Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2011:BP3120

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
02-02-2011
Datum publicatie
04-02-2011
Zaaknummer
81781 - HA ZA 09-2481
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Postenzaak i.v.m. onrechtmatige ontruiming.

In totaal wordt een kleiner bedrag toegekend dan gevorderd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DORDRECHT

Sector civiel recht

Vonnis in hoofdzaak en vrijwaring van 2 februari 2011

in de zaak met zaaknummer / rolnummer: 81781 / HA ZA 09-2481 van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VISSER QUISPEL HEIDEMA B.V.,

gevestigd te Oud-Beijerland,

eiseres,

advocaat mr. A. Quispel,

tegen

1. [Partij X],

zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland of daarbuiten,

2. [Partij Y],

wonende te Westmaas,

gedaagden,

advocaat mr. H.J.M. Winkelhuijzen,

en in de zaak met zaaknummer / rolnummer 85424 / HA ZA 10-2153 van

1. [Partij X],

zonder bekende woon- of verblijfplaats,

2. [Partij Y],

wonende te Westmaas,

eisers,

advocaat mr. H.J.M. Winkelhuijzen,

tegen

de maatschap

VERHAGEN GROEP,

gevestigd te Oud-Beijerland,

gedaagde,

advocaat mr. V.J. Groot.

Partijen zullen hierna Quispel, [partijen X & Y] en Verhagen genoemd worden.

1. De procedure in de hoofdzaak

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 10 maart 2010 en de daarin genoemde stukken;

- de brief van Quispel d.d. 9 september 2010 met de daarbij behorende producties;

- het proces-verbaal van comparitie van 23 september 2010;

- de akte van Quispel;

- de akte van [partijen X & Y]

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De procedure in de vrijwaringszaak

2.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 28 april 2010 en de daarin genoemde stukken;

- het proces-verbaal van comparitie van 23 september 2010.

2.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

3. De vaststaande feiten in de hoofdzaak en in de vrijwaring

3.1. [partijen X & Y] was de eigenaar van de woning aan het adres: [adres 1] te

Oud-Beijerland (hierna: de woning in Oud-Beijerland).

3.2. De woning is met ingang van 1 september 2001 verhuurd aan [betrokkene 1] (hierna: [betrokkene 1]). VHM heeft de huurovereenkomst opgesteld.

3.3. [partijen X & Y] hebben in november 2001 de huurovereenkomst opgezegd. [betrokkene 1] maakte hiertegen bezwaar. Hierop hebben [partijen X & Y] in kort geding gevorderd – kort gezegd – de woning te ontruimen.

3.4. De kantonrechter te Oud-Beijerland (hierna: de kantonrechter) heeft bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis van 27 augustus 2002 beslist dat [betrokkene 1] de woning uiterlijk 31 augustus 2002 moest verlaten en ontruimen, en heeft [partijen X & Y] gemachtigd de woning te laten ontruimen.

3.5. [partijen X & Y] heeft op 3 september 2002 de woning laten ontruimen.

3.6. [betrokkene 1] heeft hierna de woning aan de [adres 2] te Rotterdam betrokken.

3.7. [betrokkene 1] heeft tegen het vonnis van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Het gerechtshof te ’s-Gravenhage (hierna: het gerechtshof) heeft bij arrest d.d. 30 juli 2004 het vonnis van de kantonrechter vernietigd en, opnieuw in het kort geding rechtdoende, de vorderingen van [partijen X & Y] afgewezen.

3.8. [betrokkene 1] heeft (onder meer) zijn vordering op [partijen X & Y] verpand aan Quispel. Dit is aan [partijen X & Y] meegedeeld.

4. De vaststaande feiten in de vrijwaring

4.1. [partijen X & Y] wilden in verband met hun verblijf in het buitenland de woning voor maximaal één jaar verhuren. Zij gaven aan Verhagen & Hoppener Makelaars (hierna: VHM) de opdracht daarvoor zorg te dragen. Verhagen is de rechtsopvolgster van VHM.

5. De vordering in de hoofdzaak

Quispel vordert, na vermindering van eis, dat [partijen X & Y] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, hoofdelijk worden veroordeeld tot betaling van een bedrag van:

(i) € 21.793,56;

(ii) € 90.684,30 per jaar, te vermenigvuldigen met een door de rechtbank te bepalen aantal jaren;

(iii) € 4.165,- aan buitengerechtelijke kosten,

welke bedragen dienen te worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag der opeisbaarheid van de vorderingen tot de dag der algehele voldoening, alsmede dat [partijen X & Y] hoofdelijk worden veroordeeld in de proceskosten.

Quispel heeft daartoe het volgende gesteld:

5.1. [partijen X & Y] hebben jegens [betrokkene 1] onrechtmatig gehandeld door het vonnis van de kantonrechter te executeren terwijl dat vonnis nadien door het gerechtshof is vernietigd. [betrokkene 1] heeft door het onrechtmatig handelen van [partijen X & Y] schade geleden. De schade bestaat uit inkomstenderving en eenmalige kosten van in totaal € 21.793,56 en maandelijkse/jaarlijkse terugkerende kosten van in totaal € 90.684,30 per jaar.

6. Het verweer in de hoofdzaak

Het verweer van [partijen X & Y] strekt tot niet-ontvankelijk verklaring van Quispel in zijn vordering dan wel afwijzing van de vordering, met veroordeling van Quispel in de kosten van het geding, (voorwaardelijk) vermeerderd met de wettelijke rente.

[partijen X & Y] hebben daartoe het volgende aangevoerd:

6.1. De vordering in de onderhavige zaak kan slechts beperkt zijn tot het bedrag waarop Quispel jegens [betrokkene 1] aanspraak meent te kunnen maken.

6.2. [partijen X & Y] hebben niet onrechtmatig jegens [betrokkene 1] gehandeld, nu het gerechtshof op onjuiste gronden het vonnis van de kantonrechter heeft vernietigd. De ontruiming is rechtmatig.

6.3. [partijen X & Y] betwisten (bijna) alle gestelde schadeposten als ook het causale verband tussen die posten en de ontruiming.

7. De vordering in de vrijwaring

[partijen X & Y] vorderen in de vrijwaring dat Verhagen bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld tot datgene waartoe [partijen X & Y] als gedaagden in de hoofdzaak mochten worden veroordeeld met inbegrip van de kostenveroordeling, een en ander met veroordeling van Verhagen in de kosten van deze vrijwaringsprocedure.

[partijen X & Y] hebben daartoe het volgende gesteld:

7.1. VHM is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit hoofde van de tussen haar en [partijen X & Y] gesloten overeenkomst van opdracht. In strijd met hetgeen zij hebben afgesproken was het voor [betrokkene 1] mogelijk langer dan één jaar de woning in

Oud-Beijerland te huren. Deze tekortkoming is aan VHM toe te rekenen nu van een redelijk bekwame en redelijk handelende makelaar als VHM verwacht mocht worden dat zij als opdrachtnemer een deugdelijke huurovereenkomst zou opstellen.

8. Het verweer in de vrijwaring

Het verweer in de vrijwaring van Verhagen strekt tot niet-ontvankelijk verklaring van [partijen X & Y] in hun vordering dan wel afwijzing van de vordering, met veroordeling van hen in de kosten van de vrijwaring.

Verhagen heeft daartoe het volgende aangevoerd:

8.1. [partijen X & Y] zijn niet-ontvankelijk in hun vordering nu zij de verkeerde partij in vrijwaring hebben opgeroepen. VHM heeft voor [partijen X & Y] bemiddeld in de met [betrokkene 1] gesloten huurovereenkomst.

8.2. Verhagen heeft zich in het kader van de huurovereenkomst met betrekking tot de woning van [partijen X & Y] gehandeld zoals van een redelijk handelend en redelijke bekwaam makelaar of huurbemiddelaar in een vergelijkbare situatie mocht worden verwacht. Verhagen is aldus niet aansprakelijk voor de schade die [partijen X & Y] lijden als zij in de hoofdzaak worden veroordeeld.

8.3. Voor zover Verhagen jegens [partijen X & Y] is tekortgeschoten dan wel onrechtmatig heeft gehandeld, mist er causaal verband tussen de eventueel door [partijen X & Y] te lijden schade en het handelen van Verhagen.

8.4. Het is de eigen keus van [partijen X & Y] geweest om te ontruimen. Dat kan niet aan Verhagen worden tegengeworpen.

8.5. Het arrest van het gerechtshof had in cassatie kunnen worden vernietigd. Door aldus niet in cassatie te gaan hebben [partijen X & Y] eigen schuld aan de door hen eventueel te lijden schade.

8.6. De verpanding van de vordering op [partijen X & Y] aan Quispel is onrechtmatig.

9. De beoordeling in de hoofdzaak

9.1. [betrokkene 1] heeft onder meer zijn vordering op [partijen X & Y] aan Quispel verpand, zodat Quispel bevoegd is die vordering te innen en [partijen X & Y] hun eventuele schuld aan [betrokkene 1] bevrijdend aan Quispel kunnen betalen (artikel 3:246 BW). In tegenstelling tot hetgeen [partijen X & Y] hebben aangevoerd wordt de inningsbevoegdheid van Quispel niet beperkt door of tot zijn eigen vordering op [betrokkene 1], omdat [betrokkene 1] rechthebbende is van het geïnde.

9.2. Een gedwongen ontruiming van een woning, waarvan in de onderhavige zaak sprake is, is pas dan rechtmatig als degene die tot de ontruiming overgaat daartoe een executoriale titel heeft. Aanvankelijk hadden [partijen X & Y] die ook met het vonnis van de kantonrechter. Het gerechtshof heeft echter nadien dat vonnis vernietigd en, opnieuw rechtdoende in kort geding, de vordering van [partijen X & Y] tot ontruiming van de woning afgewezen. Dit betekent dat er geen executoriale titel blijkt te zijn geweest die de ontruiming rechtvaardigt. Hiermee staat vast dat [partijen X & Y] onrechtmatig jegens [betrokkene 1] hebben gehandeld door de woning op 3 september 2002 te laten ontruimen. Dit onrechtmatig handelen is aan [partijen X & Y] toe te rekenen, nu het voor hun risico komt het vonnis van de kantonrechter te executeren terwijl tegen dat vonnis nog een rechtsmiddel openstond. [partijen X & Y] zijn dan ook aansprakelijk voor de schade die [betrokkene 1] door de ontruiming heeft geleden.

9.3. Quispel heeft een aantal schadeposten opgevoerd. Voor vergoeding daarvan komen slechts die schadeposten in aanmerking die in zodanig verband staan met de gebeurtenis waarop de aansprakelijkheid van [partijen X & Y] berust dat die schadeposten aan hen als een gevolg van deze gebeurtenis kunnen worden toegerekend (artikel 6:98 BW).

9.3.1. Een gedeelte van de gestelde schadeposten vloeit voort uit het door [betrokkene 1] gestelde gegeven dat [betrokkene 1] met zijn gezin de woning in Rotterdam hebben betrokken die te weinig ruimte biedt voor het hele gezin en alle spullen, en die verder gelegen is van werk en vrienden. Het gaat hierbij om de volgende posten:

(i) opslagkosten bij “Terlouw”, later “De Haan” ad € 1.320,90;

(ii) opslagkosten bij “boer” ad € 700,-;

(iii) ophalen eigendommen bij opslag “Terlouw” ad € 150,-;

(iv) tijdelijk elders onderbrengen 1 schoolgaand kind ad € 5.170,-;

(v) inkomstenderving door extra reistijd naar kantoor ad € 1.312,50 per week;

(vi) extra reiskosten ad € 258,75 per week;

(vii) kosten extra internetaansluiting wegens grotere afstand woning/werk ad € 24,95 per maand.

9.3.2. Zonder meer valt in te zien dat [betrokkene 1] de woning in Rotterdam niet zou hebben betrokken als er geen gedwongen ontruiming had plaatsgevonden, maar teneinde deze kosten aan [partijen X & Y] te kunnen toerekenen had in elk geval moeten worden gesteld en zo nodig moeten worden bewezen dat de woning in Rotterdam de enige of de beste optie was. Quispel heeft alleen gesteld dat een passende woning in Oud-Beijerland niet of niet op korte termijn beschikbaar was. Gelet hierop heeft hij ten aanzien van deze schadeposten zijn vordering uit onrechtmatige daad onvoldoende onderbouwd. Alle gevorderde vergoedingen ter zake deze schadeposten zullen daarom worden afgewezen.

9.3.3. Quispel heeft voorts de volgende schadeposten gesteld:

(i) inkomstenderving door niet te werken in verband met de ontruiming en de verhuizing naar Rotterdam ad € 7.000,-;

(ii) kosten voor het in de hand nemen van een makelaar voor het zoeken naar een nieuwe huurwoning ad € 1.963,50;

(iii) kosten voor de verhuizing naar de woning in Rotterdam ad € 2.975,- en € 315,-;

(iv) aansluitkosten ad € 300,-;

(v) inrichting- en stofferingkosten woning in Rotterdam ad € 1.250,-;

(vi) betaling waarborgsom aan makelaar Verhagen ad € 385,21;

(vii) doorsturen post naar de woning in Rotterdam ad € 270,-;

De kosten voor het inschakelen van een makelaar (schadepost ii) houden zodanig verband met de gedwongen ontruiming dat het causaal verband tussen deze post en het handelen van [partijen X & Y] een gegeven is. Het causaal verband tussen de overige kosten en de gedwongen ontruiming is evident. Wie op straat gezet wordt heeft weinig keus, aldus nog steeds Quispel.

9.3.4. Het causaal verband tussen de gedwongen ontruiming en de hogere huurprijs van de woning in Rotterdam is gevestigd omdat deze kosten niet zouden zijn gemaakt als er niet gedwongen was ontruimd. De eerst vraag is of deze kosten aan [partijen X & Y] redelijkerwijze zijn toe te rekenen.

9.4. Als men in een korte tijd moet verhuizen, dan zal men hoogstwaarschijnlijk moeten huren bij een particuliere verhuurder omdat bij de woningbouwstichtingen de wachttijden doorgaans oplopen tot twee jaar of meer. De huurprijzen die particuliere verhuurders in rekening brengen liggen significant hoger dan die van de woningstichtingen. De woningen in Rotterdam liggen qua huurprijs daarnaast dan in Oud-Beijerland. De huurprijs van

€ 1.694,- die [betrokkene 1] betaalt voor de woning in Rotterdam is in dat licht niet buitensporig hoog. De onderbouwde stelling van [partijen X & Y] dat [betrokkene 1] er ook voor kon kiezen een woning met lagere huurlasten te betrekken wordt gepasseerd gelet op het korte tijdsbestek waarin [betrokkene 1] een gepaste woning moest vinden: één week. De meerkosten ad € 743,- zijn aan [partijen X & Y] toe te rekenen. De volgende vraag is voor welke periode deze kosten aan [partijen X & Y] zijn toe te rekenen.

9.4.1. In dit verband geldt voor [betrokkene 1] de schadebeperkingplicht (6:101 BW). Van [betrokkene 1] mag verwacht worden dat hij na een redelijke periode een woning betrekt met een huurprijs die ongeveer gelijk is aan die van de woning in Oud-Beijerland. Nu Quispel heeft gesteld dat [betrokkene 1] niet heeft gezocht naar zo’n woning, heeft hij in strijd gehandeld met de schadebeperkingplicht. Daardoor is de hier behandelde schadepost na een redelijke periode dan ook volledig aan hem toe te rekenen. Dat [betrokkene 1] geen financiële middelen zou hebben om te verhuizen is juist een reden om een woning te betrekken die lagere huurlasten met zich brengt. Deze stelling van Quispel gaat derhalve niet op.

Bij de beoordeling van de vraag wat in deze een redelijke periode is, wordt de impact die de ontruiming voor [betrokkene 1] heeft gehad meegewogen. Alles afwegende wordt één jaar redelijk geacht.

9.4.2. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen zal een bedrag van € 8.916,- (€ 743,- x 12 maanden) worden toegewezen.

9.5. Vaststaat dat [betrokkene 1] ten tijde van de ontruiming als zelfstandige architectenbureau was gevestigd. Een zelfstandig ondernemer leidt door niet te werken geen inkomstenderving maar omzet- en winstderving. [partijen X & Y] hebben de gestelde (hoogte van de) winstderving betwist. Gelet hierop had van [betrokkene 1] mogen worden verwacht dat hij zijn stelling nader zou toelichten door bijvoorbeeld bescheiden in het geding te brengen waaruit kan worden afgeleid dat het architectenbureau meer winst zou hebben gemaakt als er niet tot een gedwongen ontruiming was overgegaan. Nu Quispel die toelichting niet gegeven heeft, heeft hij zijn stelling omtrent de winstderving onvoldoende onderbouwd. De gevorderde schadevergoeding ad € 7.000,- zal dan ook worden afgewezen.

9.6. Quispel heeft gesteld dat [betrokkene 1] € 1.963,50 aan Matchmakers heeft betaald voor hulp/bemiddeling bij het zoeken naar een nieuwe woning.

[partijen X & Y] hebben deze schadepost betwist.

9.6.1. [betrokkene 1] heeft een declaratie d.d. 29 augustus 2002 van Matchmakers (onderdeel van productie 9 bij de dagvaarding) in het geding gebracht waarop aan hem een bedrag van

€ 1.963,50 in rekening is gebracht. Vaststaat dat [betrokkene 1] dit bedrag aan Matchmakers heeft betaald. De stelling dat [betrokkene 1] deze kosten heeft gemaakt bij het zoeken naar een nieuwe woning vanwege de naderende ontruiming van de woning in Oud-Beijerland volgt uit de declaratie is gedateerd in de periode tussen de datum van het door de kantonrechter gewezen vonnis en de datum van de gedwongen ontruiming. Van [partijen X & Y] had derhalve mogen worden verwacht dat zij hun betwisting zouden motiveren. Nu zij dat niet hebben gedaan, hebben [partijen X & Y] deze kosten onvoldoende gemotiveerd betwist. Het verweer dat [betrokkene 1] geen actie heeft ondernomen naar aanleiding van de brief die hij in november 2001 heeft ontvangen en waarin staat dat [partijen X & Y] het huurcontract per 1 september 2002 wilden beëindigen, kan niet aan [betrokkene 1] worden tegengeworpen. Immers, het gerechtshof heeft de vordering(en) tot ontruiming uiteindelijk afgewezen, dus de aanschrijving was ook onterecht. De gevorderde bemiddelingskosten ad € 1.963,50 zullen worden toegewezen.

9.7. Het gevorderde bedrag van € 2.975,- dat [betrokkene 1] aan Van Alphen Verhuizingen B.V. heeft betaald voor de verhuizing van de inboedel naar de woning te Rotterdam zal als onbetwist worden toegewezen.

9.7.1. Quispel heeft verder gesteld dat [betrokkene 1] verhuiskosten ad € 315,- heeft gemaakt doordat hij met zijn eigen auto 14 maal 45 kilometer heeft gereden om spullen over te brengen naar de woning in Rotterdam en op te halen bij de opslag. Volgens Quispel dienen [partijen X & Y] voor elk gereden kilometer een bedrag van € 0,50 te betalen.

[partijen X & Y] hebben zowel het aantal ritten als de hoogte van de kilometervergoeding betwist.

Gelet op deze betwisting had van Quispel mogen worden verwacht dat hij zijn stelling nader zou onderbouwen. Nu hij dat nagelaten heeft, wordt dit onderdeel van de vordering als onvoldoende onderbouwd afgewezen.

9.8. [partijen X & Y] hebben niet betwist dat [betrokkene 1] in de woning te Rotterdam gebruik maakt van internet en televisie. Dat [betrokkene 1] bij het betrekken van de woning in Rotterdam in 2001 aansluitkosten heeft moeten betalen aan Eneco en KPN/Planet is evident. De gevorderde bedragen van € 150,- en € 143,95 komen, ook zonder onderbouwing, aannemelijk voor en zullen derhalve worden toegewezen.

9.9. Dat [betrokkene 1] inrichting- en stofferingkosten heeft gemaakt is eveneens aannemelijk. Dat de woning (deels) gestoffeerd was, doet hier niet aan af. Als men een woning betrekt, is het gebruikelijk dat men die woning zich eigen wil maken. Deze kosten komen dan ook geheel voor rekening van [partijen X & Y] Het gevorderde bedrag van € 1.250,- komt redelijk voor en zal derhalve worden toegewezen.

9.10. De gevorderde vergoeding voor de door [betrokkene 1] betaalde waarborgsom zal worden toegewezen tot een bedrag van € 285,21.

De stelplicht en de bewijslast dat de cv-ketel beschadigd was rust op [partijen X & Y] Nu Quispel heeft betwist dat de cv-ketel beschadigd was ten tijde van de ontruiming, had van [partijen X & Y] mogen worden verwacht dat zij hun stelling nader zou toelichten, hetgeen zij hebben nagelaten. Het bedrag van € 285,21 dat aan [betrokkene 1] in rekening is gebracht voor het herstel van de cv-ketel komt voor rekening van [partijen X & Y]

Quispel heeft gesteld dat de vloerbedekking al kapot was toen [betrokkene 1] de woning in Oud-Beijerland betrok. Als men een huurwoning betrekt en constateert dat er iets beschadigd is, mag van diegene worden verwacht dat hij dit bij de verhuurder meldt. Nu gesteld noch gebleken is dat [betrokkene 1] bij het betrekken van de woning aan VHM heeft gemeld dat de vloerbedekking kapot was, komt het voor zijn risico dat VHM hem op de kapotte vloerbedekking aanspreekt op het moment dat hij de woning in Oud-Beijerland verlaat. Het bedrag van € 100,- dat [betrokkene 1] hiervoor moest betalen is dan ook geen schade.

9.11. Quispel heeft het gevorderde bedrag van € 270,- voor het doorsturen van de post niet onderbouwd. Het is een feit van algemene bekendheid dat het bedrag die een bekend postbedrijf in 2005 voor de verhuisservice in rekening bracht ongeveer € 20,- per drie maanden bedroeg. Nu aannemelijk is dat [betrokkene 1] kosten heeft gemaakt voor het doorsturen van post worden deze kosten begroot op € 40,-.

9.12. Gelet op het vorenstaande luidt de slotsom dat in totaal een bedrag van € 15.723,66 zal worden toegewezen. Dit bedrag is – kort samengevat – als volgt opgebouwd:

- hogere huurprijs: € 8.916,-

- bemiddelingskosten: € 1.963,50

- verhuiskosten: € 2.975,-

- aansluitkosten: € 293,95,-

- inrichting- en stofferingkosten: € 1.250,-

- waarborgsom € 285,21

- doorsturen post: € 40,-

9.13. Nu gesteld noch gebleken is wanneer [partijen X & Y] in verzuim zijn geraakt, wordt de gevorderde wettelijke rente toegewezen vanaf de dag der dagvaarding.

9.14. De gevorderde vergoeding van buitengerechtelijke kosten zal worden afgewezen, nu onvoldoende is gesteld en evenmin is gebleken dat het gaat om verrichtingen die meeromvattend zijn dan de verrichtingen waarvoor de in de artikelen 237-240 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bedoelde kosten een vergoeding plegen in te sluiten.

9.15. [partijen X & Y] worden als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van Quispel begroot op:

- dagvaarding EUR 79,25

- vast recht 262,00

- salaris advocaat 904,00 (2 punten x tarief II à € 452,00)

Totaal EUR 1.245,25

10. De beoordeling in de vrijwaring

10.1. De stelling van Verhagen dat de verpanding van de vordering op [partijen X & Y] aan Quispel onrechtmatig is, leent zich niet voor bespreking en beoordeling in de vrijwaring, nu zij gelet op het geschil in de vrijwaring niet relevant is.

10.2. Verhagen heeft ter comparitie haar stelling dat [partijen X & Y] de verkeerde partij in vrijwaring hebben opgeroepen niet langer gehandhaafd. Deze stelling behoeft derhalve geen bespreking en beoordeling meer.

10.3. In de vrijwaring dient beoordeeld te worden of VHM jegens [partijen X & Y] de zorg van een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot heeft betracht.

10.4. [partijen X & Y] wilden in verband met hun verblijf in het buitenland de woning verhuren voor maximaal één jaar. Zij hebben aan VHM de opdracht gegeven daarvoor zorg te dragen, onder meer door het huurcontract op te stellen.

Uitgangspunt is dat van een redelijk bekwame en redelijk handelende makelaar mag worden verwacht dat zij bij een opdracht zoals die door [partijen X & Y] is gegeven in het op te stellen huurcontract een diplomatenclausule als bedoeld in artikel 7:274 lid 2 BW opneemt. Nu VHM zo’n clausule niet in het met [betrokkene 1] gesloten huurcontract heeft opgenomen, staat vast dat VHM een beroepsfout heeft gemaakt. Dat in de regio Hoeksche Waard het opnemen van een diplomatenclausule in een huurcontract niet gebruikelijk zou zijn omdat het in die regio de gewoonte is dat afspraken worden nagekomen, maakt het oordeel niet anders.

10.5. Verhagen is als rechtsopvolgster van VHM aansprakelijk voor de schade die [partijen X & Y] lijden tengevolge van de door VHM gemaakte beroepsfout. [partijen X & Y] hebben gesteld dat die schade bestaat uit datgene waartoe zij in de hoofdzaak zijn veroordeeld. Het causaal verband tussen die schade en de door VHM gemaakte beroepsfout is evident. Door de deskundigheid die [partijen X & Y] in deze van VHM mochten verwachten, mochten zij er redelijkerwijze vanuit gaan dat zij met het door VHM opgestelde huurcontract in hun recht stonden.

10.6. De stelling van Verhagen dat het de eigen keus is geweest van [partijen X & Y] om de woning in Oud-Beijerland te ontruimen wordt aangemerkt als een beroep op eigen schuld. Het beroep slaagt niet omdat [partijen X & Y] er redelijkerwijze vanuit mochten gaan dat zij zonder risico konden overgaan tot het ontruimen. Immers, zij hadden de huurovereenkomst laten opstellen door een makelaar van wie mag worden verwacht – zoals hiervoor reeds is overwogen - dat zij de opdracht zoals die door [partijen X & Y] is gegeven op een juiste wijze uitvoert.

10.7. Zonder nadere onderbouwing van Verhagen valt niet in te zien dat en, zo ja, op welke gronden het arrest van het gerechtshof in cassatie vernietigd zou kunnen worden. Dit beroep op eigen schuld slaagt dus ook niet.

10.8. Gelet op het voorgaande zal de vordering in de vrijwaring worden toegewezen.

10.9. Verhagen wordt veroordeeld in de kosten van de vrijwaring, aan de zijde van [partijen X & Y] tot op heden begroot op:

- dagvaarding EUR 87,93

- salaris advocaat 904,00 (2 punten x tarief II à € 452,00)

Totaal EUR 991,93

11. De beslissing

De rechtbank

in de hoofdzaak

veroordeelt [partijen X & Y] om tegen kwijting aan Quispel te betalen een bedrag van

€ 15.723,66 te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt [partijen X & Y] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Quispel bepaald op € 1.245,25;

verklaart het vonnis in de hoofdzaak tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde;

in de vrijwaring

veroordeelt Verhagen tot datgene waartoe [partijen X & Y] als gedaagden in de hoofdzaak zijn veroordeeld met inbegrip van de kostenveroordeling;

veroordeelt Verhagen in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [partijen X & Y] bepaald op € 991,93;

verklaart het vonnis in de vrijwaring uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. A. Eerdhuijzen en in het openbaar uitgesproken op

2 februari 2011.?