Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2011:BP3741

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
05-01-2011
Datum publicatie
09-02-2011
Zaaknummer
87068 - FA RK 10-7903
Rechtsgebieden
Civiel recht
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening+bodemzaak
Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek tot echtscheiding waarbij de verweerder niet is verschenen in de procedure. Verzoekster niet in staat om bewijsstukken van het huwelijk over te leggen. Bovendien is verzoekster niet in staat gebleken te bewijzen dat de man (persoon A) met wie zij gehuwd zou zijn, inmiddels zijn namen heeft gewijzigd en reeds bekend is als persoon B. Hierdoor is het niet aannemelijk geworden dat persoon A en persoon B één en dezelfde persoon is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

Sector civiel recht

zaaknummer: 87068 / FA RK 10-7903

beschikking van de enkelvoudige kamer van 5 januari 2011

in de zaak van

[De vrouw],

wonende te [adres vrouw],

verzoekster,

bijgestaan door mr. A.C.M. den Ridder-van der Meijden, advocaat te Gorinchem,

tegen

blijkens het verzoekschrift genaamd [naam man volgens verzoekschrift], en voorheen bekend onder de naam [vroegere naam man],

blijkens de Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens (hierna: de GBA) bekend onder de naam [naam man volgens GBA],

wonende te [adres man],

niet verschenen.

Partijen worden hieronder aangeduid als de vrouw respectievelijk de man.

1. Het procesverloop

De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende processtukken:

- het verzoekschrift van de vrouw, met bijlagen, ingekomen ter griffie op 17 mei 2010;

- het betekeningsexploit, ingekomen ter griffie op 31 mei 2010;

- de GBA-uittreksels van partijen en de minderjarige kinderen, ingekomen ter griffie op 7 juni 2010 respectievelijk 22 juni 2010;

- de brieven van de minderjarigen [de 3 oudste kinderen], ingekomen ter griffie op 19 juli 2010 respectievelijk 20 juli 2010;

- een faxbericht van de advocaat van de vrouw, ingekomen ter griffie op 1 september 2010;

- een faxbericht, met bijlage, van de advocaat van de vrouw, ingekomen ter griffie op 15 november 2010;

- een faxbericht van de advocaat van de vrouw, ingekomen ter griffie op 24 november 2010.

De man heeft geen verweerschrift ingediend.

2. Het verzoek

2.1. De vrouw verzoekt de echtscheiding, in verband met duurzame ontwrichting, uit te spreken en heeft daarbij verzocht:

- de hoofdverblijfplaats van de na te noemen minderjarigen bij de vrouw te bepalen;

- het door de vrouw overgelegde voorstel ouderschapsplan aan de beschikking te hechten.

2.2. De vrouw stelt dat partijen op 3 maart 1993 te Baydhaba (Somalië) met elkaar zijn gehuwd. In verband met oorlogen en ongeregeldheden in Somalië is de huwelijksakte van partijen niet meer te achterhalen. Het huwelijk is niet geregistreerd in de registers van de burgerlijke stand der gemeente ’s-Gravenhage. Ook beschikt de vrouw niet over een huwelijksboekje.

2.3. Gedurende het huwelijk zijn uit de vrouw de thans nog minderjarige kinderen geboren:

- [kind1] op [geboortedatum kind1] te Baydhaba (Somalië);

- [kind2] op [geboortedatum kind2] te Baydhaba (Somalië);

- [kind3] op [geboortedatum kind3] te Baydhaba (Somalië);

- [kind4] op [geboortedatum kind4] te Boekarest (Roemenië);

- [kind5] op [geboortedatum kind5] te Harderwijk;

- [kind6] op [geboortedatum kind6] te Lelystad.

De kinderen wonen thans bij de vrouw.

Ook de geboorteakten van de vier oudste kinderen zijn, in verband met de oorlogen en ongeregeldheden in Somalië, niet meer te achterhalen. Reden waarom de GBA-uittreksels van alle kinderen zijn overgelegd.

2.4. Voorts stelt de vrouw dat de man zijn naam heeft gewijzigd van [vroegere naam man] in [naam man volgens GBA]. De gemeente Gorinchem meent echter dat het niet dezelfde persoon betreft. De vrouw meent dat de man zich opnieuw in Nederland heeft gevestigd onder de naam [naam man volgens GBA] en daarbij heeft opgegeven niet gehuwd te zijn. Hierdoor staat de man als ‘ongehuwd’ geregistreerd op het GBA-uittreksel.

2.5. Tot slot stelt de vrouw dat alle voorstellen aan de man omtrent de totstandkoming van een ouderschapsplan door hem van de hand worden gewezen. Reden waarom de vrouw verzoekt om aanhechting van het overgelegde ‘voorstel ouderschapsplan’.

3. De beoordeling

3.1. De rechtsmacht en toepasselijk recht

Deze zaak draagt een internationaal karakter. In de eerste plaats dient dan ook onderzocht te worden of de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft.

Nu uit de overgelegde stukken blijkt dat zich de gewone verblijfplaats van partijen in Nederland bevindt, komt op grond van het bepaalde in artikel 3, eerste lid sub a onder 1ste gedachtestreep van de Verordening (EG) nr. 2201/2003 van de Raad van de Europese Unie van 27 november 2003, aan de Nederlandse rechter rechtsmacht toe ten aanzien van de echtscheiding.

Deze rechtbank is bevoegd om van het verzoek kennis te nemen, aangezien partijen binnen dit arrondissement hun woonplaats hebben.

Thans komt aan de orde welk recht op het hoofdverzoek tot echtscheiding van toepassing is.

Ingevolge artikel 1 lid 4 van de Wet conflictenrecht inzake ontbinding van het huwelijk en scheiding van tafel en bed is Nederlands recht van toepassing op het verzoek tot echtscheiding, aangezien de keuze van de vrouw voor Nederlands recht onweersproken is gebleven.

3.2. De echtscheiding

Het verzoek tot echtscheiding zal worden afgewezen, nu onvoldoende is komen vast te staan of partijen met elkaar gehuwd zijn. De vrouw is niet in staat gebleken om bewijsstukken van het huwelijk over te leggen. Bovendien blijkt uit het GBA-uittreksel van de vrouw dat zij gehuwd is met [vroegere naam man]. Volgens de GBA – inzage verricht door de rechtbank – bestaat er geen persoonslijst van [vroegere naam man].

Voorts is gebleken dat de vrouw de stelling dat [vroegere naam man] zijn naam gewijzigd zou hebben in [naam man volgens GBA] eveneens niet nader kan onderbouwen met bewijsstukken. Ook uit het GBA-uittreksel (overgelegd door de advocaat) en de persoonslijst in de GBA van [naam man volgens GBA] blijkt niet dat deze man voorheen bekend was onder een andere naam. Bovendien staat [naam man volgens GBA] geregistreerd als ongehuwd. Ook het enkele feit dat de vier oudste kinderen een andere geslachtsnaam dragen dan de twee jongste kinderen is onvoldoende om aan te nemen dat [vroegere naam man] en [naam man volgens GBA] één en dezelfde persoon is.

Bovendien is uit onderzoek van de rechtbank gebleken dat op de persoonslijst van de GBA van [naam man volgens GBA] voornoemde minderjarigen niet staan vermeld. Dit impliceert dat [naam man volgens GBA] – volgens de GBA – niet de juridische vader van voornoemde minderjarigen is, hetgeen inhoudt dat voornoemde minderjarigen – volgens de GBA – niet staande een huwelijk tussen de vrouw en [naam man volgens GBA] zijn geboren. Er zijn onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld op grond waarvan vast is komen te staan dat [naam man volgens GBA] wel de juridische vader is.

3.3. De nevenvoorzieningen

Nu de echtscheiding tussen partijen niet kan worden uitgesproken, wordt niet toegekomen aan de beoordeling van de door de vrouw verzochte nevenvoorzieningen.

4. De beslissing

De rechtbank:

wijst het verzoek van de vrouw om de echtscheiding tussen partijen uit te spreken af.

Deze beschikking is gegeven door mr. A. Eerdhuijzen, tevens kinderrechter, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van woensdag 5 januari 2011.