Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2011:BP0723

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
12-01-2011
Datum publicatie
13-01-2011
Zaaknummer
88724 - HA ZA 10-2700
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eiser beroept zich op non-conformiteit ter zake van een onbeleerd paard. Niet is vast komen te staan dat gedaagden hebben verklaard dat het een braaf en makkelijk te berijden paard zou zijn. Afwijzing vordering aan rechtsvermoeden van 7:18 lid 2 BW wordt daarom niet toegekomen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DORDRECHT

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 88724 / HA ZA 10-2700

Vonnis van 12 januari 2011

in de zaak van

[Eiseres ]

wonende te Hilversum,

eiseres,

advocaat mr. L.E.M. Elbertse,

tegen

1. [Gedaagde 1]

wonende te Dalem,

2. [Gedaagde 2]

wonende te Gorinchem,

gedaagden,

advocaat mr. F.C.M. Maat-Oldenhof.

Partijen zullen hierna [eiseres] en (tezamen in enkelvoud) [gedaagde] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 27 oktober 2010

- het proces-verbaal van comparitie van 3 december 2010.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [gedaagde] heeft op 30 september 2009 het paard genaamd ‘Zandra Nita’ (hierna verder aangeduid als: het paard) verkocht en geleverd aan [eiseres] voor een koopsom ad € 3.750.

2.2. [gedaagde] was op 30 september 2009 ca. zes tot acht weken eigenaar van het paard. Op 9 september 2009 heeft [gedaagde] het paard naar [betrokkene] gebracht om het paard zadelmak te laten maken.

2.3. [eiseres] heeft het paard voorafgaande aan de verkoop en levering twee maal bereden bij en in aanwezigheid van [betrokkene].

2.4. Een klinische aankoopkeuring heeft op 30 september 2009 plaatsgevonden in opdracht van [eiseres]. Op het keuringsrapport (prod. 1 bij dagvaarding) staat vermeld onder: ‘graad van africhting (vlgs. verklaring eigenaar): groen’. Na de verkoop en levering heeft [eiseres] het paard meegenomen naar haar stal.

2.5. Bij de eerste pogingen om het paard te berijden, op 3 oktober 2009, is [eiseres] van het paard gevallen. [eiseres] heeft op 4 oktober 2009 telefonisch contact gezocht met [gedaagde]

2.6. Op 14 oktober 2009 heeft (de toenmalige advocaat van) [eiseres] een brief (prod.4 bij dagvaarding) gestuurd aan:

Pensionstal van den Berg

[adres]

[woonplaats]

[gedaagde 1]

[gedaagde 2]

De brief luidde, voor zover thans van belang, als volgt:

“Geachte [gedaagden 1 en 2]

(…)

Het paard was volgens uw mededelingen net onder het zadel gekomen maar zij zou zeer braaf zijn en goed te rijden.

Nadat het paard klinisch werd goedgekeurd is het paard op stal gekomen bij cliënte. Cliënte heeft het paard eerst op 1 en 2 oktober 2009 gelongeerd waarna cliënte op 3 oktober 2009 heeft getracht om te gaan rijden. Dat bleek volstrekt onmogelijk, het paard bokte haar er vreselijk van af en het paard was hier na ook niet meer te berijden, het was volledig in de stress.

Nadien is cliënte gebleken dat deze eigenschap van het paard bij de fokker al bekend was, namelijk dat het paard zeer moeilijk te rijden is, dat het paard zeer fel is en enorm fel kan bokken.

Cliënte heeft ervaring met het rijden van jonge, onbeleerde paarden zodat het gedrag van het paard zeker niet wordt veroorzaakt door onkunde van mijn cliënte maar door het karakter van het paard.

Het paard beschikt daarom niet over de eigenschappen die het gelet op de verkoopgesprekken, mocht worden verwacht te hebben. U wist dat cliënte een braaf, makkelijk te rijden paard wilde hebben maar het paard is absoluut niet te rijden en voldoet dus niet aan de overeenkomst.

Cliënte hebt u al zelf medegedeeld de koop te ontbinden en u stemde daar aanvankelijk mee in maar u deelde mede dat u voorlopig geen stal beschikbaar had. Daar bent u later op terug gekomen want toen cliënte het paard terug bracht was u niet aanwezig en is het paard niet op uw stal terug kunnen komen.

Namens cliënte ontbind ik hiermee (voor zoveel nodig nogmaals) de overeenkomst. (…)

Ik verzoek u en voorzover nodig sommeer uw cliënten om het paard Zandra-Nita binnen 5 dagen na heden op te halen en voornoemde bedragen contant aan mijn cliënte te voldoen. Voor het maken van een afspraak over het brengen van het paard kunt u rechtstreeks telefonisch contact opnemen met mijn cliënte. Indien u het paard niet binnen de gestelde termijn ophaalt en de gelden heeft terugbetaald, zal cliënte middels een kort geding dit afdwingen. Cliënte wenst niet langer, mede met het oog op het welzijn van het paard, de zorg voor het paard op zich te nemen. (…)”

2.7. Op 28 oktober 2009 heeft Anker Rechtshulp/Van Delft Advocaten namens [eiseres] een brief (prod.5 bij dagvaarding) gestuurd aan:

Pensionstal van den Berg

[gedaagde 2]

[gedaagde 1]

[adres]

[woonplaats]

De brief luidde, voor zover thans van belang, als volgt:

“Geachte [gedaagden 1 en 2]

Tot mij heeft zich gewend [eiseres] (…).

Aangezien het paard in tegenstelling tot uw verklaringen moeilijk handelbaar is, heeft de vorige gemachtigde van cliënte (…) de koop buiten gerechtelijk ontbonden per brief van 14 oktober 2009. (…)”

2.8. [eiseres] heeft vervolgens [betrokkene 2], h.o.d.n. Pensionstal Van den Berg in rechte betrokken. De kantonrechter te Gorinchem heeft bij vonnis van 8 maart 2010 de vorderingen van [eiseres] afgewezen omdat zij het paard niet van [betrokkene 2] had gekocht.

2.9. [gedaagde 2] is gehuwd met [betrokkene 2] en beiden wonen aan voormeld adres te Dalem.

2.10. Het paard is op 5 maart 2010 klinisch onderzocht bij de Universiteitskliniek voor Paarden. In de bevindingen (prod. 8 bij dagvaarding) staat, voor zover thans van belang, het volgende:

“Bij ons onderzoek vinden wij dat het attente paard een gevoelig karakter heeft, weinig bespierd is, een matige voedingsconditie en normale vacht heeft. (…) Er zijn geen afwijkingen van de wervelkolom, de rug is niet overmatig gevoelig. Als de verzorgster een singel omlegt gaat het paard bokken, steigeren en slaan. Het hele paard en met name de rug is daarbij erg gespannen. Deze spanning vermindert als het paard gelongeerd wordt. Dit gedrag lijkt op een gedragsafwijking genaamd singeldwang, doch kan ook voorbijgaand voorkomen bij paarden die nog niet zadelmak zijn of gedurende lange tijd niet meer gereden zijn.”

2.11. Op 29 juni 2010 heeft de advocaat van [eiseres] aan [gedaagde] een brief gestuurd, luidende als volgt:

“Op 30 september 2009 heeft mevrouw [eiseres] (cliënte) het paard Zandra Nita van u gekocht. Omdat het paard niet rijdbaar is heeft cliënte de koopovereenkomst reeds ontbonden (voor zover dit nog niet is gebeurd, wordt de koopovereenkomst bij deze alsnog ontbonden). Overigens heeft ondertussen ook de universiteitskliniek voor paarden van de Universiteit Utrecht vastgesteld dat er waarschijnlijk sprake is van singeldwang. Voorts is het paard Zandra Nita niet gezond. Inmiddels heeft het paard tot tweemaal toe huidschimmel gehad en is er een hematoom geconstateerd.

Cliënte ontbindt niet alleen de koopovereenkomst, doch stelt u ook aansprakelijk voor alle overige kosten die zij heeft gemaakt. De hoogte van de totale kosten bedraagt tot nu toe:

(…) Totale kosten € 11.164,41.”

3. Het geschil

3.1. [eiseres] vordert samengevat –

I. een verklaring voor recht dat de koopovereenkomst buitengerechtelijk is ontbonden op 4 oktober 2009, althans 14 oktober 2009, althans 28 oktober 2009, althans 29 juni 2010, althans alsnog vernietiging van de koopovereenkomst;

II. veroordeling van [gedaagde], hoofdelijk, tot betaling van € 3.750 terzake van de koopprijs;

III. veroordeling van [gedaagde], hoofdelijk, tot betaling van € 8.150,52 terzake van de kosten voor het paard tot 1 september 2010;

IV. veroordeling van [gedaagde], hoofdelijk, tot betaling van € 21,94 per dag vanaf 1 september 2010 totdat het paard zal zijn opgehaald door [gedaagde];

V. veroordeling van [gedaagde], hoofdelijk, om het paard terug te nemen en het paard daartoe op te halen binnen 24 uur na betekening van het in deze te wijzen vonnis, op verbeurte van een dwangsom van € 250 per dag met een maximum van € 15.000;

met rente en kosten.

3.2. [eiseres] heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat zij op grond van de mededelingen van [gedaagde] mocht verwachten dat het paard een braaf en makkelijk te berijden paard zou zijn. Nu dit niet het geval is, bezit het paard niet de eigenschappen die [eiseres] mocht verwachten. Het paard is niet geschikt voor normaal gebruik.

Nu [gedaagde] stelselmatig paarden verkoopt, is hier sprake van een consumentenkoop. De gebreken aan het paard hebben zich binnen zes maanden na aflevering geopenbaard, zodat wordt vermoed dat bij aflevering reeds sprake was van non-conformiteit.

3.3. [gedaagde] voert verweer.

3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Ingevolge artikel 7:17 lid 1 BW moet de afgeleverde zaak aan de overeenkomst beantwoorden. Lid 2 bepaalt dat een zaak niet beantwoordt aan de overeenkomst indien zij, mede gelet op de aard van de zaak en de mededelingen die de verkoper over de zaak heeft gedaan, niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. De koper mag verwachten dat de zaak de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn en waarvan hij de aanwezigheid niet behoefde te betwijfelen, alsmede de eigenschappen die nodig zijn voor een bijzonder gebruik dat bij de overeenkomst is voorzien, aldus nog steeds lid 2 van artikel 7:17 BW.

De vraag is daarmee welke eigenschappen [eiseres] in dit geval, mede gelet op de aard van de zaak en de mededelingen van [gedaagde], mocht verwachten.

4.2. Omtrent de mededelingen van de verkoper staat vast [eiseres] door [gedaagde] ervan op de hoogte was gesteld dat het paard net onder het zadel was, zoals blijkt uit het onder 2.6. aangehaalde schrijven.

In geschil is of [gedaagde] aan [eiseres] heeft verklaard dat het paard ‘zeer braaf zou zijn en goed te rijden’.

Nu [eiseres] zelf ter gelegenheid van de comparitie van partijen niet aanwezig was, heeft haar advocaat dienaangaande herhaald dat [gedaagde] tegen [eiseres] heeft gezegd dat het een tam en mak paard was.

Ter comparitie heeft [gedaagde] gemotiveerd weersproken dat zij dit zo letterlijk zou hebben gezegd. Het paard was in de omgang superbraaf en het proces van het zadelmak maken zag er positief uit, aldus [gedaagde]

Gelet op de gemotiveerde betwisting door [gedaagde] van de stelling van [eiseres], welke betwisting [eiseres] niet gemotiveerd heeft weerlegd nu zij niet ter comparitie is verschenen, is niet komen vast te staan dat [gedaagde] heeft gezegd dat het paard ‘zeer braaf zou zijn en goed te rijden’.

Daarbij komt nog dat [eiseres], zoals [gedaagde] heeft aangevoerd en door [eiseres] is bevestigd (o.a. in de door haar overgelegde brief d.d. 14 oktober 2009, zie r.o. 2.6.), stelt ervaring te hebben met het rijden van jonge, onbeleerde paarden.

De aard van de zaak in aanmerking genomen - vaststaat dat het hier gaat om een ten tijde van de koop 5 jarig paard dat ‘groen’ was (zie r.o. 2.4.) – is niet komen vast te staan dat het paard ten tijde van de levering niet de eigenschappen bezat die [eiseres] op grond van de overeenkomst mocht verwachten. De vordering van [eiseres] zal worden afgewezen.

4.3. Aan de beoordeling van de vraag op 7:18 lid 2 BW (rechtsvermoeden bij consumentenkoop) hier een rol speelt, wordt niet toegekomen nu niet is komen vast te staan dat er sprake is van een (na aflevering gebleken) gebrek.

4.4. Ten overvloede wordt nog overwogen dat de bevindingen van de klinische keuring van 5 maart 2010 (r.o. 2.10) evenmin voldoende onderbouwing vormen voor de conclusie dat ten tijde van de levering sprake was van een gebrek.

4.5. De kosten aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op:

- betaald vast recht € 79,25

- in debet gesteld vast recht € 237,75

- salaris advocaat

(2 punten x tarief € 300) € 600,--

Totaal € 917,--

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. wijst de vordering af;

5.2. veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op € 917.

Dit vonnis is gewezen door mr. A. Eerdhuijzen en in het openbaar uitgesproken op 12 januari 2011.?