Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2010:BN9594

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
07-10-2010
Datum publicatie
07-10-2010
Zaaknummer
88530 - KG ZA 10-195
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vordering tot ontruiming bij verstek toegewezen met inachtneming van vaststellingsovereenkomst.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DORDRECHT

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 88530 / KG ZA 10-195

Vonnis in kort geding van 7 oktober 2010

in de zaak van

[eiser],

wonende te Antwerpen,

eiser,

advocaat mr. C. van den Bergh,

tegen

1. [gedaagde 1],

wonende te Dordrecht,

2. [gedaagde 2],

wonende te Dordrecht,

gedaagden,

niet verschenen.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding d.d. 6 september 2010,

- de mondelinge behandeling ter openbare zitting van 23 september 2010.

1.2. Tegen gedaagden is verstek verleend.

1.3. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De beoordeling

2.1. Eiser stelt, onder overlegging van justificatoire bescheiden, dat partijen in juli 2010 volledige overeenstemming hebben bereikt over een regeling die door eisers raadsman is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst. Voor de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst is niet vereist dat deze door partijen wordt ondertekend. Dat gedaagden, zoals eiser stelt weigeren die vaststellingsovereenkomst te ondertekenen, doet derhalve niet af aan de geldigheid van die overeenkomst. Feiten of omstandigheden waaruit iets anders kan worden afgeleid zijn niet door eiser gesteld.

2.2. Krachtens de vaststellingsovereenkomst moeten gedaagden na te melden woning uiterlijk op 31 december 2011 ontruimen. De gevorderde ontruiming van die woning kan derhalve eerst per die datum worden toegewezen.

2.3. Voor het overige komen de vorderingen van eiser niet onrechtmatig of ongegrond voor, zodat deze toegewezen dienen te worden. Daarbij wordt mede in aanmerking genomen dat de aard van de bruikleenovereenkomst tussen partijen en de door partijen jegens elkander in acht te nemen redelijkheid en billijkheid mede meebrengen dat gedaagden de na te melden medewerking dienen te verlenen en dat eiser spoedeisend belang daarbij heeft.

2.4. De gevorderde dwangsom komt bovenmatig voor en zal derhalve worden gematigd en aan een maximum worden gebonden als na te melden.

2.5. Gelet op de bloedverwantschap tussen partijen zullen de proceskosten als na te melden worden gecompenseerd.

3. De beslissing

De voorzieningenrechter

3.1. veroordeelt gedaagden om de woning aan de [adres] uiterlijk per 31 december 2011 met alle zich daarin bevindende personen en/of zaken te ontruimen en te verlaten en verlaten te houden, voor zover deze laatste niet de eigendom zijn van eiser, en onder afgifte van alle sleutels ter vrije en algehele beschikking van eiser te stellen,

3.2. machtigt eiser om, indien gedaagden in gebreke blijven met de nakoming van de onder 3.1 vermelde veroordeling, deze te doen bewerkstelligen met behulp van de sterke arm van politie en justitie,

3.3. veroordeelt gedaagden tot nakoming van hun verplichtingen uit de artikelen 7.3 en 7.4 van de bruikleenovereenkomst en meer in het bijzonder om de makelaar alsmede gegadigden toe te laten tot de woning en te gedogen dat posters of andere zaken in, op, aan of bij de woning worden aangebracht en voorts alle door de makelaar met het oog op de verkoop gewenste handelingen te laten verrichten,

3.4. bepaalt dat gedaagden, indien zij in gebreke blijven met de nakoming van de onder 3.3 vermelde veroordeling, een dwangsom verbeuren van € 250,-- per dag en gedeelte van een dag daaronder begrepen, zulks tot een maximum van € 50.000,--,

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

bepaalt dat ieder van partijen de eigen proceskosten draagt,

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.C. Halk en in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2010.?