Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2010:BO3193

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
03-11-2010
Datum publicatie
08-11-2010
Zaaknummer
80250 - HA ZA 09-2220
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSGR:2012:BY8316, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Nederlands bedrijf levert kaas aan een Brits bedrijf. Toepasselijk recht? EVO. Weens Koopverdrag? Algemene voorwaarden van leverancier zijn van toepassing, rechtskeuzebeding en uitsluiting Weens Koopverdrag. Wanprestatie leverancier t.a.v. eerste zending kaas. Rechtsgeldige ontbinding overeenkomst vanwege eerste zending door het Britse bedrijf. Gevorderde partiële ontbinding en schadevergoeding afgewezen. (In conventie door leverancier). In reconventie door het Britse bedrijf gevorderde schadevergoeding afgewezen vanwege geslaagd beroep door leverancier op exoneratiebeding in de algemene voorwaarden (toepassing niet onaanvaardbaar).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DORDRECHT

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 80250 / HA ZA 09-2220

Vonnis van 3 november 2010

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HOOGWEGT CHEESE B.V.,

gevestigd te Gorinchem,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. C.B.M. Scholten van Aschat,

tegen

de rechtspersoon naar buitenlands recht

FAYREFIELD FOODS LIMITED,

gevestigd te Cheshire, Verenigd Koninkrijk,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. A. Das Gupta.

Partijen zullen hierna Hoogwegt en Fayrefield genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 10 maart 2010 en de daarin genoemde stukken,

- de conclusie van antwoord in reconventie,

- het proces-verbaal van comparitie van 30 juni 2010.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten in conventie en in reconventie

Als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, alsmede op grond van de producties, voor zover niet betwist, staat het volgende tussen partijen vast.

2.1. Verkoper Hoogwegt, een kaashandelaar, en koper Fayrefield, een leverancier van zuivelproducten in het Verenigd Koninkrijk, hebben een koopovereenkomst (hierna: de overeenkomst) gesloten betreffende gekleurde Cheddar Cheese (hierna: Cheddar) afkomstig uit de Verenigde Staten. Hoogwegt en Fayrefield zijn overeengekomen dat de levering van de Cheddar zou geschieden in twee zendingen van elk vijf containers.

2.2. Op 21 juli 2008 om 16.00 uur heeft [betrokkene namens Hoogwegt] namens Hoogwegt (hierna:

[betrokkene namens Hoogwegt]) een e-mailbericht (productie 1 bij dagvaarding) verzonden aan [werknemer], werkzaam bij Fayrefield (hierna: [werknemer Fayrefield]), onder meer inhoudende:

“(…)

Just to reconfirm my offer:

Product: Colored Cheddar from USA

Quality: Food Grade, Foremost Farms or Glanbia origin seller’s option

(…)

Price: USD 4720,=/1000 kg net weight

Condition: CFR Rotterdam

(…)

Payment: Within 30 days after date of invoice

(…)

Other: If shipped to UK main port the price will be increased by USD 25,= / t.

On all offers and commitments/agreements our general terms and

conditions are applicable

Subject to our final confirmation

(…)”

2.3. Een e-mailbericht van [werknemer Fayrefield] aan [betrokkene namens Hoogwegt] d.d. 21 juli 2008 te 17.09 uur (productie 2 bij dagvaarding), vermeldt onder meer het volgende:

“(…)

I would like to confirm the purchase for delivery to Uk port if possible

(…)”

2.4. In een daarop volgend e-mailbericht d.d. 21 juli 2008 te 17.25 uur (productie 3 bij

dagvaarding) schrijft [betrokkene namens Hoogwegt] onder meer aan [werknemer Fayrefield]:

“(…)

Thank you for the business, will send you the confirmation tomorrow.

(…)”

2.5. Het door Hoogwegt aan Fayrefield verzonden sales contract d.d. 22 juli 2008

(productie 4 bij dagvaarding en hierna: het sales contract) heeft onder meer de volgende inhoud:

“(…)

We herewith confirm having sold to you:

Description : Coloured Cheddar cheese, USA origin

Quality : Food grade, vegetarian and GMO free. Foremost Farms and

Glanbia production. Other production only after informing buyer

before shipment.

(…)

Price : USD 4.745,-- (fourthousandsevenhunderdfortyfive US Dollar)

per mt net weight, CFR UK main port, not cleared, packing

included, without taxes

(…)

Remarks : (…)

On all offers and commitments/agreements the general terms and

conditions as stated reverse are applicable. (…)

(…)

Please return a copy duly signed and stamped.

(…)”

2.6. De algemene voorwaarden van Hoogwegt (productie 10 bij dagvaarding) bevatten

onder meer de volgende bepalingen:

“(…)

Articel 10 Liability

10a Barring our statutory liability for defective products. we shall be in no way liable

and therefore never obliged to compensate damage suffered as a result of any

cause whatsoever. We shall therefore never be obliged to compensate direct or

indirect damage, including trading losses, loss of orders, loss of profits or income,

any processing costs unnecessarily incurred by the purchaser or third parties as a

result of any cause whatsoever in connection with the agreement entered into

between the parties. unless the damage can be attributed to our wilful damage or

gross negligence, in which case we shall be obliged only to compensate the sum of

the invoice for the relevant goods, excluding turnover tax.

(…)

10c If we have supplied goods to the purchaser which we have ourselves purchased

from third parties in good faith, we shall not be held to do more than assign our

rights in respect of this third party to the purchaser, unless we can be held

responsible for wilful damage or gross negligence.

(…)

Article 12 Competent court and applicable law

(…)

12b The law of the Netherlands shall be applicable to all our quotations and to any agreements entered into by us.

12c The provisions of the Vienna Convention on the Sale of Goods shall be inapplicable, as shall be any future international regulations for the sale of movable goods, which the parties should decide to exclude.

(…)”

2.7. Het door Fayrefield aan Hoogwegt verzonden purchase contract d.d. 23 juli 2008

(productie 5 bij dagvaarding en hierna: het purchase contract) vermeldt onder meer het volgende:

“(…)

Product

Coloured Cheddar USA Origin

Food grade, vegetarian and GMO

Free, from approved factories Pack Spec

CAM 19 (…)

(…)

(…)

(…)”

2.8. Fayrefield heeft op 23 juli 2008 de “Fayrefield Foods Supplier Self Assessment Questionnaire” (hierna: de Questionnaire) aan Hoogwegt verzonden.

2.9. Per e-mail van 15 augustus 2008 heeft [betrokkene 2] namens Fayrefield (hierna: [betrokkene 2 namens Fayrefield]) het purchase contract opnieuw naar [betrokkene namens Hoogwegt] verzonden. In een daarop volgend

e-mailbericht d.d. 18 augustus 2008 (productie 7 bij dagvaarding) heeft [betrokkene namens Hoogwegt] aan [betrokkene 2 namens Fayrefield] onder meer het volgende geschreven:

“(…)

Thank you for this mail, we guess that our product will meet this specification in general although there are a few items that may be not completely in line for every lot.

(…)”

2.10. Fayrefield heeft mondeling noch schriftelijk gereageerd op het e-mailbericht van

[betrokkene namens Hoogwegt] d.d. 18 augustus 2008 (zie 2.9).

2.11. Een factuur van Hoogwegt aan Fayrefield d.d. 31 augustus 2008 (productie 8 bij

dagvaarding) vermeldt onder meer het volgende:

“(…)

Shipped from Montreal to Southampton, UK (…):

95.285 kg Cheddar cheese, USA origin USD 4.745,00 / mt USD 452.127,33

(…) ===========

(…)

Payment: net within 30 days after date of invoice by swift

(…)”

2.12. Op 7 september 2008 heeft Hoogwegt de eerste zending Cheddar in Southampton

afgeleverd. De eerste zending Cheddar was afkomstig van de fabriek Foremost Farms USA (hierna: Foremost).

2.13. In een e-mailbericht d.d. 18 september 2008 (productie 9 bij dagvaarding) heeft [werknemer Fayrefield] aan [betrokkene namens Hoogwegt] onder meer het volgende meegedeeld:

“(…)

We have some problems

(…)

Based on

1.Non approval of creamery

2. Quality of product.

We have no option but to reject this cheese and would appreciate collection asap.

(…)”

2.14. In een daarop volgend e-mailbericht d.d. 19 september 2008 (productie 24 bij conclusie van antwoord tevens houdende conclusie van eis in reconventie) schrijft [betrokkene namens Hoogwegt] onder meer aan [werknemer Fayrefield]:

“(…)

We see no reason to replace the parcel.

(…)”

2.15. Op 1 oktober 2008 heeft Fayrefield de door Foremost ingevulde Questionnaire van Hoogwegt ontvangen.

2.16. In een e-mailbericht d.d. 14 oktober 2008 (productie 34 bij conclusie van antwoord tevens houdende conclusie van eis in reconventie) heeft [werknemer Fayrefield] aan [betrokkene namens Hoogwegt] onder meer het volgende meegedeeld:

“(…)

As you can see the plant has not been approved for the reasons as listed below.

Please arrange collection asap.

(…)

Product we have recieved from Foremost Farms USA has been rejected for the following reasons

(…)

2. After communications with the factory direct, the product is NOT tested for pathogens (Listeria,Salmonella,E.colli) hence it does not meet our purchasing specification

3. After communications with the factory direct, the product is NOT metal detected for ferrous or non-ferrous metals hence has a foreign body risk

(…)”

2.17. Op 25 november 2008 heeft Fayrefield per brief de overeenkomst ontbonden.

2.18. Fayrefield heeft vóór de totstandkoming van de overeenkomst reeds eerder

Cheddar afkomstig uit de Verenigde Staten van Hoogwegt gekocht. Fayrefield heeft in het kader van de koop van Cheddar afkomstig uit de Verenigde Staten in samenspraak met Hoogwegt de kwaliteitsspecificatie CAM19 (hierna: CAM19) opgesteld.

3. De vordering in conventie

3.1. Hoogwegt vordert dat bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Fayrefield wordt veroordeeld tot betaling aan Hoogwegt van een bedrag ad USD 452.127,33 te vermeerderen met, primair, de wettelijke handelsrente, vermeerderd met twee procent vanaf 30 september 2008 en met bepaling dat bij de berekening van de rente een deel van de maand geldt als een maand, subsidiair, de wettelijke handelsrente vanaf 30 september 2008, alsook de overeenkomst partieel te ontbinden met veroordeling van Fayrefield tot vergoeding van de schade die Hoogwegt heeft geleden als gevolg van de niet nakoming van Fayrefield en de ontbinding van de overeenkomst, nader op te maken bij staat en met veroordeling van Fayrefield in de kosten van deze procedure, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 10 dagen na het in deze te wijzen vonnis.

Hoogwegt heeft daartoe het volgende gesteld.

3.2. Hoogwegt heeft op 31 augustus 2008 een factuur aan Fayrefield verzonden met betrekking tot de door Hoogwegt aan Fayrefield geleverde eerste zending Cheddar (hierna: de factuur). Fayrefield diende het factuurbedrag ad USD 452.127,33 binnen 30 dagen na factuurdatum aan Hoogwegt te voldoen. Fayrefield heeft de factuur onbetaald gelaten en is daarmee tekort geschoten in de nakoming van haar betalingsverplichting uit hoofde van de overeenkomst.

3.3. Verder is Fayrefield tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst, omdat Fayrefield weigerde de tweede zending Cheddar af te nemen terwijl de tweede zending Cheddar afkomstig was van een door Fayrefield goedgekeurde fabriek (Glanbia) waarvan Fayrefield in het verleden reeds Cheddar heeft afgenomen, en Hoogwegt aan Fayrefield heeft aangeboden om vóór verzending de Cheddar te laten keuren door een onafhankelijke keurder.

3.4. Nu Fayrefield tekort is geschoten in de nakoming van verbintenissen uit hoofde van de overeenkomst, heeft Hoogwegt recht en belang bij partiële ontbinding van de overeenkomst, voor zover het de tweede zending Cheddar betreft.

3.5. Hoogwegt heeft door de tekortkoming van Fayrefield schade geleden, nader op te maken bij staat. De schade bestaat uit financieringskosten, annuleringskosten, opslagkosten en het verschil tussen de uiteindelijke opbrengst van de tweede zending Cheddar en de prijs die met Fayrefield is overeengekomen.

4. Het verweer in conventie

4.1. De conclusie van antwoord in conventie van Fayrefield strekt primair ertoe Hoogwegt niet-ontvankelijk te verklaren, althans Hoogwegt de vorderingen te ontzeggen, danwel de vorderingen af te wijzen. Subsidiair concludeert Fayrefield tot matiging van de vorderingen, met veroordeling van Hoogwegt in de kosten van dit geding.

Fayrefield heeft hiertoe het volgende als verweer aangevoerd.

4.2. Hoogwegt heeft in strijd gehandeld met het bepaalde in artikel 21 Rv en artikel 111 lid 3 Rv, nu Hoogwegt heeft verzuimd bij dagvaarding de rechtbank naar volledigheid over de relevante feiten te informeren.

4.3. Fayrefield is niet gehouden de factuur te voldoen en de tweede zending Cheddar af

te nemen, omdat Hoogwegt tekort is geschoten in de nakoming van verbintenissen uit hoofde van de overeenkomst, nu de eerste door Hoogwegt geleverde zending Cheddar niet afkomstig was van een door Fayrefield goedgekeurde fabriek en niet voldeed aan CAM19. Fayrefield heeft om die reden de overeenkomst per brief d.d. 25 november 2008 ontbonden.

4.4. Voornoemde eisen zijn onderdeel van de overeenkomst, nu deze eisen uit het purchase contract blijken. De voornoemde eisen waren ook onderdeel van gelijksoortige overeenkomsten die Fayrefield en Hoogwegt voorafgaand aan de onderhavige overeenkomst hadden gesloten. Daarnaast was Hoogwegt bekend met CAM19, nu Fayrefield deze specificatie in samenspraak met Hoogwegt heeft opgesteld en medewerkers van Hoogwegt voornoemde specificatie hebben ondertekend. Hoogwegt was tevens bekend met de benodigde goedkeuring door Fayrefield van de fabrieken die de Cheddar leverden, nu Hoogwegt bij de onderhavige overeenkomst en bij eerdere overeenkomsten zorg heeft gedragen voor medewerking aan invulling van de voor goedkeuring vereiste Questionnaire. Gelet op het voorgaande waren partijen over en weer op de hoogte van de werkwijze en de wederzijdse verwachtingen.

4.5. De algemene voorwaarden van Hoogwegt zijn niet van toepassing op de overeenkomst. Betwijfeld moet worden of in internationale rechtsverhoudingen een verwijzing naar algemene voorwaarden voldoende is om erop te mogen vertrouwen dat algemene voorwaarden onderdeel uitmaken van die rechtsverhouding.

5. De vordering in reconventie

5.1. Fayrefield vordert dat bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. voor recht wordt verklaard dat Hoogwegt jegens Fayrefield toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van haar verbintenissen uit hoofde van de overeenkomst;

II. Hoogwegt wordt veroordeeld tot betaling aan Fayrefield van een bedrag ad £35.925,18 althans een equivalent daarvan in euro’s, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen vanaf 25 november 2008;

III. Hoogwegt wordt veroordeeld om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Fayrefield de schade te betalen die Fayrefield ten gevolge van de toerekenbare tekortkoming heeft geleden en nog zal lijden, nader op te maken bij staat en te vereffenen bij wet;

IV. Hoogwegt wordt veroordeeld in de kosten van dit geding.

Fayrefield legt de door haar in conventie aangevoerde toerekenbare tekortkoming van Hoogwegt (zie 4.3 en 4.4) ten grondslag aan haar vordering in reconventie. Fayrefield heeft ter onderbouwing van haar vordering in reconventie daarnaast het volgende aangevoerd.

5.2. Fayrefield heeft als gevolg van de toerekenbare tekortkoming van Hoogwegt

schade geleden, nu zij kosten heeft moeten maken om de reeds geleverde Cheddar op te slaan. Daarnaast heeft Fayrefield schade geleden doordat de goede naam van Fayrefield beschadigd is, nu Fayrefield door het toerekenbaar tekortschieten van Hoogwegt haar klanten niet kon bedienen. Fayrefield heeft hierdoor onder meer twee grote klanten (Kerrygold Cheese Co. en FJ Need Ltd.) verloren.

6. Het verweer in reconventie

6.1. Hoogwegt concludeert tot afwijzing van de vordering in reconventie, met

veroordeling van Fayrefield in de proceskosten in reconventie.

Hoogwegt heeft daartoe onder meer het volgende aangevoerd.

6.2. Iedere vordering terzake van schade of kosten aan de zijde van Fayrefield stuit af op de algemene voorwaarden van Hoogwegt, meer in het bijzonder op artikel 10 van deze algemene voorwaarden (hierna: het exoneratiebeding). De algemene voorwaarden van Hoogwegt zijn van toepassing op de overeenkomst, nu Hoogwegt in haar offerte d.d. 21 juli 2008 en in het sales contract heeft verwezen naar de toepasselijkheid van haar algemene voorwaarden. Daarnaast zijn Fayrefield de algemene voorwaarden van Hoogwegt bekend uit eerdere transacties.

6.3. Hoogwegt is niet tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst, nu de door Hoogwegt aan Fayrefield geleverde eerste zending Cheddar voldoet aan de inhoud van de overeenkomst. Hoogwegt en Fayrefield zijn niet overeengekomen dat de Cheddar afkomstig moest zijn van een door Fayrefield goedgekeurde fabriek en dat de Cheddar moest voldoen aan CAM19. Dit zijn eisen die Fayrefield na het sluiten van de overeenkomst heeft gesteld en die eisen heeft Hoogwegt per e-mail van 18 augustus 2008 geweigerd. Het purchasecontract maakt geen onderdeel uit van de overeenkomst.

6.4. Hoogwegt betwist het bestaan van schade, de specificatie van de schade en het causaal verband.

7. De beoordeling in conventie en in reconventie

Bevoegdheid rechtbank

7.1. Zoals overwogen in het incidentele vonnis d.d. 2 december 2009 is de rechtbank bevoegd om van het onderhavige geschil kennis te nemen.

Toepasselijk recht

7.2. Ingevolge artikel 3 lid 1 van het Verdrag inzake het recht dat van toepassing is

op verbintenissen uit overeenkomst, Rome 19 juni 1980, Trb. 1980, 156 (hierna: EVO) wordt een overeenkomst beheerst door het recht dat partijen hebben gekozen. Artikel 3 lid 1 EVO bepaalt dat de rechtskeuze uitdrukkelijk moet zijn gedaan of voldoende duidelijk moet blijken uit de bepalingen van de overeenkomst of de omstandigheden van het geval.

7.3. Hoogwegt stelt dat op grond van artikel 12 van de algemene voorwaarden van

Hoogwegt (zie 2.6 en hierna: het rechtskeuzebeding) Nederlands recht van toepassing is op de overeenkomst. De stelling van Fayrefield dat de algemene voorwaarden van Hoogwegt niet van toepassing zijn op de overeenkomst, wordt onder meer begrepen als een betwisting van de toepasselijkheid van het rechtskeuzebeding. Ten aanzien van de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden van Hoogwegt en het rechtskeuzebeding wordt als volgt overwogen.

7.4. Artikel 8 lid 1 EVO bepaalt dat het bestaan en de geldigheid van de

overeenkomst of van een bepaling daarvan wordt beheerst door het recht dat ingevolge EVO toepasselijk zou zijn, indien de overeenkomst of de bepaling geldig zou zijn. Zouden de algemene voorwaarden van Hoogwegt geldig zijn, dan zou ingevolge het rechtskeuzebeding Nederlands recht van toepassing zijn op de overeenkomst. Gelet hierop, alsmede op de omstandigheid dat gesteld noch gebleken is dat de toepassing van Nederlands recht voor Fayrefield onredelijk is in de zin van artikel 8 lid 2 EVO, zal de rechtbank het bestaan en de geldigheid van de algemene voorwaarden van Hoogwegt en het daarin opgenomen rechtskeuzebeding beoordelen naar Nederlands recht.

7.5. Zoals overwogen in het incidentele vonnis d.d. 2 december 2009 is de

overeenkomst tot stand gekomen op het moment dat Fayrefield per e-mail d.d. 21 juli 2008 (zie 2.3) het door Hoogwegt per e-mail d.d. 21 juli 2008 (zie 2.2) gedane aanbod heeft aanvaard. Nu Hoogwegt in haar aanbod d.d. 21 juli 2008 (zie 2.2) uitdrukkelijk in het Engels heeft verwezen naar de toepasselijkheid van haar algemene voorwaarden en Fayrefield bij aanvaarding d.d. 21 juli 2008 (zie 2.3) geen bezwaar heeft gemaakt tegen de door Hoogwegt in haar aanbod ingeroepen toepasselijkheid van de algemene voorwaarden van Hoogwegt, mocht Hoogwegt erop vertrouwen dat Fayrefield instemde met toepasselijkheid van de algemene voorwaarden van Hoogwegt. Dat de inhoud van de algemene voorwaarden van Hoogwegt niet uit het aanbod van Hoogwegt blijkt, doet hier niet aan af, nu als onweersproken door Fayrefield vast staat dat Fayrefield uit eerdere transacties bekend was met de inhoud van de algemene voorwaarden van Hoogwegt.

7.6. Gelet op het voorgaande zijn de algemene voorwaarden van Hoogwegt van toepassing op de overeenkomst. Het rechtskeuzebeding dient als een uitdrukkelijke rechtskeuze als bedoeld in artikel 3 lid 1 EVO te worden aangemerkt. Derhalve is Nederlands recht van toepassing op de overeenkomst.

7.7. Gelet op het bepaalde in artikel 1 lid 1 sub b van het Verdrag der Verenigde Naties inzake internationale koopovereenkomsten betreffende roerende zaken (hierna: het Weens Koopverdrag) impliceert toepasselijkheid van Nederlands recht de toepasselijkheid van het Weens Koopverdrag op de overeenkomst, behoudens voor zover tussen partijen anderszins is overeengekomen (artikel 6 Weens Koopverdrag). In artikel 12c van de algemene voorwaarden van Hoogwegt (zie 2.6) is bepaald dat het Weens Koopverdrag niet van toepassing is op de overeenkomst. Derhalve zal Nederlands recht (met uitzondering van het Weens Koopverdrag) worden toegepast.

Substantiëringsplicht

7.8. Op grond van het bepaalde in artikel 21 Rv en artikel 111 lid 3 Rv, welk voorschrift voortvloeit uit artikel 21 Rv, zijn partijen verplicht de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren en dient de dagvaarding de tegen de eis aangevoerde verweren en de gronden daarvoor te vermelden. Indien voornoemde verplichtingen niet worden nageleefd, kan de rechtbank daaruit de gevolgtrekking maken die zij geraden acht.

7.9. Voorzover er al sprake zou zijn van een schending van het bepaalde in de artikelen 111 lid 3 en 21 Rv door Hoogwegt staat dit niet in de weg aan een op alle benodigde informatie en op hoor en wederhoor gebaseerde beslissing, nu partijen hun standpunten nader hebben kunnen toelichten ter comparitie, zoals zij dat ook uitgebreid hebben gedaan. Gelet op het voorgaande is Fayrefield niet geschaad in haar verdediging en om die reden behoeven de op de eventuele gebreken in de dagvaarding gerichte verweren van Fayrefield geen bespreking meer.

Inhoud overeenkomst

7.10. Tussen partijen is in geschil of de Cheddar moest voldoen aan CAM19 en of de Cheddar afkomstig moest zijn van een door Fayrefield goedgekeurde fabriek (hierna: de door Fayrefield gestelde eisen). Aan welke eisen de Cheddar dient te voldoen op grond van de overeenkomst is een kwestie van uitleg van de overeenkomst. De vraag wat partijen zijn overeengekomen kan niet worden beantwoord enkel op grond van een taalkundige uitleg van de bewoordingen van de overeenkomst, maar hierbij komt het tevens aan op de zin die partijen over en weer redelijkerwijs aan elkaars verklaringen en gedragingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten.

Daartoe wordt als volgt overwogen.

7.11. De door Fayrefield gestelde eisen blijken uit de tekst van het purchase contract (zie 2.7). Hoogwegt stelt dat zij per e-mail d.d. 18 augustus 2008 (zie 2.9) de eisen in het purchase contract heeft geweigerd. [betrokkene namens Hoogwegt] heeft in voornoemde e-mail onder meer geschreven: “we guess that our product will meet this specification in general although there are a few items that may be not completely in line for every lot”. Gelet op deze bewoordingen betreft voornoemde e-mail geen weigering door Hoogwegt van de door Fayrefield gestelde eisen.

7.12. Voor de uitleg van de inhoud van de overeenkomst zijn daarnaast de volgende omstandigheden van belang. Hoogwegt en Fayrefield hebben vóór de totstandkoming van de overeenkomst reeds eerder koopovereenkomsten gesloten betreffende Amerikaanse Cheddar (hierna: eerdere overeenkomsten). Fayrefield heeft in het kader van de koop van Amerikaanse Cheddar in samenspraak met Hoogwegt CAM19 opgesteld. Fayrefield stelt dat bij eerdere overeenkomsten CAM19 als kwaliteitsspecificatie is gebruikt. Hoogwegt heeft deze stelling onvoldoende (gemotiveerd) betwist, nu Hoogwegt ter comparitie heeft verklaard dat de door Fayrefield gestelde eisen “bij eerdere overeenkomsten gaandeweg op tafel [zijn] gekomen. (…) Ik ging er wel vanuit dat ons product aan die eisen zou voldoen, net als eerdere leveringen”. Derhalve staat vast dat CAM19 als kwaliteitsspecificatie is gebruikt bij eerdere overeenkomsten. Ten slotte staat als onweersproken vast dat Hoogwegt bij de overeenkomst en bij eerdere overeenkomsten zorg heeft gedragen voor medewerking aan invulling van de Questionnaire.

7.13. Fayrefield heeft aangevoerd dat [werknemer Fayrefield] voor het e-mailverkeer d.d. 21 juli 2008 telefonisch aan [betrokkene namens Hoogwegt] heeft meegedeeld dat de Cheddar aan CAM19 moest voldoen. Hoogwegt heeft voornoemde stelling betwist en heeft daartoe ter comparitie verklaard dat bij het sluiten van de overeenkomst geen specifieke eisen bekend waren. Gelet op de gemotiveerde betwisting van Hoogwegt had het op de weg van Fayrefield gelegen om haar stelling nader te onderbouwen. Nu Fayrefield dit heeft nagelaten, heeft zij haar stelling onvoldoende onderbouwd. Derhalve zal voornoemde stelling van Fayrefield niet worden meegenomen in de beoordeling van de inhoud van de overeenkomst.

7.14. Gelet op voorgaande omstandigheden mocht Fayrefield er redelijkerwijs van uitgaan dat de eisen dat de Cheddar zou voldoen aan CAM19 en dat de Cheddar afkomstig zou zijn van een door Fayrefield goedgekeurde fabriek, onderdeel uitmaakten van de overeenkomst. Derhalve zijn partijen voornoemde eisen overeengekomen.

8. De beoordeling in conventie

Eerste zending Cheddar

8.1. Fayrefield stelt zich op het standpunt dat zij niet gehouden is de factuur aan

Hoogwegt te voldoen, nu zij vanwege het niet nakomen van Hoogwegt de betaling van de factuur heeft opgeschort en de overeenkomst per brief d.d. 25 november 2008 heeft ontbonden.

8.2. Tussen partijen is niet in geschil dat de door Hoogwegt aan Fayrefield geleverde eerste zending Cheddar niet voldeed aan CAM19. Tevens staat vast dat Foremost, de fabriek waarvan de eerste zending Cheddar afkomstig was, niet door Fayrefield is goedgekeurd. Gelet op hetgeen is overwogen in rechtsoverwegingen 7.10 tot en met 7.14 brengt dit met zich dat Hoogwegt toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van een verbintenis uit hoofde van de overeenkomst.

8.3. Hoogwegt heeft aangevoerd dat Fayrefield een door Hoogwegt gedaan aanbod tot vervanging van de geleverde eerste zending Cheddar door Australische of Nieuw Zeelandse Cheddar heeft geweigerd. De stelling van Hoogwegt wordt begrepen als zijnde een beroep op schuldeisersverzuim (artikel 6:58 BW). Fayrefield betwist dat zij gehouden was het voornoemd aanbod van Hoogwegt te accepteren, nu Hoogwegt niet bereid was om de kosten die Fayrefield had gemaakt te vergoeden.

8.4. Tussen partijen is niet in geschil dat Hoogwegt niet bereid was voornoemde kosten van Fayrefield te vergoeden. Gelet op het bepaalde in artikel 6:86 BW was Fayrefield bevoegd het aanbod van Hoogwegt te weigeren, nu dit aanbod niet vergezeld ging van een aanbod tot betaling van de kosten die Fayrefield had gemaakt. Dit brengt met zich dat Fayrefield niet in schuldeisersverzuim is geraakt door het aanbod van Hoogwegt te weigeren.

8.5. Gelet op al het voorgaande was Fayrefield op grond van het bepaalde in artikel 6:262 BW bevoegd haar betalingsverplichting op te schorten. Tevens was Fayrefield op grond van het bepaalde in de artikelen 6:265 lid 1 en 6:267 lid 1 BW bevoegd de overeenkomst per brief d.d. 25 november 2008 te ontbinden. De rechtsgeldige ontbinding van de overeenkomst bevrijdt Fayrefield van de uit de overeenkomst voortvloeiende en niet nagekomen verbintenis tot betaling van de factuur (artikel 6:271 BW). Het niet betalen van de factuur levert gezien het voorgaande geen tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst door Fayrefield op.

Tweede zending Cheddar

8.6. De door Hoogwegt gevorderde partiële ontbinding ten aanzien van de tweede

zending Cheddar zal worden afgewezen, nu Fayrefield de overeenkomst reeds rechtsgeldig heeft ontbonden op 25 november 2008. De door Hoogwegt gevorderde schadevergoeding met betrekking tot de tweede zending Cheddar zal worden afgewezen, nu Fayrefield tot 25 november 2008 rechtsgeldig de nakoming van de overeenkomst heeft opgeschort naar aanleiding van de toerekenbare tekortkoming van Hoogwegt ten aanzien van de eerste zending Cheddar en Fayrefield door de rechtsgeldige ontbinding van de overeenkomst vanaf 25 november 2008 bevrijd is van de nakoming van de uit de overeenkomst voortvloeiende en niet nagekomen verbintenis tot het afnemen van de tweede zending Cheddar. Gelet op het voorgaande kan in het midden blijven of de vordering van Hoogwegt tot het afnemen van de tweede zending Cheddar door Fayrefield opeisbaar is. De discussie tussen partijen omtrent de herkomst en de eventuele keuring van de tweede zending Cheddar behoeft gezien het vorenstaande ook geen bespreking.

Slotsom

8.7. Gelet op al het voorgaande zal de vordering in conventie worden afgewezen.

Proceskosten

8.8. Hoogwegt zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten in conventie worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Fayrefield worden tot op heden begroot op:

- vast recht EUR 4.938,00

- salaris advocaat 4.000,00 (2,0 punten × tarief VI à EUR 2.000,00)

Totaal EUR 8.938,00

9. De beoordeling in reconventie

9.1. Gelet op hetgeen in conventie is overwogen, is Hoogwegt toerekenbaar tekort

geschoten in de nakoming van een verbintenis uit hoofde van de overeenkomst. In beginsel is Hoogwegt aansprakelijk voor de schade die Fayrefield heeft geleden door deze toerekenbare tekortkoming. Tevens is Hoogwegt in beginsel aansprakelijk voor schade die Fayrefield heeft geleden doordat ontbinding van de overeenkomst heeft plaatsgevonden. Echter, Hoogwegt heeft zich beroepen op het exoneratiebeding in haar algemene voorwaarden. Indien dit beroep slaagt, zal de door Fayrefield gevorderde schadevergoeding worden afgewezen.

Toepasselijkheid algemene voorwaarden

9.2. Zoals overwogen in rechtsoverwegingen 7.5 en 7.6 zijn de algemene voorwaarden van Hoogwegt van toepassing op de overeenkomst.

Redelijkheid en billijkheid

9.3. Een exoneratiebeding dient buiten toepassing te blijven voor zover die toepassing

in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn (artikel 6:248 lid 2 BW). Daarbij zal rekening moeten worden gehouden met alle omstandigheden waarop de partij die het beding buiten toepassing wil laten zich heeft beroepen.

9.4. Fayrefield stelt zich op het standpunt dat toepassing van het exoneratiebeding in strijd is met de redelijkheid en billijkheid, nu Hoogwegt zich heeft verzekerd dan wel van Hoogwegt mocht worden verwacht dat zij zich zou verzekeren tegen de risico’s van schade en Hoogwegt de partij is die tekort is geschoten in haar verbintenissen uit hoofde van de overeenkomst. Hoogwegt heeft de stelling van Fayrefield betwist en heeft daartoe aangevoerd dat zij niet verzekerd is tegen de risico’s van schade en dat zij evenmin gehouden was zich te verzekeren, nu er sprake was van een grote transactie met bulkpartijen en geringe winstmarges. Daarnaast heeft Hoogwegt aangevoerd dat een exoneratieclausule gebruikelijk is bij transacties zoals de onderhavige.

9.5. De beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid dient met

terughoudendheid te worden toegepast. Bij een overeenkomst tussen professioneel dan wel commercieel handelende grote partijen, zoals Hoogwegt en Fayrefield, is extra terughoudendheid gepast waar het gaat om het op grond van artikel 6:248 lid 2 BW buiten toepassing laten van een exoneratiebeding. Fayrefield was bekend met de inhoud van de algemene voorwaarden van Hoogwegt (zie 7.5). Daar komt nog bij dat Fayrefield zich ook had kunnen verzekeren. Gelet op het voorgaande is een beroep door Hoogwegt op het exoneratiebeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar.

Slotsom

9.6. Gelet op het voorgaande slaagt het beroep van Hoogwegt op het exoneratiebeding.

Derhalve zal de door Fayrefield in reconventie gevorderde schadevergoeding worden afgewezen.

9.7. Nu de door Fayrefield gevorderde schadevergoeding zal worden afgewezen, heeft Fayrefield geen belang in de zin van artikel 3:303 BW bij de door haar gevorderde verklaring voor recht, dat Hoogwegt jegens Fayrefield toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van haar verbintenissen uit hoofde van de overeenkomst. Aan een verklaring voor recht zijn immers in dit geval geen rechtsgevolgen verbonden. De door Fayrefield gevorderde verklaring voor recht zal daarom worden afgewezen.

Proceskosten

9.8. Fayrefield zal als de (grotendeels) in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Hoogwegt worden tot op heden begroot op:

- salaris advocaat EUR 894,00 (2,0 punten × factor 0,5 × tarief IV à EUR 894,00)

Totaal EUR 894,00

10. De beslissing

De rechtbank

in conventie

10.1. wijst de vorderingen af;

10.2. veroordeelt Hoogwegt in de proceskosten, aan de zijde van Fayrefield tot op heden begroot op EUR 8.938,00;

10.3. verklaart dit vonnis in conventie wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

in reconventie

10.4. wijst de vorderingen af;

10.5. veroordeelt Fayrefield in de proceskosten, aan de zijde van Hoogwegt tot op heden begroot op EUR 894,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag, te rekenen vanaf 10 dagen na het wijzen van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;

10.6. verklaart dit vonnis in reconventie wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.C. Halk, mr. A. Eerdhuijzen en mr. P.M. Arnoldus-Smit en in het openbaar uitgesproken op 3 november 2010.?