Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2010:BO1719

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
20-10-2010
Datum publicatie
26-10-2010
Zaaknummer
85157 / HA ZA 10-2114
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verdeling nalatenschap. Gelet op de beperkte omvang van de nalatenschap stelt de rechtbank de verdeling zelf vast. In verdeling wordt rekening gehouden met de omstandigheid dat een deel van de nalatenschap feitelijk al tussen twee van de drie deelgenoten is verdeeld (nietige verdeling).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DORDRECHT

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 85157 / HA ZA 10-2114

Vonnis van 20 oktober 2010

in de zaak van

1. [Eiser]

wonende te Leerdam,

2. [Eiseres]

wonende te Leerdam,

eisers in conventie,

verweerders in reconventie,

advocaat mr. R.J. Hoff te Haarlem,

tegen

[Gedaagde]

wonende te Leerdam,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. S.H. van Os te Leusden.

Partijen zullen hierna worden aangeduid als “eisers”, respectievelijk “gedaagde”.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 23 juni 2010;

- de conclusie van antwoord in reconventie;

- het proces-verbaal van comparitie van 15 oktober 2010.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Op 18 augustus 2007 is te Leerdam [erflaatster] (hierna: erflaatster) overleden. Ten tijde van haar overlijden had erflaatster drie kinderen, te weten eisers en gedaagde. Bij gebreke van een testament zijn eisers en gedaagde de enige erfgenamen van erflaatster, ieder voor een gelijk deel.

2.2. De volgende bestanddelen van de nalatenschap zijn tot op heden onverdeeld gebleven:

- het saldo op de privérekening 55.92.32.047;

- het saldo op de privérekening 55.94.59.645.

2.3. Eisers hebben naast vorenbedoelde bestanddelen reeds feitelijk tussen henzelf verdeeld:

- liquide middelen ad € 3.000,-;

- de tegemoetkoming buitengewone uitgaven 2007 ad € 487,-;

- de tegemoetkoming buitengewone uitgaven 2008 ad € 838,-.

3. Het geschil

in conventie

3.1. Eisers vorderen – samengevat – voor recht te verklaren dat het resterende deel van de nalatenschap van erflaatster bestaat uit de saldi op de bankrekeningen 55.92.32.047 en 55.94.59.645 en te bevelen dat de verdeling van de nalatenschap zal plaatsvinden zoals in de dagvaarding is weergegeven, met veroordeling van gedaagde in de kosten van de procedure.

3.2. Ter zitting hebben eisers het deel van hun vordering dat betrekking had op de sieraden van erflaatster ingetrokken.

3.3. Gedaagde voert verweer.

3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

3.5. Gedaagde vordert – samengevat – notaris mr. R.J.H. van de Wiel te benoemen tot boedelnotaris, partijen te bevelen ten overstaan van de boedelnotaris over te gaan tot verdeling van de nalatenschap van erflaatster, een onzijdig persoon te benoemen ex artikel 3:181 BW jo. 677 lid 1 en 2 Rv. en eisers te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 4.325,- aan de ervenrekening, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 2.000,- vanaf 2 mei 2007, over € 1.000,- vanaf 26 juni 2007, over € 487,- vanaf 25 april 2008 en over € 838,- vanaf 24 december 2008, dan wel, subsidiair te vermeerderen met de wettelijke rente over het volledige bedrag vanaf 15 oktober 2010, met veroordeling van eisers in de kosten van de procedure.

3.6. Eisers voeren verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling in conventie en in reconventie

4.1. Voor zover de deelgenoten in een gemeenschap niet tot overeenstemming kunnen komen over de verdeling van die gemeenschap, gelast ingevolge artikel 3:185 BW de rechter op vordering van de meest gerede partij de wijze van verdeling of stelt hij de verdeling vast. Hoewel gedaagde verwijzing naar de notaris met benoeming van een onzijdig persoon heeft gevorderd, is ter zitting namens haar aangevoerd dat tegen een verdeling door de rechter geen bezwaren bestaan. Het voorgaande in aanmerking nemende en rekening houdende met de belangen van partijen zal de rechtbank, gelet op de beperkte omvang van de nalatenschap, de verdeling zelf vaststellen.

4.2. Tussen partijen is niet in geschil dat eisers zonder medewerking van gedaagde een bedrag van € 4.325,- uit de nalatenschap hebben opgenomen en reeds onderling hebben verdeeld. Daarmee heeft ingevolge artikel 3:195 lid 1 BW een nietige verdeling van de nalatenschap plaatsgevonden. De rechtbank begrijpt de vordering van gedaagde tot terugbetaling van de door eisers aan de nalatenschap onttrokken gelden aldus dat zij haar grondslag vindt in de onverschuldigde betaling als bedoeld in artikel 6:203 BW en dat de gevorderde vergoeding van wettelijke rente gegrond is op het bepaalde in artikel 3:121 lid 1

BW. Ter zitting is namens gedaagde evenwel gesteld dat de door de gemeenschap geleden rentederving te verwaarlozen is, zodat de rechtbank bij onderstaande verdeling van de nalatenschap daarmee geen rekening zal houden.

4.3. De rechtbank stelt de verdeling als volgt vast. Ieder der deelgenoten komt een derde deel van de saldi van de bankrekeningen 55.92.32.047 en 55.94.59.645 toe, met dien verstande dat eisers reeds ieder een bedrag van € 2.162,50 uit de nalatenschap hebben ontvangen. Derhalve dient van de saldi van voornoemde bankrekeningen eerst € 2.162,50 aan gedaagde te worden voldaan; de resterende saldi dienen gelijkelijk (1/3e deel voor iedere partij) tussen partijen te worden verdeeld.

4.4. Omdat de nalatenschap van erflaatster méér omvat dan de actuele saldi op de bankrekeningen 55.92.32.047 en 55.94.59.645 zal de door eisers gevorderde verklaring voor recht worden afgewezen.

4.5. Gelet op de familierechtelijke relatie tussen partijen worden de proceskosten over en weer gecompenseerd, zodat iedere partij de eigen kosten draagt.

5. De beslissing

De rechtbank

in conventie en in reconventie

5.1. stelt de verdeling van de nalatenschap van wijlen [erflaatster] vast als hiervoor in r.o. 4.3. is omschreven;

5.2. compenseert de proceskosten zodat ieder van partijen de eigen proceskosten draagt;

5.3. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A. Eerdhuijzen en in het openbaar uitgesproken op 20 oktober 2010.?