Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2011:BQ3241

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
27-04-2011
Datum publicatie
02-05-2011
Zaaknummer
88806 / HA ZA 10-2717
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Berust de auto waarop beslag is gelegd onder de derde (gedaagde)? Ja.

Is de verklaring van gedaagde juist? Nee.

Gedaagde moet executiewaarde auto vergoeden aan eiseres.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DORDRECHT

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 88806 / HA ZA 10-2717

Vonnis van 27 april 2011

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

WINPLUS B.V.,

gevestigd te 's-Hertogenbosch,

eiseres,

advocaat mr. B.R. Kleij,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

FLEXCAR LEASEWORLD B.V.,

gevestigd te Roosendaal,

gedaagde,

advocaat mr. T.P.A.M. Reynaers.

Partijen zullen hierna Winplus en Flexcar genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 1 december 2010;

- de door Winplus overgelegde producties bij brief d.d. 24 februari 2011;

- de door Flexcar overgelegde producties bij brief d.d. 7 maart 2011;

- het proces-verbaal van comparitie van 14 maart 2011.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Op 24 maart 2010 heeft Winplus getracht conservatoir beslag te leggen op de auto, merk Lexus, kenteken [nummer] (hierna: “Lexus”) ten laste van [betrokkene 1] (hierna: “[betrokkene 1]”) onder Flexcar. De Lexus bevond zich op het bedrijfsterrein waar Flexcar gebruik van maakt. De deurwaarder is toen - onder meer - medegedeeld dat de Lexus eigendom is van [betrokkene 2] (hierna: “[betrokkene 2]”) en niet van [betrokkene 1].

2.2. Bij verzoekschrift d.d. 24 maart 2010 heeft Winplus de voorzieningenrechter verzocht om ter verhaal van haar vordering op [betrokkene 2] conservatoir beslag te doen leggen op de Lexus. Bij beschikking van 25 maart 2010 is dit verzoek toegestaan.

2.3. Op 26 maart 2010 is een exploot (hierna: “het exploot”) uitgebracht om ten laste van [betrokkene 2] conservatoir beslag te leggen op de Lexus. Het exploot is aan [belanghebbende] directeur van Flexcar (hierna: “[belanghebbende]”) betekend.

2.4. In het exploot is - onder meer - vermeld dat aan de deurwaarder is medegedeeld dat Flexcar het beslag, wegens een haar ten aanzien van de zaak toekomend recht, niet behoeft te dulden, alsmede dat aan Flexcar het bevel is gegeven om de Lexus onder zich te houden op straffe van onwaarde der in strijd met dit beslag en bevel gedane afgifte.

2.5. Op 1 april 2010 is aan Flexcar een dagvaarding betekend in de zaak van Winplus tegen [betrokkene 2] en [betrokkene 1].

2.6. Bij vonnis van 9 juni 2010 zijn - onder meer - [betrokkene 2] en [betrokkene 1] hoofdelijk veroordeeld tot betaling aan Winplus van een bedrag van € 39.361,91 met rente en kosten. Er is niet voldaan aan dit vonnis.

2.7. Bij exploot van 18 juni 2010 is aan Flexcar de in executoriale vorm uitgegeven grosse van dit vonnis van 9 juni 2010 betekend. In dit exploot is aan Flexcar het bevel gedaan om de Lexus af te geven aan Winplus.

2.8. Bij brief van 28 juli 2010 heeft [belanghebbende] aan G.J. van Velzen Gerechtsdeurwaarders het volgende meegedeeld:

“(…)

In maart 2010 kregen wij het verzoek van de heer [betrokkene 3] (zoon van [betrokkene 1]) om 2 auto’s, t.w. de onderhavige Lexus en een Opel van mevrouw [betrokkene 2], partner van [betrokkene 1], te mogen stallen op de locatie waar wij (tijdelijk) gebruik van maken, eigendom van Van den Heuvel bedrijfswagens BV, [adres] te [woonplaats], omdat zijn vader [betrokkene 1] met partner meerdere weken in de Verenigde Staten zou zijn.

Na overleg en goedkeuring van Van den Heuvel zijn de auto’s daar gebracht en gestald. Op 26 maart 2010 worden wij door uw heer Van Velzen geïnformeerd over de beslaglegging, de hoogte van het bedrag in relatie tot de waarde van het voertuig, ons dispuut met [betrokkene 1], maar ook het feit dat wij geen feitelijke juridische grip c.q. een titel op het voertuig te hebben. Wij waren nooit kentekeninghouder noch eigenaar van het voertuig en de

(reserve-)sleutels waren bij [betrokkenen] dus konden wij geen enkele verantwoordelijkheid voor dit voertuig aanvaarden.

(…)”

3. Het geschil

3.1. Winplus vordert samengevat - dat bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Flexcar wordt veroordeeld tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Winplus te betalen een bedrag van € 22.500,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 juni 2010 tot de dag der algehele vergoeding en een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten van € 1.158,-, alsmede met veroordeling van Flexcar in de kosten van dit geding en de nakosten.

Winplus legt aan haar vordering ten aanzien van de hoofdsom uiteindelijk het volgende ten grondslag.

3.2. Op 26 maart 2010 is ten laste van [betrokkene 2] conservatoir derdenbeslag gelegd onder Flexcar op de Lexus en is aan Flexcar het bevel gegeven de Lexus onder zich te houden.

3.3. Primair: De inhoud van de verklaring ex art. 476a lid 1 Rv van Flexcar, is niet juist. Winplus heeft recht op betaling van Flexcar van het bedrag waarvoor beslag is gelegd als ware Flexcar daarvan zelf schuldenaar.

3.4. Subsidiair: Winplus heeft bij exploot van 18 juni 2010 aan Flexcar het bevel gedaan om de Lexus af te geven aan Winplus. Nu Flexcar de verplichting tot afgifte van de Lexus niet is nagekomen, heeft Winplus recht op vervangende schadevergoeding tot het bedrag waarvoor beslag is gelegd.

3.5. Meer subsidiair: Op 26 maart 2010 heeft Flexcar onrechtmatig gehandeld jegens Winplus wegens het verhinderen van de inbewaringneming van de Lexus. Daarnaast heeft Flexcar onrechtmatig gehandeld jegens Winplus wegens het niet voldoen aan haar verplichting de Lexus onder zich te houden. Dit onrechtmatig handelen kan Flexcar worden toegerekend. Winplus heeft schade geleden tot het bedrag waarvoor beslag is gelegd.

3.6. De conclusie van Flexcar strekt tot afwijzing van de vordering en tot veroordeling bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, van Winplus in de kosten van het geding.

3.7. Flexcar heeft betwist dat op 26 maart 2010 conservatoir derdenbeslag is gelegd op de Lexus. Op het moment van beslaglegging bevond de Lexus zich niet onder Flexcar, maar onder Van den Heuvel Bedrijfswagens B.V. (hierna: “Van den Heuvel”).

3.8. Flexcar heeft betwist dat zij een onjuiste verklaring ex art. 476a lid 1 Rv heeft afgelegd. Daarnaast heeft Flexcar aangevoerd dat zij niet kan worden aangesproken op de verdwijning van de Lexus van het bedrijfsterrein. Voorts heeft Flexcar betwist dat zij onrechtmatig heeft gehandeld jegens Winplus.

3.9. Flexcar heeft de hoogte van de door Winplus geleden schade betwist en als verweer aangevoerd dat sprake is van eigen schuld aan de zijde van Winplus.

4. De beoordeling

4.1. Conservatoir derdenbeslag komt tot stand op het moment dat het exploot aan de derde wordt betekend. Nu het exploot aan de vereisten in de wet (art. 475 lid 1 j° 719 lid 1 Rv) voldoet en op 26 maart 2010 is betekend aan [belanghebbende], is het conservatoir derdenbeslag tot stand gekomen.

4.2. Ook indien, zoals Flexcar heeft aangevoerd, er geen sprake zou kunnen zijn van conservatoir derdenbeslag omdat er verlof is gevraagd voor conservatoir beslag, dienen ingevolge art. 461d j° 712 Rv bij het beslag de regels betreffende het derdenbeslag te worden gevolgd, met dien verstande dat het reeds gelegde beslag geldt als een gelegd derdenbeslag en vervalt indien niet binnen drie dagen nadat het is gelegd, aan de derde een formulier in tweevoud als bedoeld in art. 475 lid 2 Rv is betekend. Nu aan dit laatstgenoemde en ook voor het overige aan de eisen van derdenbeslag is voldaan, is sprake van conservatoir derdenbeslag.

4.3. Na het leggen van beslag is de derde verplicht verklaring te doen van de zaken die door het beslag zijn getroffen. Ingevolge art. 477a lid 2 Rv is Winplus bevoegd de verklaring ex art. 476a Rv te betwisten door Flexcar binnen twee maanden na zijn verklaring te dagvaarden tot het doen van gerechtelijke verklaring en tot afgifte van hetgeen volgens de vaststelling door de rechter aan Winplus zal blijken toe te komen. Beoordeeld dient te worden of de verklaring van Flexcar bij brief van 28 juli 2010 juist is.

4.4. Winplus heeft het volgende gesteld. De deurwaarder heeft op 24 maart 2010 getracht beslag te leggen op de Lexus onder Flexcar. Nadat de deurwaarder aan [medewerker], een medewerker van Flexcar (hierna: “[medewerker]”), had medegedeeld dat de Lexus in gerechtelijke bewaring zou worden genomen, deelde [medewerker] hem mede dat Flexcar een retentierecht op de Lexus uitoefende en dat deze dan ook niet afgegeven zou worden. Op

26 maart 2010 heeft de deurwaarder aan [belanghebbende] gevraagd of de situatie nog steeds hetzelfde was als op 24 maart 2010, waarop [belanghebbende] dit had bevestigd.

4.5. Flexcar heeft bij brief van 28 juli 2010 gemotiveerd betwist dat de Lexus onder haar berustte en dat zij zich heeft beroepen op een retentierecht.

4.6. Door Winplus is overgelegd een afschrift van een exploot van gerechtsdeurwaarder G.J. van Velzen van 26 maart 2010 waarin is vermeld dat aan de deurwaarder is medegedeeld dat Flexcar het beslag, wegens een haar ten aanzien van de zaak toekomend recht, niet behoefde te dulden. Dit deurwaardersexploot levert ingevolge art. 157 lid 1 Rv dwingend bewijs op van hetgeen de deurwaarder binnen de kring van zijn bevoegdheid heeft verklaard omtrent zijn waarnemingen en verrichtingen. Uit deze mededeling kan in beginsel worden afgeleid dat de Lexus onder Flexcar berustte. Echter, gelet op de nadere verklaring van de deurwaarder dat hij op 26 maart 2010 aan [belanghebbende] heeft gevraagd of de situatie nog steeds hetzelfde was als op 24 maart 2010 en dat [belanghebbende] dit had bevestigd, valt uit het exploot niet - zonder meer - af te leiden dat de deurwaarder is medegedeeld dat Flexcar het beslag, wegens een haar ten aanzien van de zaak toekomend recht, niet behoefde te dulden. Winplus dient derhalve nader bewijs te leveren van feiten en/of omstandigheden waaruit kan worden opgemaakt dat de Lexus onder Flexcar berustte ten tijde van de beslaglegging op 26 maart 2010.

4.7. Voor het geval Winplus niet slaagt in de hierna in het dictum omschreven bewijsopdracht, staat niet vast dat de Lexus onder Flexcar berustte ten tijde van de beslaglegging op 26 maart 2010. Het conservatoir derdenbeslag heeft dan geen doel getroffen, zodat de primaire en subsidiaire grondslag van de vordering van Winplus falen. Ook de meer subsidiaire grondslag faalt, nu van onrechtmatig handelen geen sprake kan zijn indien de Lexus niet bij Flexcar berustte ten tijde van de beslaglegging. De vordering zal in dat geval worden afgewezen.

4.8. Voor het geval Winplus slaagt in de hierna in het dictum omschreven bewijsopdracht, staat vast dat de Lexus onder Flexcar berustte ten tijde van de beslaglegging op 26 maart 2010 en heeft het conservatoir beslag doel getroffen. Het volgende wordt reeds nu overwogen.

4.9. De verklaring ex art. 476a Rv door Flexcar is onjuist. Ingevolge art. 477a lid 2 Rv dient Flexcar over te gaan tot afgifte van hetgeen volgens de vaststelling door de rechter aan Winplus zal blijken toe te komen. Nu volgens Flexcar de Lexus op 20 april 2010 zonder haar medeweten is meegenomen (vermoedelijk) door [betrokkene 1] en/of [betrokkene 2], is Flexcar het bevel om de Lexus onder zich te houden toerekenbaar niet nagekomen. Nakoming tot afgifte van de Lexus is reeds blijvend onmogelijk, zodat Flexcar gehouden is om de vervangende schade aan Winplus te voldoen.

4.10. Flexcar heeft als verweer aangevoerd dat de schade mede een gevolg is van een omstandigheid die aan Winplus kan worden toegerekend, nu de deurwaarder volgens haar de Lexus op 26 maart 2010 had moeten meenemen. Vaststaat dat de Lexus onder Flexcar berustte ten tijde van de beslaglegging. De deurwaarder heeft Flexcar bij exploot van

26 maart 2010 dan ook terecht bevolen om de Lexus onder zich te houden. Gelet hierop treft dit verweer geen doel.

4.11. Flexcar heeft nog aangevoerd dat zij maatregelen heeft getroffen om de verdwijning van de Lexus te voorkomen. Nu zij niet stelt om welke maatregelen het gaat, wordt dit verweer gepasseerd. Het doen van aangifte is geen maatregel ter voorkoming van de verdwijning van de Lexus.

4.12. De vergoeding van schade zal worden vastgesteld op de executiewaarde van de Lexus ten tijde van het bevel om de Lexus af te geven bij exploot van 18 juni 2010. Op verzoek van Winplus kan een deskundige benoemd worden om deze waarde vast te stellen. Winplus wordt bij akte uitlating tot het leveren van bewijs (zie 4.6) eveneens in de gelegenheid gesteld zich hierover uit te laten. Indien Winplus afziet van het verzoek om een deskundige te benoemen, zal de schade worden geschat.

4.13. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke (incasso-)kosten zal - mede gelet op de door deze rechtbank gevolgde aanbevelingen van het Rapport Voor-werk II - worden afgewezen. Uit de door Winplus gegeven omschrijving van de verrichte werkzaamheden blijkt niet dat kosten zijn gemaakt die betrekking hebben op verrichtingen die meer omvatten dan een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een (niet aanvaard) schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De kosten waarvan Winplus vergoeding vordert, moeten dan ook worden aangemerkt als betrekking hebbend op verrichtingen waarvoor de proceskostenveroordeling wordt geacht een vergoeding in te sluiten.

5. De beslissing

De rechtbank

draagt Winplus op nader bewijs te leveren, desgewenst door middel van getuigen, van feiten en/of omstandigheden waaruit kan worden opgemaakt dat de Lexus onder Flexcar berustte ten tijde van de beslaglegging op 26 maart 2010;

5.1. verwijst de zaak naar de rolzitting van 11 mei 2011 om de Winplus in de gelegenheid te stellen alsdan

- bij akte bewijsstukken over te leggen

en/of

de namen en woonplaatsen van de voor te brengen getuigen op te geven en de verhinderdata van die getuigen en van beide partijen en hun raadslieden in de daaropvolgende vier maanden mede te delen;

- bij akte zich uit te laten of een deskundige benoemd dient te worden om de executiewaarde van de Lexus vast te stellen ten tijde van het bevel om de Lexus af te geven bij exploot van 18 juni 2010;

5.2. bepaalt dat het eventuele getuigenverhoor zal worden gehouden voor mr. J.C. Halk, die daartoe zal overgaan op een nader te bepalen datum en tijdstip in het gebouw van de rechtbank aan het Steegoversloot 36 te Dordrecht;

5.3. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.C. Halk en in het openbaar uitgesproken op 27 april 2011.?