Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2011:BQ4771

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
18-05-2011
Datum publicatie
18-05-2011
Zaaknummer
86005 - HA ZA 10-2237
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Schenkingsovereenkomst kunstcollectie aan gemeente Papendrecht: wanprestatie ter zake van beheer kunscollectie? Tussenvonnis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DORDRECHT

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 86005 / HA ZA 10-2237

vonnis van 18 mei 2011 in de zaak van

[eiseres],

wonende te Mareuil, Frankrijk,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. H.J. Breeman,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE PAPENDRECHT,

zetelend te Papendrecht,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. J.A. Visser.

Partijen zullen hierna [eiseres] en de gemeente Papendrecht genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 9 juni 2010

- het proces-verbaal van comparitie van 14 februari 2011.

1.2. Na de comparitie van partijen is de zaak verwezen naar de meervoudige kamer van de rechtbank.

1.3. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [eiseres] is erfgenaam van [naam erflater] (hierna: [erflater]). [erflater] is overleden in 1997. [erflater] was eigenaar van een kunstcollectie. Bij drie notariële akten van 16 mei 1972, 22 januari 1973 en 25 februari 1977 heeft [erflater] zijn kunstcollectie aan de gemeente Papendrecht geschonken.

2.2. Bij leven van [erflater] bevond de kunstcollectie zich in de bungalow van [erflater] aan de [adres]. Na het overlijden van [erflater] is de kunstcollectie ondergebracht in museum de Rietgors te Papendrecht. Dit museum is gesloten in 2001. Daarna is de kunstcollectie opgeslagen in de depotruimte van dit museum.

2.3. De kunstcollectie is ten behoeve van de verzekering getaxeerd in 2005 en 2009. Van de taxatie in 2005 is een rapport opgemaakt. In dit rapport wordt gewag gemaakt van aantasting van een deel van de kunstwerken door vocht, zilvervisjes en schimmel.

2.4. Naar aanleiding van de taxatie in 2005 is door een ambtenaar aan het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Papendrecht een schriftelijk voorstel gedaan (“nummer 2005-66084”). Daarin staat onder meer:

“Al snel werd duidelijk dat het al zo lang en niet goed bewaren van de kunstcollectie in het Depot tot zichtbare schade aan de kunstcollectie heeft geleid.”

(…)

Het Depot is vochtig omdat niet wordt geventileerd. Het gevolg daarvan is dat diverse schilderijen zijn kromgetrokken. Een aantal schilderijen bevat ook schimmelplekken. Verder zijn er in de afgelopen winter muizen in het Depot geweest. Echte schade aan de schilderijen, vanwege de muizen, is bij de taxatie niet aangetroffen. Een ander probleem in het Depot is de schade door oven- en/of zilvervisjes. De schade van deze beestjes is beperkt gebleven tot het geheel of gedeeltelijk opeten van informatie over schilder en schilderij op de achterzijde van diverse schilderijen.

(…)

Tevens is de verwachting dat verregaande maatregelen nodig zullen zijn om een verdere achteruitgang van de kunstcollectie te voorkomen.

(…)

Bij het aanvaarden van de kunstcollectie is in de schenkingsvoorwaarden opgenomen dat de gemeente voor een goed beheer van de kunstcollectie dient zorg te dragen.

(…)

Met de restauratie van een 10 tal ernstig door schimmel aangedane schilderijen zal een bedrag zijn gemoeid van plusminus € 4.500 inclusief BTW.”

2.5. Bij brief van 17 november 2009 heeft [eiseres] de gemeente Papendrecht in gebreke gesteld ter zake van niet-nakoming van de schenkingsvoorwaarden.

2.6. Bij brief van 14 januari 2010 aan [eiseres] heeft de gemeente Papendrecht, onder meer, de stelling van [eiseres] weersproken dat de gemeente Papendrecht de kunstcollectie onvoldoende heeft onderhouden en daarbij gesteld dat de kunstcollectie er beter voor stond dan op het moment van schenking aan de gemeente Papendrecht.

2.7. Met verkregen verlof van de beslagvoorzieningenrechter van de rechtbank Dordrecht de dato 24 februari 2010, nadat de gemeente Papendrecht vooraf is gehoord, heeft [eiseres] op 25 februari 2010 conservatoir beslag doen leggen op de kunstcollectie.

2.8. Bij brief van 1 maart 2010 heeft [eiseres] de ontbinding van de schenkingsovereenkomsten ingeroepen.

3. De vordering in conventie

3.1. [eiseres] vordert zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

1) voor recht te verklaren dat de als productie 1, 2 en 3 overgelegde schenkings-overeenkomsten van 16 mei 1972, 22 januari 1973 en 25 februari 1977 terecht door [eiseres] zijn ontbonden, althans deze te ontbinden;

2) de gemeente Papendrecht te veroordelen tot levering aan [eiseres] van de kunstvoorwerpen zoals vermeld in het als productie 9 overgelegde taxatierapport van de heer [betrokkene] van Mak Kunst- en Antiekveilingen, althans haar medewerking aan levering van de kunstvoorwerpen te geven, en wel binnen dertig (30) dagen na betekening van het vonnis, zulks op straffe van een dwangsom van € 25.000 ineens indien op de dertigste (30e) dag na de dag van betekening van het vonnis de kunstvoorwerpen zoals vermeld in het als productie 9 overgelegde taxatierapport door de heer [betrokkene] van Mak Kunst- en Antiekveilingen d.d. 17 april 2009, nog niet alle aan [eiseres] zijn teruggeleverd, en vervolgens € 10.000 voor iedere daaropvolgende dag dat de kunstvoorwerpen zoals vermeld in het als productie 9 overgelegde taxatierapport door de heer [betrokkene] van Mak Kunst- en Antiekveilingen d.d. 17 april 2009, niet alle aan [eiseres] zijn geleverd, een en ander met een maximum van € 1.000.000;

3) de gemeente Papendrecht te veroordelen tot betaling van de vermindering van de waarde van de kunstcollectie zoals deze thans in omvang en staat bestaat ten opzichte van de omvang en de staat van de kunstcollectie ten tijde van de schenking, een en ander nader op te maken bij staat;

4) de gemeente Papendrecht te veroordelen in de kosten van dit geding, waaronder begrepen de kosten van beslag, die voorlopig worden begroot op € 3.428,81.

[eiseres] stelt daartoe het volgende.

3.2. De gemeente Papendrecht handelt in strijd met de schenkingsvoorwaarden door de kunstcollectie niet goed te bewaren, niet goed te beheren en de niet binnen de gemeente Papendrecht tentoon te stellen:

-de kunstcollectie is niet onder de juiste klimatologische omstandigheden binnen de gemeente Papendrecht bewaard. Er is sprake van aantasting door vocht, schimmel en zilvervisjes. Dit blijkt uit taxaties uit 2005 en 2009. Hierdoor is ernstige schade ontstaan en is er gerestaureerd. De gemeente Papendrecht erkent dat zij financieel niet in staat is om de kunstcollectie deugdelijk te beheren.

-de omvang van de kunstcollectie is geslonken. De kunstcollectie was in haar geheel circa € 3.106.907 waard. Een deel van de kunstcollectie, met een waarde van circa € 775.000, is verdwenen. De kunstcollectie is niet gescheiden gehouden van de kunstcollectie van het

inmiddels wegens bezuinigingen gesloten museum de Rietgors. Het is niet duidelijk welke kunstobjecten zijn geruild en hoe de verzameling zich heeft uitgebreid door koop, ruil en schenking. Van de 124 voorwerpen porselein en ceramiek die sinds 1972 zijn geschonken zijn er nog maar 33 over. Een duidelijke administratie of catalogus van de kunstcollectie ontbreekt. Niet duidelijk is welke transacties hebben plaats gevonden.

-de kunstcollectie wordt sinds 2001 niet meer in haar geheel in de gemeente Papendrecht ten toon gesteld. Volgens de schenkingsbedingen moest de kunstcollectie bijeen blijven in de bungalow van [erflater], die speciaal was gebouwd om de kunstcollectie in onder te brengen. Eventueel mocht de gemeente Papendrecht de kunstcollectie in haar geheel overbrengen naar een passend gebouw in de gemeente Papendrecht, zoals een cultureel centrum. Hieruit volgt weliswaar niet met zoveel woorden dat er een expositieplicht bestaat, maar dit is wel de strekking van het beding. De gemeente Papendrecht is voornemens om de kunstcollectie onder te brengen bij het stadsdepot van de gemeente Dordrecht terwijl de naslagwerken dan aan de bibliotheek Papendrecht ter beschikking zullen worden gesteld. Volgens de schenkingsvoorwaarden is het niet toegestaan om de kunstcollectie ergens anders dan in de gemeente Papendrecht onder te brengen.

3.3. Door het wanbeheer van de gemeente Papendrecht is schade ontstaan. Een deel van de kunstcollectie is verdwenen en door restauraties heeft waardevermindering plaats gevonden.

4. Het verweer in conventie

4.1. De gemeente Papendrecht voert verweer. Dit verweer zal, voor zover nodig, in de beoordeling worden besproken.

5. De vordering in reconventie

5.1. De gemeente Papendrecht vordert, kort gezegd, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

-de schenkingsovereenkomsten te wijzigen in die zin dat de kunstcollectie naast Papendrecht ook mag worden ondergebracht in Dordrecht;

-teruggave door [eiseres] van enige kunstwerken die onderdeel uitmaken van de schenkingsovereenkomsten maar die niet aan de gemeente Papendrecht zijn overhandigd. De gemeente Papendrecht stelt daartoe het volgende.

5.2. Er is volgens de gemeente Papendrecht sprake van gewijzigde omstandigheden van dien aard dat ongewijzigde instandhouding van de schenkingsovereenkomst naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. De gemeente Dordrecht, waarmee de gemeente Papendrecht nauw samenwerkt, heeft de beschikking over een opslagmogelijkheid voor kunst op het allerhoogste niveau. Dit is een goede maar ook dure voorziening. Van de gemeente Papendrecht kan niet worden verwacht dat zij zelf een dergelijke voorziening treft. Het huidige opslagniveau van de kunstcollectie in Papendrecht voldoet weliswaar aan de eisen die de schenkingsovereenkomsten stellen, maar voor behoud van de kunstcollectie op langere termijn is opslag in Dordrecht nog beter.

5.3. Een aantal kunstwerken dat onderdeel uitmaakt van de schenking is niet afgedragen. [eiseres] zal deze kunstwerken nog in bezit hebben. De gemeente Papendrecht vordert afgifte van deze werken. Het betreft de werken op de lijst “Verantwoording kunstwerken [erflater] 1972 die niet direkt traceerbaar waren in taxatie museum de Rietgors 2005” met de nummers 8, 9,10 en 36.

6. Het verweer in reconventie

6.1. [eiseres] voert verweer. Onder meer voert [eiseres] aan dat zij zich verzet van verplaatsing van de kunstcollectie naar de gemeente Dordrecht, dat zij geen kunstwerken bezit die onderdeel maken van de schenkingsovereenkomsten en dat de gemeente Papendrecht niet duidelijk maakt van welke kunstwerken in feite afgifte wordt verlangd.

7. De beoordeling

in conventie

7.1. De gemeente Papendrecht heeft haar eerder ingenomen standpunt dat [eiseres] niet gerechtigd is om de onderhavige vordering in te stellen, laten varen nadat [eiseres] een verklaring van erfrecht in het geding heeft gebracht. Dit verweer behoeft mitsdien geen bespreking meer.

7.2. De regeling inzake ontbinding van een overeenkomst wegens een tekortkoming in de nakoming (art. 6:265 BW) vindt toepassing op wederkerige overeenkomsten. Een schenking is op zich geen wederkerige overeenkomst, nu bij een schenking op slechts één der partijen een verbintenis rust. In dit geval rust niet op slechts één der partijen een verbintenis. Tegenover de schenkingen heeft de gemeente Papendrecht zich, blijkens de tekst van de eerste schenkingsakte, verplicht tot koop van de bungalow van [erflater]. Daarnaast heeft de gemeente Papendrecht het bewaren, beheren en tentoonstellen (van welke omvang dan ook) op zich genomen. Daarom zijn de onderhavige schenkingen, waarvan nog niet valt in te zien dat deze los van elkaar mogen worden gezien, mede te kwalificeren als wederkerige overeenkomsten, althans is minst genomen sprake van een rechtsbetrekking die strekt tot het wederzijds verrichten van prestaties, zodat in dit geval de bepalingen omtrent wederkerige overeenkomsten in beginsel van overeenkomstige toepassing zijn (art. 6:261 lid 2 BW).

7.3. Iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen geeft aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. Beoordeeld moet worden of sprake is van een tekortkoming en zo ja, of deze de ontbinding rechtvaardigt. De aard van de overeenkomst kan van invloed zijn op de beantwoording van de vraag of de tekortkoming voldoende ernstig is om ontbinding te rechtvaardigen. In dit geval is van belang dat de schenking van [erflater] niet een schenking was aan een willekeurige particulier, maar specifiek aan de gemeente met de kennelijke bedoeling om de kunstcollectie te behouden voor de lokale gemeenschap, zij het met dien verstande dat het de gemeente Papendrecht wel is toegestaan een aan- en verkoopbeleid te voeren teneinde de kunstcollectie (verder) te verduurzamen.

7.4. De tekortkomingen bestaan volgens [eiseres] uit:

-het niet permanent tentoonstellen van de gehele kunstcollectie,

-schade en

-vermissing.

7.5. Het levert geen tekortkoming op dat de gemeente Papendrecht niet permanent de gehele kunstcollectie heeft tentoongesteld. Op zich is voorstelbaar dat [erflater] de wens had dat zijn kunstcollectie permanent en volledig tentoongesteld zou gaan worden. Echter, dit is niet vastgelegd in de schenkingsaktes. De stellingen van [eiseres] volstaan niet voor het oordeel dat [erflater] er niettemin op mocht vertrouwen dat de gemeente Papendrecht zijn kunstcollectie permanent en volledig zou gaan tentoonstellen. Desgevraagd ter comparitie kon [eiseres] evenmin goed duidelijk maken waarom [erflater] mocht menen dat zijn kunstcollectie permanent en volledig zou worden tentoongesteld. Het volstaat niet om te stellen dat de kunstcollectie in de bungalow van [erflater] nog wel volledig ten toon werd gesteld. Te meer niet omdat in die bungalow ook een (kleiner) gedeelte van de collectie in depot stond.

7.6. De gemeente Papendrecht heeft in haar conclusie van antwoord (onder nr. 51) aangevoerd dat wat betreft de schilderijen van de kunstcollectie uit de taxatie van 2009 blijkt “dat ten aanzien van slechts drie werken de afwezigheid niet kon worden verantwoord.” Als dat betekent dat een deel van de kunstcollectie is verdwenen levert dat wellicht een tekortkoming op. Nu het verweer van de gemeente ter zake – gelet op het feit dat een volledige inventarisatie van de werken in de collectie alsmede een verantwoording van de verkopen en aankopen nog niet is overgelegd – niet geheel duidelijk is, heeft zij haar plicht geschonden om haar verweer in één keer zo volledig mogelijk te voeren. Ter comparitie heeft de gemeente Papendrecht aangeboden om een volledige inventarisatie van de kunstcollectie, inclusief de vermelding welke kunstvoorwerpen zijn verkocht, op welke datum, en welke kunstvoorwerpen daar tegenover ter verduurzaming van de kunstcollectie zijn aangekocht, over te leggen. De rechtbank zal de gemeente Papendrecht ex art. 22 Rv. bevelen om deze informatie in geding te brengen en tevens haar standpunt ter zake van de hiervoor bedoelde drie werken nader te onderbouwen.

7.7. Het kan een tekortkoming opleveren als de gemeente Papendrecht in de loop der jaren niet voor een goede opslag van de kunstcollectie zorg heeft gedragen, waardoor schade aan de kunstcollectie is ontstaan, dan wel als de gemeente – voor zover de opslag wel aan de eisen voldeed – niet adequaat heeft gereageerd op desondanks opgetreden schade. De gemeente Papendrecht erkent dat er schade is ontstaan, maar zij voert aan dat deze schade volledig en adequaat is hersteld. Of er thans nog steeds schade aanwezig is staat aldus niet vast. De tekst van de schenkingsovereenkomsten vereist goed beheer van de kunstcollectie, getuige de woorden daarin “voor zover een goed beheer en het op peil houden van de verzameling met zich brengt.” Tijdens leven van [erflater] zou de collectie in de bungalow verblijven. Partijen zijn overeengekomen dat de kunstcollectie ook mocht worden tentoongesteld in bijvoorbeeld een cultureel centrum, hetgeen er niet op wijst dat de wijze van beheer moest voldoen aan de hoogste eisen die daar redelijkerwijs aan gesteld kunnen worden, zoals opslag onder de destijds voor musea geldende condities. Uit rov. 2.4 volgt dat er in 2005 schade is ontstaan. Alleen het feit dat er op enig moment schade aan de collectie is ontstaan, brengt nog niet mee dat er sprake is van een tekortkoming. Het is nog onvoldoende duidelijk wanneer de gemeente de schade precies heeft ontdekt. De gemeente krijgt de gelegenheid dit nader bij akte toe te lichten. Bij die gelegenheid zal zij tevens nader kunnen preciseren welke maatregelen zij heeft genomen om de schade te herstellen en schade in de toekomst te voorkomen, en binnen welke termijn zij dat heeft gedaan. [eiseres] zal daarop eveneens bij akte mogen reageren. Indien de gemeente binnen een redelijke termijn adequate maatregelen heeft genomen, kan er niet gesproken worden van een tekortkoming.

7.8. Ter comparitie heeft de gemeente Papendrecht een nieuw verweer gevoerd, namelijk dat [eiseres] haar recht zou hebben verwerkt om nog te mogen klagen omdat zij al in 2005 door de gemeente Papendrecht op de hoogte zou zijn gesteld van de schade aan de kunstcollectie terwijl [eiseres] pas in 2008 -en daarmee niet binnen bekwame tijd- zou hebben geprotesteerd. [eiseres] betwist dat zij zou hebben stilgezeten in deze periode.

7.9. Door het voornoemde verweer niet reeds te voeren in haar conclusie van antwoord, schendt de gemeente Papendrecht haar plicht om haar verweer volledig in één keer naar voren te brengen in haar conclusie van antwoord (art. 128 lid 3 Rv). Een goede reden waarom de gemeente Papendrecht haar verweer niet volledig in één keer heeft gevoerd is niet gesteld. Het verweer is daarom uit een oogpunt van goede procesorde tardief, zodat het wordt gepasseerd. Een wederpartij behoort in beginsel niet te worden geconfronteerd met nieuwe weren ter zitting waarop men zich nog niet (goed) heeft kunnen prepareren. Afgezien hiervan faalt het verweer ook om inhoudelijke redenen, nu het enkele stilzitten van een wederpartij in beginsel geen beroep op rechtsverwerking rechtvaardigt. De gemeente Papendrecht voert niet aan dat zij in haar verdediging is geschaad omdat [eiseres] -beweerdelijk- drie jaar zou hebben stilgezeten.

in reconventie

7.10. De gevorderde wijziging van de overeenkomst kan pas worden beoordeeld nadat in conventie is beslist.

7.11. De vordering tot afgifte door [eiseres] van enige kustvoorwerpen is niet goed onderbouwd. De stelling dat enige kunstwerken in 2005 niet traceerbaar waren voor de gemeente Papendrecht betekent nog niet dat het dan [eiseres] moet zijn die deze kunstwerken in bezit heeft. De gemeente Papendrecht maakt niet (goed) duidelijk dat zij deze kunstvoorwerpen nooit in haar bezit heeft gehad. Dit had wel van de gemeente Papendrecht verwacht mogen worden, nu zij zelf al erkent dat er van deze kunstcollectie enige kunstvoorwerpen ontbreken die zij wél in haar bezit heeft gehad. Er zijn bovendien nogal wat jaren gelegen tussen de schenkingen in de jaren zeventig en de pas in 2005 geconstateerde vermissingen.

7.12. Om proceseconomische redenen zal de afwijzing pas in een dictum worden vervat tegelijk met de einduitspraak in conventie

8. De beslissing

De rechtbank:

in conventie

8.1. beveelt de gemeente Papendrecht ex art. 22 Rv. om op de schriftelijke rolzitting van 15 juni 2011 een akte te nemen met daarin de volgende informatie:

- een volledige inventarisatie van de kunstcollectie, inclusief de vermelding welke kunstvoorwerpen zijn verkocht, op welke datum, en welke kunstvoorwerpen daar tegenover ter verduurzaming van de kunstcollectie zijn aangekocht (de informatie bedoeld in rov. 7.6);

-een onderbouwing van haar standpunt ten aanzien van de drie werken waarvan de aanwezigheid niet kon worden verantwoord in 2009 (de informatie bedoeld in rov. 7.6);

-een uiteenzetting wanneer de gemeente Papendrecht de schade aan de collectie heeft ontdekt, welke maatregelen zij toen heeft genomen om de schade te herstellen en schade in de toekomst te voorkomen en binnen welke termijn zij dat heeft gedaan (de informatie bedoeld in rov. 7.7);

8.2. houdt iedere nadere beslissing aan.

in reconventie

8.3. houdt iedere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.D. Rentema, mr. R.P. Broeders en mr. J. van Spengen en in het openbaar uitgesproken op 18 mei 2011.?