] op zijn hoofd heeft/hebben geslagen

en/of

hij op of omstreeks 16 januari 2010 te Dordrecht tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met

geweld [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag en/of een tas (met inhoud), in elkgeval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s):

- op die [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7]af is/zijn gerend/gelopen en/of heeft/hebben geroepen:"Binnen, binnen!" en/of

- die [slachtoffer 5] en/of die [slachtoffer 7] en/of die [slachtoffer 6] een (nep)vuurwapen heeft/hebben getoond en/of voorgehouden en/of een (nep)vuurwapen op die [slachtoffer 6] en/of die [slachtoffer 7] heeft/hebben gericht en/of

- die [slachtoffer 7] naar binnen (de snackbar in) heeft/hebben geduwd en/of heeft/hebben gezegd: Waar is het geld!" en/of (toen die [slachtoffer 5] was weggerend) die [slachtoffer 5] op zijn hoofd heeft/hebben geslagen;