Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2011:BQ4731

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
04-05-2011
Datum publicatie
16-05-2011
Zaaknummer
89173 / HA ZA 10-2772
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Koopovereenkomst met betrekking tot Subaru. Onduidelijk is of koper een juridische entiteit is (zoja, welke) en wat de betrokkenheid van gedaagde sub. 1 daarbij is. Gedaagde sub. 2 heeft verstek laten gaan.

Bewijsopdracht aan gedaagde sub. 1

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DORDRECHT

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 89173 / HA ZA 10-2772

Vonnis van 4 mei 2011

in de zaak van

[Eiser]

wonende te Dordrecht,

eiser,

advocaat mr. A.F. Ammerlaan,

tegen

1. [Gedaagde 1]

wonende te Papendrecht,

gedaagde,

advocaat mr. A. Apistola,

2. [Gedaagde 2]

wonende te Alblasserdam,

gedaagde,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna [eiser], [gedaagde 1] en [gedaagde 2] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 24 november 2010, waarbij een comparitie van partijen is gelast, en de processtukken waarnaar in dat vonnis is verwezen. In dit tussenvonnis is per abuis niet vermeld dat alleen [gedaagde 1] een conclusie van antwoord heeft ingediend en dat tegen [gedaagde 2] verstek is verleend;

- het proces-verbaal van comparitie, gehouden op 10 maart 2011.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [eiser] heeft in april 2008 een Subaru met kenteken [nummer] verkocht aan "Double D Racing" te Poppel, België. De koopprijs bedroeg € 6.500,--.

2.2. [eiser] is met "Double D Racing" overeengekomen dat [eiser] voor het bedrag van de koopprijs van € 6.500,-- auto-onderdelen mocht bestellen bij "Double D Racing". [eiser] heeft daartoe bij de levering van de Subaru op 19 mei 2008 een door [gedaagde 1] opgestelde tegoedbon ontvangen op naam van "Double D Racing". Op de tegoedbon staan de handtekeningen van [eiser] en [gedaagde 1].

2.3. Op de website van "Double D Racing" stond [gedaagde 1] met naam en telefoonnummer genoemd als één van de contactpersonen van "Double D Racing".

2.4. In november 2008 zijn de activiteiten van "Double D Racing" beëindigd.

2.5. De raadsvrouwe van [eiser] heeft op 1 april 2009 zowel [gedaagde 2] als [gedaagde 1] aangeschreven. In die brieven is namens [eiser] aanspraak gemaakt op betaling van het bedrag van € 6.500,--. Daarbij is aangegeven:

“Toen cliënt de auto-onderdelen voor het bedrag van € 6.500,-- wilde bestellen, bleek Double D Racing te zijn opgeheven.

Op grond van het bovenstaande bent u gehouden om het bedrag van € 6.500,-- aan cliënt te vergoeden.”

Betaling heeft vervolgens niet plaatsgevonden.

3. Het geschil

3.1. [eiser] vordert dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad,

a) de overeenkomst met betrekking tot de verkoop van de Subaru ontbindt;

b) [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk veroordeelt:

i. om binnen 5 dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser] te betalen een bedrag van (€ 6.500,-- + € 725,67 + € 1.683,75 =) € 8.909,42, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente over de hoofdsom vanaf 15 september 2010 tot de dag der algehele voldoening;

ii. in de kosten van deze procedure, waarin begrepen de advocaatkosten van [eiser];

iii. voor het geval de onder i) en ii) bedoelde bedragen niet binnen 14 dagen na dagtekening van het in deze te wijzen vonnis zijn voldaan, in de nakosten van € 131,-- althans € 199,-- indien betekening plaatsvindt.

3.2. [eiser] heeft aan zijn vordering het volgende ten grondslag gelegd.

Hij heeft de Subaru verkocht aan [gedaagde 1] en [gedaagde 2], die daarbij optraden voor zichzelf althans namens een vennootschap onder firma genaamd "Double D Racing" waarvan zij beiden vennoot waren. Nu de op de tegoedbon vermelde onderdelen niet aan hem zijn verstrekt, zijn [gedaagde 1] en [gedaagde 2] – in privé althans als vennoot van "Double D Racing" – jegens [eiser] tekortgeschoten in de nakoming van de koopovereenkomst. [eiser] vordert ontbinding van de koopovereenkomst en vervangende schadevergoeding, bestaande uit de koopprijs van de auto, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover, welke tot 15 september 2010 € 725,67 bedraagt. Voorts maakt [eiser] aanspraak op vergoeding van buitengerechtelijke kosten ad € 1.683,75. Het handelen van [gedaagde 2] en [gedaagde 1] is bovendien onrechtmatig jegens [eiser], zodat zij ook op die grond gehouden zijn de door [eiser] gevorderde schadevergoeding, de wettelijke rente en de buitengerechtelijke kosten te voldoen.

3.3. Het verweer van [gedaagde 1] strekt tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] met veroordeling van [eiser] in de kosten van de procedure.

3.4. [gedaagde 1] heeft daartoe het volgende aangevoerd.

[gedaagde 1] heeft niet samen met [gedaagde 2] gehandeld onder de handelsnaam "Double D Racing". Hij heeft ook niet voor eigen rekening en risico een koopovereenkomst gesloten met [eiser]. Voorts betwist [gedaagde 1] dat hij onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eiser]. Tot slot betwist [gedaagde 1] de verschuldigdheid en de hoogte van de gevorderde buitengerechtelijke kosten.

4. De beoordeling

Toepasselijk recht

4.1. Voor zover de vorderingen van [eiser] voortvloeien uit de door hem gestelde koopovereenkomst, geldt dat deze ingevolge het in dit geval toepasselijke artikel 4 lid 2 van het Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst zullen worden beoordeeld naar Nederlands recht.

Ten aanzien van [gedaagde 2]

4.2. Tegen [gedaagde 2] is verstek verleend. Dat betekent dat de vordering van [eiser], voor zover ingesteld tegen [gedaagde 2], zal worden toegewezen tenzij deze de rechtbank onrechtmatig of ongegrond voorkomt.

4.3. De vordering van [eiser] tot ontbinding van de koopovereenkomst (zie 3.1 sub a) gaat niet samen met zijn vordering tot betaling van (vervangende schadevergoeding bestaande uit betaling van) de koopprijs (zie 3.1 sub b onder i). Ingeval van ontbinding moeten partijen immers de reeds door hen ontvangen prestaties ongedaan maken. Dat betekent dus onder meer dat de Subaru moet worden teruggegeven aan [eiser]. In dat geval kan [eiser] geen aanspraak maken op de koopprijs. [eiser] heeft ter comparitie verklaard primair aanspraak te maken op de koopprijs en subsidiair (op teruggave van) de Subaru. De rechtbank begrijpt hieruit dat [eiser] zijn vordering primair grondt op nakoming van de koopovereenkomst. Dat strookt met de inhoud van de brieven van (de raadsvrouwe van) [eiser] aan [gedaagde 2] en [gedaagde 1] van 1 april 2009, in welke brieven ook gelezen kan worden dat [eiser] aan [gedaagde 2] en [gedaagde 1] – voor zover nog nodig – meedeelt dat hij schadevergoeding vordert in plaats van nakoming van de verplichting tot levering van de auto-onderdelen (zie 2.5).

Dit betekent dat de vordering tot ontbinding van de koopovereenkomst zal worden afgewezen.

4.4. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke (incasso-) kosten is slechts toewijsbaar, indien deze kosten in redelijkheid zijn gemaakt en voor zover de omvang daarvan eveneens redelijk is. Het gebruikelijke (forfaitaire) tarief conform het Rapport Voorwerk II is gelijk aan twee punten van het toepasselijke liquidatietarief en bedraagt in dit geval € 768,--. Uit de stellingen van [eiser] kan niet worden afgeleid dat hij duidelijk meer buitengerechtelijke kosten heeft moeten maken dan in dit tarief is besloten. De vordering zal daarom worden toegewezen tot een bedrag van € 768.--.

4.5. Uit het voorgaande vloeit voort dat de vorderingen van [eiser], die de rechtbank overigens niet onrechtmatig of ongegrond voorkomen, zullen worden toegewezen behoudens de vordering tot ontbinding van de koopovereenkomst en behoudens de vordering tot vergoeding van de buitengerechtelijke kosten voor zover deze het bedrag van € 768,-- overschrijdt.

Ten aanzien van [gedaagde 1]

4.6. Op grond van hetgeen hiervoor in 4.3 is overwogen, zal ook ten aanzien van [gedaagde 1] de vordering tot ontbinding van de koopovereenkomst worden afgewezen.

4.7. Met betrekking tot de vraag of de vordering van [eiser] tot betaling van de door hem gevorderde vervangende schadevergoeding van € 6.500,-- jegens [gedaagde 1] toewijsbaar is, geldt het volgende.

4.8. Als niet, althans onvoldoende betwist, staat vast dat [eiser] met – in elk geval – [gedaagde 2] de koopovereenkomst met betrekking tot de Subaru heeft gesloten, waarbij [gedaagde 2] handelde onder de naam "Double D Racing". Onduidelijk is echter of "Double D Racing" al dan niet een juridische entiteit was en zo ja, welke. [gedaagde 1] heeft betwist dat de koopovereenkomst ook met hem in persoon is gesloten. Dit is niet relevant indien komt vast te staan dat "Double D Racing" ten tijde van het aangaan van de koopovereenkomst kon worden aangemerkt als een vennootschap onder firma waarvan [gedaagde 2] en [gedaagde 1] beiden vennoot waren. In dat geval is [gedaagde 1] immers gehouden tot nakoming van de door [gedaagde 2] onder de naam "Double D Racing" aangegane verplichtingen en dus ook tot vergoeding van de vervangende schade van € 6.500,--.

4.9. [eiser] heeft in dit verband het volgende gesteld.

[eiser] was klant van [gedaagde 1] bij diens bedrijf R-Performance te Dordrecht. Toen [gedaagde 1] stopte met zijn bedrijf R-Performance, heeft hij [eiser] als klant meegenomen naar zijn bedrijf "Double D Racing" te België. [gedaagde 1] was steeds aanwezig als [eiser] bij "Double D Racing" langskwam, hetgeen vóór de verkoop van de Subaru vier of vijf is gebeurd. [gedaagde 1] stond op de website van "Double D Racing" met naam en telefoonnummer vermeld als één van de contactpersonen van "Double D Racing". [gedaagde 1] heeft de tegoedbon opgesteld en getekend. Toen [eiser] de toegezegde onderdelen niet kreeg, heeft hij steeds contact gehad met [gedaagde 1]. Toen [eiser] in november 2008 bij "Double D Racing" kwam, was [gedaagde 1] de loods aan het ontruimen. [gedaagde 1] heeft toen tegen [eiser] gezegd dat "Double D Racing" failliet was en dat [eiser] achterin de rij kon aansluiten. Diverse onderdelen die voorheen te koop werden aangeboden in de winkel van "Double D Racing" in Poppel worden thans aangeboden in de winkel van Total Car Concept B.V., het bedrijf waar [gedaagde 1] momenteel werkzaam is en waarvan hij medebestuurder is. Ook de Subaru wordt in die winkel te koop aangeboden.

4.10. [gedaagde 1] heeft hier het volgende tegen aangevoerd.

Hij is geen vennoot van "Double D Racing" geweest. Hij weet niets van "Double D Racing": hij dacht dat het een limited was waarvan [gedaagde 2] eigenaar was. Dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] [eiser] hebben uitgenodigd in hun auto-onderdelenzaak h.o.d.n. "Double D Racing" is onjuist. [gedaagde 1] was een aantal keren per maand in de loods van "Double D Racing" aanwezig om aan zijn auto’s te sleutelen. Zijn naam en telefoonnummer zijn buiten zijn medeweten door [gedaagde 2] op de website van "Double D Racing" geplaatst. De tegoedbon heeft hij in opdracht van [gedaagde 2] opgesteld. Hij is altijd telefonisch bereikbaar geweest voor [eiser]. Toen [eiser] naar de onderdelen vroeg, heeft hij hem steeds doorverwezen naar [gedaagde 2]. Toen "Double D Racing" met haar activiteiten stopte, heeft [gedaagde 1] slechts zijn eigen spullen meegenomen. De Subaru is verkocht aan een kennis van [gedaagde 2] en is thans bij het bedrijf van [gedaagde 1] in onderhoud. Hij weet niet wanneer de koopprijs is betaald en aan wie.

4.11. Gelet op het verweer van [gedaagde 1] kan weliswaar worden vastgesteld dat [gedaagde 1] op enigerlei wijze (zakelijk) betrokken was bij "Double D Racing", maar (nog) niet dat "Double D Racing" ten tijde van het aangaan van de koopovereenkomst kon worden aangemerkt als een vennootschap onder firma waarvan [gedaagde 2] en [gedaagde 1] beiden vennoot waren. Nu [eiser] zich op de rechtsgevolgen van zijn stelling beroept, rust op hem ingevolge de hoofdregel van artikel 150 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) de bewijslast. Overeenkomstig zijn aanbod zal hij in de gelegenheid worden gesteld zijn stelling te bewijzen.

4.12. Als [eiser] niet slaagt in het aan hem opgedragen bewijs als bedoeld in 4.11 kan [gedaagde 1] slechts tot nakoming van de verplichtingen uit hoofde van de koopovereenkomst worden aangesproken indien komt vast te staan dat, zoals [eiser] subsidiair heeft gesteld en [gedaagde 1] heeft betwist, [gedaagde 1] partij was bij de koopovereenkomst en daarbij voor eigen rekening en risico handelde. [eiser] heeft daartoe gesteld dat de koop mondeling is gesloten met zowel [gedaagde 2] als [gedaagde 1] in de loods van "Double D Racing". [gedaagde 1] heeft dit betwist. Hij heeft aangevoerd dat hij tijdens het gesprek over de verkoop wel aanwezig was in de loods, maar niet betrokken bij het verkoopgesprek. Tegenover deze betwisting door [gedaagde 1] rust op [eiser], ingevolge de hoofdregel van artikel 150 Rv, de bewijslast van zijn stelling. Uit proceseconomische reden zal dit bewijs tegelijk met het hiervoor in 4.11 bedoelde bewijs aan [eiser] worden opgedragen.

4.13. Voor het geval [eiser] ook niet slaagt in het aan hem opgedragen bewijs als bedoeld in 4.12, zal reeds nu worden ingegaan op de vraag of zijn vordering alsdan toewijsbaar is op grond van onrechtmatige daad. Op grond van artikel 3 lid 3 van de Wet Conflictenrecht onrechtmatige daad dient deze vraag naar Nederlands recht te worden beoordeeld. [eiser] heeft daartoe gesteld dat [gedaagde 1] ten tijde van het aangaan van de koopovereenkomst wist dat [gedaagde 2] zijn verplichtingen uit hoofde van die koopovereenkomst niet zou nakomen. Ter onderbouwing heeft [eiser] aangevoerd dat:

- lijkt te zijn geprobeerd een rechtspersoon in het leven te roepen met het enkele doel rechtshandelingen te verrichten en vervolgens niet de verschuldigde tegenprestatie te verrichten, alsmede dat

- [gedaagde 2] en [gedaagde 1] in strijd met de waarheid hebben medegedeeld dat "Double D Racing" failliet was, en

- dat [gedaagde 1] heeft ontkend voor eigen rekening en risico te hebben gehandeld.

Ook al zou een en ander komen vast te staan, dan brengt dit nog niet met zich dat [gedaagde 1] ten tijde van het aangaan van de koopovereenkomst wist dat [gedaagde 2] zijn verplichtingen uit hoofde van die koopovereenkomst niet zou nakomen en dat hij daarom onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eiser]. Dat betekent dat alleen al om deze reden de vordering niet toewijsbaar is op grond van onrechtmatige daad en dat, indien [eiser] niet slaagt in (één van) de aan hem opgedragen bewijsopdrachten als bedoeld in 4.11 en 4.12, zijn vordering zal worden afgewezen.

4.14. In het geval dat [eiser] slaagt in (één van) de aan hem opgedragen bewijsopdrachten, zal zijn vordering tot betaling van vervangende schadevergoeding van € 6.500,-- worden toegewezen, evenals de daarover gevorderde wettelijke rente. Gelet op hetgeen in 4.4 is overwogen, zal de vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten in dat geval tot een bedrag van € 768,-- worden toegewezen en voor het overige worden afgewezen.

4.15. De rechtbank zal iedere verdere beslissing aanhouden.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. draagt [eiser] op te bewijzen dat:

- "Double D Racing" ten tijde van het aangaan van de koopovereenkomst met betrekking tot de Subaru kon worden aangemerkt als een vennootschap onder firma waarvan [gedaagde 2] als [gedaagde 1] beiden vennoot waren; althans

- [gedaagde 1] partij was bij de koopovereenkomst met betrekking tot de Subaru.

5.2. verwijst de zaak naar de openbare terechtzitting van woensdag 1 juni 2011 om [eiser] in de gelegenheid te stellen bij akte bewijsstukken over te leggen en/of de namen en woonplaatsen van de voor te brengen getuigen op te geven en de verhinderdata mee te delen van die getuigen en van beide partijen en hun raadslieden in de daaropvolgende vier maanden,

5.3. bepaalt dat het eventuele getuigenverhoor zal worden gehouden voor mr. A.M. van Kalmthout, die daartoe zal overgaan op een nader te bepalen datum en tijdstip in het gebouw van de rechtbank aan het Steegoversloot 36 te Dordrecht,

5.4. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. van Kalmthout en in het openbaar uitgesproken op 4 mei 2011.?