Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2010:BO1775

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
11-10-2010
Datum publicatie
26-10-2010
Zaaknummer
10/132
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Art. 552a Sv-beklag door werknemer rechtspersoon. Beslag door rechter-commissaris in het kader van een rechtshulpverzoek (art. 552p Sv). Werknemer verzoekt teruggave van niet voor het rechtshulpverzoek relevante voorwerpen en digitale bestanden/gegevensdragers. De rechtbank acht het voor een behoorlijke oordeelsvorming omtrent verlofverlening in het kader van het rechtshulpverzoek noodzakelijk dat er door de rechter-commissaris een nadere selectie van het beslag wordt gemaakt middels inschakeling Rijksrecherche Hierbij dient de Rijksrecherche zich, gelet op art. 552p, tweede lid, Sv, omtrent de in haar handen zijnde voorwerpen en digitale bestanden/gegevensdragers uitsluitend met de rechter-commissaris te verstaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

Sector Strafrecht

Meervoudige raadkamer

Registratienummer: 10/132

Uitspraakdatum: 11 oktober 2010

beschikking (artikel 552a Wetboek van Strafvordering)

1. Ontstaan en loop van de procedure

Op 29 april 2010 is op de griffie van de rechtbank Dordrecht ingekomen een klaagschrift, gedateerd 27 april 2010 van mr. D.S. Schreuders advocaat, gemachtigde van:

[NAAM KLAGER], klager,

geboren te [geboorteplaats en datum] in 1966,

te dezer zake domicilie kiezende 1081 JJ Amsterdam, Amstelveenseweg 638 ten kantore van mr. D.S. Schreuders, advocaat.

Het klaagschrift strekt -kort gezegd- tot opheffing van het onder [bedrijfsnaam 1] gelegde beslag, met last tot teruggave aan klager van de stukken en voorwerpen die louter een privékarakter hebben en in de woning van klager in beslag zijn genomen.

Op 27 september 2010 is dit klaagschrift op een openbare zitting in raadkamer behandeld.

Voor klager is verschenen en gehoord mr. D.S. Schreuders, voornoemd. Tevens was aanwezig en is gehoord de officier van justitie mr. P.T.R. Bliek.

Gelijktijdig waren op deze zitting aan de orde:

- een vordering op grond van artikel 552p, tweede lid Sv. Zij is afkomstig van de officier van

justitie en betreft het inbeslaggenomene. Zij strekt ertoe dat de rechtbank verlof verleent om

het inbeslaggenomene ter beschikking te stellen van de (rechtshulp)officier van justitie, gelet

op rechtshulpverzoeken van de Republiek Mauritius en met inachtneming van het hier

toepasselijke Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie;

- drie klaagschriften, ingediend door of namens de belanghebbenden [belanghebbende], [bedrijfnsaam 2] en [bedrijfsnaam 1] en mr. P.T.R. Bliek, officier van

justitie, op grond van artikel 552a Sv. Zij zijn ingediend vanwege (rechts)personen onder wie

beslag is gelegd (hierna: de beslagenen). Voor hen verschenen in de respectieve zaken: mr.

D.S. Schreuders, advocaat te Amsterdam, mr. G.J.K. Elsen en dr. mr. P.M. van Russen Groen,

advocaten te 's-Gravenhage en de officier van justitie mr. P.T.R. Bliek.

Er is proces-verbaal opgemaakt van wat ter zitting plaatsvond en de inhoud daarvan wordt als hier ingelast beschouwd. De rechtbank heeft op de zitting beschikt dat de behandeling van, kort gezegd, de verlofvordering wordt aangehouden en bepaald dat op de klaagschriften die vanwege beslagenen zijn ingediend, op 11 oktober 2010 wordt beschikt met uitzondering van het klaagschrift van de officier van justitie waarin de rechtbank terstond beschikking heeft gewezen.

2. Beoordeling

Standpunt klager

Namens klager is primair verzocht om het beklag gegrond te verklaren, het beslag op te heffen en een last tot teruggave af te geven met betrekking tot de onder hem in zijn woning in beslag genomen goederen.

Daartoe is allereerst aangevoerd dat het stukken en voorwerpen betreft die volstrekt irrelevant zijn voor het strafrechtelijk onderzoek -zowel dat te Mauritius als dat in Nederland- aangezien zij louter een privé-karakter hebben. Prima facie kan al op grond van het onderwerp of opschrift worden geconcludeerd dat een aantal stukken in geen enkel verband staat met de verdenkingen die tegen klager gerezen zijn.

Daarnaast is namens klager aangevoerd dat de inbeslagneming van de litigieuze voorwerpen en stukken, het voortduren van het beslag en de kennisneming van de inhoud van die voorwerpen en stukken zijn recht op privacy schenden, zoals dat beschermd is in artikel 8 EVRM.

Verder is aangevoerd dat er ook anderszins geen reden is om aan te nemen dat het belang van strafvordering de voortduring van het beslag vordert.

Subsidiair is namens klager verzocht om teruggave van de onder de werkgever van klager, [bedrijfsnaam 1] en/of [bedrijfsnaam 2], aan de [adres en plaats] in beslag genomen stukken voor zover deze niet direct betrekking hebben op de specifieke onderzoeksvragen zoals verwoord in de Mauritiaanse rechtshulpverzoeken.

Niet kan worden uitgesloten dat tevens voorwerpen en digitale bestanden/gegevensdragers met een louter privé-karakter in beslag zijn genomen. Ook in dit opzicht wordt het recht op privacy van klager geschonden. Deze niet relevante informatie is zonder strafvorderlijke grondslag en dus onrechtmatig in beslag genomen. Daarnaast is er geen strafvorderlijk belang om deze informatie in beslag te houden.

Nu het beslag is gelegd in het kader van het rechtshulpverzoek, dient de selectie plaats te vinden door de rechter-commissaris, al dan niet door een tijdelijke afgifte van het beslag aan de Rijksrecherche in aanwezigheid van en met inbreng van de raadsman van klager.

Hierbij is namens klager tevens verzocht om de rechter-commissaris te verbieden de in beslag genomen voorwerpen aan de officier van justitie te verstrekken voordat de raadkamer op voet van het bepaalde in artikel 552p Sv daartoe verlof heeft verleend.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat het klaagschrift ongegrond dient te worden verklaard.

Daar er nog een nadere selectie plaats dient te vinden van de inbeslaggenomen bestanden, kan niet op voorhand worden gesteld dat de betreffende privébestanden niet relevant zijn voor de in het kader van de in de Mauritiaanse rechtshulpverzoeken gevraagde informatie. Het belang van strafvordering vordert nochtans de voortzetting van het beslag.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank overweegt als volgt.

Op grond van een vordering naar aanleiding van de in haar handen gestelde Mauritiaanse rechtshulpverzoeken heeft de rechter-commissaris beslag gelegd. Dit beslag berust op grond van artikel 552p, tweede lid Sv onder haar in afwachting van verkregen verlof van de rechtbank. Het is de rechtbank ambtshalve - zij verwijst naar het procesverloop dat onder 1 is weergegeven - bekend dat dergelijk verlof niet is verleend. De behandeling van de vordering daartoe is immers aangehouden.

Tot op heden heeft geen nadere selectie van de inbeslaggenomen voorwerpen en digitale bestanden/gegevensdragers, waaronder de privébestanden van klager, plaatsgevonden.

De rechtbank is van oordeel dat het voor een behoorlijke oordeelsvorming noodzakelijk is dat eerst door de rechter-commissaris, middels inschakeling van de Rijksrecherche, een nadere selectie van de inbeslaggenomen voorwerpen en digitale bestanden/gegevensdragers wordt gemaakt.

Derhalve zal de rechtbank de stukken in handen van de rechter-commissaris stellen. Zij kan de Rijksrecherche inschakelen ter (nadere) selectie van de inbeslaggenomen voorwerpen en digitale bestanden/gegevensdragers, mits deze een zodanig gedetailleerd proces-verbaal van voornoemde selectie opmaakt dat de rechtbank en de procespartijen hier hun standpunten omtrent de inbeslaggenomen voorwerpen en digitale bestanden/gegevensdragers op kunnen baseren.

Tevens dient de Rijksrecherche zich omtrent de feitelijk in haar handen zijnde voorwerpen/gegevens(dragers) uitsluitend met de rechter-commissaris te verstaan en uitsluitend aan haar het proces-verbaal van de nadere selectie te verstrekken, waardoor de officier van justitie niet in strijd met artikel 552p, tweede lid Sv over voornoemd beslag zal kunnen beschikken.

De rechtbank wijst het verzoek van de raadsman om daarbij namens klager aanwezig te mogen zijn af nu het aan de rechter-commissaris is, al dan niet middels in schakeling van de Rijksrecherche, een nadere selectie te maken.

3. Beslissing

De rechtbank:

- heropent het gesloten onderzoek ter terechtzitting;

- schorst het onderzoek in deze zaak voor onbepaalde tijd en verwijst de zaak naar de

rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank, teneinde

een nadere selectie te (laten) maken van de inbeslaggenomen voorwerpen en digitale

bestanden/gegevensdragers. Bepaalt dat voornoemde selectie middels inschakeling van de

Rijksrecherche plaats kan vinden waarbij:

o het proces-verbaal van voornoemde nadere selectie zodanig gedetailleerd dient te worden opgemaakt dat de rechtbank en de procesdeelnemers hier hun standpunten omtrent de inbeslaggenomen voorwerpen en digitale bestanden/gegevensdragers op kunnen baseren, welk proces-verbaal binnen drie maanden na vandaag (voor 11 januari 2011) bij de rechtbank en de procesdeelnemers bekend moet zijn;

o de Rijksrecherche zich omtrent de feitelijk in haar handen zijnde voorwerpen/gegevens(dragers) uitsluitend met de rechter-commissaris dient te verstaan en uitsluitend aan haar het proces-verbaal van de nadere selectie te verstrekken.

- beveelt dat het onderzoek ter terechtzitting op een nader te bepalen datum in de tweede

helft van januari of de eerste helft van februari 2011 zal worden hervat, gelijktijdig met de

behandeling van de klaagschriften onder de registratienummers 10/30, 10/91 en 10/131 en

aan te brengen bij een kamer bij voorkeur samengesteld uit de mrs. Van der Lugt, Waals en

Van Laanen;

- beveelt de oproeping van klager en diens raadsman mr. D.S. Schreuders en de

belanghebbenden [bedrijfsnaam 2], [bedrijfsnaam 1]

en hun raadslieden mr. G.J.K. Elsen en dr. mr. P.M. van

Russen Groen en de officier van justitie mr. P.T.R. Bliek tegen het tijdstip waarop het

onderzoek ter zitting zal worden hervat.

Deze beschikking is gegeven door mr. drs. T.F. van der Lugt, voorzitter, mr. M.A. Waals en mr. F. van Laanen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.I. van der Hoek, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 11 oktober 2010.

Mr. F. van Laanen is buiten staat deze beschikking mede te ondertekenen