Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2011:BP9492

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
29-03-2011
Datum publicatie
29-03-2011
Zaaknummer
11-860303-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank heeft een 33-jarige man veroordeeld voor een poging tot zware mishandeling en een bedreiging van een 14-jarige jongen uit de buurt, alsmede voor het mishandelen van de moeder van de jongen. De strafbare feiten werden gepleegd tijdens een straatbarbecue die plaatsvond in het kader van het wereldkampioenschap voetbal in 2010. De rechtbank legt aan de man op een werkstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf, terwijl zij hem voorts veroordeelt om aan de jongen schadevergoeding te betalen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 11/860303-10 [Promis]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 29 maart 2011

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [datum] 1978,

wonende te [adres en woonplaats],

hierna: verdachte.

Raadsman Mr. F.J. ten Seldam, advocaat te Haarlem.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 15 maart 2011, waarbij de officier van justitie mr. R.A. Borm, de verdachte en zijn raadsman hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de benadeelde partij, die tevens een schriftelijke slachtofferverklaring heeft ingediend.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1: (primair) op 19 juni 2010 te Hendrik-Ido-Ambacht heeft geprobeerd om opzettelijk [benadeelde partij 1] van het leven te beroven, dan wel (subsidiair) toen en daar heeft geprobeerd om aan [benadeelde partij 1] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, dan wel (meer subsidiair) toen en daar [benadeelde partij 1] meermalen heeft mishandeld;

Feit 2: op 19 juni 2010 te Hendrik-Ido-Ambacht [benadeelde partij 1] heeft bedreigd;

Feit 3: op 19 juni 2010 te Hendrik-Ido-Ambacht [benadeelde partij 2] heeft mishandeld.

3 De voorvragen

De dagvaarding voldoet aan alle wettelijke eisen en is dus geldig.

De rechtbank is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het ten laste gelegde onder feit 1 primair en feit 2 en feit 3 wettig en overtuigend bewezen op grond van de aangiftes, de verklaringen van getuigen, de letselverklaringen, de foto's en de processen-verbaal van bevindingen.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat verdachte van het ten laste gelegde onder feit 1 primair en subsidiair moet worden vrijgesproken, alsmede van het ten laste gelegde onder feit 1 meer subsidiair met uitzondering van het slaan van [benadeelde partij 1].

De verdediging komt tot dit standpunt op grond van de door de verdediging ingebrachte rapportage van [arts], de aangifte en de getuigenverklaringen anders dan die van getuige [getuige 1].

De verdediging is verder van mening dat verdachte van het ten laste gelegde onder feit 2 en 3 moet worden vrijgesproken wegens het ontbreken van overtuigend bewijs.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

Op grond van de in de voetnoten genoemde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang bezien, gaat de rechtbank uit van de volgende feiten en omstandigheden, die de rechtbank samengevat en zakelijk zal weergeven.

Op 19 juni 2010 is er vanwege de WK-wedstrijd Japan-Nederland door een bewoner een barbecue georganiseerd in de straat [straatnaam] in de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht. Verdachte neemt deel aan de barbecue. Omstreeks 19.30 uur ziet verdachte dat zijn achtjarige zoontje een bloedende hoofdwond heeft. Het zoontje zegt dat [benadeelde partij 1] (hierna: [benadeelde partij 1]), een buurjongen, de verwonding heeft veroorzaakt. [benadeelde partij 1] is geboren op [in 1996].

Verdachte rent vanuit zijn huis naar het plein. Op het plein roept verdachte tegen [benadeelde partij 1] "Ik maak je kapot, ik maak je dood, ik schop je dood" en/of "Ik maak je af, ik maak je af". Verdachte maakt met een geschoeide voet een trappende beweging richting [benadeelde partij 1] die ten val komt.

Verdachte geeft [benadeelde partij 1] hard een trap tegen het hoofd en het lichaam. Verdachte slaat [benadeelde partij 1] met zijn vuisten in het gezicht.

Kort daarop komt verdachte de moeder van [benadeelde partij 1], [benadeelde partij 2] (hierna: aangeefster), tegen. Verdachte geeft aangeefster een duw. Deze duw doet aangeefster pijn.

De rechtbank overweegt ten aanzien van bovenstaande het volgende:

Verdachte ontkent [benadeelde partij 1] te hebben getrapt. De rechtbank komt tot de conclusie dat de verklaring van verdachte op dit punt niet aannemelijk is, gelet op de getuigenverklaringen van [getuige 1] en [Getuige 2], waarin staat dat verdachte [benadeelde partij 1] heeft getrapt en gelet op de aangifte waar [benadeelde partij 1] verklaart door verdachte te zijn getrapt.

Getuige [getuige 1] verklaart dat verdachte vier keer hard tegen het hoofd van [benadeelde partij 1] heeft getrapt. Nu het bij [benadeelde partij 1] door een arts geconstateerde letsel niet overeenkomt met meerdere harde trappen tegen het hoofd van [benadeelde partij 1], zoals ook wordt gesteld in de door de verdediging ingebrachte medische verklaring van [arts], acht de rechtbank niet aannemelijk dat [benadeelde partij 1] door verdachte meermalen hard tegen het hoofd is getrapt.

Verdachte ontkent niet dat hij [benadeelde partij 1] heeft geslagen. Verdachte acht het mogelijk dat hij [benadeelde partij 1] onbedoeld met zijn vuist heeft geraakt in het gezicht op het moment dat de omstanders hem omhoog van het slachtoffer af trokken, aangezien verdachte op dat moment een afwerende beweging maakte. Nu [getuige 3] en [getuige 1] evenals aangever hebben verklaard dat verdachte [benadeelde partij 1] opzettelijk/moedwillig/expres heeft geslagen, acht de rechtbank de verklaring van verdachte op dit punt niet aannemelijk.

Met de verdediging en de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat niet is bewezen dat verdachte [benadeelde partij 1] bij de keel/nek heeft vastgepakt en/of vastgehouden en diens keel heeft dichtgeknepen.

Nu naar het oordeel van de rechtbank vaststaat dat verdachte één maal krachtig

met geschoeide voet tegen het hoofd van [benadeelde partij 1] heeft getrapt en hem in het gezicht heeft gestompt, heeft verdachte door aldus te handelen zich willens en wetens blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat [benadeelde partij 1] hierdoor, bijvoorbeeld, in het gezicht iets zou breken en daardoor zwaar lichamelijk letsel zou oplopen en heeft verdachte die kans blijkens de wijze van handelen ook welbewust aanvaard en op de koop toe genomen.

In aanmerking nemend de inhoud van de medische verklaring, alsmede dat niet aannemelijk is dat [benadeelde partij 1] door verdachte meermalen hard tegen het hoofd is getrapt, komt de rechtbank dit alles samennemend tot het oordeel dat het bewijs ontbreekt dat verdachte het opzet heeft gehad om [benadeelde partij 1] van het leven te beroven, ook niet in de vorm van voorwaardelijk opzet. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van het onder 1 primair ten laste gelegde feit.

Verdachte heeft ontkend [benadeelde partij 1] te hebben bedreigd. Nu de getuige [getuige 1], die zich in de onmiddellijke nabijheid van [benadeelde partij 1] bevond, en [benadeelde partij 1] zelf hebben verklaard dat verdachte bedreigingen tegen het leven heeft geuit, komt de rechtbank tot het oordeel dat dit heeft plaatsgevonden. Dat hun verklaringen met betrekking tot de geuite bewoordingen niet geheel overeenkomen, doet aan dit oordeel niets af.

Verdachte ontkent aangeefster bij de keel te hebben gepakt. Nu alleen de aangeefster heeft verklaard dat verdachte haar bij de keel heeft gepakt en de medische verklaring daarover geen uitsluitsel geeft, acht de rechtbank niet bewezen dat verdachte aangeefster bij de keel heeft gepakt.

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht gelet op het voorgaande wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1. (subsidiair)

op 19 juni 2010 te Hendrik-Ido-Ambacht ter uitvoering van het

door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon, genaamd [benadeelde partij 1]

(geboren [in 1996]), opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te

brengen, met dat opzet (krachtig) (terwijl die [benadeelde partij 1] op de grond lag)

- (met geschoeide voet) tegen het hoofd en het lichaam van die [benadeelde partij 1]

heeft getrapt en

- die [benadeelde partij 1] tegen het hoofd heeft

gestompt en geslagen ,terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

op 19 juni 2010 te Hendrik-Ido-Ambacht [benadeelde partij 1] heeft

bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [benadeelde partij 1] dreigend

de woorden toegevoegd :"ik maak je af, ik maak je af" of "ik maak je

kapot, ik maak je dood, ik schop je dood";

3.

op 19 juni 2010 te Hendrik-Ido-Ambacht opzettelijk

mishandelend een persoon (te weten [benadeelde partij 2]), tegen het

lichaam heeft geduwd , waardoor deze pijn heeft ondervonden.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de bewezen verklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

5. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

1. (subsidiair)

POGING TOT ZWARE MISHANDELING

2.

BEDREIGING MET ENIG MISDRIJF TEGEN HET LEVEN GERICHT

3.

MISHANDELING.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7. De strafoplegging

7.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van twaalf maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

De officier heeft daartoe aangevoerd dat gelet op de LOVS-oriëntatiepunten een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van achttien maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk, is geïndiceerd.

Nu verdachte geen eerdere veroordeling heeft voor soortgelijke feiten alsmede heeft meegewerkt aan behandeling bij Het Dok, maar daarentegen wel geweld heeft gebruikt tegen een 14-jarige jongen, geen volledige openheid van zaken geeft en weigert de ernst van de feiten in te zien, komt de officier tot genoemde eis. De officier acht een werkstraf niet passend bij de feiten.

7.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht en in aanmerking nemend de omstandigheden waaronder de delicten zich hebben afgespeeld alsmede de persoon van de verdachte, gemeend dat een gevangenisstraf die niet hoger is dan het voorarrest al dan niet gecombineerd met een taakstraf en/of een voorwaardelijke gevangenisstraf, passend is.

De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat verdachte in een emotionele toestand (geschrok-ken, boos en in zekere zin in paniek over de ernst van de verwonding) verkeerde nadat hij zijn zoon hevig bloedend en hevig geschrokken ("ik ga dood") had aangetroffen.

Daarbij zijn er een positief reclasseringsrapport, alsmede het vertrouwen dat verdachtes werkgever in hem stelt. Verdachte heeft ook een brief met excuus en uitleg geschreven aan [benadeelde partij 1] en zijn familie, teneinde het beeld dat zij over hem hadden recht te zetten. Ook heeft verdachte de 54 in detentie doorgebrachte dagen als zeer zwaar ervaren.

7.3 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank heeft de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder die zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij is het volgende in aanmerking genomen:

Verdachte heeft zijn zelfbeheersing verloren en heeft een 14-jarige jongen geslagen en geschopt. Verdachte heeft het slachtoffer daarbij met de dood bedreigd. Verdachte is hiermee pas gestopt toen hij door omstanders werd tegen gehouden. Vervolgens heeft verdachte de confrontatie met de familie van de 14-jarige jongen gezocht en daarbij de moeder mishandeld.

Uit de aangifte van het 14-jarige slachtoffer en de door zijn moeder, zelf ook slachtoffer, ingediende slachtofferverklaring blijkt dat niet alleen de beide slachtoffers maar in het verlengde daarvan het hele gezin, door het handelen van verdachte gevoelens van onveiligheid hebben ervaren, welke gevoelens voor de beide slachtoffers nog steeds voortduren. De moeder heeft nog steeds ondersteuning vanuit Slachtofferhulp. Het 14-jarige slachtoffer voelt zich thuis niet veilig.

Voor een poging tot zware mishandeling wordt in de regel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf als uitgangspunt genomen. Verdachte heeft daarbij ook dit slachtoffer bedreigd en een ander slachtoffer mishandeld.

Echter verdachte heeft inmiddels met goed gevolg een training bij Het Dok gevolgd. Ook heeft verdachte ter zitting verklaard dat hij, mocht zich een volgende situatie voordoen waarin hij in een emotionele toestand geraakt, niet meer zo impulsief zal handelen. De rechtbank ziet hierin aanleiding om, mede gelet op het persoonlijk belang van verdachte om zijn werk te kunnen behouden, geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen.

De rechtbank heeft echter ook geconstateerd dat verdachte zich nog steeds onvoldoende realiseert wat de impact is van zijn handelen op de slachtoffers, en in het bijzonder op een jongen van 14 jaar, als ook op de buurt waar verdachte en de slachtoffers wonen. Juist nu de aanleiding voor de strafbare feiten is gelegen in het leed dat de zoon van verdachte was overkomen, zou men een verplaatsing door verdachte in de positie van met name het 14-jarige slachtoffer mogen verwachten.

Gelet op het beperkte inlevingsvermogen van verdachte, zijn houding ter zitting (hij legt de schuld voor zijn handelen vrijwel geheel bij anderen), alsmede gelet op de inschatting van de reclassering dat de kans op recidive laag is tót op het moment dat verdachte extern wordt geprikkeld of tót het moment dat hij voelt dat iemand van zijn gezin iets is aangedaan, ziet de rechtbank aanleiding ook een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot oplegging

- van een werkstraf van 240 uur met aftrek van de tijd door de veroordeelde doorgebracht in verzekering en in voorlopige hechtenis,

- alsmede van een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden met een proeftijd van 2 jaar.

7.4 De benadeelde partij

Middels zijn wettelijk vertegenwoordigster [benadeelde partij 2] heeft [benadeelde partij 1] (gemachtigde mr. S. Kara) als benadeelde partij zich schriftelijk in het geding gevoegd voor een bedrag van

€ 3.793,--.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de materiële schade, een gedeelte van de immateriële schade ter hoogte van € 1000,-- en de verzochte proceskosten-veroordeling, alsmede oplegging van de maatregel tot schadevergoeding voor wat betreft de toe te wijzen materiële en immateriële schade. Voor de rest dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering.

De raadsman heeft gesteld dat de vordering te onbepaald is. Het causaal verband tussen de gestelde schade en het tenlastegelegde ontbreekt. Er is sprake van eigen schuld nu ook de zoon van verdachte door toedoen van de benadeelde partij schade heeft geleden. De vordering is te ingewikkeld om te worden toegewezen.

De rechtbank stelt vast dat verdachte jegens de benadeelde partij [benadeelde partij 1] naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de bewezenverklaarde feiten 1 en 2 is toegebracht.

Aannemelijk is dat de impact van het handelen van verdachte op het 14-jarige slachtoffer groot is en dat dit gepaard gaat met gevoelens van onveiligheid, ook thuis en in de eigen woonomgeving. Naar redelijkheid en billijkheid zal de rechtbank een bedrag van € 750,-- toewijzen ter zake van immateriële schadevergoeding.

Voor wat betreft het overige gevorderde terzake van immateriële schade zal de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering verklaren en bepalen dat dit gedeelte van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht, omdat behandeling van dit gedeelte van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert.

Het door de benadeelde partij verzochte bedrag van € 25,-- ter zake van geleden materiële schade in de vorm van telefoonkosten, portie en kopieerkosten zal eveneens worden toegewezen nu deze post niet onredelijk of onrechtmatig voorkomt.

De rechtbank zal, nu verdachte en de benadeelde partij over en weer deels in het ongelijk worden gesteld, de proceskosten compenseren, aldus dat ieder de eigen kosten draagt.

Wel dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging eventueel nog moet maken.

De rechtbank zal de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte opleggen tot het bedrag waartoe de vordering van de benadeelde partij is toegewezen, te weten € 775,--.

8 De wettelijke voorschriften

De opgelegde straffen en maatregel berusten op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 24c, 36f, 45, 57, 285, 300, 302 Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

9. De beslissing

De rechtbank:

- spreekt verdachte vrij van het tenlastegelegde onder 1 primair;

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

- verklaart dat het bewezenverklaarde de onder 5 vermelde strafbare feiten oplevert;

- verklaart verdachte strafbaar;

- veroordeelt verdachte tot gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 (twee) jaren;

- veroordeelt verdachte tot een werkstraf van 240 (tweehonderdveertig) uren;

- beveelt dat indien verdachte de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 120 (honderdtwintig) dagen;

- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de uitvoering van de werkstraf naar rato van twee uur per dag;

- heft op het (geschorste) bevel voorlopige hechtenis;

Benadeelde partij

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde partij 1] van € 775,00 (zevenhonderdvijfenzeventig euro), ter zake van schadevergoeding;

- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- compenseert de proceskosten van verdachte en de benadeelde partij, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 1], € 775,00 (zevenhonderdvijfenzeventig euro) te betalen, bij niet betaling te vervangen door 15 (vijftien) dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.A.F.M. Wouters, voorzitter, mr. H.C.A. de Groot en

mr. H.M. Dunsbergen, rechters, in tegenwoordigheid van A. Gaal, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 maart 2011.

Mr. van Dunsbergen is wegens afwezigheid buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE 1: De tenlastelegging

1.

hij op of omstreeks 19 juni 2010 te Hendrik-Ido-Ambacht ter uitvoering van het

door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [benadeelde partij 1] (geboren [in 1996] ) van het leven te beroven, met dat opzet meermalen, althans

eenmaal, (krachtig) (terwijl die [benadeelde partij 1] op de grond lag)

- (met geschoeide voet) tegen het hoofd en/of het lichaam van die [benadeelde partij 1]

heeft geschopt en/of getrapt en/of

- die [benadeelde partij 1] tegen het gezicht, althans het hoofd en/of het lichaam heeft

gestompt en/of geslagen en/of

- die [benadeelde partij 1] (in) de keel/nek heeft (dicht)geknepen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

SUBSIDIAIR: voorzover het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht

of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 19 juni 2010 te Hendrik-Ido-Ambacht ter uitvoering van het

door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [benadeelde partij 1]

(geboren [in 1996]), opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te

brengen, met dat opzet meermalen, althans eenmaal, (krachtig) (terwijl die[benadeelde partij 1] op de grond lag)

- (met geschoeide voet) tegen het hoofd en/of het lichaam van die [benadeelde partij 1]

heeft getrapt en/of geschopt en/of

- die [benadeelde partij 1] tegen het gezicht, althans het hoofd en/of het lichaam heeft

gestompt en/of geslagen en/of

- die [benadeelde partij 1] bij de keel/nek heeft vastgepakt en/of vastgehouden en/of

- die [benadeelde partij 1] (in) de keel/nek heeft (dicht)geknepen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

MEER SUBSIDIAIR: voorzover het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 19 juni 2010 te Hendrik-Ido-Ambacht opzettelijk

mishandelend een persoon (te weten [benadeelde partij 1]), meermalen, althans eenmaal,

(krachtig) (terwijl die [benadeelde partij 1] op de grond lag)

- (met geschoeide voet) tegen het hoofd en/of het lichaam

heeft getrapt en/of geschopt en/of

- tegen het gezicht, althans het hoofd en/of het lichaam heeft

gestompt en/of geslagen en/of

- bij de keel/nek heeft vastgepakt en/of vastgehouden en/of

- (in) de keel/nek heeft (dicht)geknepen,

waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

2.

hij op of omstreeks 19 juni 2010 te Hendrik-Ido-Ambacht [benadeelde partij 1] heeft

bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware

mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [benadeelde partij 1] dreigend

de woorden toegevoegd :"ik maak je af, ik maak je af" en/of "ik maak je

kapoot, ik maak je dood, ik schop je dood", althans woorden van gelijke

dreigende aard of strekking;

3.

hij op of omstreeks 19 juni 2010 te Hendrik-Ido-Ambacht opzettelijk

mishandelend een persoon (te weten [benadeelde partij 2]), tegen de borst en/of het

lichaam heeft geduwd en/of bij de keel heeft gepakt, waardoor deze letsel

heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

Parketnummer: 11/860303-10

Vonnis d.d. 29 maart 2011