Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2010:BO4069

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
03-11-2010
Datum publicatie
16-11-2010
Zaaknummer
81614 / HA ZA 09-2442 / 83178 / HA ZA 09-2699
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ex-vriendin van gedaagde vervalst zijn handtekening onder een kredietovereenkomst. Vast staat dat dit niet met zijn medeweten of instemming is gebeurd, dus er is geen overeenkomst tussen de bank en gedaagde ontstaan. Gedaagde moet het betaalde wel (als door de bank onverschuldigd betaald) terugbetalen. Ex-vriendin (gedaagde 2) is hoofdelijk aansprakelijk.

Gedaagde heeft ex-vriendin in vrijwaring opgeroepen. Vordering afgewezen; wel onrechtmatig gehandeld maar geen schade.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DORDRECHT

Sector civiel recht

Vonnis in hoofdzaak en in vrijwaring van 3 november 2010

in de zaak met zaaknummer / rolnummer: 81614 / HA ZA 09-2442 van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HOLLANDSCHE DISCONTO VOORSCHOTBANK B.V.,

gevestigd te Amersfoort,

eiseres,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. M.U. Poerink,

tegen

1. [Gedaagde 1]

wonende te Dordrecht,

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

advocaat mr. A.J.T.M. van Iersel,

2. [Gedaagde 2]

wonende te Dordrecht,

gedaagde,

advocaat mr. S. Kara,

en in de zaak met zaaknummer / rolnummer 83178 / HA ZA 09-2699 van

[Eiser]

wonende te Dordrecht,

eiser in de vrijwaring,

advocaat mr. A.J.T.M. van Iersel,

tegen

[Gedaagde]

wonende te Dordrecht,

gedaagde in de vrijwaring,

advocaat mr. S. Kara.

Partijen zullen hierna HDV, [gedaagde 1 in hoofzaak/eiser in vrijwaring] en [gedaagde 2 in hoofdzaak/gedaagde in vrijwaring] genoemd worden.

Door een herverdeling van zaken wijst een andere rechter dan de rechter ten overstaan van wie de comparitie van partijen is gehouden dit vonnis.

1. De procedure in de hoofdzaak

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 18 november 2009 en de daarin genoemde stukken;

- het proces-verbaal van comparitie van 3 mei 2010 en de daarin genoemde stukken.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De procedure in de vrijwaringszaak

2.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 24 maart 2010 en de daarin genoemde stukken;

- het proces-verbaal van comparitie van 3 mei 2010 en de daarin genoemde stukken.

2.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

3. De vaststaande feiten

3.1. Op 26 maart 2008 heeft HDV, de kredietgever, een kredietovereenkomst ondertekend. Als kredietnemer staat op de kredietovereenkomst vermeld:

[gedaagde 1 in hoofzaak/eiser in vrijwaring]

[adres]

[woonplaats]

[geboortedatum]

3.2. Op de kredietovereenkomst heeft [gedaagde 2 in hoofdzaak/gedaagde in vrijwaring] een handtekening gezet die voor die van [gedaagde 1 in hoofzaak/eiser in vrijwaring] moest doorgaan.

3.3. HDV heeft uit hoofde van de kredietovereenkomst een krediet van € 31.750,00 verleend. Daarvan heeft HDV een bedrag van € 26.750,00 overgemaakt naar rekeningnummer 37.40.23. De overige € 5.000,00 is overgemaakt naar rekeningnummer 13.85.157 ter aflossing van een schuld. De rekening met rekeningnummer 13.85.157 staat op naam van [gedaagde 1 in hoofzaak/eiser in vrijwaring].

3.4. Ter verkrijging van het krediet zijn de volgende bescheiden naar HDV opgestuurd:

- een salarisstrook op naam van [gedaagde 1 in hoofzaak/eiser in vrijwaring], [adres], [woonplaats];

- twee bankafschriften d.d. 12 maart 2008 en een bankafschrift d.d. 27 maart 2008 van girorekening 37.40.23 die op naam staan van [gedaagde 1 in hoofzaak/eiser in vrijwaring];

- een kopie van een Nederlandse identiteitskaart op naam van [gedaagde 1 in hoofzaak/eiser in vrijwaring].

3.5. Op 3 oktober 2008 heeft [gedaagde 2 in hoofdzaak/gedaagde in vrijwaring] aan HDV een brief geschreven die ondertekend is door haar en [gedaagde 1 in hoofzaak/eiser in vrijwaring]. In die brief heeft zij onder meer het volgende geschreven:

“(…)

De lening die op de naam staat van [gedaagde 1 in hoofzaak/eiser in vrijwaring] heeft hij nooit afgesloten[. I]k ben diegene die altijd contact met jullie heeft gehad (overigens wel jammer dat er niet naar hem is gevraagd om te veri[f]i[ë]ren, het ging wel erg makkelijk)[. W]el jammer want door[]dat is het ook fout gegaan, uit wraakgevoelens omdat hij mij geslagen heeft wilde ik hem terugpakken, om te laten voelen wat pijn is maar ja, wat heb ik er mee bereikt alleen gezeik.(…)”

4. De vordering (in conventie)

HDV vordert (in conventie) dat [gedaagde 1 in hoofzaak/eiser in vrijwaring] en [gedaagde 2 in hoofdzaak/gedaagde in vrijwaring] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, hoofdelijk worden veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 35.415,81 te vermeerderen met de overeengekomen rente ad 16,2% vanaf 19 mei 2009 tot aan de dag der algehele voldoening, alsmede in de proceskosten.

HDV heeft aan haar vordering de volgende stellingen ten grondslag gelegd:

Ten opzichte van [gedaagde 1 in hoofzaak/eiser in vrijwaring]:

4.1. HDV heeft op 23 maart 2008 een kredietovereenkomst gesloten met [gedaagde 1 in hoofzaak/eiser in vrijwaring]. Daaruit vloeide voor [gedaagde 1 in hoofzaak/eiser in vrijwaring] de verplichting voort maandelijks aan HDV een kredietvergoeding te betalen. Nu [gedaagde 1 in hoofzaak/eiser in vrijwaring] meer dan twee maanden een betalingsachterstand had, door HDV in gebreke is gesteld en daarna niet aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan is hij op grond van artikel 12 van de algemene voorwaarden het bedrag van

€ 35.415,81 (het uitstaande debetsaldo) aan HDV verschuldigd.

4.2. Subsidiair is [gedaagde 1 in hoofzaak/eiser in vrijwaring] dit bedrag aan HDV verschuldigd uit hoofde van onverschuldigde betaling, omdat geld aan hem is betaald zonder dat er een rechtsgrond was.

Ten opzichte van [gedaagde 2 in hoofdzaak/gedaagde in vrijwaring]:

4.3. [gedaagde 2 in hoofdzaak/gedaagde in vrijwaring] is aan HDV het bedrag van € 35.415,81 verschuldigd nu zij jegens HDV onrechtmatig heeft gehandeld door de handtekening van [gedaagde 1 in hoofzaak/eiser in vrijwaring] na te bootsen en zijn gegevens te gebruiken om een krediet te verkrijgen.

5. De verweren (in conventie)

Het verweer in conventie van [gedaagde 1 in hoofzaak/eiser in vrijwaring] en van [gedaagde 2 in hoofdzaak/gedaagde in vrijwaring] strekken tot niet-ontvankelijk verklaring dan wel afwijzing van de vordering in conventie met veroordeling van HDV in de kosten van het geding.

[gedaagde 1 in hoofzaak/eiser in vrijwaring] heeft daartoe het volgende aangevoerd:

5.1. [gedaagde 1 in hoofzaak/eiser in vrijwaring] is niet gehouden het bedrag van € 35.415,81 aan HDV te voldoen. [gedaagde 1 in hoofzaak/eiser in vrijwaring] is namelijk geen partij bij de kredietovereenkomst. [gedaagde 2 in hoofdzaak/gedaagde in vrijwaring], zijn toenmalige partner, heeft zonder zijn instemming de kredietovereenkomst gesloten waarbij zij zijn handtekening heeft vervalst en de onder 3.4 genoemde gegevens aan HDV heeft verstrekt.

5.2. De hoogte van het uitstaande debetsaldo wordt betwist.

5.3. Aan [gedaagde 1 in hoofzaak/eiser in vrijwaring] is niet onverschuldigd betaald. Het geld is op een en/of rekening gestort. Daarnaast is [gedaagde 1 in hoofzaak/eiser in vrijwaring] niet op de hoogte geweest van het feit dat zijn schuld bij de Postbank is ingelost.

5.4. Het is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar dat [gedaagde 1 in hoofzaak/eiser in vrijwaring] het geld aan HDV terug dient te betalen. HDV is onzorgvuldig geweest bij het verstrekken van het krediet. [gedaagde 1 in hoofzaak/eiser in vrijwaring] hoefde daarnaast niet aan [gedaagde 2 in hoofdzaak/gedaagde in vrijwaring], zijn toenmalige partner, te twijfelen. [gedaagde 2 in hoofdzaak/gedaagde in vrijwaring] deed tijdens hun relatie het financieel beheer, hetgeen niet ongebruikelijk is in een relatie.

5.5. Slechts de helft van het op de gezamenlijke rekening van [gedaagde 1 in hoofzaak/eiser in vrijwaring] en [gedaagde 2 in hoofdzaak/gedaagde in vrijwaring] uitgekeerd bedrag is ten behoeve van [gedaagde 1 in hoofzaak/eiser in vrijwaring] aan te merken, omdat er sprake is van een pluraliteit van schuldeisers.

5.6. Het bedrag van € 5.000,00 is niet uitbetaald maar gebruikt ter aflossing van de schuld bij de Postbank.

[gedaagde 2 in hoofdzaak/gedaagde in vrijwaring] heeft het volgende aangevoerd:

5.7. [gedaagde 2 in hoofdzaak/gedaagde in vrijwaring] heeft in opdracht van [gedaagde 1 in hoofzaak/eiser in vrijwaring] het krediet bij HDV aangevraagd en met medeweten van [gedaagde 1 in hoofzaak/eiser in vrijwaring] een handtekening onder de betreffende kredietaanvraag gezet die voor die van hem moest doorgaan. [gedaagde 1 in hoofzaak/eiser in vrijwaring] heeft voorts zelf alle voor de kredietaanvraag benodigde documenten aan HDV verstuurd.

5.8. Indien er sprake is van een onrechtmatige daad, dan dient de vordering onder de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid te worden afgewezen. [gedaagde 2 in hoofdzaak/gedaagde in vrijwaring] heeft geen financiële draagkracht om enig bedrag in te lossen. Zij is een alleenstaande vrouw met de zorg voor een minderjarig kind en heeft bovendien nog andere schulden die zij thans aflost.

6. Het geschil in reconventie

6.1. [gedaagde 1 in hoofzaak/eiser in vrijwaring] vordert in reconventie dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, bepaalt dat HDV het door haar gelegde beslag dient op te heffen met oplegging van een dwangsom van € 1.000,00 per dag (met een maximum van € 45.000,00) mocht HDV in gebreke blijven. Daarnaast vordert [gedaagde 1 in hoofzaak/eiser in vrijwaring] dat HDV wordt veroordeeld in de kosten van het geding in reconventie.

[gedaagde 1 in hoofzaak/eiser in vrijwaring] heeft aan zijn vordering ten grondslag gelegd dat er geen aanleiding bestond om beslag te leggen.

6.2. Dat er geen aanleiding bestond om beslag te leggen wordt door HDV betwist.

7. Het geschil in de vrijwaringszaak

7.1. [gedaagde 1 in hoofzaak/eiser in vrijwaring] vordert dat [gedaagde 2 in hoofdzaak/gedaagde in vrijwaring] gelijktijdig met het te wijzen vonnis in hoofdzaak wordt veroordeeld om aan [gedaagde 1 in hoofzaak/eiser in vrijwaring] te betalen datgene waartoe [gedaagde 1 in hoofzaak/eiser in vrijwaring] als gedaagde in de hoofdzaak jegens HDV mocht worden veroordeeld met inbegrip van de proceskostenveroordeling. Daarnaast vordert [gedaagde 1 in hoofzaak/eiser in vrijwaring] [gedaagde 2 in hoofdzaak/gedaagde in vrijwaring] te veroordelen in de kosten van het geding in de vrijwaring.

[gedaagde 1 in hoofzaak/eiser in vrijwaring] heeft aan zijn vordering ten grondslag gelegd dat [gedaagde 2 in hoofdzaak/gedaagde in vrijwaring] jegens hem onrechtmatig heeft gehandeld door zijn handtekening te vervalsen en het bedrag van de lening vervolgens op te nemen.

7.2. Het verweer van [gedaagde 2 in hoofdzaak/gedaagde in vrijwaring] strekt tot niet-ontvankelijk verklaring dan wel afwijzing van de vordering in conventie met veroordeling van [gedaagde 1 in hoofzaak/eiser in vrijwaring] in de kosten van het geding in vrijwaring. [gedaagde 2 in hoofdzaak/gedaagde in vrijwaring] heeft daartoe dezelfde gronden aangevoerd als bij haar verweer in de hoofdzaak (zie hiervoor onder 5.7 tot en met 5.9).

8. De beoordeling in de hoofdzaak

8.1. Vaststaat dat [gedaagde 2 in hoofdzaak/gedaagde in vrijwaring] de handtekening op de kredietovereenkomst heeft gezet die voor die van [gedaagde 1 in hoofzaak/eiser in vrijwaring] moest doorgaan. Desondanks is hij toch partij geworden bij de kredietovereenkomst indien vast komt te staan dat [gedaagde 2 in hoofdzaak/gedaagde in vrijwaring] met zijn instemming de handtekening op de kredietovereenkomst heeft gezet.

8.2. Op HDV rust de stelplicht en de bewijslast dat [gedaagde 2 in hoofdzaak/gedaagde in vrijwaring] met instemming van [gedaagde 1 in hoofzaak/eiser in vrijwaring] de handtekening op de kredietovereenkomst heeft gezet. HDV stelt hierover – kort gezegd – dat [gedaagde 1 in hoofzaak/eiser in vrijwaring] op de hoogte was dat [gedaagde 2 in hoofdzaak/gedaagde in vrijwaring] het krediet aanvroeg en zelf ter wille van de kredietaanvraag bankafschriften naar HDV heeft verzonden.

Dit alles wordt door [gedaagde 1 in hoofzaak/eiser in vrijwaring] betwist. De betwisting wordt onderbouwd door de door [gedaagde 2 in hoofdzaak/gedaagde in vrijwaring] ondertekende brief van 3 oktober 2008 (hiervoor opgenomen onder 3.5). Gezien de gemotiveerde betwisting van [gedaagde 1 in hoofzaak/eiser in vrijwaring] had van HDV mogen worden verwacht dat zij haar stelling met feiten en omstandigheden zou onderbouwen. Nu zij dat heeft nagelaten heeft zij haar stelling onvoldoende onderbouwd.

8.3. Het voorgaande leidt tot het oordeel dat HDV onvoldoende heeft gesteld dat [gedaagde 1 in hoofzaak/eiser in vrijwaring] partij is bij de kredietovereenkomst. Dit betekent dat tussen HDV en [gedaagde 1 in hoofzaak/eiser in vrijwaring] niet vaststaat dat op [gedaagde 1 in hoofzaak/eiser in vrijwaring] enige verplichting rust uit hoofde van de kredietovereenkomst. De vordering van HDV tot nakoming wordt dan ook afgewezen.

8.4. Vaststaat dat HDV op 2 april 2008 een deel van het krediet ad € 5.000,00 op rekeningnummer 13.85.157 heeft gestort. Dat rekeningnummer stond toen op naam van [gedaagde 1 in hoofzaak/eiser in vrijwaring].

8.5. Verder heeft HDV op 2 april 2008 het overige deel van het krediet ad € 26.750,00 op de rekening met rekeningnummer 37.40.23 gestort. Dit bedrag is op 4 april 2008 op de rekening bijgeschreven. HDV heeft gesteld dat dit rekeningnummer op naam stond van [gedaagde 1 in hoofzaak/eiser in vrijwaring] op het moment van de bijschrijving. [gedaagde 1 in hoofzaak/eiser in vrijwaring] voert aan dat de rekening op 4 april 2008 een en/of rekening betrof die op naam van hem en [gedaagde 2 in hoofdzaak/gedaagde in vrijwaring] stond. Kennelijk bedoelt [gedaagde 1 in hoofzaak/eiser in vrijwaring] te betogen dat niet het gehele bedrag aan hem ten goede is gekomen.

8.6. Van [gedaagde 1 in hoofzaak/eiser in vrijwaring] mocht worden verwacht dat hij zijn betwisting nader concreet zou onderbouwen, bijvoorbeeld via het in het geding brengen van bankbescheiden waaruit blijkt dat de rekening op 4 april 2008 een en/of rekening betrof. Nu hij dit heeft nagelaten, heeft hij zijn betwisting onvoldoende onderbouwd. Aan bewijslevering wordt dan ook niet toegekomen. Hiermee is vast komen te staan dat de rekening op 4 april 2008 op naam stond van [gedaagde 1 in hoofzaak/eiser in vrijwaring].

8.7. Gelet op het voorgaande staat vast dat [gedaagde 1 in hoofzaak/eiser in vrijwaring] de ontvanger is van het uitgekeerde bedrag van € 31.750,00. Dit bedrag is onverschuldigd betaald omdat [gedaagde 1 in hoofzaak/eiser in vrijwaring] geen partij is bij de kredietovereenkomst en gesteld noch gebleken is dat er een andere rechtsgrond dan de kredietovereenkomst bestaat voor de betaling door HDW op vermelde rekeningen. De stelling van [gedaagde 1 in hoofzaak/eiser in vrijwaring] dat het bedrag van € 5.000,00 niet uitbetaald maar gebruikt is ter aflossing van de schuld bij de Postbank is onjuist. Een schuld betalen voor [gedaagde 1 in hoofzaak/eiser in vrijwaring] is ook betaling.

8.8. Zelfs al zou vast komen te staan dat HDV onzorgvuldig heeft gehandeld, zoals door [gedaagde 1 in hoofzaak/eiser in vrijwaring] is gesteld, dan leidt dat niet tot het door [gedaagde 1 in hoofzaak/eiser in vrijwaring] gewenste oordeel dat toewijzing van de vordering tot terugbetaling van hetgeen onverschuldigd is betaald naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Niet valt in te zien waarom [gedaagde 1 in hoofzaak/eiser in vrijwaring] dit zonder rechtsgrond ontvangen bedrag zou mogen behouden.

8.9. Gezien het voorgaande moet [gedaagde 1 in hoofzaak/eiser in vrijwaring] het door HDV uitgekeerde bedrag ad € 31.750,00 aan HDV terugbetalen.

8.10. Nu reeds is geoordeeld dat [gedaagde 1 in hoofzaak/eiser in vrijwaring] geen partij is bij de kredietovereenkomst wordt de gevorderde overeengekomen rente afgewezen.

Het door [gedaagde 1 in hoofzaak/eiser in vrijwaring] terug te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding.

8.11. Nu onder [gedaagde 1 in hoofzaak/eiser in vrijwaring] beslag is gelegd, is [gedaagde 1 in hoofzaak/eiser in vrijwaring] gehouden de gevorderde beslagkosten gelet op het bepaalde in artikel 706 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering te voldoen. De gevorderde hoofdelijkheid wordt afgewezen. De beslagkosten worden begroot op

€ 335,55 voor verschotten en € 579,00 voor salaris advocaat (1 punt tarief III à € 579,00).

8.12. HDV heeft aan haar vordering jegens [gedaagde 2 in hoofdzaak/gedaagde in vrijwaring] onrechtmatige daad ten grondslag gelegd. Door een handtekening op de kredietaanvraag te zetten die voor die van [gedaagde 1 in hoofzaak/eiser in vrijwaring] moest doorgaan heeft [gedaagde 2 in hoofdzaak/gedaagde in vrijwaring] in strijd met de wet gehandeld, en daarmee onrechtmatig jegens HDV.

8.13. HDV heeft gesteld dat zij schade heeft geleden tot een bedrag van € 35.415,81, zijnde het uitstaande debetsaldo op 18 mei 2009. Dit betreft het door HDV uitbetaalde bedrag van € 31.750,00 en de rente die zij daarover derft. [gedaagde 2 in hoofdzaak/gedaagde in vrijwaring] heeft de stelling van HDV niet betwist.

Nu HDV een bedrag heeft uitgekeerd naar aanleiding van de door [gedaagde 2 in hoofdzaak/gedaagde in vrijwaring] gedane kredietaanvraag, is het causaal verband tussen het onrechtmatig handelen van [gedaagde 2 in hoofdzaak/gedaagde in vrijwaring] en het uitstaande debetsaldo een gegeven.

8.14. De stelling van [gedaagde 2 in hoofdzaak/gedaagde in vrijwaring] dat zij geen financiële draagkracht heeft om enig bedrag in te lossen leidt niet tot het oordeel dat toewijzing van de vordering naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is of tot kennelijk onaanvaardbare gevolgen leidt. Een beroep op matiging van de schadevergoeding (artikel 6:109 BW) gaat dus ook niet op.

8.15. Gelet op het voorgaande is [gedaagde 2 in hoofdzaak/gedaagde in vrijwaring] gehouden de schade ad € 35.415,81 aan HDV te vergoeden.

8.16. [gedaagde 2 in hoofdzaak/gedaagde in vrijwaring] en [gedaagde 1 in hoofzaak/eiser in vrijwaring] zijn ieder voor het geheel, dus hoofdelijk, jegens HDV aansprakelijk voor de (terug)betaling van € 31.750,00.

8.17. Nu gesteld noch gebleken is dat [gedaagde 2 in hoofdzaak/gedaagde in vrijwaring] partij is bij de kredietovereenkomst wordt de gevorderde overeengekomen rente als zijnde onvoldoende gesteld afgewezen. Het door [gedaagde 2 in hoofdzaak/gedaagde in vrijwaring] te vergoeden bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding.

8.18. [gedaagde 1 in hoofzaak/eiser in vrijwaring] en [gedaagde 2 in hoofdzaak/gedaagde in vrijwaring] zullen als de in het ongelijk gestelde partij hoofdelijk in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van HDV worden tot op heden begroot op:

- dagvaarding EUR 85,98

- vast recht 678,00

- salaris advocaat 1.158,00 (2 punten tarief III à € 579,00)

Totaal EUR 2.023,98

in reconventie

8.19. [gedaagde 1 in hoofzaak/eiser in vrijwaring] heeft in reconventie – kort gezegd – gevorderd dat het door HDV onder hem gelegde beslag opgeheven wordt. Begrepen wordt dat [gedaagde 1 in hoofzaak/eiser in vrijwaring] onrechtmatige daad aan deze vordering ten grondslag heeft gelegd. Daarvan is sprake indien vast komt te staan dat ten onrechte beslag is gelegd ofwel door de beslaglegging sprake is van misbruik van recht.

Het beslag is niet ten onrechte gelegd, omdat [gedaagde 1 in hoofzaak/eiser in vrijwaring] in conventie is veroordeeld. Daarnaast is gesteld noch gebleken dat er sprake is van misbruik van recht. De vordering in reconventie wordt daarom afgewezen.

8.20. [gedaagde 1 in hoofzaak/eiser in vrijwaring] wordt in reconventie als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten, thans begroot aan de zijde van HDV op nihil.

9. De beoordeling in vrijwaring

9.1. [gedaagde 1 in hoofzaak/eiser in vrijwaring] heeft aan zijn vordering jegens [gedaagde 2 in hoofdzaak/gedaagde in vrijwaring] onrechtmatige daad ten grondslag gelegd. [gedaagde 1 in hoofzaak/eiser in vrijwaring] heeft gesteld dat [gedaagde 2 in hoofdzaak/gedaagde in vrijwaring] zonder zijn toestemming een handtekening op de kredietovereenkomst heeft gezet die voor die van hem moest doorgaan en op eigen houtje de voor de kredietaanvraag benodigde gegevens aan HDV heeft verstuurd. [gedaagde 2 in hoofdzaak/gedaagde in vrijwaring] heeft dat betwist.

De inhoud van de onder 3.5 vermelde brief onderbouwt hetgeen [gedaagde 1 in hoofzaak/eiser in vrijwaring] heeft gesteld. Van [gedaagde 2 in hoofdzaak/gedaagde in vrijwaring] mocht daarom worden verwacht dat zij haar betwisting met feiten en omstandigheden zou onderbouwen. Nu zij dat niet heeft gedaan, heeft zij de stelling van [gedaagde 1 in hoofzaak/eiser in vrijwaring] onvoldoende gemotiveerd betwist. Het staat daarom tussen partijen vast dat [gedaagde 2 in hoofdzaak/gedaagde in vrijwaring] zonder instemming van [gedaagde 1 in hoofzaak/eiser in vrijwaring] een handtekening op de kredietaanvraag heeft gezet die voor die van hem moest doorgaan. Hiermee staat vast dat zij jegens [gedaagde 1 in hoofzaak/eiser in vrijwaring] onrechtmatig heeft gehandeld.

9.2. Het bedrag van € 5.000,00 is aan [gedaagde 1 in hoofzaak/eiser in vrijwaring] zelf ten goede gekomen door de vermindering van een bestaande schuld. Als hij dit bedrag terugbetaalt, verkeert hij in dezelfde positie als vóór het onrechtmatig handelen van [gedaagde 2 in hoofdzaak/gedaagde in vrijwaring]. Terugbetaling van dit bedrag is geen schade voor [gedaagde 1 in hoofzaak/eiser in vrijwaring].

9.3. Het andere bedrag is eveneens aan [gedaagde 1 in hoofzaak/eiser in vrijwaring] uitbetaald. Niet valt in te zien in welk opzicht [gedaagde 1 in hoofzaak/eiser in vrijwaring] schade heeft geleden. Juist omdat hij [gedaagde 2 in hoofdzaak/gedaagde in vrijwaring] zijn geldzaken en de hele huishouding liet regelen, had het op de weg van [gedaagde 1 in hoofzaak/eiser in vrijwaring] gelegen behoorlijk te onderbouwen in hoeverre hij door terugbetaling van dit bedrag schade lijdt. Deze onderbouwing ontbreekt echter, zodat de vordering in vrijwaring wordt afgewezen.

9.4. [gedaagde 1 in hoofzaak/eiser in vrijwaring] wordt in vrijwaring als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten, thans begroot aan de zijde van [gedaagde 2 in hoofdzaak/gedaagde in vrijwaring] op:

- salaris advocaat 579,00 (1 punt tarief III à € 579,00)

Totaal EUR 579,00

10. De beslissing

De rechtbank

in de hoofdzaak

ten aanzien van [gedaagde 1 in hoofzaak/eiser in vrijwaring] in conventie

veroordeelt [gedaagde 1 in hoofzaak/eiser in vrijwaring] en [gedaagde 2 in hoofdzaak/gedaagde in vrijwaring] om hoofdelijk, in die zin dat betaling van de een in zoverre de ander bevrijdt, tegen kwijting aan HDV te betalen een bedrag van € 31.750,00 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt [gedaagde 2 in hoofdzaak/gedaagde in vrijwaring] om tegen kwijting aan HDV te betalen een bedrag van € 3.665,81 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt [gedaagde 1 in hoofzaak/eiser in vrijwaring] in de beslagkosten, aan de zijde van HDV bepaald op € 914,55;

veroordeelt [gedaagde 1 in hoofzaak/eiser in vrijwaring] en [gedaagde 2 in hoofdzaak/gedaagde in vrijwaring] hoofdelijk, des dat de één betalend de andere zal zijn bevrijd, in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van HDV bepaald op

€ 2.023,98;

wijst af het meer of anders gevorderde;

in reconventie

wijst de vordering af;

veroordeelt [gedaagde 1 in hoofzaak/eiser in vrijwaring] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van HDV bepaald op nihil;

in vrijwaring

wijst de vordering af;

veroordeelt [gedaagde 1 in hoofzaak/eiser in vrijwaring] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [gedaagde 2 in hoofdzaak/gedaagde in vrijwaring] bepaald op € 579,00.

in de hoofdzaak en in vrijwaring

verklaart het vonnis, voor zover het de veroordelingen betreft, uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.C. Halk en in het openbaar uitgesproken op 3 november 2010.?