Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2011:BP5083

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
17-02-2011
Datum publicatie
18-02-2011
Zaaknummer
11/711026-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor seksueel binnendringen van een geestelijk gestoorde. Verdachte heeft met het slachtoffer handelingen gepleegd die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van haar lichaam, terwijl verdachte wist dat het slachtoffer aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling van haar geestvermogens leed dat zij niet of onvolkomen in staat was haar wil daaromtrent te bepalen of daartegen weerstand te bieden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 11/711026-10 [Promis]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 17 februari 2011

in de strafzaak tegen

[naam verdachte],

geboren te [geboorteplaats] in 1950,

wonende te [woonplaats verdachte],

hierna: verdachte.

Raadsman mr. G.O. Groeskamp, advocaat te Gorinchem.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 3 februari 2011, waarbij de officier van justitie mr. J. Spaans, de verdachte en zijn raadsman hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de benadeelde partij.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Primair:

op 15 augustus 2009 te Sliedrecht met [benadeelde partij] handelingen heeft gepleegd die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, terwijl hij wist dat zij aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van haar geestvermogens leed, dat zij niet of onvolkomen in staat was haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden.

Subsidiair:

op 15 augustus 2009 te Sliedrecht met [benadeelde partij] ontuchtige handelingen heeft gepleegd, terwijl hij wist dat zij aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van haar geestvermogens leed, dat zij niet of onvolkomen in staat was haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden.

3 De voorvragen

De dagvaarding voldoet aan alle wettelijke eisen en is dus geldig.

De rechtbank is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het primaire ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen en baseert zijn standpunt op de volgende bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [aangeefster] (hierna: aangeefster) van 7 oktober 2009;

- het verslag van de orthopedagoog van ASVZ van 31 januari 2011, inhoudende aanvullende informatie aangaande [benadeelde partij] (hierna: slachtoffer);

- het proces-verbaal van bevindingen van 9 januari 2010, inhoudende het verhoor van het slachtoffer;

- het proces-verbaal van verhoor van verdachte van 20 september 2010.

4.2 Het standpunt van de verdediging

Primair en subsidiair:

De verdediging heeft bepleit dat verdachte van het tenlastegelegde moet worden vrijgesproken.

De verdediging heeft in dat kader betoogd dat niet kan worden vastgesteld dat het slachtoffer niet of onvoldoende in staat was haar wil omtrent de seksuele handelingen te bepalen, dan wel kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden. Hetgeen omtrent de verstandelijke handicap van het slachtoffer bekend is, bewijst immers niet dat het slachtoffer daartoe niet het vermogen bezat.

Voorts heeft de verdediging betoogd dat nergens is gebleken dat verdacht wist dat het slachtoffer aan een dusdanige gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens leed dat zij niet in staat was haar wil omtrent de verweten handelingen te bepalen.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

Op grond van de inhoud van de in de voetnoten genoemde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang bezien, gaat de rechtbank uit van de volgende feiten en omstandigheden, die de rechtbank samengevat en zakelijk zal weergeven.

Aangeefster heeft verklaard dat het slachtoffer op 15 augustus 2009 te Sliedrecht seksueel is misbruikt. Het slachtoffer heeft tegen aangeefster gezegd dat ze overal was aangeraakt. Dit wilde zij eigenlijk niet. Ze was toen echter vergeten 'nee' te zeggen. Het slachtoffer woont op de Merwebolder te Sliedrecht. Dit is een intramurale instelling voor verstandelijk gehandicapten.

Het slachtoffer is een vrouw die verstandelijk functioneert op matig verstandelijk beperkt niveau (totaal IQ: 45). Bij een matig verstandelijke beperking past een ontwikkelingsleeftijd tussen de drieëneenhalf en zes jaar. Gezien het niveau van functioneren is het slachtoffer beïnvloedbaar en niet in staat om de consequenties van haar handelen te overzien. Hierdoor is ze kwetsbaar.

Aangeefster heeft vanuit haar functie dagelijks met het slachtoffer te maken. Aangeefster heeft verklaard dat als iemand echt iets van het slachtoffer wil, men dat ook van haar kan krijgen. Bij mannen heeft zij dat sterker dan bij vrouwen.

Het slachtoffer heeft verklaard dat zij met een man mee is gegaan naar zijn huis. Daar heeft de man de BH van het slachtoffer omhoog gedaan en haar borsten betast. De man heeft tevens aan de borsten van het slachtoffer gezogen. Vervolgens is de man met zijn hand in de broek van het slachtoffer gegaan. De man heeft toen zijn vinger in haar vagina gedaan. Het slachtoffer heeft nog verklaard dat dat pijn deed, omdat de man het een beetje wild deed. Daarnaast heeft het slachtoffer verklaard dat zij met de man heeft getongzoend. De man heeft toen zijn tong in haar mond gestoken. Voorts heeft het slachtoffer in de penis van de man geknepen.

Verdachte heeft verklaard dat hij inderdaad iemand van de Merwebolder mee naar huis heeft genomen. Hij denkt dat het slachtoffer in de Merwebolder woont, omdat zij een verstandelijke handicap heeft. Aan het gedrag van het slachtoffer, haar loop, heeft hij kunnen zien dat ze een verstandelijke handicap heeft. Voorts heeft hij verklaard dat hij bij hem thuis zijn hand op de buik van het slachtoffer heeft gelegd en met zijn hand in haar broek is gegaan. Hij is toen met zijn vinger net voorbij de buitenste schaamlippen van haar vagina geweest. Ter hoogte van de clitoris. Verdachte heeft het knobbeltje dat daar zit met zijn vinger gevoeld. Vervolgens heeft verdachte verklaard dat zij tevens hebben getongzoend. Verdachte heeft daartoe het initiatief genomen. Ook heeft hij met zijn handen aan de borsten van het slachtoffer gezeten en er zoentjes op gegeven. Daarnaast heeft verdachte het slachtoffer aan zijn penis laten voelen en er in laten knijpen.

Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit het bovengenoemde dat verdachte met het slachtoffer handelingen heeft gepleegd die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam.

Gezien de informatie van de orthopedagoog en de verklaring van aangeefster acht de rechtbank het aannemelijk dat het slachtoffer minstens onvoldoende in staat was haar wil omtrent de seksuele handelingen te bepalen of daartegen weerstand te bieden.

Voorts heeft verdachte verklaard dat hij wist dat het slachtoffer verstandelijk gehandicapt was. Daarmee staat voor de rechtbank vast dat verdachte minimaal willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat het slachtoffer, aangaande de ten laste gelegde handelingen, niet, dan wel onvolledig het vermogen bezat haar wil te bepalen of daartegen enige weerstand te bieden.

De rechtbank acht daarom het primair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

(primair)

op 15 augustus 2009 te Sliedrecht,

met [benadeelde partij], van wie hij, verdachte, wist dat die [benadeelde partij] aan een

zodanige gebrekkige ontwikkeling van haar

geestvermogens leed dat die [benadeelde partij] niet of onvolkomen in staat was haar

wil daaromtrent te bepalen of daartegen weerstand te

bieden,

handelingen heeft gepleegd, die mede

bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [benadeelde partij],

hebbende verdachte

- die [benadeelde partij] getongzoend en

- die [benadeelde partij] gevingerd en de vagina en schaamstreek van die

[benadeelde partij] betast en

- de borsten van die [benadeelde partij] betast en aan de borsten van die [benadeelde partij]

gezogen en

- die [benadeelde partij] in zijn penis laten knijpen.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de bewezen verklaarde tenlastelegging een kennelijke verschrijving voorkomt, is deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

Primair

SEKSUEEL BINNENDRINGEN GEESTELIJK GESTOORDE.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7 De strafoplegging

7.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van vijftien maanden, waarvan vijf maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. Hij heeft tevens gevorderd dat daaraan de bijzondere voorwaarde van reclasseringstoezicht wordt gesteld.

7.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft bepleit dat, mocht de rechtbank tot een strafoplegging komen, het passend is dat de rechtbank bij de strafmaat rekening houdt met het feit dat verdachte een eenvoudige man is die alleen bijzonder laag onderwijs heeft gevolgd. Verdachte is nu werkloos. Hij is éénenzestig jaar oud. Er is daarom voor hem geen werk meer. Voorts heeft de verdediging opgemerkt dat verdachte een blanco strafblad heeft. Bovendien heeft de reclassering geconcludeerd dat de kans op een vorm van recidive laag gemiddeld is.

Vervolgens heeft de verdediging aangevoerd dat verdachte het niet eens is met het advies van de reclassering voor zover dit inhoudt dat hij een behandeling zou moeten ondergaan. Tevens heeft de verdediging betoogd dat, rekening houdend met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, een taakstraf op zijn plaats is.

7.3 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank heeft de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij is het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft seksuele handelingen gepleegd met een verstandelijk gehandicapte vrouw. De seksuele handelingen bestonden uit het aanraken en binnendringen van de vagina. Daarnaast heeft verdachte de borsten van het slachtoffer betast en er aan gezogen. Tevens heeft verdachte zich aan zijn penis laten voelen en met het slachtoffer getongzoend. Bij dit alles dient te worden opgemerkt dat verdachte wist dat het slachtoffer een geestelijke beperking had.

De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij, kennelijk ter bevrediging van zijn behoeftes, misbruik heeft gemaakt van de verstandelijke tekortkomingen van het slachtoffer. Verdachte heeft daarmee de lichamelijke integriteit van het slachtoffer op een ernstige manier geschonden. Het is een feit van algemene bekendheid dat dergelijk handelen langdurige schade kan toebrengen aan de geestelijke gezondheid van het slachtoffer. De rechtbank neemt het verdachte zeer kwalijk dat hij bij dit alles kennelijk nimmer heeft stilgestaan en zijn eigen genoegdoening voorop heeft gesteld.

Voor het seksueel binnendringen van iemand met een gebrekkige ontwikkeling hanteert deze rechtbank in de regel als uitgangspunt een gevangenisstraf van twee tot drie jaren.

De reclassering concludeert in haar rapport verdachte te hebben leren kennen als een impulsieve man met vermoedelijk een beperkt intellect en een gebrekkig zelfinzicht. Deze tekortkomingen hebben bijgedragen aan het ontstaan van het delict. Op het gebied van emotioneel welzijn lijken er problemen te zijn. Dit is echter niet nader onderzocht. In dit licht adviseert de reclassering een (gedeeltelijk) voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. Zij adviseert tevens daaraan de bijzondere voorwaarden te verbinden dat verdachte wordt verplicht medewerking te verlenen aan een intake en de eventueel daaruit voortvloeiende behandeling bij Het Dok (kliniek voor ambulante forensische psychiatrie), dan wel een soortgelijke instelling.

De rechtbank neemt voornoemde adviezen en conclusies deels over. Zij ziet immers in het reclasseringsrapport onvoldoende aanknopingspunten voor de noodzaak van voornoemde intake. De rechtbank neemt daarbij tevens in aanmerking dat verdachte een 'first offender' is.

Gezien het hierboven gestelde komt de rechtbank tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.

Met de voorwaardelijke gevangenisstraf wordt beoogd verdachte ervan te weerhouden opnieuw een strafbaar feit te plegen.

8 De benadeelde partij

De benadeelde partij [benadeelde partij] vordert een schadevergoeding van in totaal € 1.400,- met wettelijke rente ter zake van immateriële schade. Zij vordert tevens daarbij de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van € 500,- met de wettelijke rente. Hij heeft tevens gevorderd om daar de schadevergoedingsmaatregel bij op te leggen.

De officier van justitie acht de rest van het gevorderde bedrag onvoldoende onderbouwd. De officier van justitie heeft daarom geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid voor wat betreft dit deel van de vordering.

De verdediging heeft de hoogte van de immateriële schade betwist en zich op het standpunt gesteld dat toewijzing van de vordering voor een bedrag van € 500,- op zijn plaats is.

De rechtbank is van oordeel dat de immateriële schade tot een bedrag van € 500,- een rechtstreeks gevolg is van het onder 1. primair bewezen verklaarde feit en acht verdachte aansprakelijk voor die schade. Het gevorderde is tot dat bedrag voldoende aannemelijk gemaakt en de rechtbank zal de vordering tot dat bedrag toewijzen met de wettelijke rente. Hierbij zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

Voor het overige acht de rechtbank de vordering onvoldoende onderbouwd en daarmee onevenredig belastend voor behandeling in het strafgeding. De benadeelde partij wordt daarom voor dat deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaard. Dit deel van de vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

9 De wettelijke voorschriften

De opgelegde straf berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 14d, 36f en 243 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

10 De beslissing

De rechtbank:

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

- verklaart dat het bewezenverklaarde het onder 5 vermelde strafbare feit oplevert;

- verklaart verdachte strafbaar;

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 12 (twaalf) maanden, waarvan 4 (vier) maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 (twee) jaar;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:

* omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

* omdat de verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt.

Vorderingen benadeelde partijen

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde partij], [adres benadeelde partij], van een bedrag van € 500,-, vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 15 augustus 2009 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten

behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer

[benadeelde partij], [adres benadeelde partij], bij niet betaling te vervangen door 10 (tien)

dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de

betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schademaatregel de betalingsverplichting aan de

benadeelde partij vervalt en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door mr. drs. T.F. van der Lugt, voorzitter, mr. G.A.J.M. van Vugt en mr. K. Helmich, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R.J.J.S. Visser, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 17 februari 2011.

Mr. G.A.J.M. van Vugt is door afwezigheid buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

1.

hij op of omstreeks 15 augustus 2009 te Sliedrecht,

met [benadeelde partij], van wie hij, verdachte, wist dat die [benadeelde partij] aan een

zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn/haar

geestvermogens leed dat die [benadeelde partij] niet of onvolkomen in staat was zijn/haar

wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te

bieden,

een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede

bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [BENADEELDE PARTIJ],

hebbende verdachte meermalen, althans eenmaal,

- die [benadeelde partij] ge(tong)zoend en/of

- die [benadeelde partij] gevingerd en/of de vagina en/of schaamstreek van die

[benadeelde partij] betast en/of

- de borsten van die [benadeelde partij] betast en/of aan de borsten van die [benadeelde

partij] gelikt en/of gezogen en/of

- (in) zijn penis laten betasten en/of knijpen;

SUBSIDIAIR: voorzover het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht

of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 15 augustus 2009 te Sliedrecht,

met [benadeelde partij], van wie hij, verdachte, wist dat die [benadeelde partij] aan een

zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn/haar

geestvermogens leed dat die [benadeelde partij] niet of onvolkomen in staat was zijn/haar

wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te

bieden,

een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit het

meermalen, althans eenmaal,

- (tong)zoenen van die [benadeelde partij] en/of

- het vingeren en/of het betasten van de vagina en/of schaamstreek van die

[benadeelde partij] en/of

- betasten van en/of likken en/of zuigen aan de borsten van die [benadeelde partij] en/of

- laten betasten van en/of knijpen (in) zijn penis;

2Parketnummer: 11/711026-10

Vonnis d.d. 17 februari 2011