Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2011:BP5588

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
24-02-2011
Datum publicatie
24-02-2011
Zaaknummer
91161 KG ZA 11-41
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Exclusief arbitraal beding (arbitrage in Singapore) verhindert niet dat de voorzieningenrechter in Nederland bevoegd is om van een vordering ex art. 843a Rv ingesteld tegen dezelfde partij als in de arbitrage kennis te nemen. Eis wegens ontbreken van rechtmatigheid afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2011/148

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

Sector civiel recht

Zaaknummer/ rolnummer: 91161 KG ZA 11-41

vonnis in kort geding van 24 februari 2011

in de zaak van

de vennootschap en rechtspersoon naar het recht van de plaats harer vestiging MARINA TOWAGE PTE LTD.,

gevestigd te Singapore, Republiek Singapore,

eiseres,

advocaat: mr. A.J. van Steenderen,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid DUTCH DREDGING B.V.,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid BAGGERBEDRIJF DE BOER HOLDING B.V.,

beiden gevestigd te [adres],

gedaagden,

advocaat: mr. P.A. den Haan.

Partijen worden hieronder aangeduid als enerzijds Marina Towage en anderzijds Dutch Dredging en De Boer.

1. De procedure

1.1 De voorzieningenrechter heeft ter terechtzitting van 10 februari 2011 kennis genomen van de volgende processtukken:

- de dagvaardingen van 1 februari 2011;

- de pleitnota van Dutch Dredging en De Boer;

- de door partijen overgelegde producties.

1.2 Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1 Marina Towage heeft op basis van twee bevrachtingsovereenkomsten (charter parties) met Dutch Dredging de sleepboot “Marina Sedna” (hierna: de sleepboot) en de ponton “MR2509” (hierna: de ponton) met bemanning ter beschikking gesteld. Dutch Dredging is de 100% werkmaatschappij van De Boer.

2.2 Volgens de bevrachtingsovereenkomsten dienen geschillen te worden beslecht door arbitrage in Singapore.

2.3 De Boer heeft conform de bepalingen in de bevrachtingsovereenkomsten de benodigde verzekeringen (casco- en aansprakelijkheidsverzekering) voor de ponton afgesloten. Marina Towage is medeverzekerde op de polis.

2.4 Op 3 augustus 2007 bevond een sleep, bestaande uit de sleepboot met daarachter de ponton en daarop de Scorpio, (een ponton cutterzuiger) die eigendom is van De Boer (hierna: de Scorpio), zich voor de kust van Sri Lanka en is die sleepverbinding ongewenst verbroken. De ponton en de Scorpio zijn daardoor tot wrak geworden.

2.5 Na schriftelijke aansprakelijkheidstellingen door de havenmeester van Galle, Sri Lanka, voor alle schade ten gevolge van het stranden van de wrakken heeft Marina Towage de locale bergingsmaatschappij, Divers Underwater Services & Maritime Exporters ingeschakeld voor de wrakopruiming. Marina Towage heeft de kosten van de berging van de ponton en de Scorpio voldaan.

2.6 In januari 2009 zijn Dutch Dredging en De Boer naar aanleiding van het incident op 3 augustus 2007 een procedure bij de Rechtbank Rotterdam gestart tegen de verzekeraars op de polis tot vergoeding van schade. Deze procedure is aldaar aanhangig onder zaaknummer 322866/09/199.

2.7 Tussen partijen in dit kort geding loopt over het incident van 3 augustus 2007 en de daaruit voortvloeiende schade thans sinds september 2010 een arbitrageprocedure te Singapore (naar het recht van Singapore).

3. Het geschil

3.1 Marina Towage vordert samengevat bij vonnis om:

Dutch Dredging en/of De Boer te veroordelen om aan Marina Towage uiterlijk binnen zeven dagen na betekening van het te wijzen vonnis, op straffe van een dwangsom van € 10.000,-- met een maximum van € 1.000.000,-- voor iedere dag of gedeelte daarvan dat Dutch Dredging en/of De Boer in gebreke blijven, kopieën te verstrekken van alle bescheiden die zijn te kwalificeren als de processtukken die tot op heden zijn gewisseld tussen partijen in de procedure bij de Rechtbank Rotterdam (met zaaknummer 322866/09/199), waarbij deze ter beschikkingstelling kan geschieden via de raadslieden van Marina Towage, met veroordeling van Dutch Dredging en/of De Boer in de kosten van de procedure. Marina Towage stelt daartoe het volgende.

3.1.1 Marina Towage heeft als medeverzekerde onder de door De Boer afgesloten verzekering een rechtmatig belang volledig geïnformeerd te worden over al hetgeen betrekking heeft op de procedure tegen de verzekeraars. Marina Towage heeft eveneens een rechtmatig belang geïnformeerd en gedocumenteerd te worden nu Dutch Dredging zich jegens haar op grond van de bevrachtingsovereenkomsten heeft verbonden de met de wrakopruiming gemoeide kosten volledig te voldoen. Als gevolg van de gemaakte kosten van wrakopruiming van zowel de ponton als de Scorpio, alsmede ten gevolge van het door de autoriteiten van Sri Lanka beletten van de afvaart van de sleepboot heeft Marina Towage een zeer aanzienlijke schade geleden. Ondanks herhaalde verzoeken zijn Dutch Dredging en De Boer nalatig gebleven opening van zaken te verstrekken door een kopie van alle gewisselde processtukken in de procedure te Rotterdam af te geven. De voorzieningenrechter is op grond van art. 1074 Rv lid 2 bevoegd om een voorlopige voorziening te treffen.

3.2 Dutch Dredging en De Boer voeren verweer. Op de inhoud van hun verweer wordt hierna, voor zover van belang, ingegaan.

4. De beoordeling

4.1 Allereerst dient de vraag te worden beantwoord of de voorzieningenrechter bevoegd is om van het geschil kennis te nemen. Volgens Dutch Dredging en De Boer is er sprake van onbevoegdheid omdat de arbitrageprocedure in Singapore aparte regels voor “disclosure” van informatie kent. Marina Towage betwist dat aldaar een soortgelijke procedure mogelijk is.

Vooropgesteld wordt dat een overeenkomst tot arbitrage buiten Nederland niet belet dat een partij zich wendt tot de (Nederlandse) voorzieningenrechter van de rechtbank in kort geding overeenkomstig artikel 254 Rv. Dat de arbitrageprocedure in Singapore een vergelijkbare snelle procedure kent, is niet (althans onvoldoende) gebleken, maar ook niet doorslaggevend. Uit het door Dutch Dredging en De Boer overgelegde “legal opinion” van het Singaporese advocatenkantoor Allen & Gledhill kan dit ook niet worden afgeleid. Er is hier sprake van een in Nederland gevoerde procedure tussen Nederlandse partijen, waarvan de gedaagde partijen anderen zijn dan de partijen die in de arbitrageprocedure betrokken zijn. Op grond van het voorgaande acht de voorzieningenrechter zich dan ook bevoegd tot kennisname van de vordering.

4.2 De voorzieningenrechter is van oordeel dat Marina Towage een spoedeisend belang heeft bij haar vordering. Ter zitting is namelijk komen vast te staan dat alle betrokken partijen thans in schikkingsonderhandelingen verkeren. Marina Towage kan er dan, zoals zij heeft aangevoerd, belang bij hebben om daarin op korte termijn een bepaalde positie in te nemen.

4.3 Naar voorlopig oordeel kwalificeert artikel 843a Rv als een regel van procesrecht. Voor toewijzing op grond van artikel 843a Rv moet aan drie cumulatieve voorwaarden worden voldaan. Eiseres dient een rechtmatig belang te hebben bij afgifte van de gevraagde bescheiden, het moet gaan om bepaalde bescheiden en het moet gaan om bescheiden aangaande een rechtsbetrekking waarin eiseres of haar rechtsvoorganger partij is. Verder bepaalt lid 4 van genoemd wetsartikel dat men niet is gehouden aan een vordering tot inzage te voldoen, indien daarvoor gewichtige redenen zijn, alsmede indien redelijkerwijs aangenomen kan worden dat een behoorlijke rechtsbedeling ook zonder verschaffing van de gevraagde gegevens is gewaarborgd.

4.4 Van een rechtmatig belang is sprake indien afgifte van bescheiden nodig is voor het bepalen van een rechtspositie of voor het onderbouwen van een niet op voorhand kansloze vordering of kansloos verweer. De vraag is of dit in casu voor Marina Towage het geval is. Dutch Dredging en De Boer voeren aan dat Marina Towage geen rechtmatig belang heeft en dat aan haar al meerdere malen is medegedeeld welke vorderingen tegen de verzekeraars zijn geformuleerd. Op 7 februari 2011 hebben zij (nogmaals) het petitum uit de dagvaarding van de te Rotterdam aanhangige procedure aan Marina Towage doorgegeven. Marina Towage heeft ter zitting erkend hiervan onlangs op de hoogte te zijn gesteld. Dit betekent dat Marina Towage inmiddels bekend is met de vorderingen tegen de verzekeraars, zodat dit belang geen rol meer kan spelen. De rechtspositie van Marina Towage in de arbitrageprocedure tegen Dutch Dredging en De Boer is een geheel andere (op basis van de bevrachtingsovereenkomsten) dan die van haar ten opzichte van de verzekeraars op basis van de polis. Als medeverzekerde had Marina Towage ook de mogelijkheid om zich rechtstreeks tot de verzekeraars te wenden dan wel om zich in de procedure te Rotterdam te voegen of tussen te komen. In zoverre is er dan ook geen sprake van een rechtmatig belang. Ter zitting is van de zijde van Marina Towage nog aangegeven dat zij er belang bij heeft te weten welk bedrag er bij Dutch Dredging en De Boer van de verzekeraars binnenkomt. Dit kan evenwel niet uit de processtukken worden afgeleid en een eindvonnis is in die procedure nog niet gewezen. Voor zover afgifte van de processtukken bedoeld is om op basis daarvan bepaalde stellingen in de arbitrageprocedure te onderbouwen of te betwisten, danwel om de positie in de schikkingsonderhandelingen te versterken (zoals Dutch Dredging en De Boer aanvoeren) is er sprake van “fishing expeditions”. De enkele interesse in processtukken, zonder concreet aan te geven welke feiten of stellingen men hiermee denkt te kunnen bewijzen of betwisten, is onvoldoende. Dit betekent dat de vordering wegens het ontbreken van een rechtmatig belang wordt afgewezen.

4.5 Marina Towage wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld. De kosten aan de zijde van Dutch Dredging en De Boer worden begroot op:

- vast recht € 568,--

- salaris gemachtigde € 527,--

Totaal € 1095,--

5. De beslissing

De voorzieningenrechter:

wijst de vordering af;

veroordeelt Marina Towage in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van Dutch Dredging en De Boer vastgesteld op € 1.095,--;

Dit vonnis is gewezen door mr. E.D. Rentema en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 februari 2011 in aanwezigheid van de griffier.