Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2010:BO1336

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
21-10-2010
Datum publicatie
21-10-2010
Zaaknummer
11/860229-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Dordrecht heeft gelast dat een verdachte die eind april 2010 op de A15 met een snelheid van 120 km p/u bewust tegen zeven auto’s is aangereden, een jaar zal worden opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis. Volgens de ingeschakelde gedragsdeskundigen en de rechtbank verkeerde verdachte tijdens de feiten in een psychose en heeft hij schizofrene kenmerken. Verdachte is dan ook ontoerekeningsvatbaar verklaard. De veroordeling is eveneens gebaseerd op vier bedreigingen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

Sector strafrecht

parketnummers: 11/860229-10

11/710755-10 [Promis]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 21 oktober 2010

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [plaats] op [datum],

[postcode en woonplaats]

thans gedetineerd in Amsterdam PPC, H.J.E. Wenckenbachweg 48 te Amsterdam,

(hierna: verdachte).

Raadsman mr. G.O. Groeskamp, advocaat te Gorinchem.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 7 oktober 2010, waarbij de officier van justitie mr. M.H.A. Paapen, de verdachte en zijn raadsman hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

Ter terechtzitting zijn overeenkomstig artikel 285 van het Wetboek van Strafvordering de zaken onder voormelde parketnummers gevoegd. De rechtbank heeft de feiten die in de dagvaardingen zijn opgenomen, van een doorlopende nummering voorzien. Zij zal die nummering in dit vonnis aanhouden.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

1.tot en met 7., telkens primair:

op 26 april 2010 op de A15 ter hoogte van Papendrecht/Sliedrecht/Hardinxveld-Giessendam heeft geprobeerd om zeven automobilisten te doden dan wel zwaar lichamelijk letsel toe te brengen door met zijn auto met ongeveer 120 km per uur tegen de auto van die automobilist te botsen;

en telkens subsidiair op dezelfde wijze de automobilisten heeft bedreigd met een misdrijf tegen het leven gericht althans zware mishandeling;

8. op 26 april 2010 in Hardinxveld-Giessendam en/of Gorinchem twee agenten heeft bedreigd;

9. op 26 april 2010 in Hardinxveld-Giessendam een agent heeft bedreigd;

10. op 21 mei 2010 in Rotterdam iemand heeft bedreigd.

3 De voorvragen

De dagvaardingen voldoen aan alle wettelijke eisen en zijn dus geldig.

De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte alle feiten heeft gepleegd. Ten aanzien van de feiten 1. tot en met 7. acht zij telkens ‘poging tot doodslag’ bewezen, waarbij zij zich heeft gebaseerd op de aangiftes/verklaringen van de betrokken automobilisten en de verklaringen van verdachte daaromtrent. Ten aanzien van de feiten 8., 9. en 10. heeft de officier van justitie zich telkens gebaseerd op de aangiftes van de agenten en de verklaring van verdachte.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft – kort samengevat – vrijspraak bepleit voor wat betreft het primair ten laste gelegde onder 1. tot en met 7. omdat bij verdachte het opzet om de automobilisten van het leven te beroven dan wel zwaar lichamelijk letsel toe te brengen niet aanwezig was, ook niet in voorwaardelijke zin en doet daarbij een beroep op het zogenaamde Porsche-arrest. Het subsidiair ten laste gelegde onder 1. tot en met 7. acht de raadsman wel bewezen, evenals de feiten 8. en 9. Ten aanzien van feit 10. heeft de raadsman vrijspraak bepleit omdat de gedragingen niet voldoende bedreigend zouden zijn.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

4.3.1 Feiten 1. primair, 2. primair, 3. primair, 4. primair, 5. primair, 6. primair en 7. primair

I. Het verweer

De rechtbank heeft op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting de navolgende feiten en omstandigheden vastgesteld. Zes automobilisten hebben verklaard, dat zij op het moment van de botsing met de auto van verdachte op de linker rijbaan reden met een snelheid van tussen 100 en 120 kilometer per uur. Bovendien hebben deze automobilisten verklaard dat er op dat moment (kort na 07.00 uur) veel verkeer op de A15 aanwezig was als gevolg van de ochtendspits. Verdachte heeft verklaard, dat hij tegen zeven auto’s is gebotst met zijn eigen auto en dat hij gedurende die tijd – onder voornoemde omstandigheden – auto’s links en rechts heeft ingehaald, auto’s over de vluchtstrook heeft ingehaald, heeft gekleefd aan de bumpers van diverse auto’s en heeft geclaxoneerd en met de lichten van zijn auto heeft geseind naar diverse automobilisten. Dit rijgedrag vond plaats terwijl verdachte reed met een snelheid van ongeveer 120 kilometer per uur. Verdachte heeft over de beweegredenen van zijn rijgedrag verklaard, dat hij opzettelijk tegen zeven auto’s is gebotst omdat hij haast had en langs de auto’s wilde rijden die hem ophielden. Hij was in eerste instantie niet boos maar werd steeds bozer, omdat de auto’s steeds maar niet aan de kant gingen.

Uit de verklaring van verdachte leidt de rechtbank af dat verdachtes rijgedrag als doel had andere weggebruikers voor hem opzij te laten gaan. Het ging hem er niet om deze anderen te doden, zwaar lichamelijk letsel toe te brengen of te bedreigen. De rechtbank dient daarom de vraag te beantwoorden of verdachte desalniettemin met zijn rijgedrag bewust de aanmerkelijke kans hierop heeft aanvaard, zodat sprake is van voorwaardelijk opzet.

De rechtbank is van oordeel dat het hiervoor omschreven, zeer gevaarlijke rijgedrag van verdachte naar zijn uiterlijke verschijningsvorm zodanig is geweest, dat het niet anders kan dat verdachte de aanmerkelijke kans op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan de automobilisten steeds bewust heeft aanvaard. De rechtbank acht de kans dat anderen hierdoor verongelukken zeker aanwezig, maar acht die kans niet zodanig dat deze “aanmerkelijk” genoemd moet worden. Tegen het licht van rechtspraak op dit gebied zou dit bijvoorbeeld anders geweest zijn als iemand met een auto inrijdt op zwakkere verkeersdeelnemers zoals voetgangers en fietsers.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat verdachte steeds heeft gehandeld met het ten laste gelegde en vereiste (voorwaardelijke) opzet op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel.

Dat verdachte de kans op zijn eigen dood niet op de koop toegenomen heeft, zoals de raadsman verwijzend naar het zogenaamde Porsche-arrest heeft bepleit, doet hieraan niet af. Zoals hiervoor overwogen is in een geval als hier aan de orde voor voorwaardelijk opzet bepalend hoe de aard van de gedraging naar de uiterlijke verschijningsvorm en algemene ervaringsregelen heeft te gelden.

De rechtbank verwerpt het verweer.

II.

De rechtbank acht de pogingen tot zware mishandeling zoals impliciet subsidiair ten laste gelegd,wettig en overtuigend bewezen.

In hun aangiften/verklaringen verklaren de automobilisten [slachtoffer 2], [slachtoffer 3], [slachtoffer 4], [slachtoffer 5], [slachtoffer 6], [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] allen, dat zij op 26 april 2010 in hun personenauto reden op de Rijksweg A15 te Papendrecht, Sliedrecht of Hardinxveld-Giessendam. Vervolgens verklaren zij dat een andere personenauto opzettelijk met aanzienlijke snelheid van achteren tegen hun auto is aangebotst. Verdachte heeft verklaard, dat hij op 26 april 2010 zijn personenauto Volkswagen Polo heeft bestuurd op de Rijksweg A15, terwijl hij reed in de richting van Gorinchem. Hij verklaart tevens dat hij ‘expres’ met de voorzijde van zijn auto tegen de achterzijde van zeven personenauto’s is aangereden . Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij tegen een aantal auto’s meerdere keren is aangebotst en tegen aan aantal auto’s eenmaal is aangebotst. Hij zou tijdens de botsingen hebben gereden met een snelheid van ongeveer 120 kilometer per uur .

4.3.2 Feiten 8. en 9.

De rechtbank acht deze feiten wettig en overtuigend bewezen.

Uit het proces-verbaal van aanhouding blijkt dat verdachte op 26 april 2010 is aangehouden in Hardinxveld-Giessendam . In zijn aangifte verklaart hoofdagent van politie Zuid-Holland-Zuid [naam] dat verdachte tijdens zijn aanhouding tegen hem heeft gezegd: “Ik maak jullie dood’. Hij verklaart verder dat verdachte tijdens zijn overbrenging naar het politiebureau in Gorinchem tegen hem heeft gezegd: “Ik maak jullie binnen vierentwintig uur dood” of woorden van gelijke strekking en “Voor het eind van de dag zijn jullie dood.” Hierdoor voelde hij zich bedreigd .

In haar aangifte verklaart agent van politie Zuid-Holland-Zuid [naam] dat verdachte tijdens zijn aanhouding tegen haar heeft gezegd: “Ik maak jullie dood”. Zij verklaart verder dat verdachte tijdens zijn overbrenging naar het politiebureau in Gorinchem tegen haar heeft gezegd: “Ik maak jullie binnen vierentwintig uur dood” of woorden van gelijke strekking en “Voor het eind van de dag zijn jullie dood.” Hierdoor voelde zij zich bedreigd.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat het wel zou kunnen kloppen dat hij de ten laste gelegde bewoordingen tegen de agenten heeft gezegd .

In zijn aangifte verklaart politieambtenaar van politie Zuid-Holland-Zuid [naam] dat op 26 april 2010 in Hardinxveld-Giessendam verdachte tegen hem heeft gezegd: “Ik pak je en je omgeving, je komt nog wel” en “Jou weet ik nog wel te vinden en dan maak ik je af ” en/of woorden van gelijke strekking. Hierdoor voelde hij zich bedreigd .

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat het wel zou kunnen kloppen dat hij de ten laste gelegde bewoordingen tegen de agent heeft gezegd.

4.3.3 Feit 10.

I. Het verweer

De rechtbank stelt voorop dat er sprake is van bedreiging in de zin van artikel 285 van het Wetboek van Strafrecht als de bedreiging van dien aard is en onder zodanige omstandigheden is geschied dat bij de bedreigde redelijke vrees kon ontstaan dat het misdrijf waarmee gedreigd werd ook gepleegd zou worden.

De rechtbank is met de raadsman van oordeel dat de ten laste gelegde gedragingen – naar objectieve maatstaven bezien – ieder voor zich naar hun aard niet zonder meer als (voldoende) bedreigend in de zin van genoemd artikel moeten worden beschouwd.

De rechtbank betrekt in haar overwegingen echter ook de omstandigheden waaronder de gedragingen zich hebben voorgedaan.

De rechtbank heeft vastgesteld dat de gedragingen, namelijk het tonen van gebalde vuisten, het pakken van een stoel, deze boven het hoofd houden en het maken van een stekende beweging daarmee, zich spoedig na elkaar in een kort tijdbestek voordeden en wel vroeg in de ochtend op een min of meer verlaten terras terwijl de aangever [slachtoffer 1] daar aan het schoonmaken was en geen kant op kon.

Gelet op juist de onderlinge samenhang tussen de gedragingen en de omstandigheden waaronder zij zijn gepleegd, is de rechtbank van oordeel dat door de gedragingen

bij aangever de redelijke vrees voor zware mishandeling kon ontstaan.

De rechtbank verwerpt het verweer.

II.

De rechtbank acht dit feit wettig en overtuigend bewezen.

In zijn aangifte verklaart aangever [slachtoffer 1] dat hij op 21 mei 2010 in Rotterdam werkzaam was op een terras en dat verdachte op enig moment met gebalde vuisten op hem afkwam en dat hij hem tot op anderhalve meter naderde. Hij werd daardoor bang dat verdachte hem zou gaan slaan. Bovendien versperde verdachte hem de weg. Vervolgens zag aangever dat verdachte een terrasstoel pakte en dat hij deze boven zijn hoofd hield. Aangever is daarvan geschrokken en was bang. Vervolgens zag aangever dat verdachte met de stoel een stekende beweging in zijn richting maakte terwijl de stoelpoten in zijn richting wezen. Verdachte stond op dat moment op een meter afstand van aangever. Ook in deze situatie kon verdachte niet wegkomen.

De aangifte van [slachtoffer 1] wordt bevestigd en vindt ondersteuning in de verklaring van zijn zus [getuige 1]. Zij verklaart dat zij op voornoemde tijd en plaats zag dat haar broer probeerde weg te komen maar dat hij geen uitweg kon vinden en dat verdachte een stoel pakte en deze omhoog hield in de richting van haar broer. Zij verklaart dat verdachte op dat moment op ongeveer anderhalve meter afstand van haar broer stond. Ter plaatse heeft de zus van aangever tegenover de politie verklaard dat verdachte haar broer tegenhield en zijn vuist balde naar haar broer. Vervolgens belette verdachte haar broer om het terras te verlaten en dreigde hij haar broer met een opgetilde terrasstoel.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij op voornoemde tijd en plaats een stoel heeft gepakt en daarmee de aangever heeft bedreigd. Voorts heeft hij verklaard dat de verklaring van de getuige [getuige 1] klopt.

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

(parketnummer 11/860229-10)

1.

op 26 april 2010 te Hardinxveld-Giessendam, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 2] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet op de Rijksweg A15, als bestuurder van een personenauto (Volkswagen Polo), rijdend met een snelheid van ongeveer 120 kilometer per uur, eenmaal is aangebotst tegen de achterzijde van de door die [slachtoffer 2] bestuurde personenauto (Audi, kleur geel), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

op 26 april 2010 te Papendrecht, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 3] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet op de Rijksweg A15, als bestuurder van een personenauto (Volkswagen Polo), rijdend met een snelheid van ongeveer 120 kilometer per uur, meerdere malen is aangebotst tegen de achterzijde van de door die [slachtoffer 3] bestuurde personenauto (Peugeot 407, kleur zwart), terwij1 de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.

op 26 april 2010 te Sliedrecht, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 4]

zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet op de Rijksweg A15, als bestuurder,van een personenauto (Volkswagen Polo), rijdend met een snelheid van ongeveer 120 kilometer per uur, meerdere malen is aangebotst tegen de achterzijde van de door die [slachtoffer 4] bestuurde personenauto (Skoda Fabia, kleur grijs), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

4.

op 26 apri1 2010 te Hardinxveld-Giessendam, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 5] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet op de Rijksweg A15, als bestuurder van een personenauto (Volkswagen Polo), rijdend met een snelheid van ongeveer 120 kilometer per uur, meerdere malen is aangebotst tegen de achterzijde van de door die [slachtoffer 5] bestuurde personenauto (Mini Cooper, kleur rood), terwij1 de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

5.

op 26 april 2010 Hardinxveld-Giessendam, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 6] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet op de Rijksweg A15, als bestuurder van een personenauto (Volkswagen Polo), rijdend met een snelheid van ongeveer 120 kilometer per uur, eenmaal is aangebotst tegen de achterzijde van de door die [slachtoffer 6] bestuurde personenauto, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

6.

op 26 april 2010 te Hardinxveld-Giessendam, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 7] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet op de Rijksweg A15, als bestuurder van een personenauto (Volkswagen Polo), rijdend met een snelheid van ongeveer 120 kilometer per uur, eenmaal is aangebotst tegen de achterzijde van de door die [slachtoffer 7] bestuurde personenauto (Peugeot 207, kleur zwart), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

7.

op 26 april 2010 te Hardinxveld-Giessendam, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 8] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet op de Rijksweg A15, als bestuurder van een personenauto (Volkswagen Polo), rijdend met een snelheid van ongeveer 120 kilometer per uur, eenmaal is aangebotst tegen de achterzijde van de door die [slachtoffer 8] bestuurde personenauto (Honda Jazz), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

8.

op 26 april 2010 te Hardinxveld-Giessendam en Gorinchem [naam] en [naam], respectievelijk hoofdagent en agent van politie Zuid-Holland Zuid, heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk

voornoemde [naam] en [naam] dreigend de woorden toegevoegd :"Ik maak jullie dood" en "Ik maak jullie binnen vierentwintig uur dood” en "Voor het eind van de dag zijn jullie dood", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

9.

op 26 april 2010 te Hardinxveld-Giessendam [naam], ambtenaar van de politie Zuid-Holland Zuid heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [naam] dreigend de woorden toegevoegd : "Ik pak je en je omgeving, je komt nog wel” en "Jou weet ik nog wel te vinden en dan maak ik je af", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

(parketnummer 11/710755-10)

10.

op 21 mei 2010 te Rotterdam [slachtoffer 1] heeft bedreigd met zware mishandeling, immers is verdachte opzettelijk dreigend in de richting van die [slachtoffer 1] gegaan en heeft hij dreigend zijn gebalde vuisten getoond en heeft hij, verdachte, een stoel gepakt en deze stoel boven zijn, verdachtes, hoofd gehouden en vervolgens met deze stoel een stekende beweging gemaakt in de richting van die [slachtoffer 1].

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

1., 2., 3., 4., 5., 6. en 7., telkens: POGING TOT ZWARE MISHANDELING;

8. BEDREIGING MET ENIG MISDRIJF TEGEN HET LEVEN GERICHT, MEERMALEN GEPLEEGD;

9. BEDREIGING MET ENIG MISDRIJF TEGEN HET LEVEN GERICHT;

10. BEDREIGING MET ZWARE MISHANDELING.

6 De strafbaarheid van de verdachte

6.1 De rapporten van de deskundigen

Uit het door dr. B.A. Blansjaar, psychiater, over verdachte uitgebracht rapport van 24 juni 2010 komt onder meer het navolgende naar voren:

Blijkens de bevindingen van het psychiatrisch onderzoek lijdt onderzochte aan een ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens in de vorm van een eerste psychose, waarschijnlijk veroorzaakt door schizofrenie. Blijkens de bevindingen van het psychiatrisch onderzoek was onderzochte ook ten tijde van het ten laste gelegde al psychotisch. Het ten laste gelegde is hoogstwaarschijnlijk voortgekomen uit psychotische ziekteverschijnselen van onderzochte, met name uit psychotische belevingen van achtervolgings- en betrekkingswaan met oordeels- en kritiekstoornissen en ontremming. Geadviseerd wordt hem te beschouwen als ontoerekeningsvatbaar voor het ten laste gelegde op grond van genoemde ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens.

Uit het door drs. A.K. Wieringa, klinisch psycholoog, over verdachte uitgebracht rapport van 2 augustus 2010 komt onder meer het navolgende naar voren:

Bij onderzochte is sprake van een ziekelijk stoornis in de vorm van een psychose met schizofrene kenmerken, in remissie door behandeling in het PPC. Ten tijde van het ten laste gelegde was er hoogstwaarschijnlijk sprake van psychotische belevingen en daarmee samenhangende oordeel- en kritiekstoornissen en ontremming. Deze stoornis bestond ook ten tijde van het ten laste gelegde. Onderzochtes gedragskeuzes en gedragingen werden daardoor beïnvloed. Dit gebeurde in vergaande mate. Het ten laste gelegde is zeer waarschijnlijk ontstaan door psychotische belevingen met schizofrene kenmerken, welke aanleiding waren tot ernstige oordeel- en kritiekstoornissen en vergaande ontremming. Rapporteur adviseert om onderzochte voor het ten laste gelegde als ontoerekeningsvatbaar te beschouwen.

6.2 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank volgt de conclusies van voormelde rapporten op grond van de onderbouwing ervan en legt deze ten grondslag aan haar beslissing. Zij is van oordeel dat op grond van het strafdossier, het verhandelde ter terechtzitting en de rapporten van voornoemde deskundigen, voldoende vast is komen te staan dat de ten laste gelegde en bewezen verklaarde feiten niet aan verdachte kunnen worden toegerekend.

Dit betekent dat verdachte zal worden ontslagen van alle rechtsvervolging, overeenkomstig de eis van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman.

7 De op te leggen maatregel

7.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht en de conclusies van de gedragsdeskundigen gevorderd dat verdachte zal worden ontslagen van alle rechtsvervolging en dat de maatregel tot plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis voor de duur van een jaar zal worden opgelegd.

7.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangegeven dat de verdediging zich kan vinden in de rapporten van de gedragsdeskundigen en de daarin opgenomen conclusies. De raadsman heeft zich vervolgens geschaard achter de door de officier van justitie geformuleerde eis.

7.3 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank heeft de te nemen beslissing bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting. Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft met zijn personenauto rijdende op de Rijksweg A15 zeer gevaarlijk rijgedrag vertoond. Hij is in de ochtendspits met een snelheid van ongeveer 120 kilometer per uur opzettelijk tegen de achterzijde van zeven auto’s aangebotst. Verdachte heeft daarmee zevenmaal getracht om een automobilist zwaar lichamelijk letsel toe te brengen. Dat dit rijgedrag niet tot (ernstig) letsel voor de betrokken automobilisten heeft geleid, is slechts een gelukkig toeval en niet de verdienste van verdachte.

Daarnaast heeft verdachte kort na zijn aanhouding drie politieagenten bedreigd met levensdelicten terwijl deze agenten niet anders dan hun werk deden. Dit is verwerpelijk gedrag dat niet kan worden getolereerd. Tot slot heeft verdachte een willekeurige persoon bedreigd met zware mishandeling omdat deze hem geen toegang wilde verschaffen tot het toilet in een reeds gesloten café.

De rechtbank komt niet toe aan het opleggen van een straf nu de strafbare feiten – zoals hiervoor onder 6 is overwogen – niet aan verdachte kunnen worden toegerekend.

Bij haar overwegingen of aan verdachte een maatregel dient te worden opgelegd, betrekt de rechtbank de rapporten van de beide gedragsdeskundigen.

Uit het rapport van psychiater Blansjaar komt hierover onder meer het navolgende naar voren:

De kans op herhaling van strafbare feiten is verhoogd door psychotische belevingen en beperking van onderzochte die zonder adequate behandeling waarschijnlijk een chronisch of recidiverend beloop zullen hebben. Geadviseerd wordt de kans op recidive te verlagen door plaatsing van onderzochte in een psychiatrisch ziekenhuis voor nader psychiatrisch onderzoek en behandeling.

Uit het rapport van psycholoog Wieringa komt op dit punt onder meer het navolgende naar voren:

Het onbehandeld blijven van de stoornis verhoogd de kans op recidive. Op het moment is het ziektebesef erg pover en het ziekte-inzicht afwezig, het is derhalve aan te bevelen om deze behandeling op te nemen in het vonnis en deze uit te laten voeren in het kader van artikel 37 van het Wetboek van Strafrecht. Een dergelijke behandeling zal het recidiverisico verlagen.

De rechtbank heeft reeds vastgesteld dat de strafbare feiten niet aan verdachte kunnen worden toegerekend vanwege een ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens.

Daarnaast blijkt uit de aard van de gepleegde strafbare feiten en de omstandigheden waaronder zij zijn gepleegd, dat verdachte gevaarlijk is voor zichzelf, voor anderen en voor de algemene veiligheid van personen of goederen. De beide gedragsdeskundigen zijn van oordeel dat verdachte in een psychiatrisch ziekenhuis moet worden geplaatst.

De rechtbank volgt de adviezen van deze deskundigen en zal, nu aan alle wettelijke vereisten is voldaan, de plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis voor de duur van een jaar gelasten.

8 De wettelijke voorschriften

De opgelegde maatregel berust op de artikelen 37, 45, 57, 285 en 302 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

- verklaart dat het bewezenverklaarde de onder 5 vermelde strafbare feiten oplevert;

- verklaart verdachte voor de bewezenverklaarde feiten niet strafbaar en ontslaat

verdachte van alle rechtsvervolging;

- gelast de plaatsing van verdachte in een psychiatrisch ziekenhuis voor de termijn van

één jaar.

Dit vonnis is gewezen door mr. L.C. van Walree, voorzitter, mr. G.J. Schiffers-Hanssen, en mr. G.A.J.M. van Vugt, rechters, in tegenwoordigheid van A. Gaal, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 21 oktober 2010.

Mr. Van Walree en mr. Van Vugt zijn wegens afwezigheid buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE: De tenlastelegging

(parketnummer 11/860229-10)

1.

hij op of omstreeks 26-april 2010 te Papendrecht en/of Sliedrecht en/of Hardinxveld-Giessendam, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 2] van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet op de Rijksweg A15, als bestuurder van een personenauto (Volkswagen Polo), rijdend met een snelheid van ongeveer 120 kilometer per uur, in elk geval met een aanzienlijke en/of onverminderde snelheid, eenmaal of meerdere malen is aangebotst tegen de (achterzijde van de) door die [slachtoffer 2] bestuurde personenauto (Audi, kleur geel), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 287 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

SUBSIDIAIR: voorzover het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 26 april 2010 te Papendrecht en/of Sliedrecht en/of Hardinxveld-Giessendam [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers is verdachte opzettelijk dreigend op de Rijksweg A15, als bestuurder van een personenauto (Volkswagen Polo), rijdend met een snelheid van ongeveer 120 kilometer per uur, in elk geval met een aanzienlijke en/of onverminderde snelheid, eenmaal of meerdere malen aangebotst tegen de (achterzijde van de) door die [slachtoffer 2] bestuurde personenauto (Audi, kleur geel);

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 26 april 2010 te Papendrecht en/of Sliedrecht en/of Hardinxveld-Giessendam, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 3] van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet op de Rijksweg A15, als bestuurder van een personenauto (Volkswagen Polo), rijdend met een snelheid van ongeveer 120 kilometer per uur, in elk geval met een aanzienlijke en/of onverminderde snelheid, eenmaal of meerdere malen is aangebotst tegen de (achterzijde van de) door die [slachtoffer 3] bestuurde personenauto (Peugeot

407, kleur zwart), terwij1 de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 287 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

SUBSIDIAIR:.voorzover het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 26 april 2010 te Papendrecht en/of Sliedrecht en/of Hardinxveld-Giessendem [slachtoffer 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers is verdachte opzettelijk dreigend op de Rijksweg A15, als bestuurder van een personenauto (Volkswagen Polo), rijdend met een snelheid van ongeveer 120 kilometer per uur, elk geval met een aanzienlijke en/of onverminderde snelheid, eenmaal of meerdere malen aangebotst tegen de (achterzijde van de) door die [slachtoffer 3] bestuurde personenauto (Peugeot 407, kleur zwart);

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 26 april 2010 te Papendrecht en/of Sliedrecht en/of Hardinxveld-Giessendam, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 4] van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet op de Rijksweg A15, als bestuurder,van een personenauto (Volkswagen Polo), rijdend met een snelheid van ongeveer 120 kilometer per uur, in elk geval met een aanzienlijke en/of onverminderde snelheid, eenmaal of meerdere malen is aangebotst tegen de (achterzijde van de) door die [slachtoffer 4] bestuurde personenauto (Skoda

Fabia, kleur grijs), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 287 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

SUBSIDIAIR: voorzover het vorenstaande onder 3 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 26 april 2010 te Papendrecht en/of Sliedrecht en/of Hardinxvel-Giessendam [slachtoffer 4] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers is verdachte opzettelijk dreigend,op de Rijksweg A15, als bestuurder van een personenauto (Volkswagen Polo), rijdend met een snelheid van ongeveer 120 kilometer per uur, in elk geval met een aanzienlijke en/of onverminderde snelheid, eenmaal of meerdere malen aangebotst tegen de (achterzijde van de) door die [slachtoffer 4] bestuurde personenauto (Skoda Fabia, kleur grijs);

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht 4

4.

hij op of omstreeks 26 apri1 2010 te Papendrecht en/of Sliedrecht en/of Hardinxveld-Giessendam, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 5] van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel, toe te brengen, met dat opzet op de Rijksweg A15, als bestuurder van een personenauto (Volkswagen Polo), rijdend met een snelheid van ongeveer 120 kilometer per uur, in elk geval met een aanzienlijke en/of onverminderde snelheid, eenmaal of meerdere malen is aangebotst tegen de (achterzijde van de) door die [slachtoffer 5] bestuurde personenauto (Mini Cooper,

kleur rood), terwij1 de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 302 lid 1 Wetboek,van Strafrecht

art 287 Wetboek van,Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

SUBSIDIAIR: voorzover het vorenstaande onder 4 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 26 april 2010 te Papendrecht en/of Sliedrecht en/of Hardinxveld-Giessendam [slachtoffer 5] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers is verdachte opzettelijk

dreigend op de Rijksweg A15, als bestuurder van een personenauto (Volkswagen Polo), rijdend met een snelheid van ongeveer 120 kilometer per uur, in elk geval met een aanzienlijke en/of onverminderde snelheid, eenmaal of meerdere

malen aangebotst tegen de (achterzijde van de) door die [slachtoffer 5] bestuurde personenauto (Mini Cooper, kleur rood);

art 285 1id 1 Wetboek van Strafrecht

5.

hij op of omstreeks 26 april 2010 te Papendrecht en/of Sliedrecht en/of Hardinxveld-Giessendam, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 6] van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet op de Rijksweg A15, als bestuurder van een personenauto (Volkswagen Polo), rijdend met een snelheid van ongeveer 120 kilometer per uur, in elk geval met een aanzienlijke en/of onverminderde snelheid, eenmaal of meerdere malen is aangebotst tegen de (achterzijde van de) door die [slachtoffer 6] bestuurde personenauto, terwijl

de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 287 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

SUBSIDIAIR: voorzover het vorenstaande onder 5 niet tot een veroordeling mocht

of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 26 april 2010 te Papendrecht en/of Sliedrecht en/of Hardinxveld-Giessendam [slachtoffer 6] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers is verdachte opzettelijk dreigend op de Rijksweg A15, als bestuurder van een personenauto (Volkswagen Polo), rijdend met een snelheid van ongeveer 120 kilometer per uur, in elk geval met een aanzienlijke en/of onverminderde snelheid, eenmaal of meerdere malen aangebotst tegen de (achterzijde van de) door die [slachtoffer 6] bestuurde personenauto;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

6.

hij op of omstreeks 26 april 2010 te Papendrecht en/of Sliedrecht en/of Hardinxveld-Giessendam, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 7] van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet op de Rijksweg A15, als bestuurder van een personenauto (Volkswagen Polo), rijdend met een snelheid van ongeveer 120 kilometer per uur, in elk geval met een aanzienlijke en/of onverminderde snelheid, eenmaal of meerdere malen is aangebotst tegen de (achterzijde van de) door die [slachtoffer 7] bestuurde personenauto (Peugeot

207, kleur zwart), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 287 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

SUBSIDIAIR: voorzover het vorenstaande onder 6 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 26 april 2010 te Papendrecht en/of Sliedrecht en/of Hardinxveld-Giessendam [slachtoffer 7] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers is verdachte opzettelijk dreigend op de Rijksweg A15, als bestuurder van een personenauto (Volkswagen Polo), rijdend met een snelheid van ongeveer 120 kilometer per uur, in elk geval met een aanzienlijke en/of onverminderde snelheid, eenmaal of meerdere malen aangebotst tegen de (achterzijde van de) door die [slachtoffer 7] bestuurde personenauto (Peugeot 207, kleur zwart);

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

7.

hij op of omstreeks 26 april 2010 te Papendrecht en/of Sliedrecht en/of Hardinxveld-Giessendam, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 8] van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet op de Rijksweg A15, als bestuurder van een personenauto (Volkswagen Polo), rijdend met een snelheid van ongeveer 120 kilometer per uur, in elk geval met een aanzienlijke en/of onverminderde snelheid, eenmaal of meerdere malen is aangebotst tegen de (achterzijde van de) door die [slachtoffer 8] bestuurde personenauto (Honda Jazz),

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 287 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

SUBSIDIAIR: voorzover het vorenstaande onder 7 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 26 april 2010 te Papendrecht en/of Sliedrecht en/of Hardinxveld-Giessendam [slachtoffer 8] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers is verdachte opzettelijk dreigend op de Rijksweg A15, als bestuurder van een personenauto (Volkswagen Polo), rijdend met een snelheid van ongeveer 120 kilometer per uur, in elk geval met een aanzienlijke en/of onverminderde snelheid, eenmaal of meerdere

malen aangebotst tegen de (achterzijde van de) door die [slachtoffer 8] bestuurde personenauto (Honda Jazz);

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

8.

hij op of omstreeks 26 april 2010 te Hardinxveld-Giessendam en/of Gorinchem [naam] en/of [naam], respectievelijk hoofdagent en agent van politie Zuid-Holland Zuid, heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [naam] en/of [naam] dreigend de woorden toegevoegd :"Ik maak jullie dood" en/of "Ik maak jullie binnen vierentwintig uur dood” en/of "Voor het eind van de dag zijn jullie dood", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

9.

hij op of omstreeks 26 april 2010 te Hardinxveld-Giessendam [naam], ambtenaar van de politie Zuid-Holland Zuid heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [naam] dreigend de woorden toegevoegd : "Ik pak je en je omgeving, je komt nog wel” en/of "Jou weet ik nog wel te vinden en dan maak ik je af", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

(parketnummer 11/710755-10)

10.

hij op of omstreeks 21 mei 2010 te Rotterdam [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers is verdachte opzettelijk dreigend in de richting van die [slachtoffer 1] gegaan en/of heeft hij dreigend zijn gebalde vuisten getoond en/of heeft hij, verdachte, een stoel gepakt en/of deze stoel boven zijn, verdachtes,

hoofd gehouden en/of vervolgens met deze stoel een of meer (stekende) beweging(en) gemaakt in de richting van die [slachtoffer 1].